
Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 32 - 2026
AlgemeenWeek 28 wordt een kort visweekje voor ons. Het is vakantietijd en zowel Alfred als ik gaan op vrijdag 10 juli weg voor een welverdiende (vinden we zelf) vakantie. Alfred gaat met Thijs en Siem naar Denemarken (kleindochter Lisa is na haar VMBO-diplomering vertrokken naar de VS voor een bezoek aan onze dochter Janneke, die daar woont) en m’n vrouw en ik gaan richting de Engelse oostkust.
Beide jongens willen graag mee te vissen voordat ze richting Denemarken vertrekken, maar Siem haakt op het laatste moment af omdat de vrij krachtige noordelijke wind waarschijnlijk zal zorgen voor een slingerend schip. Thijs is onverschrokken, maar ondanks z’n onverschrokkenheid ligt hij door het vele geslinger meer in z’n kooi dan dat hij aan dek kan zijn. De visserij is net als de weken er voor goed: af en toe dikke boxen met kleine garnalen. De wind blijft uit de noordhoek waaien, dus het blijft slingeren. Niet eerder dan woensdag 8 juli wordt het iets stiller en neemt het geslinger af. Hier hebben we echter niet veel profijt van omdat we naar binnen gaan om te lossen en het schip een goede sopbeurt te geven.
De lege kisten die na het lossen nog in het visruim staan, halen we uit het ruim en stallen deze in de Visafslag Lauwersoog. Met Maarten van Master Composites uit Emmeloord heb ik afgesproken dat de visruimvloer wordt voorzien van een nieuwe antisliplaag tijdens onze vakantie. Na een grondige sopbeurt kan het ruim nog een paar dagen lekker drogen voordat de mannen van Master Composites los kunnen.
Samen met z’n broer Siem, die inmiddels door z’n moeder naar Lauwersoog is gebracht, kan Thijs helemaal los gaan tijdens het soppen, wat aan het eind van de dag goed is te zien. Zelf geef ik beide hulpmotoren nog een beurt, ververs de olie en breng nieuwe filters aan. Tijdens onze vakantie zal Jochem Jongsma van beide hulpmotoren de kleppen stellen en van de JCB tevens nieuwe verstuivers plaatsen. Van de Scania-hoofdmotor ververs ik de olie de volgende dag, op donderdag, en vervang de gas- en smeeroliefilters, zodat we na de vakanties met schone motoren ter visvangst kunnen.
Southwold
Op vrijdag 10 juli vertrekken m’n vrouw en ik op tijd richting Hoek van Holland om met de middagboot naar Harwich te vertrekken. Na een overtocht van ruim zes uur, komen we rond 20.00 uur Engelse tijd aan in Harwich. Dat het Verenigd Koninkrijk niet meer lid is van de EU merken we bij de douanecontrolepost op het haventerrein. Het duurt en het duurt, maar uiteindelijk na bijna een uur kunnen we op zoek naar onze eerste pleisterplaats, die op enkele minuten rijden van de veerhaven ligt.
De volgende dag rijden we, na een Full English Breakfast, via de zuidoever van de River Stour en de brug over deze rivier bij Manningtree, noordoost richting Southwold aan de monding van de River Blyth. Dominant aanwezig in deze kustplaats zijn de vuurtoren en de Adnams brouwerij, de grootste werkgever van de stad. Visserijactiviteiten vinden plaats in Southwold Harbour dat ongeveer een mijl stroomopwaarts aan de rivier ligt. De huidige vloot van Southwold is nog maar een fractie van wat het ooit was en bestaat voor het grootste gedeelte uit kleine vaartuigen die binnen de 3 mijl op krab en kreeft vissen. Na een wandeling door de stad en wat gesprekken her en der, vervolgen we onze reis langs de Engelse oostkust.
Lowestoft
Onze route ligt niet geheel vast en wordt bepaald door de overnachtingsplaatsen en de autokaart die we bij ons hebben en waar we lukraak wat kustplaatsen aankruisen. Zo komen we via de meest landelijke weggetjes aan in Lowestoft. Ooit een bloeiende visserijgemeenschap met een vloot van wel meer dan honderd schepen, waarvan het merendeel bestond uit grote kotters, de zogenaamde ‘sidewinder trawlers’. Van deze grote vloot is weinig tot niets meer te zien; de haven ligt vol met pleziervaartuigen, met hier en daar een kleine krab- en kreeftenvisser. De lokale vishandelaren adverteren nog wel met ‘Local caught fish’, maar de meeste vis die wordt verkocht komt uit havens als Newlyn en Brixham, of is importvis. De stad zelf is niet echt bruisend te noemen; er is veel vergane glorie.
Opvallend zijn de grote aantallen drieteenmeeuwen die broeden op de richels en in de kozijnen van de Victoriaanse gebouwen in het centrum van de stad. Dit zorgt voor veel overlast (meeuwenpoep) in de straten, maar omdat de drieteenmeeuw beschermd is mogen ze niet verjaagd worden. Een alternatieve nestplaats die voor de meeuwen is gebouwd valt schijnbaar niet in de smaak, want de vogels houden stug vast aan hun raamkozijn.
Zijtrawler museumschip
Als we nog snel even over de haven lopen, zien we de contouren van een kotter. Het is de oude zijtrawler LT 412 ‘Mincarlo’, die nu als museumschip fungeert. Op het achterdek van de ‘Mincarlo’ zitten twee al wat oudere mannen die ons uitnodigen aan boord te komen. Op de vraag of we een rondleiding willen over het schip is het antwoord natuurlijk positief.
Oud-visserman Barry Baxter neemt ons figuurlijk bij de hand en leidt ons rond. Barry is 82 jaar en heeft ruim dertig jaar gevist op een zijtrawler zoals de ‘Mincarlo’. Hij begon te vissen toen hij 16 jaar was en vertelde dat de verdiensten op zee veel beter waren dan aan de wal. Vol trots vertelt hij dat hij het vrijstaande huis, waar hij nu nog steeds in woont, heeft verdiend met vissen.
Kotters zoals de ‘Mincarlo’, gebouwd in 1962 bij Brook Marine Ltd. in Lowestoft voor de Fishingcompany W.H. Podd Ltd., eveneens uit Lowestoft, zijn zogenaamde zijtrawlers. Uitzetten en binnenhalen gebeurde vanuit de zij, aan stuurboord of bakboord. De vangst bestond voornamelijk uit schol, gevangen op of rond de Doggersbank. Nadat de lier het net bij het schip had gehaald werd het net met de handen over de verschansing gehaald, waarna de staart met de lierkop werd overgedraaid aan dek. Na het dichtknopen van de staart werd alles weer overboord gezet, waarbij rekening gehouden werd met de stroming, de windrichting en de draairichting van de schroef.
Barry demonstreert ons hoe het net met de hand aan dek werd getrokken en drukt mij hierna een boetnaald in de handen om een scheur in het net te maken. Tot z’n verbazing lukt het mij dit met een paar steken dicht te krijgen, waarna er een lampje gaat branden bij de oud-visserman. ,,You are a fisherman!’’, zegt Barry. M’n vrouw en ik lachen en bevestigen z’n opmerking door de ZK 37 te laten zien op een van onze telefoons.
Nu gaat Barry helemaal los en vertelt honderduit over z’n leven als visserman en zeevarende. Want nadat de meeste reders hun schepen hadden verhuurd als wachtschip aan vooral Amerikaanse oliemaatschappijen, die op het Engelse deel van de Noordzee naar olie en gas gingen boren in de 80-er jaren van de vorige eeuw, bleef er weinig over van de visserijvloot van Lowestoft en van de werkgelegenheid op deze vloot. Afnemende visbestanden in de kustwateren en het te lang vasthouden aan een traditionele manier van werken, hebben gezorgd voor een verdere afname van de visserij in deze eens welvarende visserijgemeenschap.
