
Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 28 - 2026
AlgemeenWe moeten wel even wennen als we maandag 1 juni voor de eerste keer dit jaar uitzetten boven het Westgat tussen Schiermonnikoog en Ameland. We vissen west-in richting de Amelander gronden en als we na anderhalf uur gaan halen, zien we een ander soort garnaal dan we gewend waren in de wateren van de Sylt.
Goed zeven!
Er komt een aardige box boven, die bijna geheel uit garnalen bestaat. Maar deze garnalen zijn klein, erg klein. Uit een bijna volle opvangbak zeven we drie kisten garnalen en van deze garnalen valt 99% na het passeren van de afslagzeef in de kisten voor de kleinste soort (soort 3). Het is dus zaak om de transportband die de garnalen naar de sorteermachine voert, op de laagste stand te zetten, zodat er rustig wordt gezeefd en de kleine garnalen de kans krijgen om de zeef aan de voor hun goede kant te verlaten, de zee in dus.
We vissen verder west-in richting het Bornrif tot aan de Eurosee en trekken daarna met de vloed weer richting het kleine gasproductieplatform bij Ameland. De vangst is iedere keer vrijwel gelijk: een dikke box kleine garnalen met weinig bijvangst waarvan we na het zeven drie kisten gekookte garnalen in het ruim kunnen zetten.
Als we bij het Bornrif een heen-en-weer trek doen en na ongeveer anderhalf uur gaan halen, zijn beide staarten zeer goed gevuld. Deze keer zijn het niet alleen garnalen, maar zitten er ook ontzettend veel scheermessen (Amerikaanse zwaardschede) in de vangst. De sorteermachine heeft moeite om de scheermessen kwijt te raken. Dit komt omdat de verwerking nog in de ‘Syltstand’ staat: zonder welbak voor de zeef.
Omdat we in de wateren bij Schleswig-Holstein veel spinnekoppen (slangesterren) vangen en deze blijven plakken in de welbak, hebben we de welbak buiten het systeem gelaten. Na deze trek met scheermessen bouw ik de welbak weer tussen de opvoerband en de sorteermachine. We zien bij de volgende haal gelijk resultaat: de garnalen komen brandschoon, super glad en zonder scheermesschelpen in de kisten.
Kwallen en prutkuilen
Intussen wordt het water onder invloed van het mooie weer steeds helderder, zodat de garnalenvangsten overdag afnemen. Aan de andere kant zie je steeds meer dwergpijlinktvissen, ansjovissen, horsmakrelen en makrelen die door de mazen van de zeeflap in de staart van het garnalennet komen. Voor mij een teken dat de zomer in aantocht is.
Een ander zomers teken is de hoeveelheid kwallen die soms om het schip zwemmen/drijven en die zich met stil tij plotseling naar de bodem laten zakken, in de netten komen, in de zeeflap blijven steken en de waterdoorvoer in het net compleet doen stoppen. Het is in de zomer altijd oppassen wanneer de vissnelheid plotseling afneemt. Dan is het zaak om snel te halen en ook op te letten dat de staart of het boordtouw niet in de schroef raken. Daarna wordt het net voor het zeefgat afgestropt en de aanwezige kwallen uit het net gekieperd zodat er weer verder gevist kan worden.
Nog een ander zomers iets, zijn de prutkuilen die spontaan kunnen ontstaan in de zeebodem en erg vervelend kunnen zijn als een net hierin wegzakt. Deze gaten ontstaan onder invloed van de dynamiek die kenmerkend is voor de Noordzeekustzone en kunnen gevuld zijn met pure blubber, maar ook met nonnetjes en blubber, scheermessen en blubber of dood zeewier en blubber. Tijdens het halen van een staart met prut zit alles en iedereen in de buurt van deze staart helemaal onder deze zooi. Zelf heb ik deze week verscheidene malen m’n oliepak en ook m’n gezicht moeten ontdoen van prut uit een prutkuil. En ook het aantal kwallen dat we uit het net hebben gekieperd was meer dan in al de andere weken van 2026 te samen. Het was wel even wennen, dus.
