
Dagboek Henk Buitjes; Het gaat zeker niet slecht met de natuur
AlgemeenIn week 37 proberen we het nog maar eens op de Eems. Verscheidene collega’s zijn afgelopen weken richting het zuiden en westen gestoomd om daar hun geluk te beproeven, maar wij houden nog maar even vast aan dit visbestek in de hoop op een gelukje. Dit gelukje wil maar niet bij ons aan boord komen, want de vangsten vallen erg tegen. Het is erg rommelig, met veel zeesterren en schelpen in de vangst. De garnalen die we vangen zijn klein, zodat er maar weinig garnalen in het visruim komen.
Van enkele Duitse Eemsvissers en van Johan Rispens, die met z’n TM 19 bij de Dollard vist, horen we positievere geluiden wat betreft vangsten. Het is mooi om te horen, maar wij hebben hier weinig aan, omdat onze visvergunning beperkt is tot de Noordzee en het voor de ZK 37 niet toegestaan is om op het Wad, de Eems en de Dollard te vissen.
Als het donker wordt, zoeken we een ander visbestek op. We proberen het iets noordelijker, in de geuten die richting de botenlijn lopen. Ook hier vallen de vangsten niet mee. Het is wel schoon en de garnalen zijn iets dikker als op de Eems, maar het blijft beperkt tot 60 à 70 kg in twee uur vissen. Net even te weinig.
Overdag proberen we het nog maar eens op de Eems, noord van de lijn tussen de Kaap van Rottum en vuurtoren van Borkum, maar na een paar tegenvallende trekken besluiten we om de tuigen aan dek te zetten en west op te stomen. Alfred heeft contact met de OL 13 die benoorden Ameland ligt en waarvan schipper Christiaan positief is over de vangsten. De garnalen zijn wel heel erg klein, maar het is schoon en dat is ook wat waard.
We vissen door tot vrijdag 11 september en lossen 104 kisten bij de Visafslag Lauwersoog waarvan na het zeven 1.860 kg overblijft. Hiervan bestaat het grootste gedeelte (1.664 kg) uit de kleinste soort en maar 24 kg zijn dikke, categorie 1 garnalen. Het is wachten op een groeispurt van de garnalen, maar bij de huidige hoge zeewatertemperaturen zal dit hoogstwaarschijnlijk nog wel even duren.
Biodiversiteit…
Ondertussen heb ik antwoord gekregen op mijn vraag over de biodiversiteit van de Wadden- en Noordzee van Tobias van Kooten (Wageningen University & Research). Volgens Van Kooten is het verhaal, zoals meestal, genuanceerd. Het beste onderzoek dat we nu hebben over de biodiversiteit in de Waddenzee is volgens Van Kooten: ‘Synthesis of Population Trends Reveals Seascape-Wide Reorganisation of Biodiversity From Microalgae to Birds’ van Happe e.a. Dit is behoorlijk taaie kost en dat klopt ook als ik het lees en probeer te begrijpen. Gelukkig deelt Van Kooten niet alleen het rapport, maar legt het ook uit.
De auteurs concluderen dat veel soorten achteruit gaan, maar ook veel soorten niet, of juist vooruit gaan. Per saldo gaan er iets meer achteruit dan vooruit, een wereldwijde trend waar de Waddenzee in past. Focus je op specifieke groepen, dan verschilt het beeld sterk:
Vogels: duidelijke afname in de laatste 20 jaar
Vis die de Waddenzee gebruikt als kraamkamer: ook een duidelijke afname.
Bodemdieren: gemengd, sommige soorten doen het heel goed, andere minder, maar netto verandert er weinig.
Zeehonden: enorm toegenomen de afgelopen decennia.
Afhankelijk van welke soorten je belangrijk vindt, kun je concluderen dat het heel slecht gaat, of juist heel goed. Een ‘reorganisatie van het ecosysteem’: een grote verandering, maar geen algehele neergang.
De oorzaken zijn niet echt onderzocht; hierover wordt gespeculeerd. Voor vogels zijn er effecten buiten de Waddenzee; er zijn roofdieren die nesten leegeten; overstromingen van broedgebieden en afname van mossel/kokkelbestanden in de jaren 90. Bodemdieren: bodemverstoring (natuurlijk en visserij), meer mobiele soorten, minder vastzittende soorten, toename van uitheemse soorten, opwarming van het zeewater. Voor vis is het moeilijk om oorzaken aan te wijzen en voor zeehonden wordt het stoppen van de jacht gezien als belangrijkste reden van toename.
