
De weg naar een wereldvishandel
AlgemeenURK – ,,Vanuit Urk wordt jaarlijks al meer dan 4 miljard euro aan vis verhandeld. In de koelhuizen staan tienduizenden pallets vis opgeslagen die hun weg vinden over de hele wereld”, zo omschrijft bestuurslid Jelle van Veen (59) de huidige situatie van de Urker visindustrie. ,,Wie had dat ooit gedacht toen de eerste Urker vishandelaren zich zestig jaar geleden organiseerden om hun belangen te behartigen.”
De belangen van de beginjaren zijn niet te vergelijken met waar de Vereniging van Visgroothandelaren Urk (VVU) zich heden ten dage mee bezighoudt. De handel was toen het logische vervolg op de beslissing van de Urker aanvoerders om hun vis op de Urker visafslag aan te landen. Er moesten afzetgebieden worden gezocht in binnen- en buitenland en het fileren van vis kwam langzaam op gang. ,,In de belangenbehartiging ging het toen nog over gewicht in de kisten, vissorteringen en tijden van verkoop. Toen de quoteringsperikelen aanbraken was vooral de continuïteit van aanvoer een belangrijk punt waarover gesproken werd”, zo blikt Jelle van Veen terug.
Zijn eigen bedrijf Dayseaday is een voorbeeld van hoe de tijden veranderd zijn. ,,Toen wij als broers in 1986 startten was het alleen Noordzeevis dat we verhandelden. Begin deze eeuw begonnen we voorzichtig met import van pangasius uit Vietnam en tilapia uit China. Enerzijds door ontwikkeling van nieuwe markten, maar ook omdat de aanvoer van Noordzeevis voortdurend afnam. Met Dayseaday doen we nog best veel Noordzeevis, maar dat is anno nu niet meer dan 30 procent van de totale hoeveelheid, en dan schaar ik ook de vis uit IJsland hieronder. Als we kijken naar de handel in verse vis bestaat twee derde uit zalm. Dit beeld geldt eigenlijk voor de hele Urker visindustrie.”
Divers en flexibel
Marten Poelman (62), tot voor kort mede-eigenaar van Baarssen Fish Processing, is ruim een jaar voorzitter van de VVU. Hij onderschrijft ook hoe het Noordzeeproduct steeds meer is vervangen door producten die wel het hele jaar beschikbaar zijn. ,,In ons bedrijf verwerkten we bijvoorbeeld 5.000 tot 6.000 ton kabeljauw per jaar, zowel uit kweek als wildvang. Rocksole en yellowfinsole hebben de schol verdrongen uit de schappen van de supermarkt. Je ziet dit terug in de lage prijs die nu, ondanks de geringe aanvoer, voor de schol 4 wordt betaald.”
Poelman ziet dat bedrijven door deze ontwikkeling veel minder kwetsbaar zijn geworden. ,,Vroeger was je afhankelijk van de aanvoer van Noordzeevis, maar nu komt de vis overal vandaan. Je hebt minder last van pieken en dalen en kunt de productiecapaciteit efficiënt inzetten. Bovendien wordt er gebruik gemaakt van veel oproepkrachten, die je niet hoeft door te betalen als er minder werk is. Dat was vroeger wel anders en zorgde nog weleens dat werk onder de kostprijs werd uitgevoerd, om mensen maar aan het werk te houden en het verlies te beperken.”
Zowel Van Veen als Poelman vinden dat de vishandel hier ook van moet leren. ,,Als je terugkijkt op de Noordzeevisperiode, dan had je hier veel meer uit kunnen halen. Kijk alleen al naar betaaltermijnen die toen gehanteerd werden van vele maanden. Je werd tegen elkaar uitgespeeld. Er stond voor tientallen miljoenen aan onbetaalde rekeningen open, en zelf moest je als bedrijf meteen afrekenen op de afslag als je vis kocht. Zorg dus vooral voor diversificatie en blijf zoveel mogelijk weg bij situaties waarbij je te veel met een ander moet concurreren”, benadrukken beiden.
Ontwikkeling
Het aantal vishandelsbedrijven dat is aangesloten bij de VVU schommelt al jaren rond de veertig. Als het gaat om omzet dan neemt het volume van de leden alleen maar verder toe. In de zestig jaar van het bestaan hebben de Urker visgroothandelaren genoeg moeilijke momenten gekend.
,,Er waren altijd aanvoerproblemen, maar de Urker vishandel bleek het meest kwetsbaar tijdens de bankencrisis in 2008. Van de ene op de andere dag werd de financiering door de bank opgezegd. Verschillende bedrijven kwamen in de problemen en een toonaangevend bedrijf als Baarssen ging zelfs failliet. Hier hebben we ook van geleerd en met name de laatste jaren zijn bedrijven kapitaalkrachtiger geworden. Die problemen met aanvoer hebben uiteindelijk ook de aanzet gegeven tot ontwikkelingen die Urk gevormd hebben. Er is ondernemerschap getoond. Het is toch bijzonder dat Urk na Rotterdam en Velzen op plek drie staat als het gaat om aantal palletplaatsen. Wekelijks komen er gemiddeld 150 vrachtwagens met zalm uit Noorwegen om hier verwerkt te worden”, aldus een trotse Van Veen.
