Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.

Tessa op de bakwagen

YERSEKE – Ze is niet de enige vrouw die op een vrachtwagen met vis rijdt in Nederland, maar waarschijnlijk wel de jongste. Tessa de Koeijer (25) werkt in het transportbedrijf van vader Erik de Koeijer, waar ook zus Joyce (31) en tweelingbroer Pieter werken. Tessa doet daar vooral planning, maar sinds ze jongstleden juni haar groot rijbewijs heeft gehaald maakt ze ook vrijwel wekelijks ritjes met de grote Scania bakwagens van Kotra. Ze wil straks ook het diploma halen om met aanhanger te kunnen rijden.

Tessa zit ook thuis midden in de vis, want het is dik aan met Adriaan Cornelisse, ook in de visserij (YE 60) en onlangs nog met vader Aard op de cover van Visserijnieuws.


WMR Regiocentrum Yerseke

Oesters van (net boven) Zeeuwse bodem, is optimalisatie van off-bottom kweek mogelijk?

YERSEKE - In het Regiocentrum Yerseke van Wageningen Marine Research werken onderzoekers en de schelpdier- en visserijsector actief samen aan kennis en innovaties voor duurzaam gebruik van de Delta, kustwateren en de zee: kennis van en voor de regio Zeeland. Hierover is een convenant gesloten tussen wetenschap, bedrijfsleven, regionale publieke organisaties. Het werk beslaat een scala aan onderwerpen, zoals het verbeteren van het kweekrendement van mosselen, off-bottom kweek van oesters, schelpdiersurveys, onderzoek naar biotoxines, en effecten van zandsuppleties op natuurwaarden en (schelpdier)visserij. Deze column zet regelmatig een activiteit van het Regiocentrum in de schijnwerpers. Deze keer is dat het off-bottom oesterkweek experiment op de Yerseke Bank en Prinseplaat.

Uitdagingen voor de oesterkweek

In Nederland worden twee soorten oesters gekweekt. De platte oester (Ostrea edulis) die van nature voorkomt in de Nederlandse wateren en de Japanse oester (Crassostrea gigas) ook wel de Zeeuwse Creuse genoemd, welke in de jaren zestig werd geïntroduceerd. De toekomst van de oestersector staat onder druk door verschillende bedreigingen zoals het oesterherpesvirus en de oesterboorder. 

Het herpesvirus komt in de Oosterschelde en de Grevelingen voor, tast met name jonge Japanse oesters aan en is temperatuurgerelateerd. Sterfte als gevolg van het virus gaat gepaard met watertemperaturen boven de 16 °C en kan onder het oesterbroed oplopen tot 100%. Hoe ouder en zwaarder de oester des te minder vatbaar deze is voor het oesterherpesvirus. Ook kan er middels een kweekprogramma geselecteerd worden op resistentie. 

Een tweede uitdaging voor de sector is de oesterboorder. Oesterboorders zijn roofslakken die een gaatje boren in jonge oesters en het vlees opeten. Met name de Japanse oesterboorder komt veel voor op de kweekpercelen in de Oosterschelde. 

Van oudsher worden oesters op bodempercelen opgekweekt, maar om predatie van oesters te voorkomen wordt - door een deel van de oesterkwekers - off-bottom kweek van de Zeeuwse Creuse als alternatief ingezet. Dit gebeurt in zakken of manden op tafels of aan lijnen waarin de oesters veilig kunnen groeien. Het hoger hangen van de manden, waardoor de droogvalduur van de oesters wordt verlengd, heeft mogelijk ook minder sterfte door het oesterherpesvirus als gevolg. 

Een bijkomend voordeel van de off-bottom kweek is dat door het bewegen van de manden of het handmatig schudden van de zakken de oesters mooi van vorm worden, met een goed gebolde kant en een vlakke kant. Ook kunnen de off-bottom gekweekte oesters het voedsel efficiënter uit de waterkolom filtreren ten opzichte van de oesters op de bodem waar meer slib aanwezig. De nadelen zijn dat off-bottom kweek duur is en dat vergunningen moeilijk te verkrijgen zijn. 

In samenwerking met de Nederlandse Oestervereniging (NOV) en HZ University of Applied Sciences is Wageningen Marine Research op twee locaties in de Oosterschelde een off-bottom experiment gestart. Het doel van de proef is meer grip krijgen op sterfte in oesters als gevolg van het herpesvirus en de oesterboorder. 

Dit onderzoek is onderdeel van het EFMZV (Europees Fonds voor Maritieme Zaken Visserij)-project ‘Rendementsverbetering oesterproductie’ vanuit het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) waarin de ervaring van kwekers, monitoring en gericht experimenteel onderzoek worden ingezet met optimalisatie en rendementsverbetering van een duurzame oesterproductie als einddoel. 

Off-bottom experiment

In het off-bottom experiment worden in samenwerking met de Nederlandse Oestervereniging een aantal onderzoeksvragen getest, gericht op de kweek in manden met een focus op oesterbroed. Door periodieke monitoring wordt gekeken hoe groot de uitval exact is en wanneer deze optreedt. Daarnaast wordt bekeken of de sterfte te beperken is door te variëren met leeftijdsklasse, droogvalduur, de timing van het uitzetten (voorjaar of najaar), resistentie (broedval uit de natuur versus broed afkomstig van hatcheries) en uitgangsmateriaal (diploïde versus triploïde oesters). 

Triploïde oesters hebben drie paar chromosomen in hun cellen in plaats van de normale twee paar. De triploïde oesters verbruiken minder energie omdat ze zich niet voortplanten in de zomermaanden, en kunnen daardoor harder groeien. Ook wordt er gekeken of er een verschil in oestersterfte is tussen locaties (Yerseke Bank en Prinseplaat) en of er een verschil in sterfte is tussen de kweek in manden of in zakken. 

