
Dagboek van een Visserman - Het tij keren?!
AlgemeenHet tij keren, kan dat eigenlijk wel? Strikt natuurkundig is ‘het tij keren’ inderdaad onbegonnen werk. Je kunt deze uitdrukking dan ook met geen mogelijkheid letterlijk opvatten.
Voordat ik hier als ‘boer van de zee’ wat dieper op inga, kijken we eerst kort terug op het afgelopen jaar. Een jaar wat lijkt op dat wat ik als klein jongetje maakte op het strand: een zandkasteel dat met veel inspanning was gebouwd en tijdens de vloed wegspoelde, terwijl je nog probeerde te redden wat er te redden viel. Het tij was niet te keren…
Snel willen vergeten
Het jaar 2024 was een jaar dat je snel wil vergeten maar niet zal vergeten. De Oosterschelde ten dode opgeschreven? Vraagtekens en uitroeptekens; hoe kan het dat er zoveel mosselen dood zijn gegaan? Is dit iets wat ons overkomt doordat er een reactie in de natuur heeft plaatsgevonden?
Of zijn hier ook nog elementen aan te wijzen die het ecosysteem zijn binnen gekomen en wat voorkomen had kunnen worden? Met de vinger wijzen is dan ook snel gedaan, maar ik zal me daar niet aan branden. Onderzoek zal dit moeten uitwijzen en hopelijk duurt dat geen vier jaar!
In januari en februari leverden we nog mosselen uit de Hammen, die eigenlijk bestemd waren voor het seizoen in juli. We kozen ervoor om mosselen al in deze periode te leveren omdat we dachten er dan toch meer aan over te houden. De sterfte zette al behoorlijk door. En achteraf gezien was dit de beste keuze die we hebben gemaakt. Want we hadden toen nog een rendement van ruim 60 procent. Van het andere vak dat we hadden laten staan hebben we later nog geen 10 procent teruggevangen.
Half maart vertrokken we naar de Waddenzee om de mzi’s weer in het water te plaatsen. Nadat we buiten eerst onderzoekslijnen in de Voordelta en ook eigen lijnen in de Schaar van Renesse hadden geïnstalleerd, zijn we eind april gestart met het inbinden van de lijnen in de Waddenzee. Alles liep voorspoedig, hopelijk geen bloemetjes van ‘t jaar…
De eerste week van mei hadden we onverwachts een gebroken zuigerveer van de sb-hoofdmotor. Met dank aan Ab van Koeveringe draaide de motor weer binnen twee dagen en konden we beginnen met verzaaien. We zaaiden de Wolfshoek vol met halfwas en grof zaad. Om zo in de winter van 2024/2025 te kunnen leveren.
Eind juni vertrokken we weer naar de Oosterschelde, waar we één groot drama aantroffen op de percelen. Er was niet één perceel waar we een kor met mosselen zagen, alleen maar schelpen met een paar mosselen…
En dan begint het nieuwe mosselseizoen in juli. Hoe gaan we ooit voldoende inkomsten genereren als we geen mosselen hebben? De rendementen op onze percelen in de Oosterschelde van 0 tot 10 procent zorgen ervoor dat we weinig tot geen inkomsten hadden. Een dikke streep door de rekening.
De Waddenzee was dan wel iets beter qua rendement, maar ook daar komen we niet verder dan 50 procent terugvangst van de te leveren mosselen. De rendementen van halfwasmosselen zijn ook dramatisch. Ook hier vragen wij ons af: hoe komt dit? Zijn er vergelijkingen met dat wat in de Oosterschelde heeft plaatsgevonden? Vraagstukken die tot nu toe onbeantwoord zijn.
Met zo’n minimale aanvoer van mosselen uit de Nederlandse wateren zou je verwachten dat de prijzen van de mosselen aanzienlijk hoger zouden zijn. Maar de wereld is een dorp; er is voldoende aanbod vanuit het buitenland. Tot vandaag is er nog geen mossel te kort geweest! Dit laat ook zien hoe klein en kwetsbaar wij als Nederlandse mosselsector zijn.
