De SF-230-F ‘Fiskebas’ in de thuishaven Florø.
De SF-230-F ‘Fiskebas’ in de thuishaven Florø. WMdH

Het maatjeseizoen is begonnen!

Algemeen

BERGEN - Grote kans dat wanneer deze editie op de deurmat valt, de eerste partijen met maatjesharing uit Noorwegen, Denemarken of Schotland al onderweg naar Nederland zijn. Dan nog is het anderhalve week wachten, want vanaf dinsdag 16 juni mag de Hollandse Nieuwe aan de man gebracht worden.

Op donderdag 28 mei waren slechts drie Noorse trawlers, waaronder de ‘Eros’, op zee. Bij sommige pelagische visfabrieken zijn enkele dagen daarna wel aanlandingen geweest, zo meldt het in Bergen gevestigde Noorse verkoopkantoor, maar nog niet geschikt voor de Hollandse maatjesmarkt. Hoewel de dagen langer worden, was er de laatste weken sprake van lichte tot zware bewolking en dat doet de planktongroei geen goed. 

Tijdens het Pinksterweekend werd er door Noorse trawlers mondjesmaat gevist op Noordzeeharing. De H-10-AV ‘Slaatterøy’ was het eerste schip dat zich meldde, met 380 ton op vrijdagavond 22 mei. De haring woog gemiddeld tussen de 116 en 136 gram en was nog mager met een vetgehalte van slechts 10%.

Filets
Alles wat tot zondag 31 mei is aangevoerd, werd in de snijerij verwerkt tot filets. Op de locaties waar Nederlandse inkopers neergestreken zijn, worden uiteraard monsters genomen om te kijken of het vetpercentage toeneemt.

De SF-230-F ‘Fiskebas’ had vorige week een lading in Kalvåg gelost die eveneens nog niet aan de verwachting voldeed en dus als filet werd verwerkt. Leen Haasnoot meldt dat in Skagen de Deense ‘Isafold’ en de Noorse ‘Manon’ op zaterdag 30 mei hadden aangevoerd, maar ook voor de snijerij. 

Scandic Pelagic meldde afgelopen dinsdag enthousiast dat het maatjes-seizoen nu echt is begonnen. De TR-119-F ‘Svannaug Elise’ uit Trondheim had in Skagen 282 ton haring gelost met een vetpercentage van 18,2 tot 19,7 procent. De maatjes wogen gemiddeld 148-150 gram.

Op de door de Nederlandse kopers ‘bezette’ locaties werden begin deze week meerdere ladingen aangevoerd met hoeveelheden die perspectief boden.

W.M. den Heijer