Binnenhalen van de korven.
Binnenhalen van de korven. Pieke Molenaar

Korven vangen heel weinig garnalen

Algemeen

LAUWERSOOG – Binnen het project Passieve garnalenvisserij Waddenzee onderzochten Wageningen Marine Research, Wageningen Economic Research en de visserijbedrijven ZK 1 en OL 7 de afgelopen twee jaar of ankerkuilvisserij en garnalenvisserij met korven technisch en economisch haalbare alternatieven kunnen vormen voor traditionele garnalenvisserij met een boomkor met klossentuig. De passieve garnalenvisserijen leveren waardevolle inzichten op. Het onderzoek werd uitgevoerd met steun van het Waddenfonds en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Vorige week werden de resultaten met de ankerkuilvisserij in Visserijnieuws beschreven, nu die met korven.

Korvenvisserij behoort tot één van de oudste vormen van visserij en wordt wereldwijd toegepast voor de vangst van schaal- en schelpdieren, vissen en weekdieren. In Nederland wordt met korven voornamelijk gevist op kreeft en krab. In landen als Frankrijk, Engeland en Ierland bestaat daarnaast al langer een korvenvisserij op steurgarnalen, waarbij soms ook Hollandse garnalen als bijvangst worden aangetroffen. Deze buitenlandse visserijen vormden een belangrijke inspiratiebron voor het onderzoek naar korvenvisserij op garnalen in de Waddenzee.

Korfselectie
In het vooronderzoek werden er in Nederland en het buitenland 21 verschillende korfontwerpen gevonden die mogelijk geschikt waren. Om te onderzoeken of deze korven toepasbaar kunnen zijn binnen de Nederlandse garnalenvisserij werd gekeken of maaswijdte, gewicht, afmetingen van korf, grootte en aantal korf-ingangen, stevigheid en de prijs per korf passen bij de Nederlandse garnalenvisserij toegepast in het waddengebied met sterke getijdenstromingen. De positie, aantal en afmetingen van de korfingang moeten groot genoeg zijn om garnalen binnen te laten en klein genoeg om krabben buiten te houden. De maaswijdte van de korf is van belang voor de selectie van maatse garnalen, anders dan met gesleepte vistuigen moet de maaswijdte exact afgestemd zijn op de afmetingen van de marktwaardige garnaal. De afmetingen van de (vierkante) korfmazen mogen dus maximaal 6x6 mm zijn (12 mm gestrekte maas). De ingang opening(en) voor de te testen korven was uiteindelijk tussen de 10-20 mm ø.

Op basis hiervan zijn uiteindelijk zes typen korven getest. Twee ontwerpen waren afkomstig uit Frankrijk: een compacte ronde zwarte kunststof korf met binnenin een frame van gaas uit de recreatieve visserij en een grotere verstevigde ronde zwarte kunststof korf in cilindervorm afkomstig uit de commerciële steurgarnalenvisserij. Daarnaast werd een door de kubbenvisserij geïnspireerd nieuw ontwerp uit Den Oever toegevoegd, ontwikkeld uit een samenwerking tussen Dries Wiersma en CIV Den Oever.

Halverwege het project werden in samenwerking met het Thünen Instituut uit Duitsland nog twee innovatieve korfontwerpen aan het onderzoek toegevoegd en een korf van Ali express.

Aas of licht
Voorbereidend onderzoek binnen de faciliteiten van Wageningen Marine Research liet zien dat garnalen niet alleen reageren op aas, maar ook aangetrokken worden door licht. Daarom werden de korven tijdens de praktijktesten niet alleen uitgerust met verschillende soorten aas, waaronder haring, makreel, wijting, inktvis en kattenvoer, maar werd ook geëxperimenteerd met verschillende sterktes en kleuren verlichting. Hierbij werden zowel groene als witte lampen met een lagere lichtintensiteit getest en een fellere witte variant.

Praktijktesten OL 7
In februari 2025 gingen de maandelijkse praktijktesten op de Waddenzee van start. De testen werden uitgevoerd met de OL 7 van Folkert Sloot en liepen door tot en met november 2025. Er werd van maandag tot vrijdag gevist met 180 korven. Deze waren bevestigd aan tien lijnen, elk dus voorzien van achttien korven. Elke lijn werd voorzien van een combinatie van verschillende korven voorzien van aas/licht om de effectiviteit van de aas/licht/korf combinaties te onderzoeken. Indien haalbaar werden alle korven dagelijks geleegd en opnieuw uitgezet.

