
35 procent mosselvlees, het kan verkeren!
AlgemeenHARLINGEN/YERSEKE – Mosselkwekers werken op de Waddenzee, de Oosterschelde en ook een beetje buitengaats. In de natuur dus, en dat werkgebied is per definitie dynamisch. Geen jaar, geen seizoen is hetzelfde. Nico Laros volgt een willekeurig aantal Zeeuwse kwekers en doet periodiek verslag van hun veelzijdige activiteiten.
In het Visserijnieuws van 18 september 2026 schreef ik in samenspraak met dr.ir. Jeroen Wijsman (WMR) een artikel. Hierin zochten we naar een verklaring waarom de groei van de mosselen achterblijft. Jeroen lanceerde de volgende hypothese, kort samengevat: ‘Hogere energiebehoefte in de zomer terwijl er minder voedsel beschikbaar is door het warme weer (water)’.
Nu krijg ik niet zo heel erg vaak feedback op mijn berichtgeving. Maar deze keer kwam André de Ronde (BRU 27) in de lucht. Hij is het niet eens met deze hypothese, en zoals ik hem ken zal hij dit wel onderbouwen. André stelt: ,,De mosselen die nu niet willen groeien zijn een zwakke jaarklasse. Vanaf het begin in 2024 bleef de groei al achter. Vorig jaar hebben we van hetzelfde perceel 7 in het Inschot, zelfs vanaf hetzelfde vak halfwas verzaaid naar Zeeland van 150 stuks in een bus. Nu in 2026 verzaaien we halfwas van de zaadval 2025 met 85 stuks in een bus. Bijna twee keer zo groot dus! Zelfde perceel en zelfde tijd uitgezaaid en verzaaid naar Zeeland. Ik wijt het aan een zwakke jaarklasse. Maar ik ben nu bijna 50 jaar mosselkweker en ik weet het ook nog niet.’’
Ik heb dit nog even gedeeld met Jeroen Wijsman. Wijsman reageert: ,,Dit is inderdaad een alternatieve hypothese waarom de mosselgroei dit jaar achterblijft. Het is van belang dat er voor groei op het juiste moment voldoende en geschikt voedsel in het water zit. Een groeiachterstand aan het begin van het seizoen kan niet makkelijk worden ingehaald. Het zou goed kunnen dat beide hypothesen waar zijn en waardoor het effect wordt versterkt.’’
Ik weet dat dr.ir. Jacob Capelle (WMR) al jaren onderzoek doet naar de groei van mosselen in de Oosterschelde en de Waddenzee. Ik vraag hem of hij ook een significant verschil in groei heeft opgemerkt. Van Capelle ontving ik vervolgens een behoorlijk gedetailleerd overzicht. Hierin vergelijkt Jacob de mosselgroei in 2026 met de jaren 2017-2025 in de Oosterschelde en de Waddenzee.
Op 24 vaste locaties worden verspreid in beide wateren in het voorjaar mandjes met mosselen in het water gehangen (zie foto). Per locatie drie mandjes, elk mandje heeft twee compartimenten met 40 mosseltjes per compartiment, dus 240 mosseltjes per locatie. De mosselzaadjes hebben in april allemaal dezelfde startgrootte van ca. 3 cm.
Elke maand worden er per locatie 40 mosseltjes uitgehaald, gemeten gewogen etc. Het was elke maand weer een feest om de mandjes te legen. Net als vroeger op de visserij wanneer het net bovenkwam was ik benieuwd wat er deze keer weer bovenkwam. In de afgesloten mandjes vonden we soms puitaal, rooie aal, garnalen, krabben, zeesterren, zelfs een kleine Noordzeekrab en eieren van de zeekat. Heel bijzonder hoe dit erin kan komen.
Maar goed, nu enkele feitelijkheden. De belangrijkste (voorlopige) conclusies van Jacob zijn kort samengevat:
2026 is in de Oosterschelde een slecht groeijaar. De groei ligt hier 13% onder de verwachting en is na correctie voor seizoen en startlengte het op één na slechtste jaar sinds 2017. Alleen 2023 was nog slechter;
De achterstand in de Oosterschelde ontstond vooral in augustus tot september. Ook het vleesgehalte was in juli-augustus uitzonderlijk laag. Ongeveer 26-28% tegenover meestal 31-37%;
In de Waddenzee was de groei gemiddeld. De lengtegroei ligt rond de verwachting en de gewichtstoename 8% erboven. Deze vergelijking is nog wel voorlopig omdat de gegevens slechts tot eind augustus lopen;
Er zijn wel in alle jaren van dit onderzoek grote verschillen tussen de locaties. In de Waddenzee groeien onder andere Oosterom 1B, Oosterom 2 en Meep 12 structureel sneller dan gemiddeld. Slenk 14 en Vlieter 94 groeien aanmerkelijk langzamer;
Er lijkt in de Oosterschelde een mogelijk terugkerend probleem te zijn met zwakke groei laat in het seizoen. In september 2024 en 2025 was de groei zwak.
De cijfers van 2026 zijn nog voorlopig. Vooral voor de Waddenzee kunnen de conclusies veranderen wanneer de laatste meetrondes beschikbaar komen;
Kort gezegd: 2026 verloopt duidelijk slecht voor de mosselgroei in de Oosterschelde. De Waddenzee presteert ongeveer normaal. De belangrijkste negatieve ontwikkeling is de zwakke groei in de Oosterschelde aan het eind van het seizoen.
Tot zover wat kennis over de trage groei.
Mooi visje
Maandagmorgen 5 oktober zie ik in Harlingen de ZZ 10 ‘De vier gebroeders’ bezig met het lossen van big bags met consumptiemosselen. Schipper Joachim Schot vertelt me dat deze mosselen van 160-180 stuk met een vleesgewicht van 30% afkomstig zijn uit het Kabelgat (Meep 4D). De mosselgroei zit er nu lekker in. Het Kabelgat staat erom bekend dat de mosselen daar altijd wat later goed zijn dan in het Oosterom. Maar dit is een mooi visje.
Ik vraag de jongens nog of ze op de foto willen voor het Visserijnieuws. Ja hoor, natuurlijk. Nu zie ik ook Jaap de Waal (BRU 5) aan boord lopen en roep: Jaap (Joep) wil je ook op de foto? ‘Nee hoor’, roept hij terug ‘Ik ga niet op jouw foto. Vroeger was je tegen ons en voor de veugeltjes en noe verdien je aan ons’! Nou ja, ik berust er maar in, je wordt tenslotte ‘vaker overreden door een strontkar als door een gouden koets’, zo luidt een oud spreekwoord. Maar Jaap vond mijn artikel over Sylt wel mooi, dat troost dan weer. Oh ja, de ‘Kabelgatjes’ smaakten heerlijk!
Woensdagmiddag fiets ik in mijn T-shirt nog even over de dijk in Harlingen en zie de YE 157 ‘Cornelia’ met een dikke vracht door het vaarwater Boontjes komen. Met laagwater is het flink omvaren, want ze komen uit de Omdraai, gevist op de kant. En van de Omdraai naar de Wolfshoek is maar een stukkie.
Het zaad is nog redelijk klein, 500 in een bus. Schipper Flip Sinke vermoedt dat het groen op de kant in de Omdraai de groei wel remt. ,,Maar goed, deze vracht van 1.400 mt. hebben we maar weer. Ook het perceel Scheurrak 2 was erg goed dit jaar, die hebben we overgebracht naar Oosterom 1.’’
Werk zat dus, maar dat kan dit werkpaard van Maaskant wel aan.
Schipper Lambrecht Nieuwenhuize meldt vanaf de YE 57 ‘Eben Haëzer’ dat ze de mosseltjes gezaaid op Balgen 60 waarschijnlijk wel terugvangen om te verzaaien. Ze zijn niet erg gegroeid; het water is erg helder, weinig voedsel dus. Lambrecht stuurt nog even een filmpje waarop je de mosselen op de bodem ziet staan. Het water is als jenever.
Tot slot hoor ik dat er voor het eerst sinds jaren consumptiemosselen zijn aangevoerd met een vleespercentage van ca. 35 procent uit de Omdraai. Het kan verkeren!
Nico Laros
laros.nico@gmail.com