H Merel den Held op de koffie.
H Merel den Held op de koffie. Henk Buitjes

Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 16 - 2026

Algemeen

Het is al 10.00 uur op maandag 2 maart als we de touwen losgooien en ons opmaken voor een nieuwe visreis. Het is de bedoeling om het benoorden de Waddeneilanden te proberen, maar tijdens de stoom naar buiten wordt dit plan gewijzigd in een visreis richting de Sylt. Alfred krijgt namelijk wat informatie over vangsten benoorden Ameland en Terschelling: wel box, maar garnalen met een hoog stukstal. Er blijven na het zeven weinig ‘juweeltjes van de zee’ over om de lege kisten mee te vullen. We kiezen dus voor dikke garnalen die we hopelijk in de wateren rond de Noord-Friese eilanden kunnen vangen en stomen na het passeren van de verkenner van het Westgat, noordoost in.

Het is al donker als we uitzetten op het randje van de P8; op een diepte van ongeveer 30 meter. We doen een kort trekje, op zoek naar ‘wat bewijs’, zoals we dat noemen. Dit bewijs bestaat uit bijna lege staarten, zodat we nog een eindje stomen richting een vlootje bij het ‘wrak van PC’. Daar is de vangst beter (80 kilo), zodat we hier wat heen en weer vissen.

Voorjaar

Met de dag stomen we een eindje de kant in, binnen de 12 mijlsgrens. Hier is dik water en als we hier voor de eerste keer halen, zien we een leuke box garnalen boven komen. Deze garnalen zijn echter erg klein, zodat van deze vangst weinig in het ruim komt. Het is echter wel een goed teken dat er ook aanwas is en dat deze jonge garnalen al onderweg zijn richting het water rond de eilanden en het Wad.

Dat er iets verandert, zie je ook aan alles op en rond het schip. De mantelmeeuwen zijn van de ene op de andere dag terug, er zitten ‘stiekelspoorns’ (stekelbaarzen) tussen de vangst en het water in de welbakken begint te schuimen, ten teken dat plankton zich ontwikkelt onder invloed van het lengen van de dagen en de stijgende lucht- en watertemperatuur. Het voorjaar is in aantocht!!

Gezond bestand

De rest van de visweek gaat volgens het zelfde patroon: met de nacht vissen we noordelijk van Helgoland bij het wrak van PC en de Seerose, met af en toe een uitstapje oostelijk van het Meerwind-windmolenpark; overdag gaan we binnen de 12 mijl, op zoek naar dik water. De vangst varieert erg; ’s nachts kunnen we zo’n 80 kilo per trek vangen, overdag is het gemiddeld 30 kilo, waarbij de garnalen beduidend kleiner zijn dan de garnalen die we in de nacht vangen.

Op vrijdag 6 maart stoppen we om 06.30 uur en stomen over de vloed richting Büsum om te lossen (bruto 1.842 kg) in een vrachtwagen van Maarten Visser. Van deze 1.842 kilo bleven na het zeven 1.622 kilo consumptiegarnalen over. Het ziftselpercentage van ruim 12% is vrij fors voor de tijd van het jaar. Maar aan de andere kant is het volgens mij een teken dat het garnalenbestand gezond is als diverse leeftijdsklassen zijn vertegenwoordigd in de vangst.

Pitstop Helgoland

Na het lossen en het laden van water en gasolie, vertrekken we met de ebstroom mee gelijk weer naar zee. We stomen op hetzelfde bestek aan, als waar we de dagen ervoor hebben gevist. Het weer is prachtig; er staat bijna geen wind en de zee is zo vlak als een spiegel. De vangst blijft iets achter bij de verwachtingen, zodat we op zoek gaan naar een beter bestek.

We gaan noord-in, binnen het windpark langs, langs het gesloten gebied noord van het windpark en via de ‘lijn van Stijn’ terug richting het Diepe Gat. Hier is kleurig water, zodat we op dit bestek een aantal dagtrekken doen. Behalve een kapot net, doen we hier weinig op. Nadat we het kapotte net hebben vervangen, gaan we de nacht in aan de oostelijke buitenkant van het Diepe Gat. Hier kunnen we tussen 60 en 90 kilo vangen, maar met het aanbreken van de dag is het weer gebeurt, ondanks dik water.

