
Veranderingen op zee hebben gevolgen voor zowel vissers als de visketen
AlgemeenDEN HAAG - De Nederlandse kottervisserij is de afgelopen jaren in sneltreinvaart veranderd. Het pulsverbod, visserijbeperkingen in natuurgebieden, de bouw van windparken op zee en de Brexit zijn een paar van de ontwikkelingen die grote invloed hebben op de ruimte voor de visserij op zee. De kottervloot is door de sanering al fors gekrompen en ook de garnalenvloot staat voor een reductie. Deze veranderingen raken niet alleen het werk op zee, maar werken door in de hele keten - van aanvoer tot handel - en in de visserijgemeenschappen aan land. Tegelijkertijd heeft de overheid in haar Voedselvisie het belang van voedsel uit zee benadrukt. Om dat te kunnen waarmaken is ruimte voor de visserij essentieel. In opdracht van het ministerie van LVVN en Rijkswaterstaat is Wageningen Social & Economic Research samen met Wageningen Marine Research betrokken bij twee onderzoeksprojecten. Het eerste onderzoeksproject is een sociaaleconomische impactstudie over de gevolgen van de veranderingen op zee. Het tweede project is een onderdeel van het onderzoeksprogramma MONS, dat staat voor Monitoring, Onderzoek, Natuurversterking en Soortenbescherming. MONS onderzoekt of en hoe het veranderende gebruik van de Noordzee past binnen de ecologische draagkracht van de Noordzee. Binnen deze beide projecten onderzoekt Wageningen Social & Economic Research wat de invloed is van beleidsmaatregelen, zoals gebiedssluitingen en andere ruimtelijke ontwikkelingen op zee, op de beslissingen van vissers. Vervolgens wordt onderzocht wat de ecologische en sociaaleconomische effecten op de Nederlandse visserij zijn die met deze beslissingen verband houden. De onderzoeksprojecten draaien op volle toeren. Wageningen Social & Economic Research publiceert een serie over de laatste ontwikkelingen.
In deel 1 van deze serie deelt onderzoeker Katell Hamon de aanpak voor de ontwikkeling van een model om zo goed mogelijk inzicht te krijgen in hoe vissers in de praktijk reageren op beleidsmatige veranderingen.
,,Door een groeiende vraag naar ruimte is de Noordzee toneel van grote veranderingen. Steeds meer traditionele visgronden van Nederlandse kotters worden aangewezen als locaties voor windparken en beschermde natuurgebieden op zee. Wanneer een gebied om deze reden gesloten wordt, houdt dit in dat bepaalde vormen van visserij niet langer zijn toegestaan op locaties waar vissers al generaties lang actief zijn.
Deze ontwikkelingen bemoeilijken de traditionele bedrijfsvoering van de Nederlandse visserij aanzienlijk. Dit speelt niet alleen in het Nederlandse deel van de Noordzee, maar ook in de wateren van buurlanden. Doordat visgronden gesloten worden of moeilijker bereikbaar zijn, passen vissers zich aan, bijvoorbeeld door uit te wijken naar andere gebieden, het vistuig aan te passen of in sommige gevallen zelfs te stoppen.
Inzicht in visserijgedrag
Wageningen Social & Economic Research ontwikkelt een model om de effecten te begrijpen van bovengenoemde veranderingen op de beslissingen van vissers op de korte en lange termijn. Omdat deze veranderingen tegelijkertijd en in een relatief korte periode plaatsvinden, is het effect bepalen van iedere afzonderlijke gebiedssluiting niet genoeg.
Daarom kijken we naar het gezamenlijke effect van alle veranderingen op de Nederlandse kottervisserij. Doen we dat niet, dan onderschatten we het effect van alles wat er verandert op visserijvloten, ketens en visserijgemeenschappen.
Ons onderzoek heeft tot nu toe inzicht gegeven in de voor Nederland belangrijke kottervisserijen (tuigen, maaswijdtes), soorten en gebieden (in de vorm van gebiedskaarten die voor de Nederlandse visserij belangrijk zijn; zie ook figuur). Dit is de eerste stap.
Weten waar er voorheen gevist werd, vertelt ons nog niet wat er gebeurt als die gebieden sluiten. Daarvoor moeten we begrijpen hoe vissers reageren. Deze reactie hangt af van veel factoren: wat voor soort windpark er komt (vast of drijvend), hoe ver de plannen gevorderd zijn, welke regels er gaan gelden, en of vissers betrokken zijn geweest bij het besluitvormingsproces. Zonder die context is het onmogelijk om de werkelijke impact goed in te schatten.
Individuele keuzes raken de gehele sector
Bij sluitingen reageren vissers niet allemaal op dezelfde manier. Sommigen blijven vissen in de buurt van het gesloten gebied, anderen wijken uit naar heel andere gebieden, passen hun tuig aan of stoppen met vissen. Welke keuze je als visser maakt, hangt af van het type kotter, het tuig, de soort waarop je vist en welke alternatieven er zijn.
