
W. de Boer & Zn. breidt Nederlandse rederijtak uit
AlgemeenKATWIJK/URK – Donderdag 4 juli werd de verkoop bij de notaris getekend, afgelopen zondagnacht is de KW 14 ‘Jolissa’ gelijk uitgevaren onder de vlag van de rederij W. de Boer & Zonen (Bowil Groep) uit Urk met de nieuwe bemanning van de ex-RN 1 aan boord.
Rederij W. de Boer & Zonen van de gebroeders De Boer heeft het complete visserijbedrijf Jomavis B.V. met de KW 14 inclusief licentie en vangstquota overgenomen. Jomavis was eigendom van Maarten van Duijn (82) uit Katwijk en Johannes van den Berg (40) uit Urk als hoofdaandeelhouders en ook Klaas van Duijn en Niels van der Plas uit Katwijk als participanten. Het Katwijker drietal houdt de LT 43 ‘Annalijdia’. Van den Berg wordt bemanningslid op deze Britse flyshooter/twinrigger.
Twee weken eerder gingen zowel de KW 14 als de RN 1 ‘Sola Fide’ in IJmuiden voor de kant nadat een koopovereenkomst was getekend. De KW 14 ging toen direct op de helling voor een keuring, knip- en scheerbeurt en schilderbeurt. Na groen licht van de Belastingdienst vorige week woensdag werd de overname een dag later notarieel bezegeld. De KW 14 gaat feitelijk de RN 1 van de Britse tak van Bowil vervangen. De RN 1 is verkocht aan Paul van Laar uit IJmuiden (voor offshorewerk). Alle visserijonderdelen, zoals gieken en vangstverwerkingsapparatuur, zijn van boord gehaald. Het nog nieuwe catchmanagementsysteem met weegschaal wordt binnenkort overgezet op de KW 14.
Eerder bod
De familie De Boer was al langer op zoek naar een jongere Nederlandse bokker met relatief groot tong- en scholquotum. Ook omdat de RN 1 - in 1989 bij Hoogenraad & Kuyt in Scheveningen gebouwd als UK 168 en eind 1996 door De Boer overgenomen en omgevlagd - een flinke investering zou vergen om deze inmiddels 35 jaar oude kotter up to date te houden. Voor de RN 1 stond in juli de vierjaarlijkse Britse MCA-keuring gepland en zou daarvoor dan ook enkele weken moeten stilliggen. Recentelijk werd de kotter via een Deense shipbroker te koop gezet, en al snel was er op zaterdagmiddag een bezichtiging, met een deal met Van Laar.
In november 2022 hadden de gebroeders De Boer ook al een serieus bod gedaan op de KW 14, maar Jomavis wilde door en trok de saneringsaanvraag ook weer in. In mei vorig jaar kreeg schipper Johannes van den Berg echter een ernstig ongeval toen hij door een haak werd geraakt en met een zware hoofdwond door een helikopter van boord werd gehaald.
Woordvoerder Klaas van Duijn zegt: ,,Achteraf redeneren heeft geen zin; je hoopt altijd op verbetering. Dat ongeluk speelt ook mee. Maar het is het algehele plaatje binnen de boomkorvisserij waardoor we nu toch tot dit besluit zijn gekomen, met name het bemanningsprobleem. Tja, waar doe je goed aan? Met onze LT 43 ‘Annalijdia’ houden we natuurlijk een mooi alternatief.’’ Van Duijn stapte vorig jaar over op de KW 14 en was daarop het enige Katwijker bemanningslid, samen met vier Urkers en twee Filipijnen.
Mooie Maaskantkotter
De 41 meter lange KW 14 is een gedegen product van Maaskant Shipyards, in januari 2005 als BR 14 opgeleverd aan de fam. Fenijn, en vijf jaar geleden naar Katwijk verkocht. Een telefoontje begin maart naar scheepsmakelaar Cees de Jong van NL-Shipbrokers maakte De Boer duidelijk dat de Katwijker kotter alsnog in de verkoop kwam.
,,Een verrassing, want dat schip stond eigenlijk bovenaan ons lijstje. Een mooie 9 meter brede kotter met een perfect rendement, een grote schroef van 3.650 mm in een HS Superior straalbuis, met een stuk zuinigere langzaam lopende en recent overhaalde Deutz hoofdmotor. Van dit nieuwe type heeft Maaskant er na de Concorde-serie drie gebouwd: na de BR 14 ook de GO 22 en later de UK 46. Het onderwaterschip is door Hernand Jansen geheel vernieuwd en door MARIN uit Wageningen gecontroleerd en nog ietsje bijgeschaafd. De KW 14 heeft als enige een aluminium stuurhuis, de laatste twee kotters hebben een stalen stuurhuis. We hebben echt plezierig zaken gedaan aan de tafel achter het allergrootste raam van de Kattukse boulevard op nummer 143, ondanks dat het wel even zoeken was waar we elkaar konden vinden. Vooraf waren Maarten en zoon Klaas eerst bij ons op Urk geweest. Van Duijn heeft de kotter in stijl afgeleverd, met volle brandstoftanken, iets wat in deze tijd niet meer standaard is’’, aldus directeur Andries de Boer.
