Vis drogen: dunne schol en Zoutkamper stokvis.
Vis drogen: dunne schol en Zoutkamper stokvis. Henk Buitjes

Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 20 - 2026

Algemeen

Op Paasmaandag vertrekken we aan het begin van de avond richting zee. Het is al dinsdag 7 april als we ten noordoosten van het Takkegat de tuigen overboord zetten. De eerste trekken zijn goed voor ongeveer 50 kilo garnalen en als het begint te dagen zitten er zelfs wat kilo’s meer in. We blijven in de buurt van het Takkegat en de vangst blijft vrij constant: ongeveer 4 kisten per trek van tweeëneenhalf uur.

Hoofddis
Na anderhalf etmaal vissen op hetzelfde bestek wordt de vangst minder, zodat we een ander plekje opzoeken, op zoek naar nieuwe garnalen. We vissen richting het wrak van Boeree en op een bepaald punt gaat de vissnelheid enkele tienden van een knoop naar beneden. Alfred haalt de tuigen boven water en ik trek snel m’n oliegoed aan om de staarten los te knopen. Dat oliegoed geen overbodige luxe is voor een visserman, blijkt als ik de staarten losmaak en de inhoud van de netten (garnalen, water en blubber) in de opvangbakken stroomt. Het is één zwarte bende in de bakken, aan dek en over m’n oliegoed, maar met hulp van puur, zuiver zeewater is alles binnen een floep en een scheet weer spic en span.

Bij het overboord gooien van de stuurboordstaart, zie ik vanuit m’n ooghoek iets uit het zeefgat steken. Ik kijk en zie een mooie rog die eigenlijk iets te groot is om zonder hulp het zeefgat te passeren. Ik help het dier, maar excuseer mij ook gelijk bij haar, want mijn hulp is deze keer niet levensreddend zoals meestal bij haaien en roggen: ze zal dienen als hoofddis voor de komende zondag.


Zondagsmaal - Henk Buitjes

VMS
We vissen door tot vrijdagochtend 10 april en stomen met de vloed mee naar Büsum, waar we de vangst (89 kisten van een kleine drie-en-een-half etmaal) lossen. Nadat we gasolie geladen hebben vanuit een tankwagen van Schillhorn, stomen we vanuit Büsum met de laatste eb weer naar zee.

We gaan overweeks en zullen op de woensdag in week 16 richting Lauwersoog stomen, om daar, door een monteur van Alphatron, onze 2G VMS (Vessel Monitoring System) te laten vervangen voor een nieuw 4G VMS. Het huidige systeem, zoals het opgetuigd is om vissersschepen te volgen, gaat met ingang van 1 mei op de schop. De kosten, die tot 30 april van dit jaar gedragen werden door de NVWA, komen nu voor rekening van het visserijbedrijf, en met een zendsterkte van 4G is het zeker dat onze overheid altijd geïnformeerd is over het doen en laten van de ZK 37.

Na een paar uur stomen vanaf Büsum laten we oostelijk van het wrak van Boeree de netten vieren onder een ‘Op Hoop van Zegen’. Aan dek wordt alles in gereedheid gebracht voor de volgende vangst. De schuiven van de welbakken zijn dicht, de kookketel wordt gevuld met vers zeewater en in het visruim kijk ik nog even of het schuifje van de bufferbak goed dicht zit. De kookketel wordt gestart om het water in de ketel op temperatuur te brengen, terwijl ik intussen de wacht houd en Alfred met de kost begint.

Kleinzoon Jilles
Na het eten en de afwas hebben we nog even tijd voor een contactmoment met het thuisfront en de verdere familie voordat we gaan halen. Kleinzoon Jilles appt met de telefoon van z’n moeder (m’n oudste dochter Wineke) en vraagt z’n opa om informatie voor de spreekbeurt die hij in de week voor de meivakantie zal gaan houden. Jilles zit in groep 5 van de basisschool en wil een spreekbeurt houden over de garnalenvisserij. Ik spreek af dat ik wat foto’s en filmpjes zal maken, waarbij ik een uitleg zal geven hoe een en ander in z’n werk gaat bij ons aan boord. Dit kan Jilles dan weer gebruiken tijdens z’n presentatie. Ook verzamel ik wat schelpen en viefvoutn (zeesterren), zodat hij die kan laten zien aan z’n medeleerlingen. Ook zorg ik er voor dat het boek over de Ambachtelijke Visserij, waarbij de oude ZK 46 van wijlen Henk Rispens op de voorkant staat, richting m’n kleinzoon gaat, zodat hij aan de slag kan en goed voorbereid is om deze schoolopdracht positief af te sluiten.