Overvloed mosselzaad
In de zomer en het najaar hadden we een mooie zaadvisserij. Wat een zaad is er gevallen in de vrije natuur, maar ook op de percelen? Als je perceel leeg is dan is dat prachtig, maar als je perceel bezaaid was met halfwas is dat een zware tegenvaller. Op een perceel van compagnon Jeroen in het Inschot was het prijs. Het was ruim 40 jaar geleden dat daar zaad was gevallen. En op een perceel achter in de Slenk was het ook prijs, maar dat was een tegenvaller, want dat perceel stond vol met halfwasmosselen. Geen halfwas meer te zien, alleen maar zaad. Hopelijk komt het goed terecht.
Hoe tegenstrijdig is het als enerzijds mosselen doodgaan en anderzijds nieuw leven zich weer laat zien. Een mooie opbrengst van de mosselzaadinvanginstallaties en de grote hoeveelheid bodemzaad zorgen ervoor dat we een mooi bestand op de percelen hebben. Dit geeft perspectief voor over twee jaar.
Maar is er nog toekomst? Gaan we dit financieel nog redden in 2025? Geen of nauwelijks inkomsten betekent crisis! Want met nieuw mosselzaad is nog niet alles gered. Eerst moeten we dit jaar nog zien te overleven, en dat wordt spannend. Als de vraag naar mosselen maar voldoende is.
Theoretisch zouden er in 2026 weer wel wat mosselen kunnen zijn als het zaad van 2024 terechtkomt. Maar wat doet dat met de markt? Te weinig of te veel mosselen, een financieel economisch gezonde exploitatie, dat is wat nodig is. Zoeken naar oplossingen, creëer kansen! In welke situatie je ook verkeert, er zijn altijd kansen, en je hebt er zelf ook invloed op. Als je maar wil.
Leren
Misschien is het iets dat we moeten leren. Bij leren creëren is het belangrijk dat we scherp hebben wat we willen bereiken en dit samen met anderen delen. Want een gezamenlijk doel haalt de eindstreep. We zullen met een brede blik moeten kijken naar de toekomst. Ook is het belangrijk dat wij als sector nieuwe dingen durven te proberen, wij dagen daardoor onszelf uit.
Om te kunnen voldoen aan de vraag naar mosselen is de Nederlandse mosselhandel genoodzaakt om mosselen elders in te kopen. En dat ‘elders’, daar moeten wij als kwekers mee aan de slag, daar moet verandering in komen.
Plannen met collega’s
De oplettende lezer vraagt zich af: zie je dan kansen? Zeker! Het is nodig dat wij als Nederlandse mosselkwekers zoeken naar innovatieve en complementaire kweekmethodes. Met een aantal collega’s zijn we bezig om dit uit te werken, plannen met toekomstperspectief.
Kunnen wij terugkomen in de wedstrijd die we bijna dreigen te verliezen. Wij zijn teruggezakt en staan op een degradatieplek als het gaat om het marktaandeel! Als wij mosselen blijven kweken zoals we dit al decennialang doen gaan we het niet redden. Het moet anders, zei Johan Cruijff, en je snapt het pas als je het begrijpt.
Het ‘tij keren’ kan dan ook alleen figuurlijk en dat vraagt om lef, commitment en geduld. Het is juist de kracht ervan, al ligt de nadrukt dan op de enorme inspanning die nodig is om een dreigende of reeds gaande ontwikkeling te beïnvloeden en te keren.
Het verleden van de sector laat zien dat ze tot veel in staat is. Daarom geloof ik ook nu dat we het gaan redden. Luctor et Emergo!
Ik wens iedereen een gezegend en voorspoedig 2025.
Jos Steketee, YE 72
ye72@demosselkwekerij.nl
Mosselkweker Jos Steketee is voorzitter van de Vissersvereniging Yerseke. Deze Zeeuwse vereniging herdacht afgelopen jaar het 125-jarig bestaan.