Toekomst positief
Rederij W. de Boer & Zonen is een van de visserijondernemingen uit de stam van Rederij L. de Boer & Zn, namelijk van wijlen Willem de Boer. Tot 2023 had ze vier Britse kotters in de vaart. Anderhalf jaar geleden werd uitgebreid met een vijfde kotter: de flyshooter SL 45 ‘Stellar’, voor het eerst sinds jaren weer een vaartuig onder Nederlandse vlag in de rederij. De Nederlandse tak wordt nu dus uitgebreid met de bokker KW 14. Het is de bedoeling dat op niet al te lange termijn bij beide kotters een Urker nummer op de boeg zal staan.
Onder Britse vlag heeft de Bowil-tak de bokker PH 63 ‘Soli Deo Gloria’ en de flyshooters/twinriggers E 104 ‘Ansgar’ en FD 157 ‘Jacoba Maria’. Bovendien houdt de rederij de volledige Britse licentie en FQA-quotaunits van de RN 1 op de plank. De FD 157 vist in de zomermaanden ver weg in westelijke wateren, havent in Plymouth (Engeland) en verkoopt de vangsten in Brixham. Er zijn wel extra kosten aan havengeld en reiskosten, maar de koers van de Britse pond is gunstig en er worden tevreden besommingen gerealiseerd, aldus De Boer. De bemanning vliegt elke vrijdag en maandag op en neer. ,,Iets wat voor de Engelse collega’s onbegrijpelijk is.’’
Alles overziende zijn wij van mening dat er hoe dan ook toekomst is voor de Noordzeevisserij, noteerden de gebroeders De Boer in hun financieringsaanvraag bij de Rabobank. De Boer wijst daarbij in de eerste plaats op de ruim voldoende aanwas van jonge vissers in de eigen grote familie. De jongens willen ‘vanzelf visserman’ worden.
,,Schipper Jacob de Boer van broer Louwe is ook een echte gedreven visserman. Als hij in het verleden bij z’n bèbe Wim op de koffie kwam, hadden ze twee onderwerpen: Bijbelse en kerkgeschiedenis of visserij. En bij het laatste onderwerp ging het bijna altijd over het net-ontwerp, de geschiedenis van de boomkor en de ontwikkeling van de netten. Ora et Labora’’, schetst oom Andries.
Daarnaast is er de overtuiging dat de vraag naar subliem en supergezond voedsel van dichtbij alleen maar zal toenemen. Over de visbestanden maakt de familie De Boer zich geen zorgen, zeker niet na de grote saneringsronde van 2022/2023. De zee heeft ons nog nooit in de steek gelaten, is een gevleugelde uitdrukking in de familie De Boer, ondanks uiteraard ook mindere jaren. Ook worden dalende brandstofprijzen voorzien.
,,De complete papierwinkel bij de transactie, zowel fiscaal als cijfermatig, gebeurde onder supervisie van de nog altijd gedreven commissaris prof. dr. mr. T. Blokland (87), de beide accountants Wilbert Star en Aldert Haasnoot van het kantoor Van Wezel, en Meindert Hoefnagel en Pieter Koster van het kantoor Profinis. Koen Klaassen van de Rabobank was vanaf het eerste telefoontje in maart positief over het plan, en over de invulling van de puzzel om het plan te realiseren. Alle stukjes van de puzzel bleken uiteindelijk precies te passen, ook qua tijdsbestek.’’
Rederij W. de Boer & Zonen is voor een kwart aandeelhouder in de eigen handelstak Osprey Group. Steeds meer soorten van eigen vangsten worden zelf verkocht, zowel voor de diepvries- als de versmarkt. De ontwikkeling van de visprijzen wordt positief genoemd.
Andries de Boer is bestuurslid van de PO-Urk/VisNed en namens de kottervloot een van de visserijvertegenwoordigers in het Noordzeeoverleg (NZO). ,,Dat geeft extra energie. Want de Nederlandse overheid werkt aan de uitvoering van meerdere visies, ook om de visserij toekomstperspectief te bieden. In het kader van de Voedselvisie, die voortkomt uit de Voedsel, Energie en Milieu transitie, is in het Noordzeeakkoord afgesproken om de aard en omvang van de vloot daarop aan te passen. De omvang van de vloot is inmiddels drastische aangepast, dus dat punt is ingevuld. Nu moet dan aanpassing van de aard van de vloot komen. Om niet alleen bestuurlijk nauw betrokken te zijn bij de invulling van de aard van de vloot, is het van belang dat je met je visserijbedrijf wél voet aan Nederlandse ‘wal’ hebt. Want anders is de kans groot dat je straks wat dat betreft achter het net vist, en daar heeft een visserman een slecht gevoel bij.’’
