
Passieve garnalenvisserij levert waardevolle inzichten op
AlgemeenZOUTKAMP/LAUWERSOOG – Binnen het project Passieve garnalenvisserij Waddenzee onderzochten Wageningen Marine Research (WMR), Wageningen Social & Economic Research (WSER) en de visserijbedrijven ZK 1 en OL 7 de afgelopen twee jaar of garnalenvisserij met de ankerkuil en/of met korven technisch en economisch haalbare alternatieven kunnen vormen voor traditionele garnalenvisserij met een boomkor met klossentuig.
Aanleidingen voor het onderzoek zijn de toenemende uitdagingen voor de garnalenvisserij in de Waddenzee. Daarbij spelen onder meer brandstofverbruik/prijzen, bodemberoering, Natura 2000-regelgeving en ongewenste bijvangst een belangrijke rol. Met passieve visserijtechnieken is geprobeerd garnalen te vangen zonder actief over de bodem te slepen, waardoor zowel de bodemimpact als het brandstofverbruik verminderd kunnen worden.
Het onderzoek werd uitgevoerd met steun van het Waddenfonds en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Voor de praktijktesten werden de ZK 1 van Jurre Kerkhof en OL 7 van Folkert Sloot ingezet. Momenteel worden de laatste resultaten verwerkt in de eindrapportage van het project.
![]()
De ZK 1 ‘ Solea’ van Jurre Kerkhof met het zware anker voorop. (C. Hameeteman)
Historie ankerkuilvisserij
Ankerkuilvisserij is geen nieuw concept in Nederland en werd in de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkeld tot bedrijfsvorm, met name rond het Haringvliet en het Hollands Diep. In het rivierengebied werd voornamelijk gevist op paling en spiering, terwijl verder stroomafwaarts en op zee vooral sprot werd gevangen waarbij soms ook garnalen werden gevangen.
Bij deze techniek werd een net aan elke zijde van het schip in de getijdenstroming uitgezet. Zowel het schip als de netten werden verankerd om stil en stabiel in de stroming te blijven liggen. De stroming van de rivier of van de getijden in de kustwateren door de ankerkuilnetten vangt vissen op die onvoldoende capaciteit hebben om tegen de stroming in te zwemmen. Als het net vol is of de getijdenstroming af begint te nemen wordt het ankerkuilnet opgehaald en de vangst op het schip uitgezocht.
Ankerkuilvisserij op garnaal
Garnalen migreren met de getijdenstromingen mee, waardoor ze in theorie in een ankerkuilnet gevangen kunnen worden. In tegenstelling tot de traditionele boomkorvisserij hoeft hierbij niet actief over de bodem gesleept te worden, wat het brandstofverbruik en de bodemberoering aanzienlijk kan verminderen.
Een gerichte toepassing binnen de garnalenvisserij op de Waddenzee werd echter nooit eerder uitgebreid onderzocht. Tijdens de eerdere Swimway-ankerkuil monitoring met de oude ZK 1 in de Waddenzee werden naast pelagische vis ook enkele keren aanzienlijke hoeveelheden garnalen met de ankerkuilen gevangen. Hier ontstond het idee dat een geoptimaliseerde ankerkuil mogelijk geschikt kon zijn om garnalen te vangen op de Waddenzee.
Passieve garnalenvisserij
Het optimaliseren en jaarrond onderzoeken van de ankerkuilvisserij op garnalen werd mogelijk gemaakt door het toekennen van het project Passieve garnalenvisserij Waddenzee door het Waddenfonds en LVVN.
Waar tijdens de Swimway-monitoring door de ZK 1 met twee ankerkuilen werd gevist, had Jurre Kerkhof het idee om te werken met zes kleinere netten, waarbij aan elke zijde van het schip tussen de 9 meter lange ankerkuil buizen drie kleinere netten bevestigd waren, elk met een opening van 3 meter breed en 1.5 meter hoog. Het idee hierachter was dat door de lagere en kleinere netten de weerstand in het water van de netten verminderd wordt, en er tijdens het vissen in de stroming minder kracht op het anker uitgeoefend wordt. Daarnaast wordt de vangst in 6 delen gescheiden, waardoor er werkbaardere vangsthoeveelheden aan boord komen en konden selectiviteitsvoorzieningen onderzocht worden.
Onderzoeksopzet met voorzieningen om bijvangst te verminderen
Vier van deze zes netten waren voorzien van selectiemechanismen om ongewenste bijvangst van vis te verminderen. Aan stuurboord werd één conventioneel net gebruikt als referentiepunt, naast een net met een zeeflap en een net uitgerust met een KingGrid. Aan bakboord werd eveneens één conventioneel net gebruikt, aangevuld met een zeefmat en een fishexcluder.
