
HA 1 stort zich op Amerikaanse zwaardschede
AlgemeenHARLINGEN – Met het Wadden-onderzoeks/inspectievaartuig ‘Asterias’ bij Damen in Den Helder voor de werf werd de jaarlijkse survey op mesheften dit najaar uitgevoerd met de HA 1 ‘Wantij’. Nico Laros volgt het op de voet.
De Amerikaanse zwaardschede (Ensis directus) werd in 1981 voor het eerst aangetroffen in het drooggevallen Eems-Dollard estuarium. Daarna verspreidde dit schelpdier zich razendsnel en in 1984 werd deze soort ook in het diepe deel van de westelijke Waddenzee gesignaleerd.
Vanaf 2015 wordt dit schelpdier elk jaar aanvullend bemonsterd. De biomassa in de westelijke Waddenzee lag de afgelopen jaren tussen de 250 en 300 miljoen kilo versgewicht aan Amerikaanse zwartschedes.. En hoewel er niet op het ensis-bestand op de Waddenzee gevist mag worden is het toch belangrijk te weten wat er aan biomassa schelpdieren in - en op de Wadbodem leven.
Ook dit najaar stond de wettelijke onderzoekstaak weer op de rol en werd deze survey uitgevoerd onder leiding van Jetze van Zwol (Wageningen Marine Research). Nou dat is hem inmiddels wel toevertrouwd, mijn ervaring is dat hij een heel relaxte stijl van werken heeft. Hij is ook best tevreden over de ingehuurde HA 1.
Jouke Visser
Als je op de HA 1 ‘Wantij’ aan boord stapt, dan zie je gelijk dat over veel zaken is nagedacht. Eigenaar Jouke Visser heeft dit vaartuig heel doordacht zelf gebouwd. Zijn bedoeling was om onderzoek/inspectiewerk te doen en nu komt dit voor de Rijksrederij van Rijkswaterstaat heel goed uit. Het m.s. ‘Asterias’ ligt voor een grote refit voor de werf, daardoor werd de HA 1 ingehuurd. Omdat er een fikse kraan aan boord staat was de enorme hydraulische happer geen probleem.
De diepgang van de HA 1 is een stuk geringer dan de ‘Asterias’ waardoor je nog gemakkelijker op droge stations kan komen. De afmeting van het scheepje is ook kleiner (net geen 20 meter lang en 6,50 meter breed), waardoor je iets minder ruimte aan dek hebt. Maar dat is niet beperkend gebleken voor het onderzoek. De ‘Asterias’ heeft wel een zeer krachtige ‘dekwas’ (palenspuit) waarmee het slik snel weggespoeld kan worden uit de opvangbak, dat ging nu dus iets minder snel.
De HA 1 gebruikt op de meeste locaties de spudpaal waardoor het schip exact op positie blijft tijdens het nemen van de hap, dat is heel prettig en geeft rust. Na de werfperiode zal de ‘Asterias’ ook uitgerust zijn met een spudpaal.
Ondanks de kleinere afmeting en geringe diepgang bleek de HA 1 volgens Van Zwol een prima uitwijk te zijn, ook in de week dat storm Benjamin voorbijkwam. Het was aardig onstuimig weer, met harde wind en felle buien. ,,Dit ging best goed, met de juiste planning konden we veelal het opper van droogvallende platen of wat luwe hoekjes vinden om de werkzaamheden gaande te houden. Het slingeren viel mee en het schip hield zich prima’’, vertelt Van Zwol.
119 stations
De survey begon vanaf Harlingen. Op basis van de windvoorspellingen en verwacht getij werd een globale route bedacht. Langs de Afsluitdijk naar Den Oever, dan richting Texel tot de ‘Vlakte van Kerken’, en terug via het Franse Gaatje naar Terschelling en weer terug naar Harlingen. Totaal zijn in vier lange werkdagen 119 stations bezocht.
Elke hap weegt circa 900 kilo en het bemonsterde oppervlak is 1 vierkante meter. De volumehoeveelheid is afhankelijk aan de bodemdoordringbaarheid van de happer. Af en toe is de bodem zo hard als een plaat beton, en soms ook zo zacht als vla.
Na elke hap worden de monsters helemaal uitgezocht door Suzanne Cornelisse (WMR) met behulp van de crew (Eelke Sybren Dijkstra, Theo van Malsen, Beer Kleine Pier) van de ‘Asterias’.
Voor Suzanne was het dit jaar voor de vierde keer, zij houdt zich verder bezig met zeezoogdieren (zenderprogramma’s bruinvis/zeehond), visserijbestandsopnames en ze wordt ingezet voor allerhande veldklussen op zee en in intergetijdegebieden. Uit eigen ervaring weet ik dat ze actief aanwezig is. Het uitzoeken van de monsters (tellen, meten, wegen, data invoeren etc.) is een hele klus.
‘Hagelslag’
,,Ensis-zaad - of ‘hagelslag’, zoals wij het noemen - is helaas niet gezien, wel een aantal locaties met redelijk wat jong spul ten noorden van Balgzand. Deze mesheften waren al wat groter, rond de 7 centimeter lengte. Mosselzaad is trouwens ook niet gezien.’’
De hoeveelheid biomassa is nog niet berekend, maar zal later wel te zien via de schelpdiermonitor van WUR (https://wr-shiny.wur.nl/schelpdiermonitor_waddensublit/).
Nico Laros
(Foto’s: Jetze van Zwol)





