H Nog steeds onduidelijkheid over verplichte training voor brandbestrijding
H Nog steeds onduidelijkheid over verplichte training voor brandbestrijding Lub Post

Zaak over vaarbevoegdheidsbewijzen doorverwezen

Algemeen

UTRECHT - Op dinsdag 22 september vonden er twee rechtszittingen plaats in het geschil tussen de vissers en de Minister van I&W. Er kwam nog geen duidelijkheid over de vraag of de trainingen brandbestrijding voor gevorderden en reddingmiddelen rechtmatig zijn, die sinds 2019 verplicht zijn voor vaarbevoegdheidsbewijzen (VBB) op basis van het diploma SW5.

Eerst werd de zaak behandeld van Gerrit de Boer (UK 112), die vernieuwing van zijn VBB schipper tot 60 meter had aangevraagd. Zoals de rechtbank al eerder in de uitspraak van Tromp Post (UK 177) had bepaald, hoefde op grond van de oude wetgeving voor deze vernieuwing de twee trainingen niet gevolgd te worden. De Boer had inmiddels zijn nieuwe VBB al gekregen, maar de minister had zijn besluit tot afgifte van dit VBB niet gemotiveerd. ,,Dat is een formeel maar belangrijk puntje, omdat uit de motivering moet blijken dat de eerdere weigering om het VBB af te geven onrechtmatig was”, aldus Fokko Snoek van Quality Sailing, die de CPO-Urk/VisNed en de vissers juridisch bijstaat in deze zaak.

De rechter doet binnen zes weken uitspraak over de vraag of de minister zijn beslissing alsnog moet motiveren. ,,Uit de zaken van Post en De Boer is inmiddels wel duidelijk geworden dat volgens de wetgeving die gold vóór 1 juli 2025 de trainingen niet verplicht waren voor het VBB van schipper zeevisvaart tot 60 meter. Omdat voor het VBB stuurman-werktuigkundige tot 3000 kW de trainingen ook niet verplicht zijn, hadden alle vissers met die combinatie van VBB kunnen varen zonder de trainingen te hoeven volgen. Dat gold onder de oude wetgeving. De vraag hoe de situatie ná 1 juli 2025 eruitziet kwam in de tweede zaak aan de orde.”

Nieuwe wetgeving

Die zaak had betrekking op de aanvraag van een VBB van Jan Koffeman (UK 284) als schipper tot 60 meter en stuurman-werktuigkundige alle vissersschepen. ,,Op deze aanvraag is de nieuwe wetgeving van toepassing die op 1 juli 2025 van kracht is geworden. De rechter worstelde met een hoop vragen, onder meer of het verplicht stellen van deze trainingen volgens de wet eigenlijk wel mocht; of die verplichting wel duidelijk uit de letterlijke tekst bleek; of in het verleden door de minister wel goed onderbouwd was waarom deze trainingen nodig waren. Te meer omdat de installaties en uitrusting waarmee bij deze trainingen geoefend wordt nooit aanwezig zijn op een vissersschip. Is die verplichting dan wel redelijk, zeker in verhouding tot de kosten en inspanningen die ermee gemoeid zijn.”

Volgens Snoek waren de antwoorden van de minister beslist niet overtuigend. ,,Zo moest de minister erkennen, in tegenstelling tot wat hij tot dan toe had gezegd, dat voor kottervissers de trainingen vóór 1 april 2019 nooit verplicht waren. Ook gaf hij toe dat de verplichting deze trainingen te volgen niet rechtstreeks volgt uit internationale verdragen, zoals het STCW-F verdrag, maar dat het de eigen invulling van de minister is om aan bepaalde competentie-eisen uit het STCW-F verdrag te voldoen.”

Het was voor de rechter allemaal zó verwarrend dat zij besloot de zaak aan te houden en de zaak vanwege de complexiteit en principiële vragen voor te leggen aan een “meervoudige kamer” die uit drie rechters bestaat. Hier kunnen alle partijen hun standpunten nog een keer toelichten. Het blijft dus nog even onduidelijk of de trainingen voor verlenging van het VBB nodig zijn en of die training ook in de huidige opleiding meegenomen moet worden. De kwestie VBB wordt dus vervolgd.