Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en om het mogelijk te maken content via social media te bekijken. Cookies van onszelf en van derden kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen die aansluiten op uw interesses. Deze cookies kunt u weigeren via de knop Cookie-instellingen aanpassen
Alle tonijn wordt direct na vangst aan boord ingevroren. Als zodanig landen de vaartuigen de tonijn aan in Benoa. Met behulp van pick-up trucks of bestelwagens met een open laadbak gaan de tonijnen naar de nabijgelegen visverwerkingsloodsen.
WMdH
BENOA - Het Indonesische eiland Bali herbergt diverse kleine vissersgemeenschappen. Een enkele gemeenschap beschikt over een natuurlijke haven, maar het gros moet het doen met vissen vanaf het strand.
Benoa, gelegen aan de oostkust van het zuidelijke uiteinde van Bali, behoort tot de grootste vissersplaatsen in Indonesië. De diverse imposante verwerkingsloodsen in het havengebied zijn eigendom van een groot aantal rederijen, waarvan sommige tientallen schepen beheren.
Een aantal houten, ongeveer 28 meter lange longliners voor anker in de haven van Benoa. De rederijen hebben kleinere vaartuigen om onderhoudsmonteurs en schilders aan boord te brengen. Bij een kort verblijf in de haven blijven bemanningsleden die van ver komen aan boord. Zij kunnen met behulp van de pendeldienst overigens gewoon de wal op gaan. Het aantal longliners in Indonesië is de afgelopen jaren zeer sterk gedaald. In 2012 waren er 1.132 vaartuigen en in 2018 nog maar 261. Anno 2025 is het aantal dat een vergunning heeft om op volle zee te vissen binnen het verdragsgebied van de Indian Ocean Tuna Commission (IOTC) weer iets toegenomen.(WMdH)
Een typische Indonesische ringnetvisser met aan boord het vaartuig dat dient om het net in een cirkel uit te kunnen zetten. De haven van Benoa telt regelmatig meer dan 300 vissersvaartuigen die gelost worden of waarop voorbereidingen getroffen worden voor een volgende reis. De meest voorkomende vangstmethoden zijn staandwant en longlining. Laatstgenoemde is de belangrijkste. Behalve tonijn behoort inktvis ook tot de doelsoorten, de reden dat het aantal longliners weer is toegenomen. Het aantal ringnetvissers is bescheiden. De ringnetvissers hebben vaak meer dan tien bemanningsleden aan boord. De vangstmethode is met al het gerei dat nodig is om uit te zetten en in te halen tamelijk arbeidsintensief.
(WMdH)
Geelvintonijn, albacore en grootoogtonijn zijn de belangrijkste tonijnsoorten, die diepgevroren aangeland worden.
Indonesië behoort niet voor niets tot een van de grootste tonijnexporteurs ter wereld, met Japan als belangrijkste afnemer.
W.M. den Heijer
Opvarenden van een ringnetvisser zijn bezig met het gereedmaken van het ‘schepnet’ waarmee de tonijn met een giek uit het ringnet wordt geschept.(WMdH)
Bemanningsleden en walpersoneel bergen een gerepareerde beug aan boord van een vrij groot staandwantvaartuig. Het staandwant is vervaardigd van stevig netwerk. Dat moet ook wel, want tonijn is een krachtige vis. Deze beug is kilometers lang. De schepen zijn vaak meer dan een week aan het stomen alvorens er gevist gaat worden. Vaak stomen ze in oostelijke richting, richting het eiland Timor. Maar ook vissen ze tegen de grens van de Australische sector. Niet zelden overschrijden ze die grens en worden ze opgebracht.(WMdH)