De beslissing van een individuele visser heeft ook invloed op andere vaartuigen (uitwijken naar een visgebied van andere vissers), de visafslagen (aanvoer van andere soorten), de verwerking en de kustgemeenschappen. Daarom is het belangrijk om de individuele beslissingen goed te begrijpen als we willen weten wat de sociaaleconomische gevolgen van nieuwe ontwikkelingen op zee zijn op de visserij.
Om het effect in kaart te brengen gebruiken we een digitaal instrument: het DISPLACE-model. Dit model simuleert hoe vissers kunnen reageren op veranderingen zoals gebiedssluitingen of nieuwe regels.
Wageningen Social & Economic Research (WSER), Wageningen University en Wageningen Marine Research (WMR) passen dit model nu aan op de Nederlandse kottervisserij.
DISPLACE is oorspronkelijk in Denemarken ontwikkeld en wordt inmiddels in meerdere landen gebruikt. In Nederland werken we nauw samen met de visserijsector, het ministerie van LVVN en Rijkswaterstaat om ervoor te zorgen dat het model goed aansluit op de Nederlandse visserijpraktijk.
De input van vissers is essentieel
We werken direct samen met vissers om ervoor te zorgen dat DISPLACE aansluit op wat er echt op zee gebeurt. Door gegevens te verzamelen bij vissers en onze aannames te toetsen, zorgen we ervoor dat het model de werking van het sociaal-ecologische systeem waarin de Nederlandse kottervisserij opereert zo realistisch mogelijk weergeeft.
Daarom hebben onderzoekers van WSER en WMR in 2024 en 2025 eerst data verzameld aan boord van Nederlandse kotters, daarna hebben we op Urk workshops gehouden met eigenaren van boomkorkotters, flyshooters en twinriggers. Van garnalenvissers werd nog data met een online questionnaire verzameld.
Tijdens alle gesprekken met vissers, zowel aan boord als in een bijeenkomst, draait het om de echte beslissingen: hoe kies je een visgebied, wanneer besluit je te verkassen en wat zijn daarbij de drijfveren?
Daarnaast kijken we ook naar de keuze voor havens en aanpassingen van het tuig. Dit laatste doen we op basis van logboekgegevens en VMS-data. Alle uitkomsten worden besproken met vissers voordat ze in het model worden gebruikt.
Europese expertise
Dit onderzoek is onderdeel van een breder Europese initiatief om beter te begrijpen hoe windparken op zee de visserij beïnvloedt. Onderzoekers van WSER spelen hierin een leidende rol. Katell Hamon was medevoorzitter van een ICES-expertgroep (WKCOMPORE) die data verzamelde over de effecten van offshore wind op vissers en ecosystemen. Samen met Marloes Kraan leidde zij het sociale en economische deel van een EU-verzoek aan ICES over dit onderwerp.
Dankzij deze inzet speelt Nederland een belangrijke rol in de manier waarop impactanalyses worden uitgevoerd in Europa. De ICES-groep adviseerde om ecologische, sociale en economische kennis te combineren en effecten van sluitingen altijd te beoordelen op deze drie gebieden. DISPLACE is genoemd als een van de belangrijkste hulpmiddelen om dat mogelijk te maken.
Hoe gaat het verder?
We zijn nu in de fase waarin het model wordt gevuld met de best beschikbare gegevens. Alleen betrouwbare en relevante informatie wordt gebruikt, waar mogelijk op basis van data die direct van vissers komt.
De eerste testruns van het model verwachten we eind 2025. Die bevatten effecten van alle gebiedssluitingen en ontwikkelingen die definitief zijn besloten. In 2026 gaan we het model uitbreiden om verschillende scenario’s te verkennen, zodat we kunnen zien wat de gevolgen zijn van mogelijke toekomstige keuzes.
Door samen te werken zorgen we ervoor dat de stem en kennis van Nederlandse vissers een plek krijgen in toekomstige beslissingen. Ons doel hiermee is om beleidsmakers en vissers modelmatig inzicht te geven in mogelijke toekomstige gevolgen van verschillende beleids- en gedragskeuzes. Zo kunnen er beter onderbouwde beslissingen genomen worden, voor de visserij en voor de zee.’’
Katell Hamon,
![]()
Het onderzoek met als onderwerp de sociaaleconomische impact wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het tweede onderzoek, over ruimtegebruik op zee, wordt uitgevoerd in het kader van het programma Monitoring, Onderzoek, Natuurversterking en Soortenbescherming (MONS) dat Rijkswaterstaat uitvoert namens het Noordzeeoverleg (NZO). Dit laatste onderzoek wordt gefinancierd vanuit het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF).