
Dagboek van een Visserman - Henk Buitjes - Week 29 - 2025
AlgemeenSoms pakken dingen anders uit dan je hoopt of verwacht. Zo ook onze hellingbeurt die plaatsvond in de laatste week van mei en uiteindelijk duurde tot vrijdag 6 juni. Het spande er nog om of we wel deel konden nemen aan Vlaggetjesdag Zoutkamp op Tweede Pinksterdag. Naast knippen en scheren bij NG Shipyards stond ook een huiddiktemeting gepland. De laatste keer dat dit was gebeurd was in december 2020 tijdens het proces van aankoop van deze kotter (toen nog ZK 92) door ons visserijbedrijf.
Roestvorming
Ton Bunschoten van Expertiseburo Bunschoten uit Vinkeveen hebben we gevraagd om de diktemeting te doen op dinsdag 27 mei. Op deze dag was er geen inspecteur van IL&T beschikbaar, maar dit was geen probleem, zodat de diktemeting gewoon kon plaatsvinden. Terwijl Bunschoten volgens protocol de meting deed, waren Alfred en ik alvast begonnen met borstelen, schuren en verven van de buiskap, binnenboorden, luiken, stuurhut, kombuis en dek. We kregen hierbij hulp van Jacob Visser, Marc Smit, achterneef Ruben van Iren en kleindochter Lisa, zodat het moest lukken om het schip in de ‘Pinksterpronk’ te krijgen.
Dat het anders zou uitpakken wisten we aan het begin van de week nog niet, maar toen we Ton Bunschoten bij het achterschip bezig zagen, begonnen we ons toch wel wat zorgen te maken. Aan stuurboordzijde, ter hoogte van het verblijf zagen we een concentratie van cijfers die Ton op de scheepshuid had opgetekend. Het schip is aan de onderkant van 9 mm staal gebouwd en volgens de normering mag er tot 20% afname van staaldikte zijn, voordat er tot vervanging van de scheepshuid moet worden over gegaan. Aan stuurboordzijde was een stuk scheepshuid van ongeveer een vierkante meter wat onder de norm werd gemeten en aan bakboord was het kritisch, maar nog acceptabel.
In overleg met de TDL besluiten we om zowel aan stuurboord als aan bakboord achter in de kont de scheepshuid te vervangen. We melden het bij IL&T, zodat er de volgende dag een inspecteur kan komen kijken. Alfred sloopt intussen een klein stukje vloer uit het verblijf, zodat lasser Dieter Schulz van TDL niet alleen vanaf de buitenkant maar ook vanuit de binnenkant de nieuwe platen kan vastlassen. De rest van de scheepshuid laat na meting niets verontrustends zien, zodat we met een gerust hart wachten op de inspecteur van IL&T die de boel zal moeten keuren.
De inspecteur van dienst vindt de inmiddels in gang gezette herstelwerkzaamheden niet voldoende en wil ook onder de betimmering richting de machinekamer kijken. Dit lukt niet zonder sloopwerk, wat natuurlijk eeuwig zonde is, vooral omdat de huiddiktemetingen daar niets verontrustends hebben laten zien. Ondanks onze bezwaren houdt de inspecteur voet bij stuk en zal er gesloopt moeten worden. Dat deze hele operatie op deze manier klauwen met geld gaat kosten, maakt totaal geen indruk. ,,Probeer eens een ongeluk, dat kost pas klauwen met geld’’, is het antwoord waar we het mee moeten doen.
We doen dus maar wat er van ons gevraagd wordt en slopen de complete vloer en een gedeelte van de kastenwand uit het verblijf. Alfred maakt de boel schoon van vet, stof en roest, terwijl ik verder ga met de geplande werkzaamheden. Als ik op het achterschip kom en bij het vluchtluik begin te bikken op een roestplekje, sla ik er een gat in. Het luik is van rvs, maar de opstaande kanten zijn van ijzer en compleet doorgeroest. Deze roestvorming is niet iets dat de laatste jaren is ontstaan en deze roestvorming heeft geleid tot lekkage en deze lekkage is duidelijk de oorzaak van de dunne plekken in de scheepshuid onder het verblijf.