Voor de Noordzee geldt eigenlijk hetzelfde: gemengd. Hier is geen echte studie die heel grondig en gezaghebbend is. Ook op en in de Noordzee verandert er veel. Actief beheerde vissoorten doen het goed, vogels doen het stukken minder. Bij bodemdieren verandert vooral de samenstelling, niet zozeer het aantal soorten. Zeezoogdieren doen het over het algemeen goed.
Biodiversiteit gaat over de variëteit van soorten, niet zozeer over de hoeveelheid leven. Het wordt vaak uitgedrukt in ‘aantal soorten’ en dat cijfer wordt vooral gedreven door een groot aantal weinig voorkomende soorten die je nauwelijks tegenkomt. De hoeveelheid leven in zee wordt echter niet bepaald door de biodiversiteit, maar door de productiviteit. De Wadden- en Noordzee zijn heel productief: er is veel algengroei die door zoöplankton en bodemdieren worden gegeten en dat levert uiteindelijk vis, vogels en zeehonden op. Zo lang de zon schijnt, het water schoon is en er genoeg nutriënten zijn, blijft er een zee vol leven. De zorg achter de ‘kommer- en kwelverhalen’ zit niet in de hoeveelheid leven, maar in de samenstelling (dat de verscheidenheid afneemt of dat bepaalde soorten het zwaar hebben).
Een ecosysteem is altijd in een wankel evenwicht qua samenstelling. Een koude winter kan nog jaren doorwerken. Herhaalde verstoring duwt die samenstelling een bepaalde kant op. Vind je die richting niet mooi, natuurlijk of passend, dan noem je dat een verslechtering.
Echter, los van die wiebelige samenstelling is het ecosysteem zelf juist ijzersterk. En er is altijd wel een soort die van nieuwe omstandigheden profiteert. Roofdieren leren snel om die soorten te eten en zo blijft de zee vol leven, maar nooit precies hetzelfde. Of het goed of slecht gaat, hangt sterk af van wie je het vraagt en wat je meet. Een afnemende biodiversiteit kan prima samengaan met het beeld van ‘een zee vol leven’. Misschien minder zeldzame soorten en algemene soorten die nóg algemener worden.
Het is een uitgebreid antwoord geworden waar je verschillende kanten mee op kunt. Voor mij is het een bevestiging van wat ik zie: het gaat helemaal niet zo slecht met de natuur in Nederland; niet op het land en niet op zee. Nederland ziet er niet meer zo uit als in 1959, het jaar dat ik geboren ben. Er is vanaf die tijd heel wat gebouwd, gebaggerd en gesloopt, zodat het landschap van toen niet is te vergelijken met de huidige situatie. De Noordzee staat inmiddels vol met windmolens, waarvoor bij iedere fundatiepaal 300.000 ton stenen (bron: DvhN) gestort worden, wat zeker invloed heeft op vogels, vissen, wind- en zeestromingen, maar dat ‘de natuur op omvallen staat’, zoals oud-minister Christianne van der Wal beweerde, is natuurlijk complete onzin. Er zijn thans heel veel succesverhalen in de Nederlandse natuur te vertellen, maar als je steeds de focus legt op soorten en ecosystemen die van nature al weinig voorkomen en het sowieso moeilijk hebben, dan gaat natuurlijk alles bergafwaarts en is het einde in zicht.
Hollandse kust
Voor de planning van de komende visreis overleggen Alfred en ik vaak even in het weekend. Dit gaat dan via whatsapp, telefoon of bij het voetbalveld van vv Zeester in Zoutkamp. Voor week 38 besluiten we om richting de Hollandse kust te stomen om ons geluk daar te proberen. Van Tamme Bolt (ZK 13) en Tijmen Koster (WL 4) heeft Alfred gehoord dat er in week 37 aan het eind van de week goed gevangen is.
Op maandagochtend 14 september stomen we dus west-in richting de Noorderhaaks. Om 10.40 uur zijn we op onze bestemming, zetten uit en vissen zuid-in. We doen trekken van twee uur en iedere keer komt er een leuke box schone garnalen boven. Na een etmaal vissen staan er al 75 kisten garnalen in het ruim, wat zorgt voor blijde gezichten van Alfred en van mij.
Van Tijmen Koster, die kan ruiken waar de garnalen liggen, hoort Alfred dat het bezuiden IJmuiden beter is dan aan de noordkant, zodat we richting de WL 4 vissen. Bij Zandvoort doen we een trek van 10 kisten en later bij Katwijk nog één van 12.
Intussen hebben we contact met Klaas Bouma, de manager van Visafslag Lauwersoog. We kunnen de volgende ochtend, woensdag 16 september, lossen in IJmuiden in een vrachtwagen van Vebatrans, die onze 133 kisten garnalen naar Lauwersoog zal brengen. Klaas heeft de boel in zeer korte tijd goed op de rit in Lauwersoog wat betreft logistiek en het zeefproces van de garnalen. Het is gewoon jammer dat mismanagement en een zwakke directie de afslag de afgelopen jaren veel klanten heeft gekost.
Na het lossen gaan we er gelijk weer uit om aan de zuidkant van de haven uit te zetten. We vissen langs het strand richting Katwijk. In de nacht gaan we iets dieper tot aan de 10 meterlijn. De vangsten zijn zowel overdag als ’s nachts niet meer zo spectaculair als de afgelopen dagen, maar het is nog steeds tot volle tevredenheid.
Op vrijdagochtend 18 september om 07.00 uur staat er op de kade van IJmuiden een vrachtwagen van Spijkerman om onze garnalen (71 kisten) op te halen voor Lauwersoog. Nadat we het visruim hebben gesopt, nieuwe kisten hebben geladen, de netten hebben nagekeken en de motoren hebben gecontroleerd, staat m’n zwager Sjaak al op de kant om ons richting Lauwersoog te brengen waar onze beide auto’s staan.
In het weekend hoef ik mij ook niet te vervelen, want naast de gebruikelijke werkzaamheden, sta ik op zondag 20 september in zoon Harm z’n viskar. Harm heeft deze dag andere verplichtingen en samen met visbakker Robin en kleindochter Lisa moet ik zorgen dat er toch iets verdiend wordt. Lisa neemt de bestellingen op en rekent af, Robin bakt vis en ik beleg de broodjes, pak de bestellingen in en geef het aan de klanten. Het is ander werk dan vissen, maar het geeft wel voldoening, vooral omdat je dit doet voor je zoon en ook de samenwerking met m’n kleindochter is natuurlijk geweldig!
Na een douchebeurt thuis om wat op te frissen, is het al weer tijd om richting Zoutkamp te rijden om Alfred op te pikken. Het rijdt rustig in de nacht, zodat we ruim voor middernacht in IJmuiden zijn. Om klokslag 00.00 uur is het een drukte van belang met uitgaande garnalenschepen. Wij stomen bezuiden de pieren en zetten daar uit. Door de straffe westelijke wind is het water dik, wat de nachtelijke visserij niet ten goede komt.
Overdag vangen we meer dan ’s nachts en de vangst is niet zo goed als in week 38, maar toch zijn we wel tevreden. We nemen op woensdag 23 september een paar uur rust in de haven van IJmuiden en vissen daarna door tot donderdagavond om te lossen in een vrachtwagen van Spijkerman. Nadat we een plekje hebben opgezocht voor de nacht, duiken we de kooi in.
Op vrijdagochtend staat een inspectie van IL&T gepland. Inspecteur Lieke Dekker komt voor het eerst bij ons aan boord voor een inspectie. Zowel voor IL&T en voor ons is het verfrissend om eens een andere inspecteur aan boord te hebben dan dat gebruikelijk is. Mevrouw Dekker heeft geen op- en aanmerkingen, zodat we weer een tijdje vooruit kunnen met onze certificaten.
Na de inspectie stappen we snel in de auto. Voor de CIV moet ik als bestuurslid eerst naar de notaris om samen met medebestuurders Harold Broere (ZK 5) en Lammert Bolt (ex-ZK 14) een handtekening te zetten; daarna is het richting Lauwersoog voor een ledenvergadering van de CIV. Van de 200 leden is er maar een zeer klein gedeelte aanwezig tijdens deze vergadering.
Ondanks de sanering van afgelopen jaar kunnen er zwarte cijfers geschreven worden. De reorganisatie en het inspelen op maritieme ontwikkelingen in en rond Lauwersoog en Harlingen door de CIV werpt z’n vruchten af. Directeur Bert Meijer en z’n team krijgen hiervoor alle lof van het bestuur en de aanwezige leden.
Henk Buitjes, ZK 37
henkbuitjeszk37@online.nl