H Prof.dr. Jaap van der Meer.
H Prof.dr. Jaap van der Meer. nn

Onhaalbare natuurdoelen, maar wel visserijbeperkingen

Algemeen

DEN HAAG – Buitengewoon hoogleraar Jaap van der Meer (WUR) deed vorige week in de Tweede Kamer de wenkbrauwen fronsen tijdens het rondetafelgesprek ‘De toekomst van de visserij in Nederland’. Natuurlijk heeft de visserij effect op het ecoysteem, maar beweringen dat het slecht gaat met de Noordzee en de Waddenzee noemt hij weinig solide en kunnen met een korrel zout worden genomen. Er wordt volgens hem maar een twijfelachtige slag geslagen naar wat gunstig zou zijn, doelen voor natuurherstel zijn zo geformuleerd dat deze per definitie onhaalbaar zijn (maar de visserij wel beperken) en soms laten Kamerleden met kritische vragen zich met een kluitje in het riet sturen. Uit internationaal erkend wetenschappelijk onderzoek naar sterfte, herstel en visserijintensiteit blijkt dat de Noordzee als geheel voldoet aan de Europese norm van een goede milieutoestand, aldus Van der Meer. Kees Taal was er woensdag bij en maakte aantekeningen.

Voor het rondetafelgesprek over de visserij had de Tweede Kamer drie blokken met telkens drie deelnemers ingepland: maatschappelijke organisaties, wetenschap en visserij. Namens de visserij zaten Vissersbondmedewerker Durk van Tuinen en de praktijkvissers Dirk Kraak (BRA 7) en de jarige Henk Buitjes (ZK 37) aan tafel.

Alle negen personen hadden vooraf in een position paper kort hun visie op de Noordzee/Waddenzee en visserij op schrift gezet. Belangrijkste punten daarin: hoe is het gesteld met de ecologie en economie wat vissen en bodemleven betreft en wat zijn de veranderingen en ontwikkelingen nu en in de toekomst in de Noordzee en de Waddenzee.

Iedere deelnemer aan de gespreksronde hield een korte pitch en zei waar hij of zij voor stond. Belangrijke zaken die aan de orde kwamen: draagkracht van de natuur en bescherming ervan, onderzoeksresultaten, verduurzaming van visserij, ruimtegebruik van de Noordzee en het Wad en het perspectief voor vissers.

De aanwezige Kamerleden stelden op volgorde één voor één een vraag. Het voordeel van deze opzet is dat er geen ellenlange discussies ontstaan, maar een nadeel dat diepgang daardoor te wensen overlaat.

Natuurorganisaties
Merel den Held (Stichting De Noordzee) trapte af. Zij benoemde dat de Noordzee en de Waddenzee veranderen, dat de natuur minder veerkracht heeft en dat er duidelijke keuzes moeten worden gemaakt in activiteiten op zee. Weliswaar is er ruimte voor visserij, maar vooral maatregelen voor herstel van de natuur zijn nodig. Zij gaf aan dat de boomkorvisserij steeds duidelijker tegen grenzen aan loopt en dat optimalisatie (verduurzaming) ervan niet genoeg is. Er staat volgens haar een nieuwe generatie vissers aan de deur te rammelen die met passieve vistuigen op kleinere schaal wil vissen met meer balans tussen ecologie en economie. Een toekomstige visserij in de marge dus, want volume kan je hier niet van verwachten.

Marijn van der Pas (Compassion in World Farming) bracht naar voren dat de Nederlandse zeevisserij, gewenst en ongewenst, miljarden zeedieren per jaar vangt en dat deze tot aan de verwerking ervan te lang moeten lijden. De dodingsmethoden op zee moeten anders en ongewenste bijvangst moet fors worden verminderd. De consument moet daarvoor (willen) betalen.

Kirsten Haanraads (Wereld Natuur Fonds) ziet ook een toekomst voor de visserij, maar die moet wel een hervorming ondergaan om toekomstbestendig te worden. Er zou ruimte gegeven moeten worden aan ‘nieuwe’ vissers die ecologie op de eerste plaats zetten. Natuurherstel staat voor haar voorop.

Op vragen vanuit de Tweede Kamer werden soms opmerkelijke antwoorden gegeven. Caroline van der Plas (BBB) vroeg zich af over hoeveel vissers Stichting De Noordzee eigenlijk praat, want er zijn volgens haar namelijk bijna geen vissers meer. En wat is dan het verschil tussen de ‘nieuwe’ en oude generatie? Den Held zei het jagen op vis graag te zien veranderen in passieve visserij, jongere vissers zouden daarmee aan de slag willen.

Wim Meulenkamp (VVD) gaf aan dat er nog nooit zo weinig is gevist als nu en dat andere activiteiten op zee de laatste jaren enorm zijn toegenomen. Denk aan windparken. Hoe kijken natuurorganisaties aan tegen impact daarvan op zee? Volgens Den Held kan een kleinere, efficiëntere visserijvloot nog steeds schade aanrichten door concentratie van activiteiten. In windparken zouden visbestanden zich kunnen herstellen. Deze vraag werd dus diplomatiek ontweken en feitelijk niet beantwoord.

Hoe ziet een economisch model er dan uit met passieve visserijmethoden? Haanraads: Er is geen model beschikbaar, dat is ‘zoeken’. En wat kan de politiek doen aan dierenleed? Marijn van der Pas: sleepnetvisserij moet vervangen worden of er moet worden overgegaan op kweek van vis en algen. Bedwelmingsmethoden kunnen worden toegepast zoals ook in de palingkweek wordt gedaan. Maar te volle kweekbakken moeten worden voorkomen en de gezondheid van dieren moet beter worden gemonitord. Chris Jansen (PVV) vroeg naar kansen voor Puls 2.0, maar daar zien Den Held en Haanraads geen heil in. Nog steeds teveel brandstofverbruik en ongewenste bijvangst, een andere richting is nodig.