,,Urk is het centrum geworden van vishandel met verwerkingscapaciteit, kennis en arbeid bij gespecialiseerde bedrijven. En door de centrale ligging ook een logistiek centrum met een grote opslagcapaciteit. Het is dan ook niet vreemd dat grote internationale spelers hier een positie willen verwerven en belangen in bedrijven nemen of deze helemaal overnemen. Ook dit biedt weer nieuwe afzetmogelijkheden waar we gebruik van kunnen maken”, vult Poelman aan.
Nieuwe problemen
De uitdagingen waar de VVU nu voor staat zijn er vooral op gericht om de Urker vishandel in stand te houden en zich verder te laten ontwikkelen. ,,Huisvesting van arbeiders en leveren van stroom en water zijn de kernpunten die onze aandacht hebben. Wat het eerste betreft ligt er al een mooi plan om samen met uitzendbureaus huisvesting te regelen vlakbij Urk. Ondanks de toenemende automatisering hebben we die mensen gewoon nodig, en goede huisvesting is nodig om die mensen hier ook te houden, want er zijn steeds meer sectoren die om hun gunsten dingen”, geeft Poelman aan.
Over de levering van water en stroom zijn de meeste zorgen. ,,Er wordt hard gewerkt aan netverzwaring, maar het duurt allemaal te lang. Op piekmomenten is er te weinig stroom beschikbaar en er zijn lange wachttijden voor aansluitingen op het net. Dit brengt continuering en uitbreiding van bedrijven in gevaar. Ook de waterlevering is niet zomaar opgelost. Vanuit de waterzuivering in Sint Jansklooster wordt 1,5 miljoen kuub water aan de Urker visindustrie geleverd. Ze zitten aan de limiet en in het nieuwe industriegebied Port of Urk krijgen bedrijven niet meer dan een huisaansluiting van 4 kuub per uur. Door te bufferen kun je per dag dus 96 kuub gebruiken, maar ook dat is voor sommige bedrijven nog niet genoeg. Met name in de zalmverwerking is veel water nodig. Bij onvoldoende waterdruk stopt de fileermachine ermee. We zoeken nu gemeentelijke en provinciaal naar oplossingen als het zuiveren van oppervlaktewater of zelf water gaan zuiveren voor hergebruik”, aldus Poelman.
Problemen die nationaal of internationaal spelen worden behartigd via de Visfederatie, waarin Jakke Ras en Jelle van Veen namens de VVU zitting hebben in het bestuur. ,,Daarin worden bijvoorbeeld de problemen besproken die Trump ons onlangs weer heeft bezorgd met zijn importheffingen. Dit kan vooral gevolgen hebben voor de export van zalm, al zal het op korte termijn nooit leiden tot meer grootschalige zalmkweek in de Verenigde Staten. De verwachting is dan ook dat het wel mee zal vallen, maar het geeft weer onzekerheid die investeringen belemmert. Zo blijven er dus genoeg zaken die ons bezighouden”, geeft de voorzitter aan.
,,Ondanks de problemen die er altijd wel zullen zijn, ziet de toekomst van de Urker vishandel er goed uit. In de jaren dat wij actief zijn in de vishandel blijkt vis niet zo conjunctuurgevoelig te zijn, en met een steeds stijgende wereldbevolking en welvaart groeit de behoefte aan voedsel. De vraag naar een gezond product als vis zal dus alleen maar groter worden. Het is vooral zaak om die groei in goede banen te leiden, met oog voor de Urker identiteit”, besluit Van Veen.
Op 13 mei houdt de VVU een speciale jaarvergadering waarin wordt stilgestaan bij het zestigjarig bestaan van de vereniging met een hapje en een drankje. Hiervoor worden niet alleen de leden uitgenodigd, maar ook allen die in het verleden betrokken waren bij de VVU.
Warmtenet
De Urker visindustrie gebruikt jaarlijks 65 miljoen kWh aan stroom. Bij het koelen en vriezen komt veel warmte vrij die gebruikt kan worden voor een warmtenet. Industrieterrein Port of Urk gaat deze warmte leveren aan de nieuwe woonwijk, de Zeeheldenwijk. De bedrijven krijgen hier koude voor terug, waardoor minder energie wordt gebruikt en minder chemicaliën. ,,In de bestaande industrieterreinen zijn genoeg bedrijven waarmee een warmtenet voor de oudere woonwijken gerealiseerd kan worden. De grootste uitdaging is dat er een leidingnet aangelegd moet worden en elk huishouden een warmtepomp moet hebben. Elk huishouden krijgt dan gratis warmte. Met de verplichting om uiteindelijk gasvrij te worden is dit voor Urk een unieke kans”, aldus Poelman. ,,Het is een win-win-situatie, waarbij Urk zich kan positioneren als de meest milieuvriendelijke gemeente van ons land.”