King’s Lynn
Na Lowestoft gaan we verder noord-op naar Sheringham en ons uiteindelijke doel voor deze dag: King’s Lynn. Sheringham had ooit (eind 19de en begin 20ste eeuw) een vloot van 200 schepen. Er werd voornamelijk op krab, kreeft en wulken gevist, maar ook met hoekwant op kabeljauw en met de vleet op haring. Van de gevangen vis, schelp- en schaaldieren ging bijna alles richting Londen. De huidige vloot bestaat uit niet meer dan een handvol open bootjes, waarmee in de kustzone op krab en kreeft wordt gevist. Het huidige Sheringham is een toeristische trekpleister van jewelste, met alles wat je ook in de meeste andere Engelse kustplaatsen ziet, maar voor ons iets om snel aan voorbij te gaan. Grappig is echter wel de foto van de inmiddels niet meer actieve Urker kotter UK 129 die prominent in de etalage hangt van de ‘Sheringham Trawlerman’, een fish & chips-shop.
In King’s Lynn heeft m’n vrouw twee overnachtingen geboekt, zodat we hier ruim de tijd hebben om deze plaats te verkennen. Nadat we intrek hebben genomen in ons appartement, lopen we nog even richting de sluis en de kade van de River Great Ouse voor een eerste indruk. Aan de kade liggen vier garnalenkotters, waaronder de LN 91 ‘Portunus’, de ex-ZK 2 met dezelfde naam.
Yske Nienhuis verkocht zijn ZK 2 in 1987 aan Heiploeg, die het schip heeft ingezet om de garnalenvisserij in The Wash, een baai aan de Engelse oostkust, verder te ontwikkelen. Nog datzelfde jaar werd de ZK 2 overgevaren en nadat het als LN 91 in het Engelse visserijregister was geregistreerd, werd er door Yske, zijn zoon Onne en mijn neef Thijs Buitjes met de ‘Portunus’ gevist in The Wash. Yske en Onne hielden het niet erg lang vol, maar neef Thijs heeft zich na een aantal jaren heen en weer pendelen tussen Zoutkamp en King’s Lynn definitief gevestigd in Engeland.
De haven van King’s Lynn is een getijdenhaven en het is nu niet voor te stellen dat King’s Lynn ooit (in 1200) de derde haven van Engeland was. Via de rivier Great Ouse, die bij King’s Lynn uitmondt in The Wash, kon er handel worden gedreven met diverse Europese Hanzesteden, wat heeft gezorgd voor welvaart in het toenmalige King’s Lynn en omliggende graafschappen. Tegenwoordig is King’s Lynn nog altijd een haven waar handel wordt gedreven, coasters aanlanden en industrie is gevestigd. De aanwezige visserij vindt plaats in The Wash en bestaat voornamelijk uit kokkel-, garnalen- en wulkenvisserij.
Tijdens ons verblijf is er sprake van weinig activiteit op de schepen. Zo te zien aan de verfblikken aan dek is dit het moment voor groot onderhoud. De schepen die wel actief zijn, houden zich op dit moment voornamelijk bezig met de kokkelvisserij. Aan de rand van de stad, aan het Alexandra Dock, ligt een aantal garnalen- en kokkelvaartuigen voor de fabriek van Lynn Shellfish. Een aantal pleegt onderhoud, andere hebben kokkels gelost die in de fabriek worden gekookt en verder verwerkt. Dit bedrijf van de familie Williamson verwerkt en verhandelt garnalen, kokkels en wulken. De garnalen gingen tot voor een aantal jaren naar Heiploeg, maar nadat Van Belzen de garnalen een tijdje heeft afgenomen, gaan de garnalen sinds een dik jaar naar Kegge. Een ander bedrijf dat ook schelp- en schaaldieren verwerkt in King’s Lynn en waarvan de garnalen ook richting Nederland (Klaas Puul) gaan, is John Lake Shellfish Ltd.