Na nog een nachtje aan de buitenkanten van het Diepe Gat gaan we op maandag 9 maart overdag richting de haven van Helgoland. De hoofdmotor doen we uit, zodat we de gasolie in de tank kunnen houden. Alfred zet een nieuwe lap in het kapotte net en ik doe een rondje machinekamer en hemmel (hemmeln= schoonmaken in het Gronings) de stuurhut, het kombuis en het verblijf zo goed en zo kwaad als het kan, zodat de tijd omvliegt tijdens onze pitstop in de Helgolander haven.

Als we aan het eind van de middag weer naar zee stomen, trekt het helemaal dicht met laaghangende bewolking, wat spoedig overgaat in dichte mist. Ook ’s nachts blijft het mistig, zodat het extra oppassen is tijdens het vissen in een vlootje. Ook met mist zijn er altijd nog schepen die zonder AIS varen, zodat waakzaamheid zeker geboden is.

In de nacht van woensdag 11 maart op donderdag 12 maart is het nog steeds mistig en vissen we zuidwest van het Krijt, via het lijntje naar de Stortebeker noord-in, om bij de HS1-boei een trek oost/west te doen. Om 06.50 uur in de morgen halen we voor het laatst en stomen we, via het vaarwater tussen Helgoland Oberland en Helgoland Düne richting Cuxhaven, waar we de vangst (95 kisten) lossen op een vrachtwagen van Vebatrans.

Na het schoonmaken van de netten, het dek en het visruim zoeken we de bunkerboot van Empting op om gasolie te laden. De kotterbus staat nog op de plek waar we hem enkele weken hebben geparkeerd, zodat we na een ‘overweekse’ zonder problemen naar huis kunnen om te genieten van een lekker weekend met onze dierbaren.

Als we aanlanden op en vertrekken uit Cuxhaven, houden we altijd rekening met het tij op de Elbe. Over vloed binnenkomen en over eb vertrekken. Dit scheelt tijd, snelheid en gasolie!

Maar maandag 16 maart lukt het ons niet om met hoogwater te vertrekken uit de Neue Fischereihafen van Cuxhaven. De sluis tussen deze haven en de Elbe is tussen 07.00 uur in de ochtend en 18.00 ’s middags gestremd, zodat we onze visreis niet kunnen beginnen zoals we in gedachten hadden. Normaal worden stremmingen gecommuniceerd met belanghebbenden, maar deze keer is het een complete verrassing. En niet alleen voor ons.

Leesvoer

Er rest ons niet anders dan te wachten op een schutting na 18.00 uur, zodat we pas om 23.45 uitzetten bij het wrak van Boeree. Nu hebben we vaak nog wel iets te doen aan boord, maar zo aan het begin van een visweek is het meeste werk gedaan en haal je niet de boel over hoop, op zoek naar werk.

Nu hebben we altijd wel wat leesvoer bij ons; natuurlijk Visserijnieuws en de krant van zaterdag. Maar in de winter en in het voorjaar, als de trekken meestal wat langer zijn, is er ook wel tijd om een boek te lezen tijdens het vissen.

Het boek dat ik de laatste weken aan het lezen ben is ‘The Islander’ van Tomás O’Crohan. Dit autobiografisch boek vertelt over het leven van de schrijver/visserman op ‘the Great Blasket Island’, voor de Ierse zuidwestkust. De verhalen die hierin worden beschreven, doen mij denken aan thuis; aan de verhalen die werden verteld uit het leven van m’n vader Aldert en m’n grootvader Thijs.

Deze visserijgemeenschap in Ierland heeft veel overeenkomsten met mijn visserijgemeenschap in Zoutkamp. De manier van leven, de afhankelijkheid van de zee, het lak hebben aan regels en autoriteiten: pure herkenning!!! Geen rijkdom, maar altijd een bord met vis op tafel en af en toe vlees van een zeehond of een zeevarken (bruinvis). Zelf heb ik dit laatste niet meegemaakt, maar ben wel nieuwsgierig hoe het smaakt. En zolang er genoeg dieren overblijven om de soort in stand te houden, heb ik er geen problemen mee. Een stukje walvisvlees tijdens een vakantie in Noorwegen laat ik dan ook niet aan mij voorbij gaan.

De volgende ochtend, het is inmiddels dinsdag 17 maart, krijgen we op zee controle van de Meerkatze. Alfred vertelt dat er enkele weken geleden, toen ik niet mee was, ook al een controle heeft plaatsgevonden door hetzelfde schip. Dit wordt de nieuwe trend denk ik: bij een kleiner wordende vloot zullen de controles toenemen. Deze controles zijn iedere keer gelijk: maaswijdte en vergunningen controleren, waarbij af en toe de zegels op de motor en het zegelplan worden meegenomen. In onze ogen een doelloze bezigheid, maar dat zullen wij wel verkeerd zien.

Na dit oponthoud kunnen we weer los. We vissen bij het ‘Gaatje van 19 meter’, het Diepe Gat, het wrak van Boeree en langs de stenenveldjes oostelijk van Helgoland. We hadden eigenlijk het plan opgevat om overweeks te gaan, maar de verwachte harde tot stormachtige wind doet ons anders besluiten.

Stichting De Noordzee

We gaan vrijdag 20 maart met de laatste vloed naar Cuxhaven, lossen onze vangst van deze week en gaan naar huis. In het weekend doe ik zoals gewoonlijk de administratie, betaal de binnengekomen rekeningen en regel in dit geval een contract voor een ander VMS-systeem, nu de NVWA het huidige contract heeft opgezegd. Zo komt er steeds meer op ons bordje te liggen en dat voor een visserij op een ongequoteerde soort: de garnaal.

Over dit en nog veel meer heb ik het zondag 22 maart met Merel den Held van Stichting De Noordzee, die een kop koffie komt drinken. Met Merel heb ik regelmatig contact via de mail en de app over visserijaangelegenheden en het is nu tijd geworden om eens echt kennis te maken. Ook al heb je over zaken als de visserij verschillende standpunten, het is zaak om met elkaar in gesprek te blijven en de deur niet dicht te klappen.

Ik heb zelf de ervaring dat dit met de Stichting De Noordzee kan, waarbij we elkaars meningen respecteren, ook al liggen ze soms mijlenver uit elkaar. Na enkele uren praten vertrekt Merel weer naar een volgende afspraak, maar wel met een uitnodiging op zak om eens een paar dagen mee te gaan op de ZK 37.

Week 13 en 14 zijn voor ons gebroken weken. In week 13 vissen we maar anderhalf etmaal voor ruim 500 kg en in het weekend van week 13 naar week 14 vissen we ruim twee etmalen voor bijna 1.200 kilo. Niet verkeerd, maar eigenlijk net te kort. Vooral met de hoge en schommelende gasolieprijzen is het niet rendabel om maar wat aan te klooien. Er moet wel wat gevangen worden, wil het uit kunnen. Zo tanken we niet als de gasolieprijs omhoog schiet naar 1,20 euro per liter na een toespraak van Trump, maar wachten we totdat de gemoederen weer bedaard zijn en de prijs is gezakt tot 1,02 euro. Dat ook de grotere rederijen hier rekening mee houden, blijkt als we liggen te tanken bij de bunkerboot ‘Herta’, die naast onze tanks ook de tanks van de Spaanse trawler Lodairo aan het vullen is.

Pasen

Het loopt tegen Pasen en we besluiten niet meer naar zee te gaan en deze dagen door te brengen met onze families. Met het voorbij gaan van maart, kan het eerste kwartaal van 2026 worden afgerond. Ik ben niet ontevreden over het verloop van deze periode en ik hoop dat de rest van het jaar mij ook tot tevredenheid gaat stemmen, ondanks alle ellende die er in de wereld is.

Ik denk dan maar weer aan mijn leuke gezin, mijn kinderen en mijn kleinkinderen en de borden met gebakken vis, die gezorgd hebben dat mijn familie, net als bij Tomás O’Crohan van de Blasket Islands, kon overleven in woelige tijden, die er altijd waren en ook altijd zullen zijn.

Henk Buitjes, ZK 37

henkbuitjeszk37@online.nl

Gasolie tanken in Cuxhaven naast de 'Lodairo' uit Vigo.
Noors walvisvlees.
H The Islander; leesvoer.
Schuim op de welbak.
Stiekelspoorns.