De testen vonden plaats op verschillende locaties op het Oostwad en op het wad ten westen van Harlingen. Voor schipper Folkert Sloot, die normaal de boomkorvisserij op garnalen in de Waddenzee beoefent, was deze vorm van garnalenvisserij volledig nieuw en moest in de praktijk eerst worden uitgezocht hoe de lijnen het beste uitgezet en binnengehaald konden worden. Om de lijnen met korven binnen te halen, moest er een lijnenhaler geïnstalleerd worden, die na elke reis later ook weer eenvoudig verwijderd moest kunnen worden. Sloot begon nieuwsgierig en positief aan het onderzoek.

In totaal werden tien reizen uitgevoerd. Tijdens alle reizen werd elke keer dat de potten gehaald werden, per pot-aascombinatie de totale ongesorteerde vangst, en de marktwaardige garnalen hierin geregistreerd. Tijdens vijf reizen was er een opstapper van WMR aan boord, dan werd de vangstsamenstelling per korftype in detail bemonsterd om inzicht te krijgen alle (bijvangst)soorten en lengtes die met de korven gevangen werden. Daarnaast nam Sloot samen met Bjorn Vanger de overige vijf reizen de registratie van ongesorteerde vangst en marktwaardige garnalen per korftype voor zijn rekening.


Geteste korven. (Foto’s: Julia Stil en Pieke Molenaar) - WMR

Resultaten
De praktijktesten gingen niet van start in de beste periode voor de garnalenvisserij, waardoor de vangsten in februari en maart aan het begin van het onderzoek nog beperkt waren, ongeveer 10 gram/korf/dag, waarvan 5 gram/korf/dag marktwaardig ofwel minder dan één kilo consumptiegarnalen per dag met 180 korven tijdens het onderzoek. Naarmate het seizoen vorderde, nam het aandeel marktwaardige garnalen toe, met de grootste vangsten in juni en juli, tussen 20 en 60 gram/korf/dag. In deze periode leek het zeewater bovendien minder troebel te zijn, wat mogelijk een positief effect had op de effectiviteit van licht als lokmiddel. Opvallend was dat de korven die uitgerust waren met verlichting over het algemeen beter presteerden dan de varianten met alleen aas en zonder licht.

Van de vangsten in juni en juli was maximaal 30 gram/korf/dag marktwaardig, wat met 180 korven neerkomt op hooguit 5,5 kilo consumptiegarnalen per dag. Daarmee werd ook duidelijk dat de huidige manier van vissen met korven economisch niet haalbaar is, zelfs wanneer opgeschaald zou worden naar een veel groter maar praktisch nog werkbaar aantal korven. Hoeveel er uiteindelijk per korf gevangen zou moeten worden om tot een rendabele visserij te komen, en of zulke vangsten realistisch zijn binnen de Waddenzee, moet blijken uit de verdere analyses in het eindrapport.

Uit de praktijktesten en observaties bleek dat factoren zoals maand, staduur, opening in of uit de stroming en windkracht allemaal effect hadden op het succes van de vangsten. Tegelijkertijd werd duidelijk dat er op dit moment nog geen ideale garnalenkorf bestaat voor toepassing binnen de Waddenzee.

Ook schipper Folkert Sloot concludeert dat de huidige korfontwerpen en werkwijze niet voldoende rendement opleveren voor de praktijk. ,,Op dit moment vangt het nog te weinig en is het behoorlijk arbeidsintensief”, aldus Sloot.

Volgens WMR laten de resultaten zien dat de visserij met korven momenteel geen economisch haalbare visserij is, verdere optimalisatie is noodzakelijk om korvenvisserij economisch rendabel te maken. Toch leverden de praktijktesten veel waardevolle inzichten, nieuwe ideeën en praktische observaties op.

Een van de meest opvallende inzichten is, met (niet te fel) wit en groen licht kunnen vangsten van garnalen gerealiseerd worden zonder bijvangst. Daarentegen leid het gebruik van aas en kattenvoer in de korven vaak tot aanzienlijke bijvangst van kleine krabbetjes. Deze eerste bevindingen zijn inmiddels gedeeld met het Thünen Instituut in Duitsland, zodat zij de opgedane kennis in het komende jaar verder kunnen gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe korfontwerpen, typen aas en aanvullende praktijktesten.

Ecologisch gezien biedt korvenvisserij interessante voordelen doordat minder gasolie wordt verbruikt en nauwelijks bodemberoering plaatsvindt. Tegelijkertijd blijft het risico dat korven tijdens het vissen verloren gaan, wat kan leiden tot (plastic) vervuiling op zee en mogelijk ghost fishing.

Auteurs
Julia Stil, Pieke Molenaar, Edward Schram en Lennert van der Pol

Geteste korven. (Foto’s: Julia Stil en Pieke Molenaar)