Eerste resultaten

Het in maart ingezette off-bottom experiment is nu halverwege en we zien de eerste resultaten. In de maand mei was de sterfte nog vrij beperkt, maar halverwege juni nadat de watertemperatuur boven de 16°C was gekomen en het herpesvirus dus actief is, lag de uitval gemiddeld rond de 30%. 

De eerste resultaten lijken vooralsnog goed overeen te komen met de verwachtingen, zoals meer groei in de manden die lager hangen en minder sterfte in de manden die hoger hangen. Hoe lager de oesters hangen, hoe langer ze onder water staan. De oesters kunnen dan langer eten, maar staan ook langer blootgesteld aan het herpesvirus. Ook het moment van uithangen van de manden lijkt mogelijk van invloed te zijn. 

Het is nog even afwachten hoe de sterfte en groei zich ontwikkelen deze zomer. Volgend jaar is er de mogelijkheid het experiment te herhalen met eventuele aanpassingen op basis van de in dit jaar verkregen resultaten. De verwachting is dat inzicht in de mate en het moment van sterfte van de oesters in combinatie met relevante aspecten zoals droogvalduur, timing en uitgangsmateriaal informatie oplevert die goed benut kan worden bij de optimalisatie van de oesterkweek.

Linda Tonk 

Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Coupels op tafels. Coupels zijn een soort schoteltjes die worden gebruikt voor de invang van oesterbroed.

Oestermanden op de Prinseplaat.

Oesters gekweekt in de oestermanden.


Bij de originele haringsjees in het Museum Vlaardingen. Met deze door paarden getrokken sjees werd begin vorige eeuw Koninginneharing op het paleis gebracht. Van links naar rechts: Ad van der ...
Symposium historisch tijdschrift in Museum Vlaardingen

Hollandse visserijhistorie centraal

VLAARDINGEN - Maritieme geschiedenis mag als studierichting aan universiteiten populair zijn, dat geldt veel minder voor de historie van de visserij. Daarom besloot Holland Historisch Tijdschrift een themanummer over de visserij te maken. Dat werd op vrijdagmiddag 1 oktober ten doop gehouden in Museum Vlaardingen met een online symposium. Vier sprekers belichtten de visserijgeschiedenis vanuit verschillende invalshoeken.

Professor Henk den Heijer, afkomstig uit een Scheveningse vissersfamilie, deed onderzoek naar de vissers die op Scheveningen op zee gebleven zijn en hun nabestaanden. Sinds 1813 is het aantal doden bijgehouden en dat telt op tot 1.377! Gemiddeld zes à zeven doden per jaar, maar in de praktijk ging dat in schokken. In sommige jaren, zoals in 1860, keerden 32 mannen en jongens niet terug.

Sjors Stuurman, master student geschiedenis, doet onderzoek naar Scheveningse vissersvrouwen en hij vertelde het verhaal van Clara Vrolijk die trouwde met reder Johannes van der Toorn. Toen die overleed zette zij succesvol de rederij voort en liet bij haar dood in 1899 een vermogen na dat in huidige euro’s gerekend in de miljoenen liep. 

Dr. Arjan Nobel - verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van Holland Historisch Tijdschrift - ging in op zijn eigen familiegeschiedenis. Hij komt uit een familie van riviervissers, die steeds opnieuw de bakens heeft moeten verzetten. Toen de zalmvisserij terugliep verhuisde zijn voorgeslacht van Lekkerkerk naar Nieuw Beijerland. Zijn opa Janus Nobel en ooms maakten de overgang mee van de ankerkuilvisserij naar de fuikenvisserij op paling na de afsluiting van het Haringvliet in 1970.

De kotter NB 1, die nog altijd in de familie is, wordt de laatste jaren na het palingvangstverbod als gevolg van dioxine in waterbodems alleen nog gebruikt voor visserijonderzoek. Nobel betoogde dat de negatieve invloed van de recreatievaart en de sportvisserij op de riviervisserij een onderbelicht onderwerp is. Zijn familie heeft het aan den lijve ondervonden.

Beschikbaar

Conservator Frank de Hoog sloot af met informatie over de herwaardering van de nationale visserijcollectie van Museum Vlaardingen. Die is bijeengebracht sinds de oprichting in 1960, maar enige jaren geleden werd besloten dat het museum zich richt op de stadsgeschiedenis van Vlaardingen en de Vlaardingse visserij. 

Dat betekent dat documentatie, schilderijen en scheepsmodellen die vooral betrekking hebben op andere vissersplaatsen nu op professionele wijze worden gewaardeerd op kwaliteit en historische waarde. Het gaat om meer dan 20.000 objecten uit de opslag. Met collega musea wordt overlegd hoe deze belangrijke verzameling elders een goede plaats kan krijgen. Objecten komen beschikbaar op de afstotingsdatabase, musea kunnen middels een alert blijk geven van hun interesse.


Foto door: Pedro Rappé
Op weg naar een duurzame Blauwe Economie

Noordzee: Kansrijk en Kwetsbaar

DELFT - Onderzoeksinstituut Deltares organiseerde vorige week de Noordzeedagen, een tweedaags congres voor wetenschappers, beleidsmakers en gebruikers. Thema was: De Noordzee ‘Kansrijk en Kwetsbaar’. Jan en alleman zoekt ruimte op die Noordzee. Dat geeft spanning. Kennis is nodig om de balans te houden, want we hebben maar één Noordzee. Vanuit de visserij waren onder andere Durk van Tuinen en Amerik Schuitemaker (Nederlandse Vissersbond), Sarah Verroen (VisNed) en Hendrik Kramer (MDV) present. Van Tuinen sprak over het thema draagkracht (en maakte duidelijk waarom de visserij in het debat over ruimtelijk beheer van de Noordzee in de ankers is gaan liggen), Verroen had een bijdrage in de sessie 'Zijn er grenzen aan de Blauwe Groei?'. Cultureel antropoloog Ingvild Harkes van Wageningen Marine Research (voorheen werkzaam bij de Pelagische RAC, het WNF en gepromoveerd op kleinschalig visserijbeheer in Zuidoost-Azië) was beide dagen aanwezig en doet verslag.