Mooie visweek
De volgende week, week 24, is vrijwel identiek aan de week er voor: kleine garnalen, kwallen en prutkuilen. Wat anders is dan week 23, zijn de hoeveelheid zeesla en darmwier dat vanaf het Wad de Noordzee opdrijft en afzinkt naar de bodem, zodat onze netten af en toe volledig verstopt zijn met groen. Soms is het zo erg dat we de netten aan boord moeten zetten om de verstopte zeeflap schoon te plukken, omdat het met kloppen en stomen niet lukt om de boel schoon te krijgen. Werk genoeg en geen tijd voor verveling en dat is juist het leuke aan het vissermanbestaan: ieder jaargetijde, iedere dag, ieder uur is weer anders.
Als we donderdagochtend met de eerste vloed voor het Westgat langs vissen komt het controlevaartuig ‘Visarend’ (zonder AIS) het gat opvaren richting Lauwersoog. Om problemen te voorkomen bij een eventuele bemanningscontrole door de ‘Visarend’ gaan wij na de volgende trek naar binnen om te lossen. We nemen wat rust en maken later op de dag een nieuwe visreis aan en gaan weer de zee op om nog een nachtje te vissen tot vrijdagochtend 12 juni. Dit nachtje is goed voor 761 kilo garnalen en met de 2.804 kg die we op donderdag hebben gelost, maakt dat we terug kunnen kijken op een mooie visweek.
Vissersbond
Na de benodigde werkzaamheden ter voorbereiding aan de volgende week, gaat Alfred naar huis en bezoek ik de vergadering van de afdelingen Harlingen en Lauwersoog van de Nederlandse Vissersbond die gepland staat voor deze vrijdag in de kantine van Visafslag Lauwersoog. Voorafgaand aan de vergadering wordt er stilgestaan bij het plotselinge overlijden van Corrie Nagel (HA 31). Corrie was een zeer actief en betrokken lid van de afdeling Harlingen en zijn overlijden zorgt voor een gemis binnen de afdeling, maar ook binnen de ledenraad van de Vissersbond, waar Corrie namens de afdeling Harlingen lid van was. Dit feit brengt de vergadering, die prima geleid wordt door Durk van Tuinen, gelijk naar de orde van de dag: er moet een opvolger gekozen worden. Pieter Wouda (ST20) geeft aan zitting te nemen in de ledenraad en Simon Koornstra (HA4) wordt vervangend lid.
Ook voor de afdeling Lauwersoog moet een nieuw lid gezocht worden, omdat Bert Bouma (ZK47/ZK147) aftredend is en zich niet opnieuw verkiesbaar stelt. Zelf ben ik vanuit de Vissersbond gevraagd om zitting te nemen in de ledenraad, maar omdat de ledenraadsvergaderingen altijd op een dinsdag worden gehouden, zie ik hier van af. Als actieve visser is het voor mij onmogelijk om de ledenraadsvergaderingen op een dinsdag bij te wonen, zodat ik volgens mij de leden van Lauwersoog dan niet goed kan vertegenwoordigen. Andere kandidaten voor de ledenraad dienen zich tijdens de vergadering niet aan, zodat de functie tot op heden nog vacant is.
Verder zijn er een aantal mededelingen over het VMS-contract, het proces omtrent de Blackbox en de stand van zaken wat betreft de brandstofsteunmaatregel. De prijsdaling van de garnalen levert wat discussie, maar is ook een terugkerend fenomeen: bij toenemende vangsten van kleine garnalen dalen de prijzen. Goed zeven aan boord en zodoende het aanbod van erg kleine garnalen beperken is het enige wat helpt om de garnalenprijs te stabiliseren of iets op te krikken.
Daarnaast hebben de garnalenhandelaren last van de gehanteerde hoge verkoopprijs van garnalen door de retail. Dit zorgt voor stagnatie van consumentenaankoop, wat weer zorgt voor weinig afname in de voorraad van 2025, wat weer effect heeft op de huidige garnalenprijs voor de visserman.
Ondanks dat er een langjarige Wnb-vergunning is afgegeven voor de garnalenvisserij, is het niet zo dat er achterovergeleund kan worden door de vissers en hun organisaties. De op te stellen Beheerplannen N2000 gebieden kunnen zorgen voor beperkingen voor de visserij in de Waddenzee en de Noordzeekustzone. Durk van Tuinen legt uit dat de visserijorganisaties aan tafel zitten bij vergaderingen over deze beheerplannen en dat iedere vergadering begint met: “Het gaat slecht met de Waddenzee en het gaat slecht met de Noordzee”. Enige verduidelijking komt er niet, ook niet als er naar gevraagd wordt. Hoogstwaarschijnlijk omdat men dit ook niet weet en de bewering dat het slecht gaat niet hard kan maken met feiten.