Na een nachtje vissen, waarbij we gemiddeld 60 à 70 kilo vangen, gaan we de volgende ochtend richting de Amrumbank op zoek naar garnalen die zich willen laten vangen door ons. We maken zo een hele tocht op zoek naar een visserijtje: noord, zuid oost en west van de Bank, bij het wrak van Job, richting de Kompasroos en de Katwijker, tot aan het hoekje van de Deense mijlen bij het Lister Tief. Bij dit laatste bestek zijn wel wat garnalen gevangen, hoort Alfred. Maar als wij hier aankomen, zijn de dikste pruimen al geschud en is het niet veel beter dan dat wat we tot dan hebben gevangen. We laten de moed echter niet zakken en zetten de netten iedere keer maar weer uit nadat we gehaald hebben. Zo langzamerhand komen er, zonder ‘wonderbaarlijke visvangst’, steeds meer kisten in het ruim, zodat het zeker lonend is om op zee te zijn.


Spreekbeurt kleinzoon Jilles - Henk Buitjes

Visafslag Lauwersoog
Als we halverwege de week, op woensdag 15 april, stoppen met vissen om richting Lauwersoog te stomen, hebben we 100 kisten in het ruim staan, wat goed is voor 2.098 kilo garnalen na het zeven bij de visafslag van Lauwersoog. Sinds de aanstelling van Klaas Bouma als locatiemanager van Visafslag Lauwersoog is men op de werkvloer van de afslag druk aan de slag gegaan om het zeefproces van aangevoerde garnalen te verbeteren. Bleef de afslag van Lauwersoog in het verleden flink achter wat betreft de verhouding bruto/netto van de gezeefde garnalen, thans kan Lauwersoog de vergelijking met bijvoorbeeld Den Oever, Harlingen of Zoutkamp glansrijk doorstaan. De soortensamenstelling van A, B en C is oké en ook het ziftselpercentage is gelijk aan de eerder genoemde afslagen. Het is voor de afslag natuurlijk jammer dat hier niet eerder werk van gemaakt is, vooral omdat vanuit de aanvoerders regelmatig aan de bel is getrokken bij de directie en de toenmalige locatiemanager over de scheve verhouding van pelgarnalen en ziftsel in vergelijking met andere afslagen.

Nadat de boel schoon is en we een voorraad schone kisten in het ruim hebben staan, varen we eerst naar de kade om een schijf van een van de giekenblokken aan bakboordzijde te vervangen. Tijdens het vissen draaide de schijf, maar af en toe en ging het ophalen en weer laten dalen van de bakboordgiek schoksgewijs. Nu heb ik wel vaker een schijf met as vervangen uit een visblok en vaak is het vrij vlot voor elkaar, maar deze keer is het geen ‘tiktik en klaar is kees’, maar moet de slijptol op den duur helpen om de boel los te krijgen. Als de oude schijf en as verwijderd zijn, is het een fluitje van een cent om alles in elkaar te zetten, te smeren en op te toppen, waarna we naar het ponton van de TDL varen, waar ons VMS-systeem wordt vervangen door Alphatron.

Intussen begint Alfred wat te verven in de mast en ververs ik de beide hulpmotoren en pomp de bilge leeg in wat oude olievaten, om dit later, voorzien van ons vismerk, op het terrein van de havendienst neer te zetten. Het blijft moeilijk om een bilgevoorziening te realiseren in of op de Haven Lauwersoog. Geen prioriteit, geen geld, moeilijk met vergunningen en nog veel meer uitvluchten krijg ik te horen als ik dit weer eens aankaart bij een of andere instantie. Ook bij het Waddenfonds vinden ze het niet innovatief genoeg om subsidie te verstrekken voor iets wat volgens mij noodzakelijker is voor een haven binnen het Werelderfgoed Waddenzee als miljoenen steken in een, in mijn ogen, bodemloze put zoals het huidige WEC op Lauwersoog.

