
De visie van Klaas Visser (Maritiem Kennis Centrum Nederland): Totaal anders denken is voorwaarde voor vlootvernieuwing
AlgemeenGOUDA/DELFT – Ingenieur Klaas Visser (69) is directeur van het Maritiem Kennis Centrum Nederland en ondersteunt als lid van de Board of Support het Visserij Innovatie Netwerk (VIN). Kees Taal ging op bezoek bij Visser.
Op een plein in ‘Brasserie De Zalm’ in het historisch centrum van zijn woonplaats Gouda ontmoet ik een gedreven en universitair geschoolde ex-marineman met hart voor de Nederlandse vissersvloot, Klaas Visser. Een persoon met aanzien in zijn vak. Iemand die heel veel kan betekenen voor de ontwikkeling en de toekomst van de Nederlandse zeevisserijvloot.
Het gesprek komt direct al op gang, over zijn carrière bij de Koninklijke Marine, zijn technische achtergrond en zijn opleiding werktuigbouwkunde. Daarna ook over zijn professionele avontuur bij de Universiteit van Delft, als docent en onderzoeker Maritieme Techniek.
De belangrijkste onderwerpen voor de visserij die de revue passeren zijn: de energietransitie, ontwikkelingen in voortstuwing van schepen en de noodzaak om te komen tot andere visserijmethoden. Maar ook andere verdienmodellen (want duurzamer, mogelijk ook andere vaarprofielen van schepen en nieuwe businessmodellen). De uitdagingen voor de visserij zijn groot.
Het gesprek met Klaas is zo veel mogelijk beperkt tot de onderwerpen voortstuwing en scheepsbouw. Als referentiekader dient zijn in het jaar 2019 gepubliceerd ‘Elektrisch varen, zeilen of een atoomboot; hoe kan de commerciële zeevaart minder CO2 uitstoten?’, en een door hem verzorgde presentatie op de SS Rotterdam in het jaar 2020: ‘Zero emission shipping is binnen bereik’.
Huidige innovatieprocessen hebben veel weg van doorborduren op oude resultaten
Klaas Visser is sinds een paar jaar voor een belangrijk deel van de Nederlandse zeevisserijsector een bekende geworden. Tijdens bijeenkomsten van het Visserij Innovatie Netwerk (VIN) in Rotterdam en in De Meern heeft hij als deskundige Maritieme Techniek op uitnodiging al eens zijn visie op de zo noodzakelijke energie- en vloottransitie voor de kottervisserij gegeven, en zijn eerste ideeën voor een noodzakelijk plan van aanpak geschetst. Scheepsbouwbedrijven zijn zelf wel aan het nadenken over vernieuwing, maar een overall organisatie en coördinatie voor onderzoek is er (nog) niet. Dit terwijl er toch echt snel stappen zullen moeten worden gezet.
,,Het moet sneller en vooral ook rigoureuzer. Voor de ontwikkeling en toepassingsmogelijkheden van nieuwe en bruikbare energie en voor ontwikkeling van vissersvaartuigen is samenwerking op hoog niveau vereist. Met een beetje innovatie gaat het niet lukken. De huidige innovatieprocessen hebben helaas veel weg van doorborduren op behaalde, oude resultaten. In de praktijk leidt dat slechts tot relatief kleine verbeteringen van bestaande technieken en modellen. Het moet dus finaal anders, en om in scheepstermen te spreken; het onderzoeks- en ontwikkelproces en de organisatie ervan moeten over een andere boeg worden gegooid.’’
Uitgangspunt voor vernieuwing is: rendabele visserij en volledig onafhankelijk van toekomstige duurzaamheidseisen en regelgeving op zee moeten kunnen opereren.
,,Het is zaak om die zoektocht naar vernieuwing en naar een rendabele toekomstige visserij in een sterk samenwerkingsverband uit te voeren. Er moet gewerkt worden aan geheel nieuwe concepten voor echt duurzame en economisch haalbare scheepsbouw en praktisch toepasbare, duurzame brandstoffen (energie) voor de visserij. Leren van andere maritieme sectoren zal maximaal moeten worden benut. Zo heeft Nederland Maritiem Land bijvoorbeeld het ‘Masterplan voor emissieloze scheepvaart’ geïntroduceerd, een Nationaal Groeifondsproject dat in 2023 goedgekeurd is. En internationaal is er uiteraard ook het nodige aan de hand. Vanuit de visserij liggen er goede mogelijkheden om samen te werken met het Maritiem Kennis Centrum’.
Vaak wordt uitgegaan van gebruikelijke visserijpatronen van schepen, maar er zou juist ook gekeken moeten worden of het misschien anders kan. En daarmee dus ook hoe de exploitatie van visserijondernemingen (misschien) anders zou kunnen. Misschien ga je dan tot een heel andere denkwijze komen.
