
Goed nieuws over tarbot en griet
AlgemeenIJMUIDEN - Drie boomkorkotters nemen tot begin oktober deel aan de bedrijfssurvey voor tarbot en griet, een onderzoekssamenwerking tussen de visserijsector en Wageningen Marine Research. Dit jaar is het achtste jaar van de survey, die in 2026 wordt uitgevoerd door de TX 1 (afgelopen week), UK 237 (volgende week) en UK 284 (week 40). Inmiddels worden de verzamelde gegevens door ICES gebruikt om nauwkeuriger vangstadvies te kunnen geven. Onderzoekers Michiel Dammers en Lennert van de Pol over de totstandkoming van deze samenwerking en de waarde van de survey voor het werk van ICES.
Tarbot en griet zijn waardevolle bijvangstsoorten in de boomkorvisserij op tong en schol. Van beide soorten is Nederland in de Noordzee goed voor ongeveer de helft van de totale vangsten. De quota voor deze soorten worden door de Europese Visserijraad in samenspraak met Britse tegenhangers vastgesteld op basis van vangstadvies door ICES, de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee.
Voor de belangrijkste doelsoorten, tong en schol, leveren de wetenschappelijke surveys zoals de internationale Beam Trawl Survey (BTS), Demersal Young Fish Survey (DYFS) en Sole Net Survey (SNS) belangrijke informatie over de stand van de populaties – zowel de omvang van het bestand als de leeftijdsopbouw. Deze surveys vangen echter relatief weinig tarbot en griet, waardoor het voor onderzoekers van ICES lastig is om de ontwikkeling van de bestanden nauwkeurig te volgen.
Om dit gat in de kennis te dichten, werd vanaf 2018 verkend of een survey uitgevoerd op bedrijfsschepen een werkbare optie was. Het idee hierachter is dat de vangbaarheid van tarbot en griet van grote boomkorkotters een stuk hoger ligt dan van wetenschappelijke surveys. Het vistuig is breder en er wordt met hogere snelheden gevist, waardoor een groter oppervlakte wordt bevist en vooral volwassen tarbot en griet minder makkelijk ontsnappen.
Opzet
Bij een wetenschappelijke survey wordt verspreid over een afgebakend gebied jaarlijks zo gestandaardiseerd mogelijk gevist, wat wil zeggen dat er altijd met gelijke tuigen, snelheden en trekduren gevist wordt. De vangst wordt vervolgens helemaal uitgezocht en van de belangrijkste soorten worden gegevens verzameld zoals lengte, gewicht, paairijpheid en leeftijd. Hierdoor kunnen verschillen tussen de jaren een statistisch robuust beeld geven van de trend van de populatiegrootte. De opzet van de bedrijfssurvey voor tarbot en griet is daarin niet anders.
Het gebied waarin de bedrijfssurvey wordt uitgevoerd is gebaseerd op aanvoergegevens van tarbot en griet en visgronden van de deelnemende kotters. Nadat gesloten gebieden zoals windparken en natuurgebieden zijn uitgesneden, is het gebied verdeeld in rastercellen van 5 bij 5 kilometer. Ieder jaar worden 60 van deze cellen willekeurig gekozen en verdeeld over de deelnemende kotters. De schippers controleren vervolgens of deze stations allemaal bevisbaar zijn en plannen routes langs alle stations. De enige eisen daarin zijn dat de trek start binnen de rastercel en dat er overdag gevist wordt. Tussen de surveystations door wordt zoveel mogelijk gewoon gevist.
Iedere week gaan twee opstappers van Wageningen Marine Research of de Nederlandse Vissersbond mee, die iedere trek alle tarbot en griet verzamelen, meten en wegen, en van een deel van de vissen de otolieten (gehoorsteentjes) verzamelen. Deze otolieten hebben groeiringen en kunnen later, in het laboratorium, afgelezen worden om de leeftijd van de vissen te bepalen.
Verloop afgelopen jaren
Inmiddels is de survey al zeven keer uitgevoerd. De eerste jaren werden gefinancierd uit het EMFAF-project Onderzoekssamenwerking 2.0. Toen dat in 2023 afliep is de financiering tijdelijk overgenomen door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, en inmiddels is de survey ondergebracht onder de wettelijke onderzoekstaken (WOT), waar bijvoorbeeld ook de marktbemonstering op visafslagen en wetenschappelijke surveys zoals de BTS onder vallen. Dit biedt meer zekerheid dat de survey ook in de toekomst gefinancierd is.
Voor zowel de bemanning van de deelnemende kotters als de onderzoekers wordt de bedrijfssurvey steeds meer routine, maar helemaal voorspelbaar is het werk, zoals dat wel vaker is op zee, nooit. Door de coronamaatregelen konden in 2020 bijvoorbeeld geen waarnemers mee aan boord, waardoor de survey noodgedwongen door de bemanning van de kotters zelf moest worden uitgevoerd. Zij visten alle stations af zoals gepland en verzamelden de tarbot en griet in de vangst. Onderzoekers van WMR ontvingen de vangst bij terugkomst in de afslag, waar alle nodige metingen gedaan werden. Hierdoor ligt er nu een werkplan voor het zelfstandig uitvoeren van een survey, mochten er, om wat voor reden dan ook, geen waarnemers mee kunnen aan boord.
Een bijkomstigheid van het vissen op willekeurig geselecteerde locaties is dat je soms ook op bestekken komt die de schippers onbekend zijn. In 2021 leidde dit bijvoorbeeld tot een vangst die na 10 minuten gehaald moest worden door het grote aantal mosdiertjes – ‘bloemetjes’ – in de kuilen. De zakken kwamen met de grootste moeite aan boord, en het levert ook nog eens geen bruikbare gegevens op.
De onderzoekers worden jaarlijks gastvrij ontvangen aan boord, waar de sfeer goed is en de bemanning de onderzoekers graag een handje helpt. Ook het eten aan boord bevalt goed, zoals Schol op Urker recept of gebakken tongen, en bij goed weer is er zelfs wel eens gezwommen.
Gebruik data door ICES
Al die gegevens worden verzameld met het oog op het verbeteren van de bestandsschattingen van tarbot en griet. Het vangstadvies voor tarbot en griet wordt afgegeven door de ICES Working Group on the Assessment of Demersal Stocks in the North Sea and Skagerrak (WGNSSK).
Voordat een tijdserie meegenomen kan worden in een bestandsschatting door ICES, moet er eerst vijf jaar aan data verzameld zijn en moet de wetenschappelijke kwaliteit gewaarborgd zijn. Tijdens de eerste jaren van de survey was het dus allerminst zeker dat de gegevens ook gebruikt zouden worden. De bedrijfssurvey voor schol en tong die tussen 2011 en 2015 werd uitgevoerd, bleek bijvoorbeeld hetzelfde beeld over de populaties te geven als de BTS, waarna de survey is stopgezet.
De vuurproef voor de bedrijfssurvey voor tarbot en griet kwam begin 2025 tijdens een speciale vergadering van de ICES-werkgroep om het bestandsschattingsmodel voor tarbot te herzien, een zogeheten benchmark-vergadering. Inmiddels was zes jaar aan data uit de bedrijfssurvey beschikbaar en was er voldoende vertrouwen in de kwaliteit van de gegevens, waardoor besloten werd de tijdserie van de bedrijfssurvey op te nemen in het model.
De informatie van de bedrijfssurvey bleek van grote toegevoegde waarde voor de kwaliteit van de bestandsschatting. In het oude model werd een tijdserie gebruikt van de vangstefficiëntie van de gehele Nederlandse boomkorvloot zonder leeftijdsinformatie. Hoewel dit belangrijke informatie was om het model te sturen, brengt dit soort visserij-afhankelijke informatie risico’s met zich mee. Er is immers geen sprake van een standaard-opzet zoals bij een wetenschappelijke survey, en veranderingen in de vangsten betekenen niet per se veranderingen in de populatie. De keuzes die vissers maken om zich op een bepaalde doelsoort te richten of technische innovaties kunnen deze trends ook beïnvloeden. Voor het bestandsschattingsmodel voor tarbot bood de bedrijfssurvey genoeg informatie over de trends in de populatie, waardoor die tijdserie van de boomkorvloot niet meer nodig was.
Bestandschattingsmodellen wordt gebruikt om een voorspelling te doen van hoe het bestand zich gaat ontwikkelen in de komende jaren. Een goede aanwas van jonge vis vorig jaar betekent bijvoorbeeld dat deze vissen volgend jaar volwassen zijn en bevist kunnen worden, wat dus leidt tot een hoger vangstadvies. Visserijwetenschappers gaan daarbij uit van het voorzorgsprincipe: hoe zekerder we zijn van de visstand, hoe hoger het advies kan zijn.
In tegenstelling tot tarbot worden de gegevens van de bedrijfssurvey nog niet gebruikt voor de bestandsschatting van griet omdat de tijdserie nog niet lang genoeg was toen het bestandsschattingsmodel voor het laatst herzien werd, maar de ambitie is wel om deze data ook voor griet mee te nemen.
Toestand bestand
Zowel tarbot als griet staan er volgens de berekeningen momenteel goed voor, met al enkele jaren op rij een groei van de paaibiomassa, en als gevolg daarvan ook een toename van het vangstadvies. De benutting van het quotum is laag, slechts 60% voor tarbot en 40% voor griet, waarin we ook duidelijk het effect van de kottersanering terugzien. De visserijsterfte ligt onder het niveau van de maximaal duurzame oogst (MSY).
Uit de bedrijfssurveygegevens blijkt ook dat de aanwas van jonge tarbot in 2025 een van de beste van de afgelopen 40 jaar was. Goed nieuws dus, voor zowel de populatie als voor vissers.
Prettige samenwerking
De bedrijfssurvey tarbot en griet is een mooi voorbeeld van een succesvolle samenwerking tussen de visserijsector en het onderzoek, die leidt tot betere wetenschap en robuuster vangstadvies. De toewijding van de deelnemende kotters is daarvoor onmisbaar.
Michiel Dammers
Lennert van de Pol
Vragen over de bedrijfssurvey of de bestandsschatting van tarbot en griet? Neem contact op met de auteurs: