
Roggenplaat: strijd tegen zandhonger en voor het behoud van de natuur
AlgemeenYERSEKE - In het Regiocentrum Yerseke van Wageningen Marine Research werken onderzoekers en de schelpdier- en visserijsector samen aan kennis en innovaties voor duurzaam gebruik van de delta, kustwateren en zee. Kennis van en voor de regio Zeeland. Hierover is een convenant gesloten tussen wetenschap, bedrijfsleven en regionale publieke organisaties. Het werk beslaat een scala aan onderwerpen, zoals het verbeteren van het kweekrendement van mosselen, off-bottom kweek van oesters, verbeteren van de kennis over het kreeftenbestand, schelpdiersurveys en effecten van kustverdediging op natuurwaarden en (schelpdier)visserij. Deze column zet regelmatig een activiteit van het Regiocentrum in de schijnwerpers. Deze keer is dat de suppletie van de Roggenplaat.
De strijd om de Oosterschelde open te houden is een bekend hoofdstuk in de geschiedenis van zowel natuurorganisaties als de visserij. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat de Oosterscheldekering een open karakter behield en waardevolle getijdennatuur behouden bleef. Toch staat dit systeem onder druk.
Door de aanleg van de kering en compartimenteringsdammen in de jaren ’80 is de natuurlijke dynamiek van eb en vloed afgenomen. Dit heeft geleid tot een sluipend probleem: zandhonger. Hierdoor verdrinken jaarlijks 80 tot 100 hectare aan droogvallende getijdennatuur. Dit heeft gevolgen voor zowel de waterveiligheid als de natuur in de Oosterschelde.
Zandhonger, waarom is dat een probleem?
Zandhonger ontstaat doordat de afgenomen getijstromen niet meer krachtig genoeg zijn om voldoende sediment van de geulen naar de platen te transporteren om te compenseren voor de afkalving door golfslag en stormen. Daarnaast draagt de afname van de zandaanvoer vanaf de kust ook bij aan dit proces. Hierdoor spoelt steeds meer zand weg van de platen naar de geulen, waardoor de intergetijdengebieden kleiner en lager worden.
Dit betekent dat er minder droogvallende platen overblijven waar vogels zoals de scholekster, wulp en rosse grutto kunnen foerageren en waar processen plaatsvinden die de waterkwaliteit verbeteren. Dit proces zorgt ook voor de erosie van de voorlanden zodat er bij stormen meer golfenergie op de dijken komt, wat op lange termijn zonder tegenmaatregelen de waterveiligheid in gevaar brengt.
Suppleties als maatregel tegen zandhonger
Omdat de kering niet zomaar kan worden verwijderd, zijn verschillende maatregelen onderzocht om zandhonger tegen te gaan. Een van die maatregelen zijn periodieke suppleties van de platen.
De meest recente is de suppletie op de Roggenplaat. In 2019 is daar 1,13 miljoen kubieke meter zand aangebracht om het gebied langer droogvallend te houden. Uit de eerste resultaten blijkt dat deze suppletie ervoor zorgt dat het droogvallende oppervlak direct na aanleg met ongeveer 96 hectare is toegenomen. Dit betekent dat de Roggenplaat langer beschikbaar blijft als voedselgebied voor vogels en dat de golfaanval op de dijken vermindert.
Wat merken vogels en zeehonden van suppleties?
Na de suppletie bleef het totaal aantal vogels op de gehele plaat nagenoeg gelijk maar werden de nieuw opgespoten delen in eerste instantie minder door vogels gebruikt. Dit kwam doordat het bodemleven zich opnieuw moest vestigen. Drie jaar later lijkt de foerageerdruk op grote delen van de suppletie weer vergelijkbaar met de situatie van voor de ingreep. Dit betekent dat steltlopers en andere foeragerende vogels hun weg terugvinden naar het gebied.
Zeehonden laten zich op de Roggenplaat nog steeds in grote aantallen zien, vooral in de zomermaanden. Er is geen duidelijk effect gevonden van de suppleties op hun aantallen.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Hoewel de eerste resultaten positief zijn, blijven er uitdagingen. De aangebrachte zandlaag slijt langzaam weer af, en stormen spelen een rol in de snelheid waarmee het getijdenlandschap zich ontwikkelt en daarmee hoe snel een nieuwe suppletie nodig zal zijn. Daarnaast is nog onduidelijkheid over hoe bodemdieren en vogels zich op lange termijn aanpassen aan de suppleties.
Tot eind 2024 liep daarom het grootschalige onderzoek door om te kijken hoe de Roggenplaat zich verder ontwikkelt. Eind dit jaar zullen de onderzoeksresultaten worden gepresenteerd; het blijven volgen van de ontwikkelingen draagt bij aan de kennis over de langere termijneffecten van de suppleties in intergetijdengebieden.
Toekomstbestendigheid?
De Oosterschelde staat niet alleen voor de uitdaging van zandhonger, maar de druk op de getijdengebieden neemt ook toe als gevolg van het gebruik, klimaatverandering en zeespiegelstijging. Zeespiegelstijging zal de verdrinking van intergetijdengebieden verder versnellen, waardoor de leefgebieden voor vogels en vissen nog verder onder druk komen te staan. Hittegolven kunnen de samenstelling van het schelpdierenbestand veranderen en de vogel- en visstand beïnvloeden. Tegelijkertijd kan een stijgende watertemperatuur de waterkwaliteit verslechteren wat gevolgen heeft voor het hele ecosysteem.
Suppleties voor natuurherstel zijn waardevolle instrumenten, maar ze zijn slechts een deel van de oplossing. We moeten blijven investeren in innovatieve maatregelen die inspelen op de dynamiek van het getijdensysteem en bijdragen aan een robuuste, klimaatbestendige Oosterschelde.
Wat we hier leren gebruiken we voor vervolgprojecten in de Oosterschelde zoals in het ontwerp van de Galgeplaat suppletie die nu gepland staat. Maar deze kennis is ook nuttige voor andere getijdennatuur wereldwijd, die met vergelijkbare problemen worstelen. Door kennis te delen en samen te werken aan slimme, natuurlijke oplossingen, kunnen we ervoor zorgen dat de Oosterschelde ook in de toekomst een gebied met internationale allure blijft.
Jim van Belzen, Vincent Escaravage en Susanne van Donk
De effecten van de Roggenplaatsuppleties worden voor Rijkswaterstaat in kaart gebracht in samenwerking met Deltares, NIOZ, Deltamilieu Projecten en de Hogeschool Zeeland in de periode 2019 t/m 2024.
De resultaten van de monitoring van de Roggenplaat t/m 2022 zijn terug te vinden in het T3-rapport: https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/onderzoeksrapporten/@270037/roggenplaatsuppletie-oosterschelde/