Wetenschap
Hans van de Vis (WUR) streeft in zijn werk naar minder schade aan vis (welzijn) en minder ongewenste bijvangst en doet dat vooral in samenwerking (internationaal) met andere onderzoekers en praktijkmensen.

Jaap van der Meer (WUR) is net met emeritaat en expert in voedsel uit zee. Tot zijn grote verbazing heeft hij een artikel in de Volkskrant gelezen waarin de visbestanden en het bodemleven in de Noordzee en Waddenzee ‘problematisch’ worden genoemd. Met een grote korrel zout nemen, aldus de hoogleraar. ICES is juist met het tegenovergestelde gekomen. De staat van de Noordzee is gemiddeld goed. Van der Meer pleit voor nuance.

Tim Haasnoot ziet veel botsingen tussen visserij en natuur. Praktijkkennis en wetenschappelijk onderzoek moet samen gaan. Bewustwording op visserijopleidingen kan helpen om tot beter gebruik van de zee en visbestanden te komen. De toekomst ziet er voor de verschillende vlootsegmenten anders uit. Iedereen is gebaat bij meer kennis en kunde en een gezonde natuur waarin ook jonge mensen hun toekomst zien.

Van der Plas (BBB) vroeg aan Jaap van der Meer naar onderzoeksuitkomsten aangaande de staat van de Noordzee en de Waddenzee en wat de betrokkenheid is geweest van WUR hierin. Van der Meer gaf aan dat belangrijke onderzoeken door LVVN zijn gegund aan een particulier onderzoeksbureau waar WUR geen bemoeienis mee heeft. Na het lezen van de rapporten is hij geschrokken van de toegepaste onderzoeksmethodieken, referenties (waar ga je vanuit? 100 jaar geleden, 1.000 jaar geleden?), tijdreeksen (te korte perioden) en de uitkomsten. Hij heeft intern bij WUR hierover aan de bel getrokken en er is een discussie ontstaan over de betrouwbaarheid van die rapporten. Er wordt in feite gezegd ‘We denken dat het niet goed gaat’, maar daar is helemaal geen bewijs of onderbouwing voor. Er is geen norm die vastgesteld kan worden, maar er moet wel ‘maximaal worden ingezet op ‘herstel’…

Er werd gevraagd of er toch wel iets aan de hand is met de Noordzee en de Waddenzee. Van der Meer gaf aan dat er maar wat verzonnen wordt. De omvang en de staat van bodemdieren verandert voortdurend en de volumes variëren zeer sterk in de loop der jaren. Beter is om te kijken naar hoog dynamische en laag dynamische gebieden op zee. De garnalenvisserij op de Waddenzee wordt als bijvoorbeeld genoemd: 93% van het volume wordt gevangen in hoog dynamisch gebied, slechts 7% in laag dynamisch gebied. Kijk dan specifiek naar welke diersoorten er in laag dynamisch gebied moeten worden beschermd. Maar kies geen soorten die er helemaal nooit zullen komen of geleefd hebben.

Laura Bromet (PvdA/GL) vroeg naar wat wel en niet meer zou moeten mogen zodat er duidelijkheid ontstaat voor vissers. Van der Meer vond dat een moeilijke vraag. Voor de zee en vis (die migreert) liggen zaken heel anders dan voor het land (vaste plekken). Bromet vroeg ook hoe erg het zou zijn als er geen vissers in Nederland meer zouden zijn…. Tim Haasnoot ziet wel dat robotisering een vlucht kan nemen, maar kennis en kunde (vakmanschap) is en blijft nodig om verantwoord voedsel uit zee te halen.


Dirk Kraak (links) en Henk Buitjes. 

Visserij
Durk van Tuinen bedankte namens de vissers de overheid voor de recente steunverlening aan de visserij en wees op constructieve overleggen binnen het Noordzee Overleg waar afspraken worden gemaakt over alle onderwerpen die in het rondetafelgesprek aan de orde kwamen. Ruimte is een heel belangrijk issue voor de visserij.

Dirk Kraak promootte desgevraagd enthousiast de Puls 2.0 en vroeg zich af waarom dat niet zou kunnen worden toegestaan waardoor er in alle opzichten veel meer perspectief ontstaat om met minder impact selectief platvis te blijven vangen. Wat betreft sluiting van gebieden voor de Nederlandse visserij, daar is allang geen noodzaak meer toe. De visserijdruk is nu al zo ongekend laag.

Garnalenvisser Henk Buitjes refereerde aan zijn generaties lange familiebedrijf, ook de twaalfde! generatie wil visserman worden. Caroline van der Plas (BBB) vroeg hem naar de achteruitgang van het aantal vissers in Nederland en de effecten daarvan op traditionele dorpen. Henk stelde dat bijna iedereen in een dorp zoals Zoutkamp wel iets met visserij van doen heeft en er zijn inkomen mee verdient. Cultuur en beleving is belangrijk, anders wordt het een dood gat. Wegvallen van visserij in Groningen en Friesland zou een ramp zijn voor de gemeenschappen.

Het Blue Food Centrum Wieringen is een mooi voorbeeld hoe een impuls gegeven kan worden aan een mooie visserij en de visserijgemeenschap (zonder grootschalige visserij). Buitjes liet en passant ook nog weten dat pleziervaart op de Waddenzee meer mag dan beroepsvaart en visserij.

Kees Taal