
Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 23 - 2026
AlgemeenHet is meivakantie, zodat we een extra mannetje aan boord hebben als we op zondag 26 april om 12.30 uur vertrekken vanuit de visserijhaven van Cuxhaven. Kleinzoon Thijs is onze derde man en nadat we de Elbe zijn overgestoken en aan de rode zijde naar buiten varen, nestelt hij zich naast z’n vader om goed zicht te hebben op de radar- en plotterschermen op de brug van de ZK 37. Zo langzamerhand leert hij de werking van de diverse systemen aan boord, en als hij iets niet weet dan vraagt hij er naar.
Kotteroorbel
We stomen noordnoordwest in, richting de Amrumbank, waar we om 18.00 uur aan het zuidoostelijke puntje uitzetten. We trekken noord-in en gaan intussen aan de kost. Thijs kan niet wachten dat we gaan halen, want hij is nu voor het eerst naar zee met z’n kotteroorbel in z’n oor en deze moet natuurlijk gedoopt worden met zout water. Nadat we het avondeten achter de kiezen hebben en de afwas gedaan is, kan Thijs z’n hart ophalen en de beide staarten losmaken onder het gedrup van zout water.
De eerste twee trekken zijn naar tevredenheid: 80 kg. ’s Nachts is het water schijnbaar te dik, want dan zakt de vangst helemaal in elkaar en zoeken we een ander plekje op. Zo gaat het de rest van de week ook: overdag dik water opzoeken bij de Bank of voor de zeegaten en tijdens de steeds korter wordende nacht, een nachtbestek opzoeken. Het weer wordt gedurende de week steeds rustiger en mooier, zodat de kleur van het water overdag verdwijnt en daardoor de vangst met de dag flink afneemt.
We vissen donderdag 30 april met zonsopkomst alvast zuid-in en halen rond 06.00 uur voor het laatst, waarna we richting Cuxhaven stomen. Hier kunnen we aan het eind van de dag nog lossen op een vrachtwagen van Vebatrans die onze garnalen (86 kisten) naar de afslag van Harlingen brengt om te zeven.
![]()
Thijs, voor het eerst met z’n kotteroorbel mee naar zee.
Kutter der Zukunft
Een week later, week 19, valt de visserij erg tegen. Het weer is eigenlijk te mooi; windstil, volop zon, weinig tij, lange dagen en korte nachten. We proberen, net als de aanwezige collega’s, van alles, maar het blijft een erg zuinige visserij. Op donderdag 7 mei houden we het voor gezien en gaan stomen. Deze keer niet naar Cuxhaven, maar naar onze thuishaven, Lauwersoog. We lossen op vrijdagmorgen bij de afslag en besluiten om in week 20 het schip te laten liggen en ons bezig te gaan houden met onderhoud.
Omdat we mooi op tijd zijn na het lossen van de garnalen, ga ik in op een uitnodiging om een bijeenkomst over ‘der Kutter der Zukunft’ in het Oostfriese Pewsum te bezoeken. Via een groepsapp van Duitse en Nederlandse vissers sijpelt af en toe informatie door over een project dat sinds enige jaren aan de gang is bij onze oosterburen. Dit project behelst de ontwikkeling en bouw van een (kust)vissersvaartuig voor nu en de toekomst; geschikt voor zowel de Noordzee als de Oostzee. Het is een samenwerkingsverband tussen het Duitse ministerie van Landbouw en Visserij, de deelstaten Niedersachsen en Schleswig-Holstein, de Hochschule Emden-Leer, het Thünen Institut, de Duitse visserijorganisaties en andere organisaties zoals das Nationalpark Wattenmeer. In totaal is er 10.000.000 euro beschikbaar voor onderzoek, ontwikkeling en bouw van het schip.
Tijdens de bijeenkomst in het gemeentehuis van Krummhörn in Pewsum, het domein van Bürgermeister en vissersvrouw Hilke Looden (GRE 13), willen de projectleiders van de Hochschule Emden-Leer en Thünen van de vissers weten wat de wensen zijn wat betreft accommodatie, visruim, koeling, vistuigen, vangstverwerkingsapparatuur, lieren en nog meer, waarbij ik natuurlijk enkele Nederlandse bedrijven noem zoals onze eigen CIV/TDL, Luyt en De Boer RVS. Net als in Nederland is er onder vissers weinig animo om vergaderingen te bezoeken, ook al is er een kans om mee te praten bij de ontwikkeling van iets heel moois, wat in het belang van de hele sector is. Naast mijzelf en oud-visser Gerold Conradi (ex-GRE24) zijn alleen Lasse Gruchow (GRE 9), Jan Ysker (GRE 10) en Bertus Looden (GRE 21) aanwezig.
Op vrijdagmiddag 5 juni is er nog eenzelfde bijeenkomst gepland in Büsum en het is te hopen dat er dan meer interesse is vanuit de visserij. Duidelijk is dat de ‘Kutter der Zukunft’ op stoom ligt. In 2028 wordt begonnen met de bouw en in 2029 of 2030 worden de eerste proefvaarten gepland en kan het project worden afgesloten, waarna de Duitse vissers kunnen kiezen voor een in serie gebouwde nieuwe kotter, waar natuurlijk wel een prijskaartje aanhangt.
![]()
Duits project: Zukunftskutter.
Stagiair Jasper
Omdat het tijdens de Pinksterdagen zoals altijd Vlaggetjesdag is in Zoutkamp, pakken we het schip grondig aan. Zowel onder als boven de waterlijn krijgt het een flinke beurt. Tevens staat voor onze ‘Aldert van Thijs’ een droogzetting bij NG Shipyards gepland in week 21, waarbij we ook gelijk op verzoek van IL&T een endoscopie van de hoofdmotor en koppeling laten doen door Jochem Jongsma van Jongsma Diesel Repair, onder toeziend oog van IL&T-inspecteur Germ Sijbesma.
Alfred en ik staan er deze keer niet alleen voor; we worden bijgestaan door Jasper van der Veen, zoon van René van der Veen (GRE 34). Jasper volgt het VMBO van het Hogeland College te Winsum en loopt in de weken 20 en 21 stage op de ZK 37. Alfred is z’n stagebegeleider en neemt de stagiair bij de hand om hem allerhande opdrachten, zoals olie peilen, motoren starten en verf mengen uit te laten voeren en dit ook te vermelden in z’n stageboek.
We kunnen gebruik maken van het verfvlot van de TDL, zodat we het schip boven de waterlijn geborsteld, geschuurd en in de primer hebben staan als we op maandag 18 mei door de schepenlift van NG Shipyard uit het water worden getild. Neef Richard Schulz is sinds enkele weken scheepsliftmachinist bij de werf en vindt het een eer om de ZK 37 van z’n neef uit het water te tillen en op te bokken op het werfterrein.
Het onderwaterschip ziet er goed uit en de motor en de koppeling kunnen er weer twee jaar tegen aan. Het onderhouden en verven van een kotter is niet iets wat zo maar even gedaan is, tenminste als je het goed wilt doen. Goed ontroesten, schoonmaken en een goede grondlaag is een pré, waarna het leukste werk komt: de deklaag aanbrengen. In twee weken moet het allemaal lukken, ook als het werk onderbroken wordt door een rondje met een IL&T-inspecteur, een plotselinge regenbui of een gesprek met mevrouw Kuipers, de praktijkbegeleider vanuit de school van Jasper.
Het toeval wil dat Alfred als puber ook nog les gehad heeft van mevrouw Kuipers op het VMBO van het Hogeland College, waarbij deze docente zich ontpopte als zijn favoriete leerkracht. Het weerzien tussen docente en oud-leerling is hartelijk en vrolijk, maar na de luchtige gesprekken komt het tot een serieuze bespreking van de stage van Jasper. Zowel Alfred als ook mevrouw Kuipers beoordelen de stage met een dikke voldoende, waarna de docente, na een rondleiding over het schip en het werfterrein, afscheid neemt van leerling en oud-leerling.
![]()
Stageloper en stagebegeleider.
Vlaggetjesdag
Als we na vier dagen weer met de ZK 37 te water gaan, zijn we bijna helemaal klaar om het schip in topconditie te krijgen voor Vlaggetjesdag. De machinekamer glimt als een ‘ekkel’ (Gronings voor glimmen als een spiegel), net als de rest van het schip. Het dek moet nog, maar dat doen we op Zoutkamp als Alfred en Jasper de kotter over het Lauwersmeer hebben gevaren.
Intussen heb ik in m’n mailbox een uitnodiging ontvangen van de Tweede Kamer om deel te nemen aan een rondetafelgesprek op woensdag 27 mei over de toekomst van de Nederlandse visserij. Ik twijfel, omdat er gevist moet worden. We hebben rond de Pinksterdagen uiteindelijk twee weken voor de kant gelegen, wat niets oplevert en alleen maar geld gekost heeft.
Ik bespreek mijn dilemma met m’n vrouw en Alfred en we concluderen dat zo’n bespreking op lange termijn misschien wel meer oplevert dan een dag vissen, zodat ik me uiteindelijk aanmeld bij de Griffie Commissie LVVN om deel te nemen aan het gesprek. Voor de deelnemers aan het gesprek bestaat de mogelijkheid om een Position Paper op te stellen, waarin een toekomstvisie van de visserij kan worden beschreven. Deze Position Paper stel ik in de dagen voor Pinksteren op en stuur het via de mail naar Den Haag. In Visserijnieuws lees ik dat collega Dirk Kraak ook aanwezig zal zijn en dat Vissersbondmedewerker Durk van Tuinen ook is uitgenodigd om de visserij te vertegenwoordigen.