Als de inspecteur van dienst op de vrijdag voor Pinksteren op de werf komt om de scheepshuid onder het verblijf aan de binnenkant te inspecteren, zijn we vlot klaar. ,,Het ziet er goed uit’’, en dat is het. We kunnen aan het eind van de middag weer te water en varen het schip op zaterdagochtend richting Zoutkamp, zodat we alsnog aan de vlootschouw kunnen deelnemen.
Pinksterdinsdag gaan we nog niet naar zee, maar liggen we weer aan het ponton van de TDL te Lauwersoog. Het verrotte vluchtluik, de eigenlijke oorzaak van alle problemen, slopen we er af en wordt vervangen voor een nieuwe rvs-opbouw met het oude rvs-luik.
Intussen smeer ik de scheepshuid en de spanten aan de binnenkant in met hôipôi (Zoutkamper verbastering van harpuis), een mengsel van gekookte lijnolie en een teerproduct). Omdat het niet lukt om op korte termijn een timmerman te regelen die ons verblijf opnieuw in kan timmeren, sla ik er een noodvloer in en bekleed het met een goedkoop stuk tapijt dat Alfred inmiddels in Dokkum gekocht heeft.
Eindelijk naar zee
Op maandag 16 juni kunnen we, na een gedwongen stop van drie weken, eindelijk weer naar zee. We zetten uit boven het Westgat en vissen oost op. Het beeld van de vangst is de laatste paar weken wel wat veranderd: de box is wat groter en het aandeel kleine garnalen in de totale vangst is flink toegenomen. Het loopt ook richting de langste dag en dat is van oudsher de tijd dat de jonge, kleine garnalen zich aandienen. De vangst varieert tussen 20 en 60 kilo, met een uitschieter van 80 kilo bij het wrak van de Regulus.
We vissen door tot donderdagochtend 03.30 uur. Met de laatste vloed stomen we naar binnen om verslaggever Eva Hulscher van RTV Noord vanaf Lauwersoog op te pikken, om daarna weer naar zee te gaan. Eva wil een reportage maken over bewoners van de Waddenkust en heeft het idee opgevat om in deze reportage ook het leven van een garnalenvisser op te nemen.
Met de eerste eb zijn we vlot weer bij het wrak van de Inga, waar we de tuigen overboord zetten en deze op de scheidslijn tussen Wadden- en Noordzee laten zakken. We vissen noord in langs de tonnenlijn richting het Kaigat. Na een kort trekje gaan we halen en de vangst verwerken terwijl Eva opnames maakt. Dit is maar goed ook, want als we even later echt ‘buiten’ zijn en dwars in de noordelijke deining liggen, openbaren zich enige symptomen van zeeziekte bij de RTV Noord reporter. Dit blijft zo totdat we weer tussen de eilanden varen richting Lauwersoog. Na nog wat opnames gemaakt te hebben, stapt Eva, met een ervaring rijker wat betreft werken aan boord op een slingerend schip, van boord op een van de drijvende steigers, waarna wij richting de visafslag varen om de vangst te lossen.
Onze garnalen worden de volgende ochtend om 05.00 uur gezeefd, waarna ze richting de garnalenpelmachines van Kant gaan. Met een vangst van 1.405 kilo en een zeer mooie kilogramprijs, maken we een mooie week. Dit is ook wel nodig, want de rekeningen stromen binnen na het ongeplande oponthoud.
Net aandelen
De volgende weken laten een toename zien van zowel de bruto- als ook de nettovangst. Op de bestekken boven Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en Rottum worden bij tijd en wijle flinke boxen garnalen gevangen, die hoofdzakelijk uit kleine garnalen bestaan.
Je vraagt je af waar al deze garnalen weg komen, en het antwoord is vrij simpel: uit een beperkt aantal moederdieren. Net als vaker gebeurd is toont ook dit jaar aan dat een beperkt aantal moederdieren kan zorgen voor een flink aantal nakomelingen, ja zelfs voor een flinke jaarklasse. Een garnaal is geen vis en de bepaling van het garnalenbestand is van een geheel andere orde dan het bepalen van een visbestand, waar het aantal ouderdieren van wezenlijk belang is voor de aantallen van een bepaalde soort. De inspanningsbeperkende maatregelen hebben mijns inziens dan ook geen enkel effect gehad op het huidige garnalenbestand. Het is volgens mij belangrijker om het bestand kleine, jonge garnalen verstandig te beheren.