,,Een van de subthema’s van de Noordzeedagen 2021 luidt: ‘Op weg naar een duurzame Blauwe Economie.’ Hiermee wordt bedoeld het duurzaam gebruiken van de ecosysteemdiensten van de zee en oceanen voor economische groei, om het levensonderhoud van mensen en inclusiviteit te verbeteren terwijl de gezondheid van de ecosystemen en biodiversiteit van de zee en oceanen bewaard blijven. Het centrale dilemma hierbij is: hoe zorgen we dat het toekomstige gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en ruimte in balans blijft met de ecologische draagkracht van de Noordzee? 

Belangrijk bij het beantwoorden van deze vraag zijn niet alleen het politieke klimaat, economische factoren en sociaal-culturele aspecten. Er spelen ook contextuele factoren een rol zoals klimaatverandering, een stijging van de zeespiegel van mogelijk 5-7 meter in 2050 als de temperatuur met meer dan 2°C toeneemt en een groeiende wereldbevolking tot 10 miljard in 2050. Hierdoor zal de vraag naar voedsel toenemen terwijl de productiecapaciteit binnen zowel de landbouw als op zee tegen grenzen aanloopt. 

Wat is mogelijk?

Met betrekking tot de Noordzee gaat het tijdens de Noordzeedagen dit jaar vooral om zandwinning voor kustbescherming, de energietransitie die vorm krijgt door windmolenparken op zee en de effecten die dit gaat hebben op de visserij. Tegelijkertijd wordt gekeken naar opties voor medegebruik en innovatie waarbij voedselproductie centraal staat, ook in de vorm van zeewierteelt en schelpdierenkweek.

De visserij verkeert momenteel, mede door de lage opbrengsten en hoge brandstofprijzen, in zwaar weer. Tegelijkertijd worden er aanpassingen gevraagd om te komen tot een efficiënte, flexibele vloot met duurzame visserijtechnieken. Voor innovatie is echter zowel economische als mentale ruimte nodig (Hendrik Kramer, MDV2). Waar een aantal individuen mogelijkheden ziet, zorgt onzekerheid ervoor dat een groot deel van de sector ‘op slot’ komt te staan. Echter, net als bij de puls die vooral door de sector werd omarmd toen het economisch moeilijk werd, is dit het moment dat er opnieuw gezocht moet worden naar duurzame visserijtechnieken. Dit kan misschien weer met behulp van een Visserij Innovatie Platform, waarbij ook voor een economisch vangnet gezorgd moet worden. 

De sector moet echter zelf ook verantwoordelijkheid nemen en actief worden in strategische samenwerkingsverbanden (Sarah Verroen, VisNed). Ook kan een verbeterde communicatie binnen de sector ervoor zorgen dat de voordelen van bepaalde initiatieven duidelijk worden voor de achterban. Het gaat hierbij niet alleen om het Noordzee akkoord, maar ook om beschermde gebieden (MPA’s) waarvan het belang als referentiegebied (voor onderzoek) duidelijk gemaakt moet worden en ook het mogelijke overspill effect  wat de visserij ten goede kan komen. Er komen mogelijkheden om in en rond de windparken te vissen, maar op een andere manier en op andere soorten. Dit vereist aanpassingen.

Verandering gaat over mensen. Het tempo en de aanpak zal op hen aangepast moeten worden waarbij naar een gevoel van veiligheid gewerkt moet worden. Duidelijkheid geeft perspectief. Waar doelen zijn gesteld voor alle andere sectoren in termen van gigawatt (windenergie), tonnages (zand) en percentages (beschermd gebied), zijn voor de visserij de doelen niet op deze manier gekwantificeerd, terwijl hier wel behoefte aan is. De sector heeft verwachtingen ten aanzien van de overheid om deze doelstelling duidelijk te krijgen, maar zou hier, in lijn met de andere sectoren, zelf een voorzet voor kunnen doen.

Een duurzame Blauwe Economie waarin de productie uit zee verhoogd wordt om de wereldbevolking te voeden blijkt moeilijk (Jaap van der Meer, Wageningen Marine Research). De productie op zee is niet te vergelijken met die van de landbouw: het mariene ecosysteem is namelijk al zeer efficiënt en een toename in de productie is niet te verwachten. Fishfarming en aquacultuur zijn ook geen goede alternatieven omdat ze een relatief hoge input van dierlijke en plantaardige eiwitten vereisen. Voor een hogere productie uit zee kan eigenlijk alleen ingezet worden op kustsoorten zoals zeewier en schelpdieren, waarbij onder andere oesters en mosselen de grootste potentie hebben omdat ze beter houdbaar zijn dan zeewier en meer toepassingen hebben.

Onderzoek

Kennisleemtes worden opgevuld via het Monitoring-Onderzoek-Natuurversterking-Soortenbescherming (MONS) wat op dit moment 141 onderzoeksvoorstellen bevat. De data en analyses die uit MONS komen, zijn interessant om inzicht te krijgen in de ecologische processen in de Noordzee. De veronderstelling is dat meer inzicht en kennis van het Noordzee-ecosysteem leidt tot oplossingen ten aanzien van het gebruik.

Tegelijkertijd blijkt uit de discussies dat het op dit moment op de Noordzee gaat om ‘verbinding’ tussen de verschillende partijen en sectoren. Het vinden van wat Sybilla Dekker (voorzitter Noordzeeoverleg) zo mooi verwoordde als ‘het milde midden.’ Belangrijk hierbij is meer begrip voor elkaars standpunten en het vergroten van draagvlak voor transities. 