Vollaard en emotie
Na een kort, maar gezellig weekend vertrekken we maandagochtend 20 april richting de visgronden van de Duitse Bocht. Tijdens het stomen is er tijd om meegebrachte lectuur, zoals Visserijnieuws en de zaterdagkrant te lezen en enkele ontvangen mails door te nemen.

Een van de artikelen waar m’n oog op valt, is er één uit het Financieel Dagblad waarin verslag wordt gedaan van een gesprek op het kantoor van de Nederlandse Vissersbond in Urk tussen Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt en econoom en hoogleraar Ben Vollaard. Dit gesprek vindt plaats naar aanleiding van een serie artikelen die Vollaard heeft gepubliceerd, waarin een vrij negatief beeld wordt geschetst van de Nederlandse visserij. Met de bewering dat er een verband bestaat tussen de aanvoer van sliptong, het gebruik van netaanpassingen en het wel of niet aanwezig zijn van het controlevaartuig ‘Barend Biesheuvel’ op zee, heeft Vollaard een punt, maar geen hard bewijs.

Andere beweringen van Vollaard zijn veelal aannames of meningen en niet onderbouwd. Iemand als Cox Donders, die schijnbaar overal verstand van heeft en in talkshows bij diverse onderwerpen aanschuift, kun je nog met een grove korrel zout nemen, maar een wetenschapper wordt serieus genomen, ook al verkondigt hij of zij onzin. 

De poging van Nooitgedagt om Vollaard door middel van feiten te overtuigen, mislukt volledig, zodat de Vissersbondvoorzitter de handdoek in de ring gooit en het gesprek stopt. Wat ik niet vaak merk bij de voorzitter, merk ik wel tijdens het lezen van dit artikel: emotie! Een teken van betrokkenheid! Hulde!!

Poimel
Het wordt al avond als we uitzetten voor de kust van Schleswig-Holstein, buiten de 3-mijl voor de Eider op 8 meter diepte. Na een kleine twee uur vissen komt er een mooi boxje pure, schone garnalen in de opvangbakken, waar we 100 kilo pelgarnalen uit zeven. Dit geeft moed, maar het valt allemaal tegen als we de balans opmaken na een etmaal vissen. We proberen het nog maar eens voor de Eider en tussen de Alte Hever en het Schmalltief, maar het blijft schrapen.

Zuidelijker, voor de Elbe, blijft een vlootje heen en weer vissen. Alfred informeert zo links en rechts wat over de vangsten daar en we besluiten een eindje zuid in te stomen om in de buurt van de Elbe ons geluk te beproeven. Voor de Norderpiep zetten we weer uit en vissen zuid in. Na een kleine twee uur vissen wordt er gehaald en komen er twee dikke staarten boven de bak te hangen. In plaats van garnalen bestaat de vangst uit 99 procent spinnekoppen (slangesterren). De paar garnalen die ik eruit zeef zien er niet uit als ze gekookt zijn: bleek en steeg. Niet de kwaliteit die we gewend zijn.

Na een kort stoompje zetten we weer uit tegen het Vogelsand aan, tussen de rode tonnen van de Elbe en de Norderelbe. Hier is het redelijk schoon en het lukt ons om 60 à 70 kilo vast te houden tot vrijdagochtend 24 april als we naar Cuxhaven gaan om te lossen. Van de kantoormedewerkster van Vebatrans hoort Alfred dat z’n voetbalkameraad Poimel, die voor Maarten Visser rijdt, onze garnalen komt ophalen om ze naar Harlingen te brengen. Na het lossen, soppen, water- en gasolie laden gaan we richting huis.


Eindje zuid in stomen. - Henk Buitjes

Zoutkamper stokvis
In Zoutkamp zet ik Alfred af en rijd door naar Lauwersoog, waar ik bij Spijkerman voor zoon Harm een doos gerookte makreel van De Groot en 20 kilo schol 4 ophaal.


Makreel van De Groot - Henk Buitjes

De schol is nog wel erg mager en niet geschikt om te bakken. Om te drogen kunnen ze, maar dunner moeten ze ook niet zijn. Thuis wordt de vis gekopt en gepekeld, waarna ze de plek gaan innemen van de rondvisfilets, die ik een week eerder heb opgehangen en die inmiddels droog zijn, zodat Harm ze kan verkopen in z’n viskar als Zoutkamper Stokvis.

Henk Buitjes, ZK 37

henkbuitjeszk37@online.nl