Zeeflap
De zeeflap bestond uit een grootmazig netwerk en hing schuin in het voornet. Platvissen groter dan de maaswijdte konden de zeeflap niet passeren en ontsnappen door een gat in de buik.
![]()
Figuur 1. Zeeflap.
Zeefmat
Bij de zeefmat zat er voor de opening van het net een groot gespannen paneel met maaswijdten van 50-70 mm dat het complete oppervlak van het net afsloot. Alleen vangsten kleiner dan de maaswijdte van de zeefmat had de mogelijkheid om in het net te komen. Alle overige bijvangst kwam tegen de zeefmat aan en gleed onder het net door.
![]()
Figuur 2. Zeefmat. - Credit
Kinggrid
Het KingGrid is een lichtgewicht polycarbonaat sorteerrooster, geïntegreerd in het net, dat als glijbaan dient voor vangsten die groter zijn dan de instelbare spijlafstand van het sorteerrooster. Hierdoor worden ongewenste soorten automatisch uit het net geschoven.
![]()
Figuur 3. Kinggrid.
Fish excluder
De fish excluder vormde halverwege het net een trechter met openingen waardoor zowel garnalen als vissen konden passeren. Het idee was dat vissen, dankzij de verminderde stroming in de trechter, eerst door de zwarte ruitvorm en daarna door een stuk tegen de stroming in te zwemmen via de grotere groene mazen konden ontsnappen, terwijl de garnalen met de stroming verder het net in werden geleid richting de kuil.
![]()
Figuur 4. Ankerkuilnet – Fish Excluder.
Praktijktesten met ZK1
Voorafgaand het onderzoek werd de voormalige Duitse kustvisser DOR 9 omgebouwd tot de ZK 1 en ingericht voor de ankerkuilvisserij. De allereerste praktijktest met zes ankerkuilen in augustus 2024 was direct spannend voor schipper Jurre Kerkhof. Een nieuw schip, een compleet andere inrichting en ook de ankerkuilen waren anders dan hij gewend was. Hoewel Kerkhof al ervaring had met ankerkuilen, vergde het nieuwe schip en de zes neten uitzoekwerk, maar binnen dit project lag de focus nadrukkelijk op de technische werking, garnaalvangsten, selectiviteit en praktische inzetbaarheid van verschillende netontwerpen.
Van augustus 2024 tot en met mei 2025 vonden er elke maand praktijktesten plaats op het Oostwad. Gedurende alle tien reizen werden elke trek de totale ongesorteerde vangst én de marktwaardige garnalen in de vangst gewogen. Tijdens zeven reizen was een opstapper van Wageningen Marine Research aan boord om de vangstsamenstelling van alle zes netten in detail te bemonsteren. Kerkhof heeft zelf drie reizen data verzameld op basis van zelfbemonstering.
![]()
Trek marktwaardige garnalen met de ankerkuil.
Resultaten en ervaringen
Tijdens de praktijktesten werd zichtbaar dat ook de ankerkuilvisserij te maken heeft met duidelijke seizoensgebonden verschillen. De beste vangsten van marktwaardige garnalen werden behaald in oktober en november, toen gemiddeld tussen 1 en 2 kg/uur/kuil werd gevangen (Figuur 5). In het voorjaar liep dit terug tot minder dan 0,5 kg/uur/kuil. Tegelijkertijd bleek dat de ankerkuilvisserij, net als de traditionele actieve garnalenvisserij met boomkor, gevoelig is voor bijvangst van grote hoeveelheden knikkerkwallen (Amerikaanse ribkwal) en zeewier in bepaalde perioden van het jaar.
Uit de resultaten bleek bovendien dat de conventionele netten aan beide zijden van het schip de grootste hoeveelheden marktwaardige garnalen vingen, maar tegelijkertijd ook verantwoordelijk waren voor de meeste bijvangstAan stuurboord zorgden de selectiviteitsnetten voor een afname in zowel marktwaardige garnalen als bijvangst ten opzichte van het conventionele net, waarbij de zeeflap beter presteerde dan het kinggrid. Aan bakboord werd een vergelijkbaar beeld gezien, al ving de fishexcluder meer marktwaardige garnalen dan de zeefmat.
![]()
Figuur 5: Voorspelde CPUE (kg/uur) per maand. Conventioneel (CN1 en CN2), fish excluder (FEX), king grid (KNG), zeeflap (ZFL), en zeefmat (ZFM).
