Schipper-eigenaar Richard Wigbout (rechts), met van links naar rechts: vader Martin, opa Tjebbe en oom Siemen Wigbout (WR 161).
Schipper-eigenaar Richard Wigbout (rechts), met van links naar rechts: vader Martin, opa Tjebbe en oom Siemen Wigbout (WR 161). GH

‘Wij zijn de biggen van de zee!’

Algemeen

DEN OEVER – Texelaars worden skèèpe genoemd, schapen. Zij noemen op hun beurt Wieringers biggen. Wat de Wieringer garnalenvisser Richard Wigbout betreft is die bijnaam een erenaam, en terug te voeren op de tijd toen de Vikingen zich in de vroege middeleeuwen op het toenmalige eiland vestigden. ,,Wij zijn de biggen van de zee’’, knipoogt Wigbout, die vijf jaar tussen de Texelaars zetschipper was op de TX 65. Zo kwam hij op het idee zijn eerste eigen kotter WR 163 ‘Mare Porcellum’ te noemen, Latijns voor het zeevarken.

Zaterdagmorgen 11 april klokslag negen uur luidde Richard Wigbout (31) samen met zijn verloofde Sabine, vader Martin en moeder Joke de bel van de Blue Food Markthal in de afslag van Den Oever. Het zou een bijzondere en feestelijke morgen worden voor de familie Wigbout en de Wieringer vissersgemeenschap: de doop van de WR 163. 

Na sanering van dertien Wieringer garnalenkotters dit jaar komt er dus ééntje bij, en dat ook nog voor een starter. De WR 163 is de voormalige TX 33.

Grootvader Tjibbe

Viking Reclame is die frisse morgen nog druk bezig om plakletters en een fraaie biggen-afbeelding op de zijkant van de kombuis en het achterschip te plakken. Opa Tjebbe Wigbout (90) aanschouwt de drukte op de kade vanuit de schippersstoel in de brug en denkt terug. Tjebbe vertelt spontaan over de tijd dat hij begin jaren vijftig begon met vissen: met een aakje met steunzeiltje. Daar werd niet alleen mee op het IJsselmeer gevist, maar ook op de Waddenzee op zeesterren voor de drogerijen. Een gemengd bedrijf dus.

In 1959 werden de stoute schoenen aangetrokken en werd bij Haak in Zaandam een nieuw kottertje besteld: de WR 161 ‘Maartje’, bijna 16 meter lang en 4 meter breed. Dat scheepje is nu als WR 35 eigendom van het Zuiderzeemuseum Enkhuizen. Van de tientallen Wieringer kotters die actief waren op het IJsselmeer zijn er vandaag de dag nog maar een paar over. Waaronder de WR 161 ‘Jacob Junior’ (de voormalige TX 10), eigendom van zoon Siemen Wigbout en diens zoon Thijs.

Visserij trekt

Martin Wigbout komt de brug binnen en geeft een ferme handdruk. Martin (60) is de vader van Richard en heeft tot 2000 bij zijn broer Siemen gevist op het IJsselmeer, is daarna garnalenvisser op de WR 36 en WR 22 geworden en begon vervolgens een eigen schildersbedrijf. De naweeën van een bedrijfsongeval op een kraanschip beperken hem helaas. Met al zijn ervaring helpt hij zoon Richard waar mogelijk en zou graag nog eens mee gaan met de WR 163. ,,Die visserij trekt hé!’’, zegt Martin, terwijl hij niet zonder emotie en trots naar de kotter van Richard wijst.

Richard is de oudste zoon van Martin en Joke en heeft nog drie broers: Albert (opvarende van de WR 212), Sander (werkzaam bij een bergingsbedrijf) en Tijmen. De jonge Tijmen vaart op een Wieringer sleepboot en gaat één week per maand naar de Maritieme Academie in Harlingen.

Leven

Dan is het tijd voor fotosessies van de familie in verschillende samenstellingen op het achterschip van de dichtkonter. Schoonmoeder Annelies Teerenstra van het recent door Braspenning overgenomen straal- en schildersbedrijf uit Den Helder is er ook bij, en oom Siemen komt als laatste aanrennen. Het varken in vissersplunje kijkt de fotografen op de kade met een brede grijns aan.

Naast Richard staat opa Tjebbe in het middelpunt. Want Tjebbe gaat de WR 163 ‘Mare Porcellum’ ten doop houden. Maar waar is de fles? Dat probleem wordt snel bij DekaMarkt opgelost. Met één ferme zwaai laat Tjebbe de champagne op de scheepshuid bruisen. Naast de vertrouwde wensen van een goede vaart en behouden thuiskomt, voegt hij toe dat de tijd ongrijpbaar is, en geeft de aanwezigen als boodschap mee: ‘Het leven is een wonder dat je beleven mag!’. Applaus klinkt over de haven, gevolgd door warme felicitaties.

Zwijndrecht

De 23,90 meter lange WR 163 werd in 1984 gebouwd in België als N 52. De Eurokotter zonk in 1998, kreeg daarna (op papier) enkele Zoutkamper nummers en kwam in 2002 weer in de vaart als TX 27 ‘Nova Cura’. In 2013 kwam er TX 33 op de kop.

Eind vorig jaar bemiddelde Cees de Jong van Shipbrokers-NL in de verkoop aan Wigbout, toen bleek dat de TX 33 door Marc Drijver op de nominatie was gezet om gesaneerd te worden. Richard Wigbout kwam gelijk na de jaarwisseling al aan boord om feeling te krijgen; Drijver maakte er in februari zijn laatste visreis mee. Eind februari kwam de kotter naar Den Oever om omgenummerd te worden. Machinefabriek Luyt, timmerbedrijf Schrier en loodgieter André de Boer waren er enkele weken op aan het werk.

Richard had na het weekend direct naar zee gewild, maar moest wachten. Dinsdagmorgen besloot hij zelf naar Zwijndrecht te rijden om de ontbrekende papieren bij IL&T op te halen. Die avond koos hij samen met zijn Zoutkamper bemanningslid Jan Hendrik Rademaker het ruime sop voor de eerste visreis met de WR 163 ‘Mare Porcellum’.

H Wieringer vissers, de biggen van de zee.
De familie Wigbout mocht zaterdagmorgen de bel luiden voor opening van de Blue Food Markthal. Van links naar rechts: Joke en Martin Wigbout, Richard Wigbout en Sabine Teerenstra.
Afbeelding