
Van Veen stapt over van vaarpraktijk naar visserijbeleid
AlgemeenDEN HAAG/STELLENDAM – Vakdeskundige Gert-Jan van Veen (53) maakt eind deze zomer de overgang vanuit de Zeeuwse vaarpraktijk naar het Haagse LVVN-visserijbeleid voor de kustvisserij, inclusief schaal- en schelpdieren. Van Veen gaat Angelo Kouwenhoven vervangen, die eind dit jaar na een dienstverband van goed veertig jaar bij het ministerie met pensioen gaat. Afgelopen maand nam Van Veen afscheid van zijn collega’s van de beheervaartuigen ‘Luctor’ en ‘Regulus’. Nico Laros sprak met Van Veen over de overstap.
Hoe ben je in de visserij terecht gekomen?
Ik kom zelf niet uit een vissersfamilie, hoewel een oom van mijn vader vroeger op Stellendam een garnalenbotter had. Wel ben ik getrouwd met een vissersdochter. Mijn vrouw Marike is een dochter van wijlen Jaap ’t Mannetje (GO 4).
Zoals zoveel jongeren die de lagere school verlaten wist ik niet echt wat ik wilde worden en ben toen naar de technische school gegaan. Dit had ik echter na één jaar al gezien en ben toen naar een open dag van de visserijschool op Stellendam gegaan.
Toen lag de haven op vrijdag nog bomvol met kotters. Een indrukwekkend schouwspel als die binnenkwamen. Ik heb me vervolgens direct ingeschreven en ben zeer enthousiast aan de SW5-opleiding begonnen en deze gelukkig met succes afgerond. Daarbij waren Visserijkunde, Visserijtechniek en Visverwerking mijn favoriete vakken. Ik liep stage op de GO 50 van de familie Klijn uit Ouddorp.
Hoe lang en bij wie heb je gevaren, wie was je schipper, waar visten jullie vooral?
In 1990 ben ik begonnen bij de firma Van Dam. Eerst een korte periode op de GO 14 bij schipper Jaap van Dam. Daarna op de GO 31, waar Kees van Dam toen nog schipper was, en later met schipper Klaas van Dam.
We visten op de Engelse Banken, bij de Smits Knol, de Bruine Bank, zuidelijk bij de Thorntonbank tot noordelijk op de Doggersbank en een enkele keer op de schol in de Noorse Zone.
Hoe ben je van de visserij bij het ministerie gekomen?
In 2000 ben ik machinist geworden op het beheervaartuig ‘Kokhaan’ met schipper Rik van Kempen. Een jaar later werd ik daar zelf schipper op, tot 2004. Van 2004 tot en met 2006 ben ik schelpdier/viskeurmeester geweest bij de RVV, later opgegaan in de NVWA. Vanaf 2006 ben ik visserijkundig ambtenaar. Eerst op het vaartuig ‘Valk’, die later is ingewisseld voor de ‘Schollevaar’ met schipper Kees Baaij. Dat schip was echter nodig aan vervanging toe en werd ingewisseld voor het onderzoeksvaartuig ‘Luctor’.
De ‘Luctor’ is een multifunctioneel schip. Ben je er tevreden over?
Heel tevreden. Destijds onze machinist Laurens Krijger, nu schipper op de ‘Luctor’, kwam met de boodschap dat het vaartuig ‘Luctor’ van het NIOZ te koop lag. Twee jaar lang heb ik diplomatieke wegen bewandeld met de Rijksrederij om hen te overtuigen van het feit dat de ‘Luctor’ een op maat gesneden vaartuig is voor onze visserijbeheerswerkzaamheden.
Het is inderdaad een fantastisch en prettig vaartuig. Wendbaar, ruim, stil, praktisch en zeer zuinig in verbruik.
Je maakt de overstap van uitvoering naar beleid, gaat dat lukken?
Met enige bescheidenheid: daar heb ik zeker vertrouwen in. De beleidsvraagstukken waar LVVN voor staat maak ik al jaren mee. Vroeger zaten beleid en uitvoering binnen de overheid bij elkaar. Naar mijn mening de beste werkwijze. Korte lijnen, snel schakelen.
Met senior beleidsmedewerker Angelo Kouwenhoven werk ik al jaren samen. Aardig wat overleggen maken we samen mee. Weten waar de uitdagingen en de problemen liggen is essentieel voor het maken van een goed en realistisch beleid. Mijn opgedane kennis en ervaring kan ik goed gebruiken met mijn overstap naar LVVN. Daarbij kom ik in een team terecht met ervaren en prettige collega’s. Ik zie er naar uit.
Ga je met je praktische kennis verschil maken in Den Haag?
Ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat dit niet alleen van mij afhangt. Ecologie en economie zijn veroordeeld tot elkaar. De natuur kan goed zonder de mens, echter de mens niet zonder de natuur.
Mensen hebben voedsel nodig. Er zijn maar twee beroepen op de wereld die hier voor zorgen en dat zijn vissers en boeren. Naar die basis moeten we terug.
Gelukkig is er nu eindelijk een voedselvisie Zee en Grote Wateren, wat je daar dan ook van mag vinden. De vraagstukken zijn absoluut complex. Mijn praktijkkennis is dan zeker waardevol.
Je gaat Angelo Kouwenhoven opvolgen, geen eenvoudige opgave toch?
Absoluut! Angelo is een zeer prettige collega die ongelofelijk veel kennis en ervaring heeft opgebouwd. Al jaren betrokken op het visserijbeleid, zeker op het gebied van de mossel- en oesterkweek en alle voorkomende visserijen in de kustwateren. Hem opvolgen is geen geringe uitdaging, maar voor mij wel een mooie en dankbare taak om de opgedane kennis en ervaring van 20 jaar visserijkundig ambtenaar in te zetten voor een goed en stabiel visserijbeleid.
Ik stap op een rijdende trein. Beleid en kaders zijn vastgesteld. Evenwichtig en stabiel beleid maken is een enorme uitdaging waar ik veel zin in heb.
Er zijn behoorlijk wat beleidsmatige verschuivingen van blauw naar groen, zie je daar tegenop?
Nee, daar zie ik niet tegenop. Om de simpele reden dat groen niet zonder blauw kan. Onderschatten wil ik het zeker niet! In diverse overlegorganen kom ik deze (altijddurende) discussie al vaak tegen. Als je op een respectvolle manier met elkaar tot een beleid kunt komen is dat geweldig. Als je elkaar de ruimte niet wil geven moet je wat mij betreft daar dan ook eerlijk over zijn. Dan weet je waar je aan toe bent. Doe wat je zegt en zeg wat je bedoelt.
Wanneer ga je officieel beginnen in Den Haag?
Per 1 augustus 2026. Tot eind dit jaar blijft Angelo meelopen.
Gert-Jan, we wensen je veel succes!
