
Pijlinktvissen in de Noordzee en Het Kanaal: welke soorten?
AlgemeenIJMUIDEN - Inktvis is in korte tijd een belangrijke soort geworden voor de kottervloot en steeds vaker te vinden op de Nederlandse visafslagen. De prijzen zijn goed en veel vissers besluiten in de wintermaanden over te schakelen om op deze soorten te kunnen vissen. Wereldwijd worden pijlinktvissen (Decapoda) het meest bevist. In de Noordzee zijn twee soorten langvin-pijlinktvissen (Loligo ssp.) het meest interessant en het meest vangbaar, maar dit zijn niet de enige soorten. Dat pijlinktvis een belangrijke is voor vissers is duidelijk, maar wat voor dieren zijn het eigenlijk?
In de Noordzee komen tal van inktvissen voor. Dit is de groep waar onder andere (dwerg)pijlinktvissoorten, octopussen en zeekatten onder vallen. In de Nederlandse visserij worden de gewone pijlinktvis (Loligo vulgaris) en de Noordse pijlinktvis (Loligo forbesii) het meest gevangen en op de afslag gezet.
Het lichaam van een inktvis bestaat uit een kop, mantel en armen. Pijlinktvissen hebben acht armen en twee langere tentakels, bij elkaar opgeteld tien. Dit getal vind je terug in de naam: Decapoda (deca is het woord voor 10 in het latijn). Octopussen missen de twee tentakels, vandaar de naam Octopoda (Octo is acht in het latijn).
Inktvissen zijn eigenlijk weekdieren, net als mossels, kokkels en huisjesslakken. De meeste soorten hebben ook een schelp, maar deze zie je niet aan de buitenkant. De schelp van pijlinktvissen is te vinden in de mantel en is doorzichtig en penvormig. De schelpen van zeekatten zijn veel steviger, bleek-kalkachtig. Ze drijven en spoelen daarom vaak aan op het strand. De bek bestaat uit twee losse delen en bewegen net als de bek van bijvoorbeeld een papegaai.
Inktvissen bewegen zich voort door water in hun mantel te pompen en het water vervolgens door de sifon weer uit te persen. Met behulp van hun vinnen kunnen ze sturen en blijven ze in balans.
Rol in het ecosysteem
De pijlinktvissen voeden zich met pelagische vis (rondvis), andere koppotigen (benaming voor de inktvisachtigen) en kreeftachtigen. Let op: hele visjes die worden aangetroffen in de mantel van een pijlinktvis uit de vangst zijn geen prooien. Ze zijn daar terechtgekomen tijdens het vangproces. Inktvissen slikken hun prooi namelijk niet in zijn geheel in, maar kauwen het kapot met hun papegaaienbek.
Kleinere inktvissoorten zoals pijlinktvissen jagen op ongewervelde dieren zoals zagers, maar ook op kleine vis of vislarven, garnalen en andere kreeftachtigen. Grotere inktvissoorten kunnen op grotere vissen jagen of zich voeden met andere inktvissoorten.
Pijlinktvissen vormen een cruciale voedselbron voor grote pelagisch levende dieren. Zeezoogdieren zoals dolfijnen, walvissen en zeehonden, grotere vissoorten zoals tonijn en haaien en zeevogels zoals albatrossen en stormvogels voeden zich met inktvis. Voor sommige tandwalvissoorten – zoals potvis en de griend – is inktvis het hoofdvoedsel.
Om aan hun belagers te ontkomen gebruiken inktvissen verschillende technieken. Naast het spuiten van een inktwolk om predatoren te verwarren gebruiken veel inktvissoorten camouflage. Daarin zijn het ware meesters! De meeste inktvissen kunnen van kleur veranderen. Dit doen zij met behulp van zogenaamde chromatoforen. De huid is bedekt door miljoenen met pigment gevulde zakjes die kunnen worden uitgerekt om de huid één dezelfde kleur te geven of samengetrokken tot stipjes waardoor gevarieerde patronen ontstaan. De chromatoforen creëren patronen met gele, rode en bruine kleuren. Onder deze pigmentcellen liggen de iridoforen. Deze cellen reflecteren licht en voegen blauwe, groene en roze kleuren toe aan het algehele uiterlijk van de huid. Gezamenlijk kunnen deze twee celgroepen spectaculaire optische illusies creëren met patronen van kleur, helderheid en contrastverandering.
Levenscyclus
Het vermogen om van kleur te veranderen wordt ook gebruikt om te communiceren, zoals tijdens het paringsritueel.
Wanneer het verleiden is gelukt brengt het mannetje een pakketjes met zaadcellen (een spermatofoor) in bij het vrouwtje. Voor deze actie is één van de vangarmen van het mannetje speciaal aangepast. Vrouwtjes houden deze spermatoforen in hun lichaam om hun eieren te bevruchten als deze rijp zijn.
Tijdens de voortplanting migreren gewone en Noordse pijlinktvis van dieper water naar ondiepere paaigronden langs de kust, waar onder andere visactiviteiten plaatsvinden. De eieren worden op verschillende substraten afgezet.
In de Noordzee zijn een noordelijk en een zuidelijk paaigebied geïdentificeerd. Het noordelijke gebied betreft de wateren rondom Ierland, Noord-Engeland, Schotland en West-Noorwegen. Deze paaigronden worden voornamelijk gebruikt door Noordse pijlinktvis, met pieken tussen december en juni.
De zuidelijke paaigronden worden voornamelijk gebruikt door de gewone pijlinktvis, tussen november en april met pieken in februari en maart. Hier vallen de ondiepere delen van de Keltische Zee en Het Kanaal tot de Nederlandse en Duitse kust onder. Op bepaalde paaigronden van de gewone pijlinktvis is het ook mogelijk dat de Noordse pijlinktvis wordt aangetroffen.
De levensduur van de meeste inktvissen varieert van enkele maanden tot 1 à 2 jaar. De grotere soorten kunnen meerdere jaren leven. Nadat de eitjes zijn uitgekomen, zweven de larven door het water en voeden zich met onder andere zoöplankton. Vervolgens leven de inktvissen als volwassen dieren. De meest inktvissoorten gaan snel na het paren dood.
Wageningen University & Research (WUR) publiceert een drieluik over (pijl)inktvis.
Artikel 1: ‘Pijlinktvissen in de Noordzee en Het Kanaal: welke soorten? Auteurs: Bryan de Reus en Bram Couperus (WMR)
Artikel 2: ‘Een nieuwe visserij in kaart: ontwikkeling van de Nederlandse inktvisvisserij’. Auteur: Lennert van de Pol (WMR)
Artikel 3: ‘Pijlinktvis: een succesverhaal naar de exportmarkten’. Auteur: Geert Hoekstra (WECR)
De artikelenreeks voor dit project KB-35-104-10-WMR-1 is gefinancierd door Wageningen University & Research vanuit het ‘Voedsel- en Waterveiligheidsprogramma’, dat wordt ondersteund door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Verschil tussen de soorten
De inktvissen die in de Noordzee gevangen worden lijken in sommige opzichten erg veel op elkaar. De kromme pijlinktvis (Todaropsis eblanae), slanke pijlinktvis (Illex coindetii), Europese vliegende inktvis (Todarodes sagittatus), Noordse pijlinktvis, gewone pijlinktvis en de dwergpijlinktvis (Allotheutis subulata) zijn soorten met gelijkenissen. Door de vragen na te gaan valt te achterhalen welke soort er op de band of in de afslag ligt. De foveola is een huidplooi die zich bevindt in de groef van de sifon waar de inktvis water uitperst om voort te bewegen.












