Alternatief bestandsonderzoek met de A-toomkuil en stortkuil afgelopen najaar op het IJsselmeer en Markermeer. Vooral voor de commercieel belangrijke snoekbaars is het beeld zeer positief. Het nettenseizoen is top voor de IJsselmeervissers. (Foto: Michel Verschoor)
Alternatief bestandsonderzoek met de A-toomkuil en stortkuil afgelopen najaar op het IJsselmeer en Markermeer. Vooral voor de commercieel belangrijke snoekbaars is het beeld zeer positief. Het nettenseizoen is top voor de IJsselmeervissers. (Foto: Michel Verschoor) Michel Verschoor

Heel goed nieuws: IJsselmeervisserij is duurzaam, snoekbaarsvangsten enorm

Algemeen

URK/DEN HAAG – Het kan snel gaan. De IJsselmeervisserij is heel leuk geworden, en van zorgenkindje gegroeid naar een duurzame voorbeeldvisserij. Heel goed nieuws, aldus LVVN. Terwijl nota bene vissers nu opperen dat het grote bestand snoekbaars misschien zelfs wel te veel van het goede is. Want deze commercieel interessante vissoort is ook een geduchte roofvis die dus andere vissen op het menu heeft staan.

Dat bleek vorige week vrijdagmorgen duidelijk op de jaarlijkse bijeenkomst van Wageningen Marine Research over de IJsselmeer/Markermeervisserij op het kantoor van de Nederlandse Vissersbond, waarbij ook beleidsmedewerker Frans van den Berg van het ministerie van LVVN aanschoof.

Skyhigh

Nog maar vijf jaar geleden werden grote zorgen uitgesproken over de IJsselmeervisserij. De rijksoverheid opperde op basis van wetenschappelijke info voor een snel bestandsherstel om op het IJsselmeer/Markermeer toen een quotum voor snoekbaars van 110 ton in te voeren, wat ook werd gedeeld met de Tweede Kamer. Dat idee blijkt nu niet al te serieus te zijn geweest – vissers protesteerden ook - en is volgens LVVN definitief van tafel. Snoekbaarsvangsten zijn vandaag de dag skyhigh (het lopende seizoen 2025/2026 spant de kroon), er wordt meer dan 750 ton snoekbaars gevangen. En de visserij wordt bovendien door het ministerie ‘behoorlijk duurzaam’ genoemd.

Staatssecretaris Jean Rummenie schreef afgelopen voorjaar al een optimistische Kamerbrief over de visserijbestanden, en stelde dat beleidsmatig nu eerst drie jaar rust wordt ingebouwd voordat verder wordt gesleuteld aan sturingsmiddelen. Zelfs de brasem vertoont herstel, hoewel dat nog maar pril is. ,,Het klopt gewoon allemaal, wij zijn heel content’’, aldus Van den Berg over de visserijinspanning en bestandsontwikkeling op het IJsselmeer en Markermeer. ,,De jaren van zorgen zijn verleden tijd, en dat is gewoon heel goed nieuws. Een mooi succes ook, waar we allemaal heel blij mee zijn.’’

Wat die toekomstige sturingsmiddelen betreft, wordt dan vooral gedacht aan meer of minder visweken bij de start van het nettenseizoen. Met de kennis van nu betreft het dan vooral extra visweken, en ook extra visdagen voor de zegenvissers. In de presentatie van Van den Berg stond dat de hoeveelheid netten in ieder geval de komende drie jaar onveranderd blijft, maar nader daarover bevraagd wordt ook uitbreiding van dat aantal netten als een mogelijkheid genoemd als bestanden blijven groeien.

Natuurlijk zijn vissers ook dik tevreden. Maar de presentatie van Van den Berg roept bij hen en bij visserijbestuurders ook vragen op over voorgaand beleid. Secretaris Jacob Snoek van de Nederlandse Vissersbond zei zich toch wat zenuwachtig te maken over de schommelingen in de wetenschappelijke adviezen. ,,Hoe lang moet het goed gaan om uit te breiden, en hoe kort moet het slecht gaan om te krimpen?’’

Logboekgegevens

Uit logboekgegevens van vissers blijkt de afgelopen seizoenen dat rond week 42 het vangstsucces op snoekbaars piekt, zo presenteerde bioloog Joey Volwater van Wageningen Marine Research. Aan het begin van het seizoen - midden in de zomer - is dat succes stukken lager. Dat is iets om in gedachten te houden als je beleidsmatig wil blijven sturen via gesloten periodes en het nettenseizoen aan de voorkant zou willen verlengen of verkorten. Verlenging van het seizoen aan het eind is vanwege de paaiperiode overigens niet aan de orde. Interessant gegeven is verder dat na een stilligweek (in het kader van natuurwetgeving worden vier stilligweken in het seizoen ingebouwd) het vangstsucces op snoekbaars de daarop volgende week gemiddeld anderhalf keer groter is.

De meeste vissers gebruiken mazen van 101 mm. Wanneer je met grotere mazen vist spaar je uiteraard kleinere vis. Aanwezige vissers wierpen in de discussie de vraag op of het met het oog op de overige bestanden niet verstandig zou zijn om meer snoekbaars weg te vangen. Een interessante vraag, aldus aanwezige biologen.

A-toomkuil

Het alternatieve bestandsonderzoek met de A-toomkuil en stortkuil heeft afgelopen najaar voor het eerst iets minder biomassa laten zien, zo blijkt - met nadruk - uit de voorlopige data. Voorgaande jaren ging de lijn continue naar boven. 

Vissers reageerden verbaasd op de daling. Volwater legde uit dat snoekbaars en brasem verder zijn gestegen, maar dat eigenlijk alleen de spiering verantwoordelijkheid is voor de daling. Die spiering was gemiddeld ook kleiner dan voorgaande jaren. 

Kleine spiering is trouwens erg belangrijk voedsel voor kleine snoekbaars. Grote snoekbaars vreet alles wat voor de bek komt. Ook dit gegeven ontlokt vissers tot de uitspraak dat het roofvisbestand snoekbaars ongezond groot is gegroeid.

Visafslag Urk

De gemeentelijke IJsselmeervisafslag van Urk realiseert dit jaar een nieuw omzetrecord.