H De neven Pim Visser (links) en Jelle Loosman, de huidige directeur van de werf, voor de HD 66 van Kraak, waar ze in de jaren tachtig samen aan gewerkt hebben.
H De neven Pim Visser (links) en Jelle Loosman, de huidige directeur van de werf, voor de HD 66 van Kraak, waar ze in de jaren tachtig samen aan gewerkt hebben. Visser HD

Van Houten Klaas en IJzeren Willem

Algemeen

DEN HELDER – De oplettende lezer van de historische rubriek ‘De Visserijwereld, 50 jaar terug’ zal onlangs gezien hebben dat er vijftig jaar geleden een receptie was ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Scheepswerf Visser. Een gouden jubileum, in 1973. Inmiddels is het dus precies 100 jaar geleden dat deze Nieuwedieper werf, vandaag de dag Damen Shipyards Den Helder, werd opgericht. Voormalig directeur/mede-eigenaar Pim Visser en zijn neef Jelle Loosman schetsen ter gelegenheid daarvan de historie.

In 1923 vertrekt de dan 22-jarige Willem Visser van het eiland Urk om zich in Den Helder bij zijn vijf jaar oudere broer Klaas te voegen. Die is daar als jonge ondernemer op de voormalige Scheepstimmerwerf ‘De Hoop’ werkzaam voor de houten vissersvloot en de Koninklijke Marine. Hij repareerde masten en blokken en roeiriemen voor marinesloepen.

De afsluiting van de Zuiderzee – in 1932 kwam de Afsluitdijk gereed - zorgde voor een enorme toename van visserijactiviteiten in Den Helder. Dat ging gepaard met de groei van een Urker gemeenschap, net zoals in IJmuiden en in de Zaanstreek; Urkers in de diaspora die een nieuw bestaan opbouwden.

In 1928 kochten de gebroeders de verderop aan de Binnenhaven gelegen Scheepswerf ‘De Lastdrager’ Dat was een staaltje ‘crowdfunding avant la lettre’, want ze leenden het daarvoor benodigde geld van twee dames in Bussum. Omdat de werf toen over scheepshellingen kon beschikken nam de activiteit verder toe.

Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Den Helder werd de meest gebombardeerde stad van Nederland en de families werden geëvacueerd. Eerst een periode op Urk bij familie en daarna in de Anna Paulownapolder, op fietsafstand van de werven.

Volop werk

Meteen na de bevrijding kon de visserij volledig hervat worden en was er ook weer volop sprake van activiteit. Botters werden van steeds sterkere dieselmotoren (van wel 100 pk!) voorzien. Herstelbetalingen uit Duitsland boden nieuwe kansen. Houten ‘KfK kotters’ gebouwd op stalen spanten werden voorzien van een nieuwe huid en werden moderne vissersschepen. De wederopbouw, met name de aanleg van de marinebasis, bood volop werk. Ook was er sprake van de eerste nieuwbouw van stalen schepen.

Het was ook de periode waarin de beide broers ieder hun eigen weg gingen, de een in hout, de ander in staal, op de twee scheepswerven aan de Binnenhaven in Den Helder. Algauw werd in de volksmond over de werven van ‘Houten Klaas’ en ‘IJzeren Willem’ gesproken.

Familiebedrijven

Inmiddels was een volgende generatie aangetreden. Het waren echte familiebedrijven, met veel werkzame ooms, zwagers en neven. Nadat Willem in 1959 (hij was pas 58) plotseling overleed, zetten zijn zoons Henk en Okke de werf voort. Broer Klaas overleed in 1961. In 1968 werd de splitsing van na de oorlog ongedaan gemaakt. Beide werven waren inmiddels aan elkaar gegroeid. De tussenliggende bedrijven en bedrijfjes waren een voor een van dit toneel verdwenen.

Scheepswerf Visser ontwikkelde zich gelijkgaand met de enorme groei en bloei van de kottervloot in de jaren ‘60 en ‘70. Het jaar 1973, het jaar van het 50-jarig jubileum, was echter ook het jaar van de oliecrisis en tegelijkertijd de introductie van Europees visserijbeleid. De constante stroom nieuwbouwers in de kottervloot kwam abrupt tot stilstand. De werf merkte toen pijnlijk haar grote afhankelijkheid van de Nederlandse kottervloot. Pas na enkele jaren werd er weer een Nederlandse kotter besteld.

Gretig

Dat de werf altijd een gemengd bedrijf van nieuwbouw en reparatie was gebleven hielp het bedrijf door een lastige periode heen. De geleerde les van afhankelijkheid resulteerde in een verlegging van de koers naar andere markten, zowel qua scheepstype als qua landen. In Nederland werd het WIR-instrument geïntroduceerd om investeringen te stimuleren. En toen de visserijsector had leren omgaan met iets hogere olieprijzen en het Europees beleid maakte de kottersector gretig gebruik van het instrument.

Naast scheepsbouw voor Nederland wierp in die periode het investeren in de exportmarkt ook vruchten af. De eerste stalen krabbenvissers in het Verenigd Koninkrijk en Ierland werden in Den Helder ontworpen en gebouwd. Het was ook de periode van bezinning op de toekomst. Eind 1992 werd besloten dat voor de toekomst van de werf aansluiting bij de grote Damen Groep een betere optie was dan voortzetting in familieverband.

De ligging in Den Helder, de thuishaven van de Koninklijke Marine, was een groot pluspunt. Nieuwbouw van kleine marineschepen werd een nieuwe activiteit. Maar in Damen-verband werden er bijvoorbeeld ook coasters afgebouwd. De verbreding zette zich voort, en naast Eurokotters werden ook zogeheten tonijncollectors voor de Malediven, onderzoeks- en betonningsvaartuigen en een drietal Arctische trawlers gebouwd. Terwijl naast die nieuwbouw de reparatie voor de vissersvloot voor een constante stroom aan werk zorgde, in de vorm van kleine en grote klussen, hermotoriseringen en verbouwingen.

Dok van Boom

April 2007 werd op Texel het dok van Boom overgenomen en werd daar een tweede locatie opgezet. De reparatieactiviteiten voor de visserij werden daarmee meer en meer geconcentreerd in Oudeschild. In Den Helder richtte de werf zich in toenemende mate op het werken voor de Koninklijke Marine en Rijkswaterstaat.

Van een specifieke visserijwerf is het bedrijf inmiddels een algemene reparatiewerf geworden, waarvan in oktober 2011 de naam veranderde in Damen Shipyards Den Helder BV. Overigens nog steeds gevestigd op de oorspronkelijke locatie waar Klaas en Willem Visser in 1923 hun werven begonnen!

Familie

Al meer dan 30 jaar is de werf niet meer in handen van de familie Visser. In 1992 werd het bedrijf overgenomen door Damen. Pim Visser (66) – van de derde generatie Visser en in 1982 in de zaak gekomen - bleef nog tot eind 2002 aan als directeur, om daarna (onder meer) directeur te worden van afslag Hollands Noorden (Den Helder/Den Oever)

Een beetje familiebedrijf is het nog wel. Neef Jelle Loosman (65) – eveneens van de derde generatie en sinds 1983 in de zaak - is sinds 2002 directeur van Damen Shipyards Den Helder. Loosman is een zoon van Alie, een zus van Henk en Okke Visser van de tweede generatie en dus een kleinzoon van medeoprichter Willem Visser.

H Het gehele werfterrein in de huidige tijd. (Foto: Flying Focus)
H Bijna vijftig jaar geleden. Rechts in het midden de visafslag van Den Helder.