
Winsten te klein voor nieuwbouw en innovatie
AlgemeenSCHEVENINGEN – Bescheiden winsten voor de boomkor-, flyshoot- en garnalenvisserij, minder verlies voor de trawlervloot en een fors verlies voor de mosselsector. Enkele belangrijke bevindingen van ‘Visserij in Cijfers’, de presentatie van de financieel-economische resultaten over 2024 van de Nederlandse zeevisserij en aquacultuur. De zwarte cijfers bij de Nederlands gevlagde kottervisserij laten onverlet dat de vloot verder veroudert, omdat er te weinig financiële ruimte is en onzekerheid voor de lange termijn.
Het jaarlijkse ‘Visserij in Cijfers’ werd vorige vrijdag in Scheveningen gepresenteerd door vertrekkend visserijonderzoeker Kees Taal van Wageningen Social & Economic Research samen met zijn opvolger Marc Robert.
Kottervloot
De kottervloot sloot 2024 af met een positief nettoresultaat van circa 15 miljoen euro, een duidelijke verbetering ten opzichte van het verlies van bijna 11 miljoen euro in 2023. De boomkorvisserij realiseerde ruim 8 miljoen euro winst, de garnalenvisserij ruim 7 miljoen euro en de flyshootvisserij 1 miljoen euro. De bordentrawlvisserij sloot af met een verlies van ongeveer 1 miljoen euro.
Bij de hogere winst voor de bokkers moet bedacht worden dat dit segment relatief veel oudere schepen telt, met (veel) minder afschrijving. De gemiddelde leeftijd van de kottervloot is sowieso hoog: 39 jaar. Om de noodzakelijke vlootvernieuwing te kunnen financieren zullen nog zeker een paar van deze positieve jaren nodig zijn.
De totale opbrengst van de kottervloot bedroeg zo’n 206 miljoen euro, een stijging van 16 procent ten opzichte van 2023 (177 miljoen euro). Vooral de garnalenvisserij kende een forse toename: met 69 miljoen euro lag de opbrengst 73 procent hoger dan het jaar ervoor. Ook flyshoot- en bordentrawlvisserij zagen de opbrengst met 8 procent stijgen. De boomkorvisserij kende echter een daling van 5 procent.
De totale aanvoer in levend gewicht van de kottervloot steeg met 12 procent naar 38 miljoen kilo, nog steeds fors lager dan gemiddeld in de tien jaar ervoor (72 miljoen kilo). In 2024 steeg de aanvoer van garnalen aanzienlijk, met 65 procent naar ruim 12 miljoen kilo. De aanvoer van de belangrijkste platvissoorten, tong en schol, daalden naar respectievelijk bijna 3 miljoen kilo en ruim 6 miljoen kilo (-6 procent en -21 procent).
Sinds 2015 is een algemeen dalende trend waarneembaar in de aanvoer van vis (exclusief garnalen) per pk-dag. In 2024 was dit 1.362 kilo, tien jaar eerder was dit nog 2.038 kilo: een afname van 33 procent. In de garnalenvisserij is deze trend ook waarneembaar, maar varieert de aanvoer per jaar sterk. Er is sprake van meer pieken en dalen.
Het aantal kotters daalde licht naar 212 schepen, met een afname in motorvermogen van 3.000 pk tot 135.000 pk. Twintig jaar geleden telde de vloot nog 367 kotters.
De inzet van de kottervloot kwam in 2024 uit op ruim 31.100 zeedagen, nagenoeg even veel als in 2023 (ruim 30.500). Vooral in de garnalenvisserij nam de inzet toe, tot 16.300 zeedagen (2023: 14.800). In de flyshootvisserij nam de inzet toe tot 3.300 zeedagen (2023: 3.200) en in de bordentrawlvisserij naar 3.900 zeedagen (2023: 3.700). In de boomkorvisserij daalde de inzet juist, naar 7.500 zeedagen (2023: 8.800).
Grote zeevisserij
De grote zeevisserij – de vriestrawlers onder Nederlandse vlag - boekte een verlies van 4 miljoen euro in 2024, een verbetering ten opzichte van 9 miljoen euro verlies in 2023. De opbrengst steeg met 8 procent tot 107 miljoen euro, en ook de aanvoer groeide, met 13 procent tot 236 miljoen kilo. De inzet in zeedagen nam toe met 11 procent. De vloot bleef met acht actieve trawlers gelijk. Dit najaar komt er voor het eerst in jaren een nieuwe vriestrawler onder Nederlandse vlag bij.
Overige kleine zeevisserij
De categorie ‘overige kleine zeevisserij’ bestaat uit een verzameling van diverse, sterk van elkaar verschillende vaartuigen en visserijmethoden. Omdat het aantal vaartuigen van enkele onderdelen van deze vloot te klein is om afzonderlijk over te rapporteren, zijn al deze visserijen samengevoegd tot één groep. Met 433 vaartuigen bleef de omvang in 2024 nagenoeg gelijk. Er is met 218 vaartuigen actief gevist; ook vaartuigen met erg weinig zeedagen (vanaf één zeedag) zijn hierin meegenomen. De totale inzet nam toe met 3 procent tot 3.700 zeedagen.
Deze sector behaalde in 2024 een positief resultaat van 9 miljoen euro (2023: 5 miljoen euro), met een opbrengststijging naar 29 miljoen euro (+19 procent). De aanvoer bedroeg ruim 21 miljoen kilo (+15 procent) en bestond voornamelijk uit schelpdieren (scheermessen), zeebaars en harder en in mindere mate uit tong, garnalen, kreeft en krab.
Mossel- en oesterkweek
De mosselkweeksector sloot het seizoen 2024/2025 af met een geschat verlies van 12 miljoen euro, na een winst van 6 miljoen euro in het voorgaande seizoen. De opbrengst daalde van 54 naar 36 miljoen euro, terwijl de aanvoer kromp van 33 naar 21 miljoen kilo. De gemiddelde prijs per kilo steeg licht (+5 procent). Het aantal mosselschepen daalde van 45 naar 42.
De oestersector bestaat uit een beperkt aantal bedrijven, die verschillend van type zijn. Een aantal daarvan zijn geïntegreerde bedrijven. Daarom is het voor de oesterkweek niet mogelijk om economische resultaten te bepalen. Volgens het CBS werden in 2023 15,4 miljoen Japanse oesters en 1,3 miljoen platte oesters aangevoerd. De vloot bestond uit 22 schepen.
Handel
In 2024 steeg de waarde van de Nederlandse vis-export met 3 procent tot 6,4 miljard euro. Ook het exportvolume groeide, met 5 procent. De EU blijft met 80 procent de belangrijkste afzetmarkt. Duitsland, Frankrijk, België, Spanje en Italië zijn de grootste afnemers binnen de EU. Buiten de EU zijn Nigeria en Egypte belangrijke exportmarkten (voor diepgevroren pelagische vis).
De Nederlandse visverwerkende- en visgroothandelssector importeert vanuit de gehele wereld vis en schaal- en schelpdieren. In de afgelopen jaren is de eigen aanvoer gedaald en de import van vis verder toegenomen, met name vanuit de aquacultuur. De importwaarde steeg met 4 procent tot 5,2 miljard euro; het volume nam zelfs met 11 procent toe.
Enkele treffende cijfers: in 2023 werd nog slechts 10 miljoen kilo schol geëxporteerd, tegenover 105 miljoen kilo zalm. In 2014 waren deze volumes nog vrijwel gelijk.
Het volledig overzicht is te bekijken op de vernieuwde website www.visserijincijfers.nl.