Volgens WMR en Kerkhof leverden de praktijktesten veel waardevolle praktijkervaring op. Kerkhof: ,,Je merkt dat locatie, stromingssnelheid, dag en nacht, de positie van het schip in de stroming en de windrichting en -kracht in combinatie met het getij ontzettend belangrijk zijn bij deze manier van vissen. Soms stond het schip en dus de tuigen exact in lijn met de getijdenstroming, en zag je direct resultaat, maar er waren ook dagen waarop wind en getij elkaar juist tegenwerkten en invloed hadden op de ligging van schip en netten en je echt moest zoeken naar de juiste omstandigheden. Dat maakt deze vorm van visserij interessant, maar tegelijkertijd ook uitdagend.”
Tijdens één van de praktijktesten stond het tuig bovendien niet goed op de bodem en viste het hoger in de waterkolom dan normaal. Opvallend genoeg werden er toen alsnog goede garnalenvangsten gedaan. Dat kan er op wijzen dat garnalen zich niet alleen vlak boven de bodem verplaatsen, maar zich ook hoger in de waterkolom met het getij mee laten voeren. Het Duitse Thünen instituut doet vervolgonderzoek tot hoe hoog garnalen in de waterkolom voorkomen in een vergelijkbaar ankerkuilproject.
Kerkhof benadrukt daarbij dat ankerkuilvisserij niet te vergelijken is met de traditionele actieve garnalenvisserij. ,,Het is totaal anders vissen. In zekere zin wat rustiger, maar met de huidige opstelling aan boord fysiek ook zwaarder.”
![]()
Optimalisatie ankerkuil
Tijdens de laatste praktijktesten ontstond bij Kerkhof bovendien het idee om de ankerkuil niet naast, maar achter het schip te bevestigen, om zo minder invloed van wind en getij te hebben op het tuig. Na afronding van de tien praktijktesten met zes netten heeft hij zijn schip aangepast om vanaf de achterzijde met een ankerkuil te vissen. De nieuwe opstelling met een ankerkuilnet met een opening van 8 meter breed en 6 meter diepe opening werd vervolgens ingezet tijdens het Eems-Dollard monitoringproject. Tijdens deze monitoring werden een aantal keer aardige hoeveelheden marktwaardige garnalen gevangen. Volgens Kerkhof werkte deze manier van vissen met één net achter het schip beter dan vooraf gedacht. Waar de eerdere opstelling gevoelig was voor een ongunstige combinatie van wind en getij, bleek de nieuwe variant veel stabieler te vissen.
Met deze aangepaste opstelling werden binnen het passieve garnalenvisserij project in augustus en november 2025 nog twee aanvullende praktijktesten uit op de Eems-Dollard uitgevoerd. Met name tijdens de testen in augustus waren de vangsten van marktwaardige garnaal erg goed, en aanzienlijk beter dan tijdens de eerdere proeven. Er werd 20 kg/uur garnalen gevangen met 1 net, hiervan was 12kg/uur marktwaardig. Tijdens de tweede praktijktest in November was helaas de wijting in de Eems-Dollard gearriveerd, de vangst tijdens deze test bestond voornamelijk hieruit.
![]()
Vangst van augustus 2025 in één ankerkuil achterop. (Foto’s: Julia Still)
Economische haalbaarheid en ecologische impact
Economisch gezien biedt ankerkuilvisserij verschillende voordelen. Het schip verbruikt minder gasolie. Zo werd er in de zomermaanden rond de 200 liter gasolie verbruikt in vijf dagen. Doordat de netten niet over de bodem slepen, wordt verwacht dat ook de levensduur van het vistuig toeneemt. Daar staat tegenover dat de vangsten van marktwaardige garnalen lager liggen dan bij de traditionele actieve garnalenvisserij. Of ankerkuilvisserij een economisch haalbaar alternatief biedt voor traditionele garnalenvisserij zal blijken zodra de bedrijfseconomische analyses door Wageningen Social and Economic Research zijn afgerond.
Ecologisch laat de techniek mogelijke voordelen zien. Naast het anker is er nauwelijks bodemberoering. Hierdoor is bijvangst van de benthische organismen zeer beperkt. Door het geringe brandstofverbruik is er weinig uitstoot van stikstof in de N2000 gebieden.
Vervolgonderzoek
De vangsten tijdens de praktijktest in augustus bieden perspectief met de opstelling van één ankerkuil achter het schip. Er zijn nog te weinig testen hiermee uitgevoerd om een duidelijk beeld te geven van de technische en economische haalbaarheid.
Binnen de INNOVIS-regeling is er budget toegekend om vanaf eind 2026 een vervolgonderzoek uit te voeren met de ZK 1. Hierbij ligt de focus op de vangst van marktwaardige garnalen en het toepassen van de Fish excluder.
Auteurs: Julia Stil, Pieke Molenaar, Edward Schram en Lennert van der Pol
De opzet en resultaten van het praktijkonderzoek met de korvenvisserij op garnalen worden in de volgende Visserijnieuws gepubliceerd.