Alleen disruptief denken kan tot de gewenste, duurzame vernieuwing in de visserij leiden. Een voedselproducerende vloot, bestaande uit verschillende segmenten die tientallen jaren vooruit kan. Omdat aan alle zware maatschappelijke eisen wordt voldaan, ook in de verdere toekomst. Uitgangspunt voor vernieuwing moet daarom zijn dat vissersvaartuigen rendabel en volledig onafhankelijk van toekomstige duurzaamheidseisen en regelgeving op zee moeten kunnen opereren.’’
Defensie is het oefenterrein voor versnelde innovatie in de visserij
De ervaring en kennis die hij tijdens zijn carrière bij Defensie heeft opgedaan, en daarna bij de Universiteit van Delft, kunnen in de visie van Visser van grote waarde zijn voor de visserijsector.
,,Op onderzeeboten en marineschepen is al behoorlijk veel ontwikkeld en ook toegepast. En nieuwe technische ontwikkelingen en mogelijke toepassingen zijn daar al uitgestippeld en worden ook continue bijgesteld. Door allerlei ontwikkelingen in de wereld nemen de technische mogelijkheden juist heel snel toe en gaan zeer waarschijnlijk nog sneller. De hele civiele maritieme sector kan kennis van Defensie benutten, voor zover het natuurlijk geen geheim betreft of gevoelige informatie is. De snelle ontwikkeling van (onderwater)drones is een voorbeeld van toepassingsmogelijkheden voor visserijtechnieken waardoor er minder energie nodig kan zijn. Maar er kan ook nog veel worden geleerd van mogelijkheden met andere vormen van energie. Waterstof en het vloeibaar maken ervan, het op kunnen slaan aan boord (wellicht in poedervorm) en ook toepassing van kernenergie (voor grote schepen). De ontwikkelingen in warmtepompen en thermodynamisch regeling ervan, batterijen voor opslag van energie en van range extenders gaan erg snel waardoor deze mogelijkheden steeds meer binnen handbereik komen.’’
Waar gaat het naartoe met de visserijvloot?
Klaas: ,,Zonder een lange termijn visie en rigoureuze onderzoeks-, denk- en doe-sessies is het bijna onmogelijk om naar een perspectiefrijke toekomst toe te werken. Wat mij betreft moet à la minute maximaal op onderzoek en daadwerkelijke ontwikkeling worden ingezet. Het zijn altijd langdurige processen en je bent natuurlijk ook nooit uitontwikkeld.
Als je aan onderzoek en lange termijnplanning doet, dan levert dat meestal geen oplossingen op voor de korte termijn. Maar momenteel voert MARIN gelukkig, in samenwerking met TNO en in opdracht van het VIN, een haalbaarheidsstudie uit met betrekking tot voortstuwings- en nieuwbouwmogelijkheden voor de visserij. Tijdens een VIN-bijeenkomst is een eerste presentatie gegeven over het onderzoekstraject waarbij het elektrificeren van nieuw te ontwikkelen scheepsmodellen aan de orde kwam.
In eerste instantie wordt nu gekeken naar relatief kleine vaartuigen die in patronen van 12 tot 24 uur kunnen varen en vissen, zoals garnalenkotters en kleinschalige visserijschepen. Dus dicht bij de kust. Zeer logisch dat daar het eerst naar gekeken wordt natuurlijk.
Voor de voortstuwing, maar ook voor koeling en andere energie-vragende apparatuur aan boord is andere energie nodig dan uit fossiele brandstof (zoals diesel en benzine). We zien de resultaten van de studie met belangstelling tegemoet en hopelijk is er een handvat om versneld verder te gaan met ontwerp- en energiealternatieven voor langduriger verblijf op zee.’’
Tijdens het gesprek zijn ook veel andere belangrijke onderwerpen, woorden en termen op tafel gekomen, zoals ETS-rechten voor fossiele brandstoffen (een soort quotum voor vervuilingseenheden) en renewable energy. Er zijn best mogelijkheden die (potentiële) oplossingen voor de visserij kunnen bieden.
De boodschap van Klaas is duidelijk; ga in ieder geval samenwerken (organiseer dat en breng sterke, professionele kennispartijen bij elkaar), plannen maken (er moet een raamwerk komen), disruptief denken stimuleren (ingrijpende veranderingen) en heel hard werken (net zoals vissers doen om vis te kunnen vangen) aan het ontwikkelen van ideeën en zoeken naar oplossingen.
Kees Taal
Het Maritiem Kennis Centrum
Dit is een samenwerkingsinitiatief tussen de Technische Universiteit Delft, TNO, MARIN, de Nederlandse Defensie Academie, de maritieme HBO’s en 6 grote maritieme industrieën, met als doel het verbeteren van de publieke maritieme kennisinfrastructuur, waarbij zowel fundamenteel als toegepast onderzoek wordt verricht. De Nederlandse maritieme sector kan hierdoor worden versterkt, waardoor ook de kwaliteit van het maritiem onderwijs kan worden verbeterd. Het MKC beschikt over belangrijke informatiebronnen en maakt deel uit van een wereldwijd netwerk van expertises en diensten waarbij toegang is tot gezaghebbende maritieme informatie.