Het ingewikkelde proces rond het Noordzee akkoord en een toenemende verwijdering tussen partijen laten duidelijk zien dat de belangen uiteen lopen. Tegelijkertijd wordt gevraagd gezamenlijk toe te werken naar de doelstelling van een duurzame Blauwe Economie. Dit vereist een ander soort vraagstelling, namelijk die uit een meer sociaal-wetenschappelijke hoek: wat is er nodig om partijen bij elkaar te brengen? Hoe komen we tot uitvoering van genomen besluiten? Het gaat er in de transities op de Noordzee dus niet alleen om wat er moet gebeuren, want een aantal doelstellingen staat vast, maar het gaat er vooral om hoe dit moet gebeuren.

Conclusie

Er is een groot spanningsveld op de Noordzee tussen toenemend gebruik, de noodzaak tot verduurzaming, ruimte voor de natuur en acties die nodig zijn voor mitigatie of aanpassing aan de effecten van klimaatverandering. De verschillende sectoren hebben soms conflicterende belangen. Ook zijn de gevolgen van de verschillende activiteiten nog niet volledig in kaart gebracht, zoals de zandwinning nodig voor kustbescherming en de aanleg van grote windmolenparken.

De presentatie van Jaap van der Meer liet duidelijk zien dat in zee geen grotere productie verwacht mag worden, en dat de meest efficiënte manier om aan de toenemende vraag naar eiwitten te voldoen ligt in de teelt van schelpdieren. Hiertoe bieden de windparken mogelijkheden. Ook kan binnen de windparken ruimte gemaakt worden voor andere soorten visserij op andere soorten. Dit zal een aanpassing vergen van de sector.

Waar de ruimtelijke begrenzing van de activiteiten voor de meeste sectoren duidelijk te definiëren zijn blijft dit voor de visserij lastig omdat deze overal tussendoor plaatsvindt. Tegelijkertijd heeft de sector veiligheid en duidelijkheid nodig om stappen te maken richting innovatie. Strategische samenwerking en goede communicatie, ook binnen de sector, zijn hierbij van belang.

MONS gaat een veelheid aan data en informatie over de ecologie van de Noordzee opleveren. De vraag is echter nog hoe deze data toegankelijk en van nut gemaakt kan worden voor de verschillende partijen. Een punt van belang hierbij is dat gekeken kan worden naar internationale afstemming tussen de landen rond de Noordzee. Niet alleen met betrekking tot de vraagstukken rond ruimtegebruik en ecologische aspecten, maar ook met betrekking tot beschikbare onderzoeksgelden en de koppeling van data.

De weg naar een duurzame Blauwe Economie is niet eenvoudig. Het proces rond het Noordzeeakkoord laat zien hoe belangrijk het is alle partijen aan boord te houden. Naar aanleiding van de Noordzeedagen is een aantal vragen opgekomen van sociaal-wetenschappelijke aard, met name rond de thema's verbinding, communicatie, belangen en het proces dat nodig is om tot duurzaam gebruik en beheer te komen. Het gaat hierbij dus vooral om governance. Ik zou daarom graag zien dat dit thema aan de orde komt tijdens de volgende Noordzeedagen die 6-7 okt 2022 door WMR worden georganiseerd.''

Durk van Tuinen (Vissersbond) presenteert tijdens een deelsessie over draagkracht van de Noordzee het volle kaartbeeld voor het jaar 2030 voor diezelfde Noordzee. Foto door Amerik Schuitemaker

Ingvild Harkes


Dagboek van een Visserman week 41

Afgelopen vrijdagmiddag, 8 oktober, tijdens de jaarvergadering van Hulp in Nood, hield Frits Loomeijer, oud-directeur van het Maritiem Museum te Rotterdam, een erg interessante lezing over het veranderde imago van de visserij gedurende de laatste decennia. In de jaren 70 werd de visserij gezien als een stoer, dynamisch beroep. Nu, in de huidige tijd, wordt de visserij met andere ogen bekeken. Dat heb ik de laatste tijd zelf ook ervaren tijdens informatieve vistripjes die ik af en toe wel eens maak.

Iets anders zien

Enkele weken geleden vroeg Ingrid, een filmmaker en fotograaf uit het dorp waar ik woon, of ik Mohammed, een vriend van haar die hengelt en ook columns en artikelen schrijft over vis, vissen en het bereiden en eten van vis, iets wilde vertellen en laten zien over de garnalenvisserij. Omdat ik sowieso al geen nee tegen Ingrid kan zeggen, werd er een datum gepland in september, op een vrijdagochtend voor het maken van een visreisje. 

Alfred had geen tijd voor ‘deze flauwekul’ - er was werk genoeg op de ZK 92 - zodat ik wel op zoek moest naar iemand die mij kon assisteren. Solt-collega Johan Rispens (ZK 18) was genegen om mij bij te staan tijdens deze informatieve vistocht, zodat we met een ervaren bemanning richting het Westgat vertrokken voor een paar korte trekjes.

Na het halen van de eerste trek bleek al dat wij, Johan en ik, iets anders zagen dan Mohammed, terwijl we naar hetzelfde keken. Wij zagen een mooie, schone box met garnalen, met hier en daar een krabbetje en visje; de zeeflap had z’n werk weer goed gedaan. Mohammed daarentegen zag spartelende babyvisjes en kleine krabbetjes en had weinig oog voor de overgrote meerderheid: de garnalen. In z’n column in de NRC beschreef hij dan ook z’n ervaring, wat weer een duidelijk beeld gaf van het veranderende imago van de visserij. Maar goed echter dat hij niet met iemand uit de zuid was meegegaan, waar veelal zonder zeeflap wordt gevist en de opgeviste boxen een heel ander beeld laten zien.

Het door Mohammed geschetste beeld staat niet op zichzelf. Het wordt gedeeld door heel veel mensen, terwijl er aan de andere kant zeer weinig kennis is bij de Nederlandse bevolking hoe de huidige, moderne visserij wordt gebezigd. De afstand van de moderne mens met basale beroepen zoals visserij, landbouw en veeteelt wordt steeds groter. Men wil wel vlees en vis eten, maar aan het feit dat hiervoor ook beesten gedood zullen moeten worden wil men niet denken. En dat er bij het vissen altijd wel enige vorm van bijvangst zal zijn, is helemaal uit den boze. Deze overboord gezette bijvangst is in mijn ogen geen verspilde vangst, maar wordt weer gebruikt door vogels, zeezoogdieren, vissen en krabben als voedsel, zodat er in feite sprake is van circulaire visserij. Alles wordt gebruikt en genuttigd en kan in principe via een omweg terugkomen in een volgende vangst.