Vlaggetjesdag in Zoutkamp slokt eerst alle aandacht op, waarbij we ook nog vier van de zes kleinkinderen een nacht op bezoek krijgen, zodat hun ouders een avond los kunnen tijdens de festiviteiten in één van de weinige echte vissersdorpen die Nederland nog telt.
Het gehele weekend is het een drukte van belang rond de haven van Zoutkamp, maar Pinkstermaandag is van oudsher altijd de belangrijkste dag van het gehele weekend. In de ochtend worden de prijswinnaars van de vlootschouw bekend gemaakt. Met de ZK 37 vallen we twee keer in de prijzen. Onze machinekamer is als mooiste beoordeeld en voor het totale plaatje krijgen we de tweede prijs uitgereikt. Een mooie beloning voor het werk dat is geleverd!
Na het feestelijk weekend is het op dinsdag tijd om op te ruimen, de vlaggen neer te halen en de boel nog eens grondig te soppen. Als we weer in de haven van Lauwersoog aankomen, meren we aan bij het ponton van TDL. De opvoerband die de garnalen richting de sorteermachine voert, springt met enige regelmaat over en wordt door Alfred met hulp van Arno Hardholt van de TDL voorzien van nieuwe tandwielen, zodat de vangst in het vervolg vlotjes de sorteerzeef in loopt.
Tweede Kamer
Zelf zit ik, samen met m’n vrouw, op woensdagochtend al op tijd in de trein richting Den Haag. In de trein lees ik de diverse ‘position papers’ die door de andere uitgenodigde personen en organisaties zijn ingediend als basis voor het gesprek. Na een reis van ongeveer drie uur hebben we nog wat tijd over voor een kop koffie en een korte wandeling rond het Binnenhof en de Hofvijver voordat we richting het tijdelijke onderkomen van de Tweede Kamer lopen.
Bij de ingang komen we Durk van Tuinen van de Vissersbond tegen en nadat we ons gemeld hebben en de veiligheidsmaatregelen hebben ondergaan, ontmoeten we collega Dirk Kraak, BBB-fractiemedewerker Cees Meeldijk en de andere deelnemers. Klokslag 13.15 uur, op tijd dus, begint het gesprek, waarbij de leden van de vaste Kamercommissie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aanwezig zijn. Als eerste zijn de natuurorganisaties aan de beurt, die eigenlijk hun vaste verhaal vertellen: het gaat slecht met de Waddenzee en de Noordzee en de belangrijkste drukfactor is de visserij. Als visserij van de toekomst zien ze eigenlijk alleen plaats voor visserij met korven en vallen. ,,Lokken in plaats van jagen.’’ Niet realistisch en economisch niet haalbaar en onrendabel in mijn ogen.
Wetenschapper Jaap van der Meer doet de ogen en oren openen van de aanwezige Kamerleden en bezoekers. Hij stelt dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor de bewering dat het slecht gaat met de Noordzee, de Waddenzee, de visstand en het bodemleven in zee. Iets wat wij al jaren beweren, maar waar niet naar geluisterd wordt. Jammer is wel dat een wetenschapper als Jaap van der Meer deze uitspraak doet als emeritus hoogleraar en niet als hoogleraar in functie.
Zelf moet ik samen met Durk en Dirk aan de bak na de wetenschap. Ik word nu wel wat gespannen. M’n brein, die normaal vrij rustig en geordend is, begint wat te zwalken. Spreken in het openbaar is niet mijn ding, dat merk ik maar eens weer. Durk en Dirk hebben vaker met dit bijltje gehakt, dat merk ik wel. Durk van Tuinen is goed op de hoogte, houdt zich aan de feiten en kan het goed verwoorden. Dirk Kraak is een pratend natuurtalent, weet ook waar hij het over heeft en heeft een geheugensteuntje op papier gezet. Een voorbeeld voor mij voor een volgende keer.
Ik vertel m’n verhaal over tien, elf en twaalf generaties van de vissende familie Buitjes. Over verleden en toekomst, over liefde voor het vissen en respect voor de zee met al z’n leven. Ik hoop dat het over komt bij de Kamerleden en ik hoop ook dat er iets mee gedaan wordt. Na afloop doen we nog even een bakje met een soort van nabespreking met BBB-Kamerlid Caroline van der Plas.
Later, op weg naar huis, komt de hoofdpijn opzetten. Hoofdpijn van een compleet andere wereld: een wereld die niet de mijne is.
Liever een week op zee, dan een dag in Den Haag, dat is voor mij wel duidelijk!!!
Henk Buitjes, ZK 37
