
Bijzondere uitnodiging naar Sylt…
AlgemeenHARLINGEN/SYLT – Kosten noch moeite werden gespaard om Nico Laros op Sylt te krijgen om aldaar de mosseloogst van Leuschel te laten aanschouwen. Laros ging dankbaar op de uitnodiging in en kwam met een goed verhaal terug.
Soms krijg je een bijzonder telefoontje. Dat gebeurde me op een mooie woensdag deze zomer. Adriaan Leuschel (WYK 1, 2, 3, 6, 8, 9) vroeg of ik de volgende dag mee wilde naar het Duitse Waddeneiland Sylt. Er gaat een acht-persoons privévliegtuig van Schiphol-Oost naar Westerland op Sylt. Er is nog één plekje over, dus je kunt mee. Nou dat is niet tegen dovenmansoren gezegd. Ik zeg ook snel ja.
De volgende morgen rij ik van Harlingen naar Schiphol-Oost. Er staat een aantal dranghekken met daarachter jonge meiden met hun telefoons in de aanslag. Ik dacht nog even in mijn onschuld: hoe weten die meiden zo snel dat ik naar Sylt ga? Maar helaas, ze kwamen voor de wereldberoemde coureurs die van hun privéjet onderweg zijn naar de laatste Formule-1 races in Zandvoort. Ik rij een illusie armer door de slagboom, meld me en loop naar binnen.
Niks geen rij met dringende naar zweet ruikende mensen. Nee, een jonge vrouw in een keurig pak komt naar me toe met de vraag: wat kan ik voor u doen? Nou, ik ben onderweg naar het eiland Sylt. Loopt u maar met me mee. Ik kom in een lounge waar mijn medepassagiers al zijn. Ik stel me voor en wordt hartelijk ontvangen door wat later Cor van Zadelhoff bleek te zijn. Een vastgoedhandelaar uit de Quote-500. Maar dat laat hij die dag geen moment merken. Ook de anderen, allemaal geslaagde ondernemers, nemen mij gelijk op in de groep. Van Zadelhoff had speciaal voor dit uitje een privéjet gehuurd.
Cor werpt zich gedurende de dag op als padre de familia, waar overigens niemand bezwaar tegen lijkt te hebben. Het is gezellig ‘jongens ouwe krentenbrood’. Ze luisteren de hele dag aandachtig naar mij als ik hen het mosselverhaal vertel van larve tot consumptiemossel.
Binnen 45 minuten vliegen we met een Cessna Citation XLS van Jet Aviation van Amsterdam naar het vliegveld Westerland op Sylt. Duidelijk is vanuit de lucht te zien dat het een smalle strook eiland is met relatief weinig bebouwing. Grotendeels bestaand uit duinen en wat lage begroeiing en vooral rondom water.
500 ha percelen
Zodra we geland zijn staat er een luxe taxibusje gereed die ons naar de haven van Hörnum brengt. We drinken koffie en schepen even later in op de WYK 9 ‘Simon-Alexander’, vernoemd naar de twee zoons van Adriaan. Deze imposante mosselkotter brengt ons eerst langs de mzi-installaties waar de WYK 8 ‘Wattenlaufer’ de netten aan het oogsten is met het systeem van EasyFarm.
Het weer is goed met weinig wind. Adriaan vertelt: ,,De oogst dit jaar is goed en het zaad wordt uitgezaaid op een van de percelen die wij tot onze beschikking hebben. Totaal beschikken wij over 500 ha. mosselpercelen. Het zaad gaat naar speciale locaties, waar het gedurende het eerste jaar tot wasdom komt. Daarna wordt het verzaaid naar zogenaamde halfwaspercelen, waar het een jaar verblijft. In het derde jaar worden de mosselen nog een keer verplaatst naar de consumptiepercelen net buiten de haven van Hörnum. Deze percelen liggen beschut achter het eiland. Het eerste vloedwater vanaf de Noordzee komt over deze percelen, daarom is de groei er bijzonder goed. Hierna worden ze als grote 3-jarige mosselen verkocht, waar onze zuiderburen voor in de rij staan. We mogen overigens geen mosselzaad meer opvissen vanaf de bodem. Ook het vissen in de Noordzee bij het Horns Rif is niet langer meer toegestaan. We mogen geen zaad vanaf de Noordzee uitzaaien in de Waddenzee. We zijn dus 100% afhankelijk van de invang.”
Na ons bezoek aan de WYK 8 doen we nog een trek met de WYK 9 op consumptiemosselen. De afkorting WYK staat voor Wyk auf Föhr. Ook de WYK 3 ‘Trijntje’ vist in de buurt. We trekken er na een kort sleepje een mooi pak mosselen in. Wel wat pokken erop, maar er zitten ook kleine zeesterretjes op de zogeheten pokkenvretertjes, niet verkeerd dus. De big bags worden gevuld met grote mosselen van 120 stuks. Totaal staan er 22 zakken in het ruim met elk een inhoud van 1.200 kilo. Per dag vertrekken er vier of vijf vrachtwagen naar AquaMossel-Triton te Yerseke. Het verhaal over deze Zeeuwse fabriek volgt later nog eens.
Alexander Leuschel (27) – zoon van Adriaan - die zelf ook schipper is en tevens vlootmanager van de zes schepen vertelt: ,,We hebben Duitse en Poolse schippers en ook een Nederlandse schipper uit Harlingen. Ook de bemanningen hebben diverse nationaliteiten. We werken 7 dagen per week in een cyclus van 2 weken op en 2 weken af. Ik woon zelf op Sylt en als ik vrij ben ga ik veel duiken om te zien hoe de mosselen erbij staan op de percelen. We hebben dit jaar ook een uitzaaiproef gedaan met heel fijn mzi-zaad van 17.000 stuks in een busje. Maar hier kwam niets van terecht. Zo blijven we wel zoeken naar een optimaal rendement van ons zaad en percelen. Binnen de 500 hectare percelen die we beschikbaar hebben mogen we zelf schuiven (bakens verzetten). Onze vergunning loopt tot 2043, zo hebben we wel zekerheid.”
Buiten de lijntjes
Vandaag vaart de Duitse schipper. Intussen varen we in no time de haven van Hörnum weer binnen en meren af. We schuiven op de haven aan bij het restaurant ‘Sylter Muscheln Bistro’. Ik zie dat zich een nieuwe man bij ons gezelschap heeft gevoegd. Ik stel me voor en ik hoor gelijk een onvervalst Yersekes accent ‘jie kenne me wé, Jan Schot’. Oh, van de YE 91 ‘Adriaan’ flap ik er gelijk uit.
Jan kleurde, om het maar netjes te zeggen, nogal eens buiten de lijntjes. En zo was het aan mij als opziener destijds om de lijntjes weer uit te gummen. Maar ik moet eerlijk zeggen, we hebben elkaar steeds met respect behandeld. Een kat en een muis in een pakhuis, Soms wint de kat en soms de muis. Een leutig weerzien.
Nu runt Jan runt het restaurant van hem en Adriaan op de haven van Hörnum. En zo te zien doet hij het goed, want het is er smoordruk met mosselen-, vis- en vleesetende gasten. Hij laat me vol trots een mossellijntje zien die hij via Machinefabriek Bakker uit Yerseke heeft opgebouwd achter het restaurant. Verwateren, sorteren, ontbaarden en weer verwateren; het doet het allemaal. Vers helder zeewater zuigt hij met een lange slang net buiten de haven op. Eigenlijk een kleine ‘pupe van Bliek’ die uit de Oosterschelde water brengt naar de verwerkingsbedrijven in Yerseke. Jan is duidelijk is zijn nopjes in deze rol. Varen doet hij niet meer.
Sansibar
We verplaatsen ons na de lunch naar restaurant Sansibar, een grote strandtent in de duinen. Volgens de kenners móet je hier geweest zijn. We drinken wat en nemen afscheid van Adriaan die hier blijft en vertrekken naar het vliegveld.
Omstreeks 20.30 uur staan we weer op Nederlandse bodem. Een enerverende dag, die ik graag met de lezers van Visserijnieuws deel. De rest van het verhaal - hoe Adriaan Leuschel nu eigenlijk aan deze goede kweekgrond is gekomen - volgt later nog eens.
Nico Laros