Merel aan boord
Dit merk ik ook in week 26 als we een gast aan boord hebben. Merel den Held van Stichting de Noordzee is op uitnodiging van mij enkele dagen te gast aan boord van de ‘Aldert van Thijs’. Een gevaarlijke vrouw, zegt een medewerker van de Vissersbond tegen mij. Nou, valt dat allemaal wel een beetje mee en zowel Alfred als ik heten Merel hartelijk welkom op onze ZK 37 als ze op zondagavond rond 23.30 uur aan boord stapt. Voordat we haar wegwijs maken, zorgen we eerst dat we klaar zijn voor vertrek om klokslag 00.00 uur op maandag 22 juni.
Als we uitvaren richting de Noordzee leg ik Merel het reilen en zeilen aan boord uit, wijs ik haar kooi aan en zeg haar dat ze, wat betreft onze visserij, alles mag vragen en alles mag zien. We hebben niets te verbergen. Tijdens de stoom naar buiten kan Alfred, die uiterst sceptisch stond tegenover het bezoek van iemand van ‘de groenen’ bij ons aan boord, gelijk in discussie.
Als we na anderhalf uur stomen boven het Westgat de netten laten vieren, moet blijken of Merel ons geluk brengt. Na een trek van anderhalf uur is het tijd om te halen. Een dikke box garnalen komt boven, waarvan na het zeven en koken 14 kisten in het ruim kunnen worden gezet. Dit is gelijk de beste trek van de week, want volgende trekken variëren van tien kisten tot één kist.
Biodiversiteit!
Bestond de eerste trek voor bijna 100% uit garnalen, bij de latere trekken krijgt onze gast een beeld van de biodiversiteit van de Noordzeekustzone. Want, volgens Merel gaat het, net als op het land (“ik zie minder vlinders en andere insecten”), slecht met de biodiversiteit van de Noordzee. Hoe slecht het gaat wordt mij echter niet duidelijk; wel dat er gewezen wordt naar de visserij als drukfactor waardoor het slecht gaat. Andere factoren die van invloed kunnen zijn, zoals windparken, zandsuppleties, kabels en toenemende scheepvaart worden wel genoemd, maar zijn van minder invloed op het zeeleven dan de visserij. Het bekende riedeltje, dus.
Na iedere haal sta ik bij de opvangbak en wijs Merel op de diverse levensvormen die door de mazen van de zeeflap zijn geglipt en tussen de gevangen garnalen zitten. De herkenning van soorten door Merel valt mij flink tegen. Een tongetje, wijting, zeenaald en gewone zeester wordt nog wel herkend, maar als ik een helmkrab, kamster, pitvis, grondel, vijfdradige meun, botervisje of steenbolk laat zien en vraag wat het is, zie ik alleen een paar vragende ogen. Dit is biodiversiteit! Samen met de prutkuilen met nonnetjes, de scheermessen, de oorkwallen, de kompaskwallen, de zeeklitten, de dwergpijlinktvissen, dwerginktvissen en de verschillende soorten zeewier! Dit alles en nog meer hebben we gezien, samen met de meeuwen en de aalscholvers rond het schip. Deze biodiversiteit is van alle tijden en ik kan mij niet heugen dat dit is afgenomen. Maar ja, wie gelooft nou een visserman???
Merel heeft de kans gekregen te genieten van een Noordzeekustzone met een keur aan levensvormen en gelijktijdig in discussie te gaan met twee bevlogen vissermannen over het vissermannenbestaan en de toekomst die er is voor hen en hun manier van leven.
Op woensdagochtend 24 juni stomen we met de vloed naar binnen om Merel van boord te laten en gelijk de vangst te lossen (2.501 kilo) bij de Visafslag Lauwersoog. ,,Wat je met de ervaringen en indrukken van deze reis doet, maakt mij niets uit. Maar doe er iets goeds mee’’, zeg ik haar. Waarna ze voor ons de touwen los gooit en ons een goede vaart wenst als we weer richting zee gaan voor een nieuwe visreis.
Henk Buitjes, ZK 37
henkbuitjeszk37@online.nl