Garnalen zijn eigenlijk net aandelen. Deze brengen bij groei en stijgende koersen meer geld op, kleine garnalen kunnen bij groei een veelvoud opbrengen dan als ziftsel, dat een waarde heeft van 0,00 tot 0,02 euro de kilo. De huidige kiloprijs van consumptiegarnalen ligt tussen 9,25 euro en 13,00 euro (prijs Kegge). Vissers die vissen onder het MSC-keurmerk moeten zich houden aan het management- en afzetplan, waarin een maximum percentage ziftsel van 15% is afgesproken. Bij niet MSC-vissers maakt het niet uit. Ook al zal 50% van de vangst uit ziftsel bestaan, dan is er geen haan die er naar kraait. Het zal jammer zijn als wij vissers de garnalen niet de kans zouden geven om te groeien, zodat ze later, als ze groot en duur zijn, in onze netten kunnen komen om door ons gevangen te worden.
Vergadering
Op vrijdag 27 juni worden in Lauwersoog de leden van de afdelingen Harlingen en Zoutkamp/Lauwersoog van de Nederlandse Vissersbond bijgepraat. Op de agenda staan onder andere de nieuwe Wnb-vergunning, de saneringsregeling en bemanningszaken. De vergadering verloopt rommelig; de voorzitter moet alle zeilen bijzetten om te zorgen dat de agenda als leidraad wordt aangehouden en de onderwerpen puntsgewijs worden behandeld.
Over de vergunning voor 20 jaar is iedereen tevreden, hoewel ook bijna iedereen vindt dat de garnalenvisserij onder ‘bestaand gebruik’ valt. Het is van de gekke dat wij een vergunning nodig hebben voor iets wat al generaties wordt gedaan door onze families in ons eigen gebied. Als de regering van Brazilië de oorspronkelijke bewoners van het Amazonegebied vergunningsplichtig zou stellen voor het wonen, vissen en jagen in hun leefgebied staat heel progressief Nederland op z’n achterste benen. In ons land echter mogen de oorspronkelijke bewoners niets zonder vergunning.
De geplande saneringsregeling zorgt voor veel vragen tijdens de vergadering. Vooral de loting die is ingesteld om de beschikbare stikstofuren te verdelen zorgt voor onvrede bij de aanmelders van de saneringsronde. Ook houdt het MSC-label de gemoederen bezig. Niet echt het label, maar wel de (financiële) voordelen die niet-MSC vissers hebben ten opzichte van MSC-vissers. De Vissersbond pakt deze vissers met fluwelen handschoenen aan; bang dat ze zijn dat ze uit de PO stappen.
Besomming
Na een druk weekend gaan we van zondag op maandag, even na middernacht, weer naar zee. We liggen deze week oostelijk te vissen, dat wil zeggen Schiermonnikoog, buitenkant Balg, de Lauwers, het Hubertgat en de Westereems. Ook hier halen we soms flinke boxen garnalen boven, maar blijft er na het zeven weinig over. Ik zal echter liegen als ik zeg dat ik deze visserij niks vind, integendeel. Ik geniet als we een mooie, flinke box garnalen in de opvangbakken hebben liggen. Het is natuurlijk jammer dat het niet ‘behouden smeer’ is en we iedere gevangen garnaal niet in het visruim kunnen laten zakken. Maar ik weet dat een zeer groot gedeelte van de gevangen kleine garnalen, na het zeven, een nieuwe kans krijgt en vrolijk verder leven kan. Ik zeg altijd: ,,Tot ziens, tot een volgende keer als jullie groot, dik en duur zijn.’’
Op woensdag 2 juli gaan we even naar Borkum, net als de ZK 5 en ZK 14, voor een korte onderbreking. We nemen wat rust, zodat we de rest van de week zonder problemen verder kunnen. Ongeveer 6 uur later gooi ik de touwen los en stomen we west in, richting de Lauwers en het Boschgat, waar we uitzetten. De vangst is niet overweldigend, maar de garnalen zijn vrij grof, dus bijna de gehele vangst verdwijnt in het visruim. Na nog een middag en een nacht vissen in de Lauwers, Hubertgat en Westereems staan er van deze visweek meer dan 100 kisten in het visruim. Eindelijk kilo’s en eindelijk een mooie besomming. Een besomming die we zeer goed kunnen gebruiken!
Henk Buitjes, ZK 37
henkbuitjeszk37@online.nl