Stichting De Noordzee

Tegenwoordig zijn er heel veel mensen en instanties die zich bemoeien met de visserij en ook een mening hebben over de visserij. Als je soms de mailingslijst bekijkt van mails die je krijgt die als onderwerp de visserij hebben, dan krab je je wel eens op je hoofd; zoveel groeperingen, stichtingen en organisaties als er zijn die zich bezighouden met visserijactiviteiten op de Waddenzee of Noordzee.

Linda Planthof van Stichting De Noordzee, die ik nog ken van mijn contacten met de haaien- en roggenvereniging NEV, vroeg mij laatst hetzelfde als Ingrid mij had gevraagd. Maar deze keer voor wat collega’s van haar en wat mensen van LNV om hun kennis over de visserij te vergroten en eens bij te praten over alles wat ons bezighoudt wat betreft ontwikkelingen op de Noordzee.

Weer op een vrijdagmorgen en weer met Johan Rispens als maat op weg naar het Westgat voor enkele informatieve trekjes. De bemanning bestond naast Johan en mij uit Wilbert Schermer Voest, Matthijs Seijlhouwer en Bram Streefland van LNV, Linda, Serena Rivero en Ewout van Galen van Stichting De Noordzee, Anne-Floor van Dalfsen van MSC, Ingrid Tulp van Wageningen Marine Research en voorzitter Sarah Verroen van Hulp in Nood. 

Van dit diverse gezelschap was het voor enkelen de eerste keer dat ze op een vissersschip stonden en daadwerkelijk gingen vissen, terwijl anderen al wel wat meer ervaring hadden (bijvoorbeeld Serena in het Caraïbisch gebied en Ingrid bij WMR). Allemaal houden ze zich professioneel bezig met onze visserijtoekomst.

Tijdens deze reis bleek dat onder andere zeeflap, brievenbus en klossenpees als uitdrukking wel bekend waren, maar dat de feitelijke inhoud vragende gezichten opleverde, wat gelukkig verduidelijkt kon worden door Johan aan de hand van de praktijk. Ook Ingrid Tulp en Sarah Verroen konden op veel vragen antwoord geven, zodat we om 12.00 uur, toen we weer aan de steiger lagen, op een geslaagde ochtend konden terugkijken en nu maar moeten hopen dat het imago van de visserij iets verbeterd is bij LNV en Stichting De Noordzee.

Dikker

Intussen is het niet alleen vistripjes op vrijdag, maar wordt er op de andere dagen van de week ook nog gevist. De vangsten blijven redelijk stabiel, net als de kiloprijs (e3,- voor soort drie). Het is echter niet zo dat de garnalen overal dik liggen. Op sommige plekken, zoals noord van Schiermonnikoog en op de stranden van de eilanden, valt het allemaal wat tegen. 

Dieper af is het soms goed raak, waarbij het wel schoon van bloemetjes en rood haar moet wezen. Dit kan zomaar veranderen na het kenteren van het tij of het veranderen van windrichting, van een puur schone box in één doffe ellende.

Nu het wat kouder wordt worden de gevangen garnalen ook wat dikker. Het aantal ‘tweeën’ neemt toe, de grootste en duurste soort (e7,50) laat het echter nog afweten. Al met al worden er op dit moment wel weekjes gemaakt, maar dat moet ook wel, want door ons project ZK 92/ZK 37 is het wel duidelijk waar het verdiende geld naar toe gaat.

TDL

De mannen van TDL werken gestaag door; de Luyt-lieren staan inmiddels op hun plek, Durk de Jong zorgt voor een nieuwe zekeringkast en nieuwe stroomkabels op bijna het gehele schip en intussen is timmerbedrijf Post uit Urk bezig met de herinrichting en het opnieuw betimmeren van de stuurhut. Al met al bedrijvigheid, waarbij Alfred en ik proberen op de vrijdag en zaterdag wat bij te springen.

VisWad

Ik heb een GV-vergunning, dus eigenlijk gaat de visserij op de Waddenzee mij weinig aan. Maar ondanks dat, stel ik mij wel graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op visserijgebied in dit unieke stukje zee. Van collega-Wadvissers hoor ik regelmatig het laatste nieuws van wat er allemaal speelt. 

Na de uitkoopregeling van 19 GK-vergunningen zou donderdag 30 september een besluit worden genomen over de te sluiten gebieden op het oostelijke Wad onder Rottum en westelijk bij het Eierlandse Gat. Het sluiten van gebieden voor de visserij zie ik als iets onwenselijks en nutteloos, maar gebiedssluitingen gaan gewoon door, ondanks mijn mening of die van andere vissers.

Binnen het proces van VisWad zijn bepaalde afspraken gemaakt over strategie en werkwijze om tot een goede en evenwichtige verdeling te komen. Onder leiding van Barbara Holierhoek en Marnix van Stralen was er om de Oost (Lauwersoog en Usquert) uiteindelijk overeenstemming bereikt waarmee de meeste vissers wel akkoord konden gaan. Om de West (onader andere Den Oever en Texel) was het wat ingewikkelder en lukte het Barbara en Marnix niet om tot overeenstemming te komen.

De Nederlandse Vissersbond sprong in het gat en kwam met een voorstel waarbij Oost het probleem van West moest oplossen door hectares te leveren. Hierop heb ik maandag 27 september, toen dit speelde, voorzitter Johan Nooitgedagt en Durk van Tuinen aangesproken, maar beide heren zagen dit anders en niet als schuiven met hectares.

Op Lauwersoog ligt het verplaatsen van te sluiten gebieden van West naar Oost nogal gevoelig, omdat bij het ontstaan van Vibeg het zwaartepunt oostelijk lag en er bij het Noordzee-overleg, waar ook gebieden worden gesloten, er ook geschoven is met gebieden van West naar Oost, richting de Borkumer Stenen. Je krijgt soms het idee dat alle problemen kunnen worden opgelost door het naar het oosten te verplaatsen. Ook bij de NVB krijgen wij om de Oost soms het gevoel dat er verschillende soorten leden zijn en dat Den Oever belangrijker is dan Lauwersoog.

Maar om toch te zorgen voor een gedragen visserijvoorstel, gaan de oostvissers (Lauwersoog, Usquert) alsnog akkoord met het NVB-voorstel, zodat deze kan worden ingediend tijdens het overleg van de Stuurgroep op 30 september. Uit de notulen van de Stuurgroep VisWad lees ik dat de meerderheid van deze stuurgroep, voor het Oostwad, bij Rottum, nog mee kon gaan in het visserijvoorstel, maar dat het voorstel voor het Eierlandse Gat buiten de vastgestelde ecologische doelstellingen en afspraken was.

Omdat de visserij, bij monde van Johan Nooitgedagt, zei geen mandaat te hebben voor aanpassingen bij het Eierlandse Gat werd uiteindelijk gekozen voor het voorstel van Programma Rijke Waddenzee, zodat zowel de vissers van West als Oost geconfronteerd worden met een sluiting die niemand wil, terwijl het leed verzacht had kunnen worden door akkoord te gaan met een compromisvoorstel met acceptatie van het visserijvoorstel voor het gebied bij Rottum en sluiting van het Eierlandse Gat pas per 1 januari 2023. Nog even lucht dus en misschien toch nog tijd om te onderhandelen.

Hiervoor is echter niet gekozen en je kunt je er druk om maken, of druk maken over het imago, of over Mohammed, de hengelende schrijver.

Mohammed maakt zich in ieder geval niet druk. Hij stuurt een foto uit Marokko, zorgeloos dobberend in een kano op de Middellandse Zee met een pas gevangen dorade stervend op z’n schoot.

Henk Buitjes, 

ZK 37

Schone box, of niet? Met de hand van NRC-columnist Mohammed Benzakour.

Uitleg aan onder andere Matthijs Seijlhouwer en Bram Streefland van LNV en Anne-Floor van Dalfsen van MSC.

De nieuwe Luyt-Lieren voor de ZK 92/toekomstige ZK 37.


Sarah Verroen reikt award uit aan Barbara Holierhoek

Bijzondere waardering

LAUWERSOOG - Op de agenda stond dat er afscheid zou worden genomen van oud-voorzitter Barbara Holierhoek. Maar in werkelijkheid ging het om de uitreiking van de HiN-award, een blijk van erkenning van vissersvereniging Hulp in Nood voor mensen die zich in het bijzonder verdienstelijk maken voor de garnalensector. Op het haventerrein van Lauwersoog komt straks een naar haar vernoemd ‘Barbara-bankje’.

Holierhoek was eerst secretaris bij Hulp in Nood en vanaf 2012 voorzitter, wat ze lang combineerde met het voorzitterschap van de inmiddels opgeheven Harlinger vissersvereniging Ons Belang. Haar maritieme loopbaan begon ze als vissersvrouw na een opleiding op de visserijschool Urk, daarna was ze jarenlang shipbroker.

Begin vorig jaar werd Holierhoek eerst medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (wat niet te combineren valt met het het voorzitterschap van een vissersvereniging) en is inmiddels benoemd tot directeur van Visafslag Lauwersoog. Voor kotterorganisatie VisNed behandelt zij het dossier 'niet-Europese vissers'.

Sarah Verroen heeft het voorzitterschap van Holierhoek overgenomen. De beide in Friesland woonachtige dames kennen elkaar goed. Verroen werd drie jaar geleden beleidsmedewerker van VisNed, maar door het uiteenvallen van VisNed wordt afscheid genomen van het personeel. Zij zal de komende tijd in elk geval haar eigen bureau Fish & Farm verder ontwikkelen en daarnaast verkent ze de mogelijkheden om zich te verbreden in de maritieme sector.


Schipper Hendrik Kramer vraagt van de politiek en beleidsmakers een visie op gezond voedsel uit zee. (Foto: C. Hameeteman)
Schipper Hendrik Kramer op hoorzitting Europees Parlement

Visserij aantrekkelijker maken

BRUSSEL – Hoe de jeugd warm krijgen voor het vissersberoep en zo de vloot in de benen te houden. 

Dat was het onderwerp van een door de Visserijcommissie van het Europese Parlement georganiseerde hoorzitting afgelopen maandagmiddag. De Urker visser Hendrik Kramer (MDV) kreeg samen met een Portugese collega het woord. Ook Ment van der Zwan van de Sectorraad Visserij was een van de sprekers.

Directe aanleiding tot de hoorzitting is het initiatiefrapport van de sociaaldemocraat Manuel Pizarro om de visserijsector aantrekkelijker te maken en werkgelegenheid in kustgemeenschappen te stimuleren. In bijkans heel Europa loopt de vloot dramatisch leeg. Zelfs vissers willen niet meer dan hun kinderen naar zee gaan, en Pizarro en collega-parlementariërs vinden het daarom de hoogste tijd worden om te handelen. Zo moet de vloot (kleine vaartuigen) veiliger worden, moeten visserijdiploma’s erkend worden voor een vrij verkeer van werknemers en moeten er goede vissers voor gezond voedsel uit zee worden opgeleid.

Er klonken pessimistische verhalen van uitgenodigde experts van Europese instituten. Maar toch is er hoop, concludeerde Pizzaro na het horen van de vissers Hendrik Kramer en André Dias. Kramer – uitgenodigd door Peter van Dalen (ChristenUnie) en Annie Schreijer-Pierik (CDA) - sprak over het Masterplan Duurzame Visserij om met moderne, kleinschaligere schepen energiezuinig en rendabel te gaan vissen. Aan de hand van vier kaarten door de tijd heen gaf Kramer zijn visie op de industrialisatie die in snel tempo op de Noordzee gaande is. De ingekleurde windparken en beschermde gebieden voelen voor de vissers niet goed, het ontbreekt tegelijk aan een Voedselvisie voor vissers. Voor zo’n visie pleit Kramer. Niet alleen cijfers over wat er gevangen mag, maar een politieke ambitie over wat Europa oogsten wil uit zee. ,,Onze taak is daar als stewards van de zee zo duurzaam mogelijk invulling aan te geven. Net als de offshore hebben wij vissers ook perspectief nodig.’’

De Portugees Dias komt uit een vissersplaats in de Algarve (Ferragudo). Hij heeft een academische opleiding als bioloog. Volgens zijn cv heeft hij gevaren op de seiner ‘Arrifana’ en heeft het familievisserijbedrijf nieuw leven ingeblazen richting sardienvisserij en ecotoerisme. Dias is ook professioneel vogel-observer, walvis-observer en wild-watcher. Hij zegt de noodzaak voor marine protected area’s te begrijpen, maar bepleitte tijdens de hoorzitting nadrukkelijk voor fishermen’s protected area’s, speciale zones voor visserijactiviteiten. ,,Wil Europa goede vissers houden en krijgen, dan hebben we wel goede visgronden nodig.’’

Ment van der Zwan legde de zere vinger bij beperkende BT-regels voor de Europese visserij. Hij bepleit invoering van een nettotonnage in plaats van brutotonnage voor visserijcapaciteit, zodat schepen groter mogen worden voor extra bemanningsruimte aan boord. ,,Vissers verdienen meer.’’

De Visserijcommissie van het Europarlement brengt komend voorjaar een werkbezoek aan Nederland.


Zalm is in snel tempo de belangrijkste grondstof voor de visverwerkende industrie in Nederland geworden.
Visindustrie schrikt van onderzoek – Nederland zal zich in eigen voet schieten

‘Handelsmaatregelen tegen zalm'

BRUSSEL – De druk om maatregelen te nemen tegen Noorwegen om zich te houden aan de wetenschappelijke vangstadviezen voor makreel, blauwe wijting en haring neemt toe. In de Tweede Kamer en Brussel gaan stemmen op om de Noren met importbeperkingen op zalm terug te slaan. Een geschrokken Visfederatie heeft LNV-minister Schouten geschreven dat zo'n disproportionele tegenactie tot grote verliezen bij veel Nederlandse viswerkers zal leiden.

Zalm is in korte tijd van enorm belang geworden voor de Nederlandse visindustrie, in het bijzonder voor Urk waar verwerkers zijn omgeschakeld en de zalmverwerking nog steeds groeit. ,,Het is de economische redding voor Urk na steeds dalende platvisvangsten van de eigen Noordzeevloot’’, zegt een Urker importeur en verwerker.

De fracties van de regeringspartijen VVD en CDA vroegen vorige week aan LNV-minister Schouten om zich hard te maken voor Europese importbeperkingen op Noorse kweekzalm. Enkele andere lidstaten van de Europese Unie pleiten ook al voor handelsmaatregelen. Maar minister Schouten wil eerst weten wat de consequenties kunnen zijn voor de visindustrie en de opties van de Europese Commissie horen. ,,Ik zal daarom pleiten voor eerst een haalbaarheidsonderzoek naar mogelijke handelsmaatregelen zodat deze afgewogen en gericht ingezet kunnen worden'', antwoordt Schouten aan de Tweede Kamer.

Dat Noorwegen en ook de Faeröer eilanden en IJsland eigenstandig hun vangstmogelijkheden voor in het bijzonder makreel verhogen, noemt Schouten overigens ernstig. Met hun acties benadelen deze kuststaten de EU-vissers.

De Visfederatie schrijft in een spoedbrief ‘handelsmaatregelen tegen kweekzalm’ aan minister Schouten dat de zorgen rondom de visserijovereenkomsten tussen de EU en kuststaten voor Europese visserijbedrijven duidelijk zijn en het verlies van het MSC-certificaat voor makreel in de markt gevoeld wordt. Dat er druk op Noorwegen wordt gezet is dan ook begrijpelijk.

Tegelijk benadrukt de Visfederatie dat kweekzalm voor Nederlandse verwerkers inmiddels belangrijker is geworden dan platvis. Het is op dit moment zelfs de belangrijkste grondstof voor de visverwerkende industrie in Nederland. Kweekzalm is een groeiproduct. ,,Ook voor logistieke bedrijven in ons land en voor de luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven is sprake van een groeiend economisch belang bij de invoer van Noorse (en IJslandse) kweekzalm. De invoerwaarde van hele zalm, de grondstof voor verwerking, lag in 2020 ruim zeven keer hoger dan in 2012. In de eerste helft van dit jaar is een groei van meer dan 20 procent gerealiseerd ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Kortom, kweekzalm heeft een heel andere waardeketen dan die van wild gevangen pelagische vis zoals makreel en haring’’, aldus Guus Pastoor, voorzitter van de Visfederatie.

Gelet op deze belangen voor regionale economieën en werkgelegenheid bevreemdt het de Visfederatie in hoge mate dat de Nederlandse overheid de bereidheid uitspreekt om de Europese Commissie te laten onderzoeken of handelsmaatregelen op Noorse kweekzalm mogelijk zijn. ,,Terecht heeft u aangegeven de belangen van alle betrokken partijen mee in beschouwing te nemen. Maar de bereidheid om maatregelen tegen kweekzalm te onderzoeken veroorzaakt nu reeds grote onrust in onze zalmverwerkende industrie die volop met nieuwe investeringen bezig is.''

