Afbeelding
nn

Kleinere tongen door opwarming oceanen

Algemeen

ZEEBRUGGE/IJMUIIDEN - Als gevolg van opwarming van het zeewater worden tongen minder groot. Ze groeien ook sneller en paaien op jongere leeftijd.

Dat blijkt uit berekeningen en een grootschalige analyse van de gehoorbeentjes van tong (Solea solea), in het kader van een doctoraatsonderzoek uitgevoerd op ILVO, UGent en Wageningen Universiteit. Tuan Anh Bui bestudeerde daarvoor de individuele groeipatronen van tongpopulaties over een periode van ruim 60 jaar (1958-2019) in de Noordzee, de Ierse Zee en de Golf van Biskaje. Hij koos voor deze gebieden omdat er uitgebreide langetermijngegevens van beschikbaar zijn, inclusief zeetemperatuur en tongotolieten (gehoorsteentjes).

Verdere opwarming van de zeeën kan visserijopbrengsten onder druk zetten, aldus het ILVO dat het onderzoeksrapport naar buiten bracht. Tong is de meest waardevolle vissoort voor de Belgische en ook Nederlandse kottervloot.

Uit de analyses van jaarringen op de gehoorsteentjes blijkt dat de groei van tong tussen 1970 en 2020 effectief veranderde, en dat in alle drie de onderzochte zeeën. De grootste verandering gebeurde bij de jonge tongen: éénjarige tongen zijn 14% groter als de zeetemperatuur 1°C stijgt. Een tong die op één jaar 8 cm meet bij 10°C, meet ruim 9 cm bij 11°C. Vijf jaar oude tongen groeien dan weer 5% trager.

Otolieten vertellen veel, maar niet alles. Je kan er bijvoorbeeld niet uit aflezen hoe groot een vis maximaal zou zijn geworden, en op welke leeftijd hij voor het eerst zou hebben gepaaid. Om toch het temperatuureffect hierop te kunnen onderzoeken, gebruikte Bui een wiskundig model. Enkel in de Noordzee, waar de temperatuurstijging van het zeewater het grootst is (+0,9°C van 1970 tot 2020, t.o.v. +0,5°C en +0,4°C in respectievelijk de Ierse Zee en de Golf van Biskaje), gaf dit model een significant effect aan.

Tussen de generaties van 1975 tot 2012 zag Bui de gesimuleerde maximale grootte verkleinen, en de gesimuleerde paaileeftijd verjongen. Per 1°C stijging van het zeewater bleken de grootste tongen gemiddeld 5,5% kleiner te blijven en 5,5% sneller te paaien. Kijkend naar de generaties tongen uit 1980 en 2000, dan is te zien dat de gemiddelde zeetemperatuur tijdens hun levensduur steeg van 9,1 °C naar 10,2 °C terwijl de tongen volgens het model gemiddeld 40 mm kleiner bleven en 3 maanden vroeger paaiden.

Dat tongen steeds kleiner worden bevestigen ook de visserijdata van ICES (International Council for the Exploration of the Sea). In alle leeftijdsklassen neemt het gewicht van tongen af sinds de jaren ’80, maar oudere vissen tonen de sterkste daling. Dit is heel duidelijk voor de Noordzee, het Oostelijk Engels Kanaal en de Keltische Zee, en iets minder voor de Ierse Zee en het Westelijke Engels Kanaal.

Promotor dr.ir. Jochen Depestele van het ILVO: ,,Dit doctoraat toont dat tong zich razendsnel aanpast aan een warmere zee: ze groeit sneller, wordt vroeger geslachtsrijp én blijft kleiner. Concreet betekent dit dat vissers nu meer tongen moeten vangen voor eenzelfde opbrengst, maar ook dat er minder grote moederdieren aanwezig zijn om sterke nieuwe generaties voor te brengen. Deze inzichten kunnen helpen om visserijadvies beter af te stemmen op het veranderende klimaat.”

Het doctoraat van Tuan Anh Bui, getiteld ‘Warm en gewild: effecten van klimaatsverandering en visserij op de groei van vis’, werd gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO).