
Bescheiden winst Nederlandse zeevisserij, verlies mosselkwekers
AlgemeenSCHEVENINGEN – De Nederlandse zeevisserij heeft in 2025 een bescheiden nettowinst van ongeveer 17 miljoen euro behaald. Daarmee was 2025 het tweede jaar op rij met een positief resultaat, al blijven de marges beperkt en zijn de resultaten gevoelig voor ontwikkelingen in onder meer brandstofprijzen, visprijzen, vangstmogelijkheden en aanvoer. Dat blijkt uit de voorlopige jaarcijfers van Wageningen Social & Economic Research die vandaag – vrijdag 10 juli – aan de haven in Scheveningen werden gepresenteerd tijdens het event Visserij in Cijfers, voor het eerst door visserijeconoom Marc Robert.
De mosselkweek leed in 2024/2025 (1 juni 2024 – 31 mei 2025) een verlies van 3 miljoen euro. Voor het afgelopen seizoen 2025/2026 wordt op basis van de voorlopige opbrengstcijfers een verbetering verwacht, maar het is nog onzeker of dit in een positief nettoresultaat zal resulteren.
Voor zowel de zeevisserij als de mosselkweek geldt dat de beperkte financiële ruimte en onzekerheid over visserijmogelijkheden en het verdienmodel op de lange termijn investeringen in innovatie, verduurzaming, modernisering en vlootvernieuwing bemoeilijken. Hierdoor veroudert de vloot verder.
Kottervisserij: winst maar investeringsruimte beperkt
Nettoresultaat
De kottervloot sloot 2025 af met een geraamd nettoresultaat van ongeveer 15 miljoen euro. Dat is iets hoger dan in 2024, toen een winst van bijna 13 miljoen euro werd geboekt. Ondanks dat de opbrengsten daalden (-4%), namen de kosten sterker af (-6%). Daarmee was 2025 het tweede winstgevende jaar op rij. De boomkorvisserij realiseerde bijna 5 miljoen euro winst, de garnalenvisserij ruim 8 miljoen euro en de flyshootvisserij bijna 4 miljoen euro. Alleen de bordentrawlvisserij sloot af met een verlies van iets meer dan 1 miljoen euro.
De kottervloot is sterk verouderd, met een gemiddelde cascoleeftijd van de vaartuigen van bijna 40 jaar. Op veel schepen wordt daardoor nauwelijks nog afgeschreven. Tegelijkertijd zijn op termijn juist grote vervangingsinvesteringen nodig. De positieve resultaten van 2024 en 2025 bieden, na de vijf verliesgevende of zeer beperkt winstgevende jaren ervoor, onvoldoende financiële ruimte om grote vervangingsinvesteringen op korte termijn te realiseren.
Opbrengsten
De totale opbrengst van de kottervloot bedroeg in 2025 ongeveer 196 miljoen euro, een daling van 4% ten opzichte van 2024 (204 miljoen euro). Van alle vlootsegmenten in de kottervisserij nam alleen in de flyshoot de opbrengsten toe; een stijging van 20% tot 39 miljoen euro. Met bijna 18 miljoen euro namen de opbrengsten in de bordentrawlvisserij het sterkste af; -18% ten opzichte van 2024. In de garnalenvisserij en de boomkorvisserij kwamen de opbrengsten uit op respectievelijk 64 (-8%) en 76 miljoen euro (-6%).
Aanvoer
De totale aanvoer in levend gewicht van de kottervloot steeg met 5% naar 38 miljoen kilo in 2025 vergeleken met een jaar eerder. Alleen in de bordentrawlvisserij nam de aanvoer af, naar bijna 4 miljoen kg (-13%). De aanvoer in de flyshootvisserij nam met 22% het sterkst toe, tot ruim 9 miljoen kilo. In de boomkorvisserij nam de aanvoer toe tot ruim 12 miljoen kilo (+3%), en in de garnalenvisserij tot bijna 13 miljoen kilo (+4%).
De aanvoer van vis per pk-dag neemt de laatste jaren weer licht toe. In 2025 kwam dit uit op 1.653 kg per pk-dag; 8% hoger dan in 2024 en 14% hoger dan gemiddeld in 2020-2024, maar nog altijd lager dan in de jaren voor 2020. In de garnalenvisserij neemt de aanvoer per pk-dag sinds 2023 toe (2.777 kg per pk-dag in 2025). In de garnalenvisserij varieert dit echter sterk van jaar tot jaar.
Vlootomvang en inzet
Het aantal kotters daalde licht verder naar 208 schepen (2024: 212), met een afname in motorvermogen van 3.000 pk tot een totaal van 132.000 pk in 2025. Twintig jaar geleden telde de vloot nog 342 actieve kotters.
De inzet van de kottervloot kwam in 2025 uit op 23 miljoen pk-dagen (zeedagen maal motorvermogen), iets minder dan in 2024 (23,5 miljoen). In de flyshootvisserij nam de inzet toe, van respectievelijk 2,6 miljoen naar 2,8 miljoen (+6%) en in de boomkorvisserij bleef de inzet constant op 13,7 miljoen pk-dagen. Daarentegen nam in de garnalenvisserij de inzet af naar 4,5 miljoen pk-dagen (-3%) en in de bordentrawlvisserij nam het af naar 2,0 miljoen pk-dagen (-20%).
Kottervisserij 2026: lagere inzet en daarmee lagere opbrengsten
In het lopende jaar 2026 kwam tot en met de maand mei de aanvoer van de kottervisserij uit op bijna 11 miljoen kilo met een waarde van 56 miljoen euro, respectievelijk 6% en 10% lager dan in dezelfde periode in 2025.