Grimsby
Op maandag 13 juli verlaten we King’s Lynn en rijden rond de Wash via Boston en Skegness naar Cleethorpes waar onze volgende stop is. Cleethorpes heeft geen visserijhistorie, maar het nabij gelegen Grimsby des te meer. Zo rond 1950 was Grimsby de grootste en drukste visserijhaven ter wereld. Door het steeds verder uitbreiden van de Exclusieve Economische Zone rondom IJsland tot uiteindelijk 200 mijl door de IJslandse regering, kwamen de visserijactiviteiten van andere landen met een IJslandvisserij, zoals Engeland, België en Duitsland, in de problemen. Deze periode van kabeljauwoorlogen tussen Engeland en IJsland duurde van 1958 tot 1976 en heeft uiteindelijk geleid tot een afname van de visserij in Grimsby van 400 trawlers in 1970 tot een handvol tegenwoordig.
De lokale Fish Market geldt nog steeds als de grootste van het Verenigd Koninkrijk, maar het merendeel van de aangevoerde vis komt per as vanaf andere havens of met containers vanuit IJsland. 70% van de visverwerkende industrie in het VK is gevestigd in Grimsby, zodat de vis nog steeds zeer belangrijk is voor de werkgelegenheid voor Grimsby en de directe omgeving.
Rondom de oude visserijhaven, die nu grotendeels wordt gebruikt door jachten en schepen voor de windindustrie, zijn nog steeds oude, traditionele visrokerijen actief, waar vooral schelvis en kippers worden gerookt voor de binnenlandse markt. De in 1900 gebouwde ijsfabriek, die de honderden schepen van duizenden tonnen ijs voorzag, oogt vervallen. Er zijn plannen om het markante gebouw te redden en hier appartementen in te vestigen, maar zoals zo vaak is de uitvoering daarvan afhankelijk van geld en dat ontbreekt nog.
Na een bezoek aan het visserijmuseum van Grimsby, met de oud IJslandtrawler GY 398 ‘Ross Tiger’, gaan we via de Freemanstreet richting m’n neef Thijs, die zich na een aantal jaren in King’s Lynn uiteindelijk in Grimsby heeft gevestigd. Na een leven van varen en vissen geniet hij van het goede Engelse leven, met iets minder knellende regels.
Fast Line Shellfish
Thijs neemt ons mee richting de haven waar we z’n kameraad Darren Dexter ontmoeten. Darren is eigenaar van Fast Line Shellfish, een handelsonderneming in schaal- en schelpdieren en ook van een drietal kleine vissersvaartuigen, waarmee op krabben, kreeften en wulken wordt gevist. Hij vangt met hoekwant zelf de benodigde aasvis die gebruikt wordt in de diverse potten. Darren is in een container op z’n bedrijventerrein bezig met het azen van hoekwant met wulkenvlees. Het is de bedoeling om hiermee vooral hondshaaien en ruwe haaien te vangen, die uitermate geschikt zijn als aas voor krabben- kreeften- en wulkenvisserij.
Aan de overkant van de straat is een kleine verwerkingsruimte met een krabbenkokerij , koelcellen en leefbakken voor de gevangen krabben en kreeften. De kreeften worden levend verkocht door het hele land, de krabben gaan vooral als ‘dressed crab’ naar viswinkels, horeca en particulieren. We krijgen wat dressed crab mee, zodat ik de volgende dag begin met een crabsandwich als ontbijt. Heerlijk! Wat ook heerlijk is, is de fish & chips bij Steels in Cleethorpes.
