Scheepjes van dit kaliber (krap 27 meter) maken reizen van soms acht tot tien maanden.  (Foto’s: W.M. den Heijer)
Scheepjes van dit kaliber (krap 27 meter) maken reizen van soms acht tot tien maanden. (Foto’s: W.M. den Heijer) WMdH

Vijftig balen rijst en veel verse vis

Algemeen

BALI - Reizen van drie tot soms tien maanden zijn geen uitzondering. De reisduur hangt af van de opslagruimte. Uitbetaling van het salaris (naar Europese maatstaven uiterst karig) doet het langdurige oncomfortabele verblijf aan boord snel vergeten.

Indonesische opvarenden hebben geen moeite met lange reizen. Afstanden van 1.000 tot 1.500 mijl stomen, daar draaien de schippers hun hand niet voor om. En af en toe beproeven ze ook in Australische wateren hun geluk.

Van de driehonderd vissersvaartuigen die vrijwel dagelijks in de haven van Benoa, Bali, afgemeerd of voor anker liggen, maakt slechts een handvol schepen gebruik van AIS. Het overgrote deel van de vloot is dus niet traceerbaar. Gedurende de reis een haven bezoeken is niet gebruikelijk. Dat betekent immers extra kosten voor de eigenaar. Vandaar dat de schepen afgeladen met balen rijst en brandstof de haven van Benoa verlaten. De grootte van de vaartuigen varieert van krap 18 tot ruim 35 meter lengte.

Kakkerlakken

In januari was opvarende Trian (26) een tijdje thuis. Thuis betekent in zijn geval Java. ,,Bij ons aan boord zijn het allemaal Javanen. Alleen de schipper komt van Lombok.’’, aldus Trian. Ook de ‘Fak Fak Jaya’ is bijna afgeladen met balen rijst en brandstof. 

Trian: ,,Geelvintonijn is waar we op vissen. Met longlining. We hebben zes matrozen aan boord, een schipper en een monteur. We slapen allemaal in het verblijf achter de brug.” In het slaapverblijf, aan beide kanten twee grote platte planken onder elkaar, waar kakkerlakken vrij spel hebben, wordt gekookt en gegeten. Een toilet ontbreekt aan boord.

Opvarende Trian toont de schamele accommodatie aan boord van de ‘Fak Fak Jaya’.
Opvarende Trian toont de schamele accommodatie aan boord van de ‘Fak Fak Jaya’. (WMdH)

Diepvries

Met vijftig balen rijst en elke dag verse vis is er volgens Trian voldoende eten aan boord voor de duur van de reis. In het begin van de reis is er nog wel verse groente beschikbaar. Het overige voedsel en drinkwater is opgeslagen in het diepvriesruim. 

De tonijn die aan boord komt via een haalblok, gaat direct het vriesruim is. Er vindt geen bewerking plaats. Soms wordt de kop er afgesneden, om zo meer ruimte in het ruim te creëren. Ten aanzien van pakweg vijftien jaar geleden liggen de vangsten van tonijn op een lager niveau en duren de reizen gemiddeld wat langer. Desalniettemin is de tonijnvisserij nog steeds lucratief vanwege de geringe kosten die het vissen met zich meebrengt.

Half februari is het houten scheepje vertrokken in oostelijke richting, richting de Timorzee.

‘Privé-slaapplek’ van de monteur bij de ingang van de machinekamer. (WMdH)