Het aantal pk-dagen nam echter nog sterker af, met 17%, waarmee de aanvoer per pk-dag met een toename van 14% uitkwam op 1,39 kg. Deze toename werd vooral veroorzaakt door de hogere garnalenvangsten in de eerste maanden van 2026. Ook in de flyshootvisserij namen de vangsten per pk-dag toe.
Ondanks de hoge gasolieprijs kwam de nettomarge (opbrengsten – operationele kosten) per zeedag in 2026 tot en met mei met bijna 1.800 euro niet veel lager uit dan in voorgaande jaren. In dezelfde periode in 2024 en 2025 kwam de nettomarge namelijk uit op dat rond de 1.900 euro per zeedag, en in 2023 zelfs maar 1.400 euro.
Grote zeevisserij
De grote zeevisserij draaide qua nettoresultaat nagenoeg quitte (break-even) in 2025, nadat in 2024 nog een winst van 4 miljoen euro werd behaald. De opbrengst zakte met 6% tot 105 miljoen euro en de aanvoer zakte met 7% tot 219 miljoen kilo. De inzet was met ruim 12 miljoen pk-dagen een fractie hoger dan in 2024 (+3%). De vlootomvang bleef gelijk met acht actieve trawlers.
Voor 2026 is het vangstquota voor alle belangrijkste pelagische vissoorten sterk gedaald waardoor de totaalopbrengsten naar verwachting zullen dalen.
Overige kleine zeevisserij
De overige kleine zeevisserij behaalde in 2025 een positief resultaat van 2 miljoen euro (2024: 6 miljoen euro). De opbrengsten daalden met 23% naar 29 miljoen euro. De aanvoer bedroeg 16 miljoen kg (-27%) en bestond voornamelijk uit schelpdieren, zeebaars en harder en in mindere mate uit tong, garnalen, kreeft en krab.
De categorie ‘overige kleine zeevisserij’ bestaat uit een verzameling van diverse, sterk van elkaar verschillende vaartuigen en visserijmethoden. Omdat het aantal vaartuigen van enkele onderdelen van deze vloot te klein is om afzonderlijk over te rapporteren, zijn al deze visserijen samengevoegd tot één groep. Met 441 vaartuigen bleef de omvang in 2025 nagenoeg gelijk. Er is met 212 vaartuigen actief gevist; ook vaartuigen met erg weinig zeedagen (vanaf één zeedag) zijn hierin meegenomen. De totale inzet nam af met 4% tot bijna 1,2 miljoen pk-dagen.
Mossel- en oesterkweek
De mosselkweek sloot het seizoen 2024/2025 (1 juni 2024 – 31 mei 2025) af met een verlies van 3 miljoen euro. De opbrengst uit mosselen daalde dat seizoen van 54 naar 36 miljoen euro, doordat de aanvoer terugviel van 33 naar 21 miljoen kilo, de laagste aanvoer in de afgelopen decennia. De gemiddelde mosselprijs per kilo steeg licht naar 1,73 euro/kg.
Voor het afgelopen seizoen 2025/2026 wordt een verbetering van het resultaat verwacht, maar het is nog onzeker of een winst geboekt zal worden. De opbrengst uit mosselen nam toe van 36 naar 41 miljoen euro, bij een toename in de aanvoer van 21 naar 27 miljoen kilo. De gemiddelde prijs per kg daalde met 12% naar 1,52 euro/kg. Het aantal mosselschepen bleef met 42 stabiel.
De oesterkweek bestaat uit een beperkt aantal bedrijven die verschillend van type zijn. Een aantal daarvan zijn geïntegreerde bedrijven. Daarom is het voor de oesterkweek niet mogelijk om economische resultaten te bepalen. Volgens het CBS werden in 2024 van de Japanse oester 25,2 miljoen stuks aangevoerd, en van de platte oester 2,3 miljoen stuks. In 2023 waren dat er nog respectievelijk 15,4 en 1,3 miljoen. De vloot bestond uit 18 actieve schepen.
Handel
In 2025 steeg de exportwaarde van vis met 7% tot 6,8 miljard euro, met name veroorzaakt door hogere prijsvorming. Het exportvolume nam juist licht af, met minder dan 1%. De importwaarde steeg met 6% tot 5,4 miljard euro, terwijl het importvolume met 5% daalde tot 1,1 miljard kilo.
Aanvoer, import en export
De aanvoer van verse Noordzeevis in Nederland nam tot 2024 af, mede door een krimpende nationale vloot. De Nederlandse visverwerkende- en visgroothandelssector importeert vanuit de gehele wereld vis, schaal- en schelpdieren. In de afgelopen jaren is de import van vis verder toegenomen, met name vanuit de aquacultuur.
De Europese Unie blijft met 81% de belangrijkste afzetmarkt. Duitsland, Frankrijk, België, Spanje en Italië zijn de grootste afnemers binnen de EU. Buiten de EU is de Verenigde Staten in waarde de belangrijkste exportbestemming. Nederland blijft daarnaast een belangrijke exporteur van diepgevroren pelagische vis naar Afrikaanse markten.
Uitdagingen
De Nederlandse vissector blijft gevoelig voor internationale ontwikkelingen, zoals geopolitieke spanningen, handelsbelemmeringen en schommelingen in energie- en transportkosten. Daarnaast staan veel bedrijven voor uitdagingen als personeelstekorten, stijgende loonkosten en beperkingen in de beschikbaarheid van energie en drinkwater. Om concurrerend te blijven investeren bedrijven steeds vaker in automatisering en robotisering.
Voor meer info:
marc.robert@wur.nl