Scarborough
Met een van de culinaire hoogstandjes van Engeland nemen we afscheid van zowel Grimsby, alsook van neef Thijs, waarna we de volgende ochtend verder reizen via Flamborough Head naar Scarborough. Deze plaats komt steeds meer in trek bij de Britse toeristen en tijdens ons verblijf is het vooral rondom de haven een drukte van belang. In de haven ligt nog een aantal vissersvaartuigen, waarvan er één, een scallopper uit Plymouth, de afmetingen heeft van een flinke Eurokotter. De rest van de vissersschepen is veelal kleiner dan 14 meter, zodat binnen de 3 mijl gevist kan worden.
Als m’n vrouw wat winkels bekijkt en ik over de kade loop, klautert er net een visserman omhoog vanaf de R 487 ‘Menace’. Hij stelt zich voor als Billy Bob en vertelt dat hij net wat perkjes staand want heeft geschoten net buiten de haven. Billy Bob heeft nog een licentie om met een aantal netten op zalm en zeeforel te vissen. Het seizoen is bijna afgelopen vertelt hij, het loopt van 1 mei tot 1 augustus. Deze vergunningen zijn niet meer overdraagbaar, zodat het over een aantal jaren ook gedaan is met deze vorm van visserij. Naast de nettenvisserij wordt er met de ‘Menace’ seizoensmatig op krab en kreeft gevist. Dat seizoen begint in mei en duurt tot eind december.
Een eindje verder lopend, richting de Fish Market, kom ik Larry Walsh, schipper-eigenaar van de FY 32 ‘Challenge’ tegen. FY staat voor Filey, wat vlak bij Scarborough ligt. De FY 32 is net omgeschakeld van de visserij op scallops naar boomkorvisserij op tong. ,,Ieder jaar proberen we deze vorm van visserij, maar het is meestal van zeer korte duur’’, zegt Larry. Naast de boomkorvisserij en de visserij op scallops, wordt er met de ‘Challenge’ met de borden op zeebaars gevist en met korven op krab en kreeft. Alle vormen van visserij zijn dag- of nachtvisserij. Meerdaagse reizen worden niet gemaakt.
Whitby
Na een kop thee en koffie op een terras aan de haven, gaan we verder richting Whitby, waar we ook twee nachten zullen blijven. Whitby is een van de mooiste kustplaatsen van Engeland volgens mij. De stad ligt aan de monding van de River Esk en heeft een rijke visserijhistorie. Vroeger was het vooral haring, kabeljauw, schelvis en af en toe een walvis, maar tegenwoordig bestaat het grootste gedeelte van de aanlandingen bij de lokale Fish Market uit krabben en kreeften.
Bij de Whitby Fish Market komen vanaf ’s ochtends 08.00 uur tot aan halverwege de middag vissersboten voor de kant om hun vangst te lossen. Vaak zijn het maar enkele kistjes, maar soms landen tankboten, die meerdaagse reizen maken, grote vangsten aan. Fish Market-medewerker Cox, die graag een praatje wil maken met ‘the Dutchman’, is naast manusje van alles bij de Fish Market, ook coxswain (stuurman) op de RNLI-reddingsboot Loïs Ivan. Vandaar z’n (bij)naam.
De krabben en kreeften gaan gelijk na aanlanding naar binnen om gesorteerd, gewogen en gecontroleerd te worden, waarna ze in leefbakken worden gestopt in afwachting van transport richting de vishandel. Een van de vissers die z’n vangst lost is Andy Coy van de BM 139 ‘Our Lady’. Andy heeft ook op garnalen gevist in de Wash vanuit King’s Lynn en kent Zoutkamp, Lauwersoog, Heiploeg, Matthijs van der Ploeg en Broer Sterkenburg. Met Sterkenburg heeft hij nog samengewerkt, vertelt Andy. ,,It was a great period!’’
Tegenwoordig vist Andy vanuit Whitby en hij is tot nu niet ontevreden over de visserij. De vangst van vandaag bestaat uit twee kisten kreeft, een halve kist bruine krab en twee kisten makreel, die met de jiggingmachine zijn gevangen en als aas voor de krabben-en kreeftenvisserij wordt gebruikt. Dit schip, de BM 139, wordt alleen gebruikt voor de visserij met korven op krab en kreeft. Met een ander schip van Andy, de LO 548 ‘Marli J’, wordt op scallops gevist.
Het visserijnummer van de ‘Marli J’ staat voor Londen en dit zorgt voor een glimlach om m’n mond. Andy kijkt mij vragend aan. Ik vertel hem dat Matthijs van der Ploeg eind 80-er begin 90-er jaren met het idee kwam om een aantal schepen te voorzien van één visserijnummer met LO, wat staat voor Lauwersoog in Nederland en Londen in Engeland, zodat de schepen met een Engelse en Nederlandse visvergunning in beide landen actief konden zijn. Een prachtig idee, maar daar dachten ze bij de Engelse en Nederlandse ministeries anders over. Met een lach en een ferme handdruk neemt Andy afscheid en klimt weer aan boord en zwaait nog even als hij weg vaart.
Whitby heeft meer te bieden dan vissers en bootjes. Door de steile kliffen waarop Whitby is gebouwd, kun je er goed traplopen, is er een ruïne van de Whitby Abbey boven op een klif, heeft James Cook hier z’n zeemanschap geleerd, zijn er meeuwen met hun eigen ‘meeuws’ dialect, is er een Lobster Hatchery in het gebouw van de Fish Market en is er fish & chips en soft shelled crab te koop in het Magpie Cafe. Ook voor niet-vissers is er dus genoeg te beleven.
Staithes
We gaan verder en komen in het pittoreske Staithes aan. De haven van deze vissersplaats is bij laagwater onbereikbaar, maar in vroegere tijden was Staithes een van de grotere Europese vissersplaatsen met ongeveer 300 houten boten die cobles en yawls worden genoemd. Rond de haven waren rokerijen, inleggerijen en werd vis gedroogd. Tegenwoordig is dit niet meer voor te stellen in een compleet droogvallende haven met wat krabbenkorven en een enkel klein visbootje.
Ierse Zee
Nadat we Staithes hebben verlaten, rijden we via Hartlepool in westelijke richting via Durham naar Whitehaven aan de Ierse Zee. Hier zien we een visserijhaven die bijna niet meer voor de visserij wordt gebruikt. Aan slechts één pier liggen een aantal vissersvaartuigen die allemaal onder 14 meter lengte zijn en dus geschikt voor de visserij binnen 3 mijl. Het zijn hier niet alleen krab- en kreeftenvissers, maar ook een aantal die met de borden op Noorse kreeftjes vissen.
Bij de Fish Market hangt een bord waarop tijden worden vermeld van aanlanding en verkoop van vis. Ook in Whitehaven hebben de visserijactiviteiten plaatsgemaakt voor onder andere wind op zee en toerisme, net als langs de oostkust, maar historisch gezien neemt de visserij een prominente plek in.
Het wordt langzaam aan tijd om weer wat zuid-in te werken. We rijden door de prachtigste landschappen van Yorkshire, Lincolnshire en het Lake District via vissersplaats Pooley Bridge aan het Ullswater, richting de grotendeels ommuurde stad York. Hier blijven we twee nachten, waarna we via Oakham op woensdag 22 juli in Harwich aankomen, zodat we de ochtendboot naar Hoek van Holland van donderdag kunnen nemen.
Op Nederlandse bodem schakel ik zonder problemen over van het rijden aan de linkerkant van de weg naar het rijden aan de rechterkant, richting het mooie Groningen.
De volgende ochtend, vrijdag 24 juli, ben ik om ongeveer 10.00 uur op Lauwersoog om samen met Alfred, die weer terug is uit Denemarken, lege kisten te laden bij de Visafslag Lauwersoog. Het visruim ziet er stralend uit en zowel Alfred als ik hopen op een vol visruim voor de komende week en de weken die gaan volgen. Hoop doet leven!!
Henk Buitjes, ZK 37