De Visfederatie schrijft solidair te willen zijn met de aanvoerders die getroffen worden door het Noorse beleid. ,,Maar een onevenwichtige afweging van belangen is voor onze sector niet aanvaardbaar. Wij verzoeken u dus met klem om in dit dossier geen koppeling te maken met kweekzalm, een waardeketen die volledig losstaat van de pelagische visserij. Maatregelen gericht op Noorse kweekzalm zullen voor onze leden desastreuze effecten hebben die ook op langere termijn gaan doorwerken. Nederland zal zich in de eigen voet schieten en de prijs daarvoor zal hoog zijn.''

Vorig jaar werd volgens bureau Eurostat circa 875 miljoen kilo hele Atlantische zalm ingevoerd in de EU. Ruim 95 procent daarvan is afkomstig uit Noorwegen, IJsland of de Faeröer.


Zaterdag 27 november

Nationale Kennisdag Visserij in Rotterdam

ROTTERDAM - Zaterdag 27 november 2021 wordt aan de Nieuwe Maas in Rotterdam een Nationale Kennisdag Visserij georganiseerd.

De organisatie is in handen van het kennisplatform Vistikhetmaar en het Onderzoekssamenwerkingsplatform (OSW). De dag staat in het teken van kansen en innovaties, ontmoeting en verbinding.

Thema’s die aan bod komen zijn onder andere: blijven vissen in een drukke Noordzee, selectiviteit, ontwikkelingen in scheepsbouw en samenwerking als sleutel tot succes. Deelnemers kunnen na plenaire sessies voor verschillende programmaonderdelen kiezen.

De locatie van de visserijbijeenkomst is BlueCity, een voormalig tropisch zwembad met uitzicht op de Nieuwe Maas.

Aanmelden kan alvast via de link: https://vistikhetmaar.nl/nationale-kennisdag-visserij/.


Een foto van rond 1908. De IJslandvaart was niet ongevaarlijk. Op IJsland liggen veel Belgische en Franse IJslandvaarders begraven. Tijdens het ‘baaien’, voor proviandering en reparaties (en ...
Expositie in Oostende en bijhorende publicatie

Laatsten der Mohikanen van de IJslandvaart

VEURNE – Er is al veel over geschreven, maar de belangstelling blijft. Want weinig takken van de visserijgeschiedenis spreken zo tot de verbeelding als de IJslandvisserij vanuit Vlaamse havens. Een expositie in de Venetiaanse Gaanderijen in Oostende vertelt het verhaal van het prille begin tot en met de laatste tocht van de IJslandvisser O 129 ‘Amandine’ in 1995.

Opvallend onderdeel van deze expositie zijn de portretten die Stephan Vanfleteren maakte van voormalige IJslandvaarders. ,,Met velen zijn ze niet meer, die maritieme arbeiders langs de kusten van het Land van IJs’’, schrijft Vanfleteren in het boekje dat uitgeverij Hannibal Books uit Veurne uitbracht bij de expositie en waarin de geschiedenis van de IJslandvisserij door de Belgen (en de Fransen) in het kort wordt beschreven. ,,De overgebleven getuigen vechten niet meer tegen de oceaan maar tegen de tijd. Het zijn de laatsten der Mohikanen van onze zee.’’

Naast het bewonderen van de getekende koppen van de oud-IJslandvaarders en het beluisteren van de interviews met zes hen, kan men in de Venetiaanse Gaanderijen een ‘interactieve digitale tour’ maken. De tentoonstelling loopt nog tot 7 november 2021.

Oostende

De IJslandvaart was aanvankelijk, vanaf begin 17de eeuw, een Franse aangelegenheid. Een dikke eeuw later volgde Nieuwpoort. In 1897 voeren maar liefst 187 zeilschepen vanuit Frankrijk naar IJsland. Daarop voeren ook veel Vlamingen. Gaandeweg verplaatste het epicentrum van de IJslandvaart zich naar Oostende, waarvandaan in 1884 de eerste ‘stoomtreiler’ vertrok. Kabeljauw was de hoofdsoort, en werd aanvankelijk gezouten en later vers aangevoerd. Nog tot halverwege de zeventiger jaren bleven de IJslandse visgronden belangrijk voor de Vlaamse visserij.

België was ook het laatste EU-land dat in de IJslandse wateren mocht vissen, nadat de Britten en de Duitsers al in de zeventiger jaren uit deze wateren waren verdreven, maar ook daar kwam een einde aan. Er mochten namelijk geen nieuwe schepen bij komen. Het werd dus een sterfhuisconstructie. In 1995 keerde de O 129 ‘Amandine’ terug uit IJslandse wateren en loste de laatste vangst uit de rijke viswateren van IJsland in de vismijn van Oostende.

De ‘Amandine’ staat nu in Oostende op de kant en is ingericht als museumschip.

Het boxje dat Hannibal Books heeft uitgegeven bevat een boekje van 64 pagina’s met teksten door Martin Heylen, Ineke Steevens en Stephan Vanfleteren en 32 postkaarten met historische foto’s van de IJslandvaart.

Beeld van de omstandigheden waaronder de IJslandvisserij geregeld plaatsvond. Het pakijs is de meest voorkomende vorm van zee-ijs en bestaat uit op elkaar geschoven ijsschollen. Gevaarlijk was de afzetting van ijs, te zien aan de mast, door opstappend buiswater (‘white frost’) of door nevel en mist (‘black frost’). Het schip kon door de ijsafzetting instabiel worden en daardoor zelfs kapseizen. (Foto: Archief van de Vriendenkring van het Noordzee-Aquarium Oostende)

Het ging niet altijd alleen om kabeljauw. Soms werden er enorme vangsten gedaan van ‘roo boonen’ (roodbaarzen), zoals hier op het dek van de O 298 ‘Van Dyck’. (Foto: Archief van de Vriendenkring van het Noordzee-Aquarium Oostende)

Vismijn De Cierk in Oostende, waar de IJslandse vis uiteindelijke belandde. (Foto: Maurice Anthony/Erfgoed Oostende en de kust)