Afbeelding
Flying Focus

TX 36 wordt laboratorium op zee

Algemeen

UTRECHT/TEXEL – De familie Van der Vis heeft zich altijd gepresenteerd als pioniers op zee. De eersten die commercieel met de pulswing gingen vissen, en ook nu weer wordt de TX 36 ‘Jan van Toon’ ingezet om innovaties direct in de praktijk te testen. De TX 36 wordt een laboratorium op zee, met steun uit het European Maritime Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF).

Het Texelse onderzoeksproject ‘Sealab TX 36’, dat gepresenteerd werd tijdens de laatste bijeenkomst van het Visserij Innovatie Netwerk (VIN), gaat drie jaar duren. Ervaren partners uit de visserij Padmos en HFK Engineering haken hierbij aan, en Wageningen Universiteit zorgt voor het wetenschappelijk verwerken van alle data die het project gaat opleveren. 

Volgend jaar zomer gaat het project van start. ,,Tot die tijd registreren we alle data die we met de huidige visserij kunnen verzamelen, om straks een goed vergelijk te kunnen maken”, aldus schipper Jan van der Vis. ,,Ook moet het schip verschillende aanpassingen ondergaan om geschikt te worden gemaakt voor dit onderzoeksproject.”

Nieuw visgebied

De TX 36 moet allereerst worden ingericht als laboratorium op zee. Innovaties worden direct getest op bruikbaarheid. De verschillende metingen worden gekoppeld aan datalogging, zodat direct inzicht is in het rendement.

Een voorbeeld van mogelijke innovaties die getest worden op bruikbaarheid is de combinatie van de sumwing met kettingmat. ,,Op basis van ervaring en eerdere testen in Brixham wordt dit vistuig geschikt gemaakt voor de Noordzee”, vertelt Van der Vis, die door de jaren heen goede contacten heeft opgebouwd in Brixham. Zijn vader Jaap en Harmen Klein Woolthuis van HFK Engineering waren deze maand daar nog te gast. ,,De kennis die is opgedaan met de sumwing in combinatie met kettingmatten in Brixham wordt benut om nieuwe visgebieden te verkennen in de noordwestelijke Noordzee; Schotse wateren, die voor ons nog relatief onbekend zijn. Door de toenemende drukte van windparken in de zuidelijke Noordzee wordt actief gezocht naar alternatieve visgronden. Op deze manier kan de visserijinspanning beter worden gespreid en ontstaat meer flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Naast de input van de Britse vissers zal ook het onderzoeksschip ‘Tridens’ data beschikbaar stellen die ze in dit gebied verzameld hebben.”

Aanpassing lier

De lier van de TX 36 zal voor de proef worden aangepast, omdat de visgebieden veel dieper liggen. ,,We hebben nu niet genoeg vislijn om op diepten tot wel 140 meter te kunnen vissen. We krijgen een hybride lieraandrijving, waarbij we gebruik maken van een accu. Bij het vieren van de vislijnen wordt vrijkomende energie opgeslagen in een accu, deze energie wordt weer gebruikt bij het halen van de netten. Hierdoor hebben we geen hulpmotor van 500 pk nodig, maar van 100 pk. Dit zou dus veel brandstof moeten gaan besparen.”

Wat volgens Jan van der Vis verder nog getest gaat worden is het gebruik van de tikkers van Bart Geeraert in combinatie met de sumwing. De tikkers zijn ronddraaiende schalmen in het net, een alternatief voor wekkerkettingen. ,,Dit zou moeten leiden tot een betere selectiviteit bij het vissen, meer grote tong, minder bodemberoering en brandstofbesparing. We gaan dit allemaal testen en hopen dat we zo de visserij weer een stap verder kunnen helpen in het behoud van deze mooie sector.”

‘Sealab TX 36’ is een van de door de RVO gehonoreerde projecten uit de subsidieregeling ‘Innovatieve projecten in de visserij’, waarop vorig jaar zomer kon worden ingeschreven. De maximale subsidie per project is 1 miljoen euro. Zeventig procent daarvan komt uit het EMFAF, de Nederlandse overheid betaalt de rest van de subsidiabele kosten. De partners in dit onderzoeksproject dragen een kwart van de totale kosten.

Verkennen van nieuw visgebied is een van de doelstellingen van het onderzoeksproject met de TX 36.