
‘Je ken niet hallefjes naar zee’
AlgemeenKATWIJK – Een hartkwaal zet voorlopig een streep door de schippers-carrière van Niels van der Plas, die sinds twee jaar ook compagnon is in de Katwijkse rederij van de KW 14 en de LT 43. Hoe verder?
Katwijker Niels van der Plas (39) is een echte kotterman, uit een echte visserijfamilie. Z’n stages deed hij echter bij Parlevliet & Van der Plas, op de grote vriestrawlers KL 855 ‘Margiris’ en ROS 171 ‘Maartje Theadora’. Vervolgens voer hij drie jaar op de bokker KW 145 van opa Nico en oom Nico van der Plas. Broer Geert is er nu schipper op, en tevens mede-eigenaar. In de twaalf jaar daarna op de SL 27 heeft hij zich succesvol bekwaamd in het flyshooten. Twee jaar geleden kwam het tot een breuk en verdaagde Van der Plas weer in Katwijk, waar Maart van Duijn (KW 14, LT 43) op zoek was naar compagnons. Ook Van Duijn is een oom van hem. Van der Plas stapte in en werd schipper op de LT 43.
Begin dit jaar ging het echter mis. ,,Spanning, slechte conditie, slecht slapen. Toch maar naar de huisarts, en voor ik het wist lag ik in de ambulance richting de hartbewaking’’, vertelt Van der Plas. Er blijkt sprake van acuut hartfalen, wat zijn oorzaak vindt in een ontsteking van de hartspier, vermoedelijk door corona. ,,Er is niks meer aan te doen, behalve medicatie om de pompkracht van het hart te stimuleren.’’
Een enorme streep door de rekening van de gedreven visserman. ,,Vissen is heerlijk, en zo veel mogelijk vangen ook. Maar in mijn toestand gaat het gewoon niet. Je ken niet hallefjes naar zee.’’ Van der Plas weet ook niet wanneer en zelfs niet of hij ooit nog terug naar zee kan. Dit jaar is hij enkele keren mee geweest, om te proberen, maar dat ging niet zoals hij zou willen.
Vrijwel elke dag gaat hij naar de schuur van de rederij, op industrieterrein ’t Heen, om even te buurten en te kijken bij de werkzaamheden aan de netten. Dat doet hem goed. Hij neemt de tijd om uit te zoeken wat hij nog kan en wil. Met ondersteuning van het thuisfront: echtgenote Jessica en de vier kinderen. Ondertussen schippert plaatsgenoot Willem van der Plas op de LT 43 en compagnon Johannes van den Berg uit Urk op de KW 14.
Bestuur
Een visserman aan de wal is soms wel handig, bijvoorbeeld als er gedeputeerden op werkbezoek komen die zich op de hoogte willen stellen van de toestand in de visserij. In oktober stond Van der Plas samen met collega Hugo van Duijn van de KW 88 de BBB-gedeputeerde voor Zuid-Holland Frank Rijkaard te woord die een werkbezoek bracht aan de gemeente Katwijk.
Dit jaar is hij ook voorzitter geworden van de Vereniging van Schippers Eigenaren, als opvolger van Roos van Duijn, die toch vrij onverwacht haar KW 34 en KW 36 in de sanering deed. Bescheiden: ,,We zijn nog maar een clubje van vier bedrijven. Voorzitter van de armoede dus, en wel een beetje droevig. Je wordt toch liever voorzitter als alles floreert. Ik word nu geacht bijvoorbeeld de jaarvergadering te leiden, maar we spreken elkaar allemaal al wekelijks, als het niet dagelijks is!’’ Dat gezegd hebbende vindt Van der Plas het toch mooi dat Katwijk nog meedraait in de visserij. Zeker als je visserijgigant P&P meetelt.
In januari gaat hij het bestuur van de Nederlandse Vissersbond versterken. In de woonkamer van zijn huis aan de voet van de vuurtoren van Katwijk geeft hij alvast een paar voorproefjes. ,,Alles wat nog een beetje goed draait in de visserij wordt bijna automatisch negatief geframed en willen ze indammen. Maar beperkingen zijn helemaal niet nodig. Hoe groot is de vloot nog? Eerlijk gezegd was ik zelf tien jaar geleden ook bang voor uitbreiding van de flyshootvloot. Maar die is helemaal niet te groot; de bestanden waarop we vissen zijn gewoon gegroeid. De hetze tegen de flyshootvloot is onterecht.’’
Samenwerking is een woord wat op de lippen van bestuurders ligt bestorven. Op zee is daar ook sprake van; de flyshootvissers bijvoorbeeld leren van elkaar op de visgebieden. ,,We hebben elkaar nodig’’’, aldus Van der Plas. Dat geldt ook voor visserij en handel. ,,Zonder de handel die de pijlinktvis goed weet weg te zetten hadden we nooit zulke mooie prijzen gehad voor deze vis.’’ Innovatie? ,,De sector moet van alles. Laten we voor innovatie maar geld bij de windboeren halen, want die turbines staan op onze visgronden.’’
Zeewater
Van der Plas gelooft ook niet dat de sterk gekrompen visserijvloot nog invloed heeft op de visbestanden. ,,Ik weet nog dat er in het eerste half jaar van 2013 bijna geen mul meer was. Paniek. In augustus was er ineens weer heel veel mul. Waar kwamen die nou vandaan? Je weet het soms gewoon niet. Nu ook weer met die tong. We worden enorm gekort op het quotum, terwijl je zeker weet dat we als piepklein vlootje nauwelijks invloed kunnen hebben. Zoals mijn vroegere trawlerschipper Arie Guyt altijd zei: ‘Eén graadje warmer of kouder zeewater heeft veel meer invloed dan die hele visserijdruk van ons’.’’

