Afbeelding
Visserijnieuws

Een leven lang garnalen

Algemeen

ZOUTKAMP - Wie garnalen zegt, zegt eigenlijk ook Matthijs van der Ploeg. Vanaf z’n geboorte op 24 december 1951 loopt de garnaal als een rode draad door het leven van Matthijs. Nu, 71 jaar later, is het voor Matthijs tijd om een stapje terug te doen en vanaf de zijlijn de ontwikkelingen van z’n bedrijven te aanschouwen. Natuurlijk kunnen z’n opvolgers altijd gebruik maken van de kennis en ervaring van ’de garnalenautoriteit’ van Zoutkamp en omstreken. Dagboekschrijver/garnalenvisser Henk Buitjes – ook een Zoutkamper – ging thuis langs bij ‘Thois’, aan de overkant van Zoutkamp. 

Ik heb afgesproken om een uur of tien op z’n kantoor aan huis aan de Nittersweg, op een landtong tussen het Reitdiep en het Friese Kanaal (eigenlijk de Lauwers). Ik ben wat vroeg vanuit Warffum, zodat ik eerst even een bakje ga doen bij m’n zus. Mijn zus heeft nog een tijdje in de sluiswachterswoning van de Friese Sluis gewoond. Die woning is eigendom van de familie Van der Ploeg en staat op de hoek van de Nittersweg en de oprit naar Matthijs. 

Om 10.00 uur loop ik naar binnen. Ik weet de weg, want ik heb nog een tijdje voor Matthijs gevaren met de ZK 67 ‘Dorus’ en kwam toen bijna iedere week op kantoor. Het varen was niet echt een succes, maar wel een goede leerschool voor mij. Onze verstandhouding was op dat moment niet geweldig en werd iedere week ietsje minder, zodat Matthijs en ik besloten dat onze wegen maar moesten scheiden om escalatie te voorkomen. Toen ik echter de WL 21 aankocht en omnummerde in ZK 37, kon ik wel putten uit de adviezen, kennis en ervaring van Matthijs, wat ik altijd gewaardeerd heb en nu nog steeds doe. 

Het kantoor aan de Nittersweg is een kantoor als geen ander. Aan de muur hangen foto’s van schepen, vrachtwagens en oud-Zoutkamp. Er hangt een compleet skelet van een bruinvis aan het plafond en naast oude gebruiksvoorwerpen uit de visserij staat er op de kast, achter het antieke bureau, een pot met gedroogde garnalen, waar Matthijs regelmatig een greep uit doet en in z’n mond stopt tijdens het vertellen over z’n leven.

Matthijs werd geboren in Huize Tavenier, de kraamkliniek te Groningen, een plek waar menig Groninger het eerste levenslicht zag. Op die mooie 24 december in 1951 kreeg moeder Tietie (Tietie van Oosterom, wiens moeder Abelina Buitjes zorgde dat er Buitjesbloed door de aderen van Matthijs stroomt) weeën. Vader Rienk was toevallig ook in de stad bij vishandel Bulk voor het uitventen van garnalen en kon zodoende bij de geboorte van hun eerste kind aanwezig zijn. 

Alles verliep voorspoedig en na een paar dagen konden moeder en kind richting Zoutkamp, waar het jonge gezin eerst introk bij de ouders van moeder Tietie aan de Stationsstraat. Hier heeft de jonge Matthijs de eerste garnalen geproefd en leerde hij, naast het stapelen van blokken, al heel snel hoe een garnaal moest worden gepeld. Na ongeveer anderhalf jaar kon het gezin Van der Ploeg verhuizen naar een eigen woning in de Dorpsstraat in het toen nog pittoreske vissersdorp Zoutkamp. Voor een sfeerimpressie van historisch Zoutkamp moet je nu naar het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

De overgrootvader van Matthijs had een bodedienst van Zoutkamp naar Groningen vice versa. Naast diverse goederen werd in 1900 begonnen met het vervoeren van vis en garnalen naar de Amelander Hoek en de Vishoek, van oudsher de aanlandplekken van vis in Groningen. Al spoedig werd het vervoeren van vis en garnalen de belangrijkste bezigheid van de firma Van der Ploeg, mede door de opkomst van de trawlervisserij in de 30’er jaren van de vorige eeuw in Zoutkamp. 

Garnalen werden niet alleen regionaal en landelijk verscheept, maar ook internationaal. Echter maar een fractie van de huidige export. Frankrijk en België waren ook toen al de belangrijkste exportlanden, maar ook richting Engeland vertrokken garnalen. Vanaf Harlingen en Amsterdam werden garnalen in vaten, afgedicht met was, verscheept naar Hull, waar ze verder getransporteerd werden naar Liverpool, waar onder andere de firma Albert Wright & Sons ze als ‘potted shrimps’ op de markt zette.

Mede door de verbeterde koelmogelijkheden door de jaren heen werden garnalen voor de firma Van der Ploeg zo langzamerhand hun core business. Na de Tweede Wereldoorlog kwam alles in een stroomversnelling. Garnalen werden in Zoutkamp en omliggende dorpen gepeld bij mensen thuis, waarna het gepelde product werd geconserveerd, verpakt en verzonden naar de klanten. 

Heidema

De garnalendoppen werden verkocht aan de firma Heidema, die een drogerij en een schelpenzuigvergunning had en tevens deed aan scheepsbevoorrading en handel in vismeel, veevoedergarnalen en schelpengrit. Heidema en Van der Ploeg werkten veel samen vanwege de raakvlakken tussen beide bedrijven. Die samenwerking werd steeds intenser, zodat in 1955 werd besloten samen te gaan onder de naam Heidema & Van der Ploeg N.V. , wat later in 1970 werd samengetrokken tot Heiploeg.

Inmiddels was Rienk, de vader van Matthijs, na z’n studie in het bedrijf gestapt. Naast Grieks en Latijn had Rienk ook Engels en Frans geleerd, wat goed van pas kwam in het intensiveren van de handel met het buitenland. In de jaren ’50 van de vorige eeuw waren er weinig Hollandse garnalen, zodat Rienk op zoek ging naar een alternatief. Gebruikmakend van z’n talenkennis kwam hij terecht in het Noorse Stavanger om daar steurgarnalen te kopen. Als Noorse garnaal op de markt gezet, bleef er vraag naar deze roze garnaal nadat de aanvoer van de Hollandse garnalen weer op gang was gekomen. 

Het eigen achterland werd als handelsgebied echter niet vergeten, want iedere week werden ook de klanten in de noordelijke provincies bevoorraad met verse garnalen. Mede-eigenaar en mede-directeur Henderikus Heidema kocht niet alleen de garnalen voor Heidema & Van der Ploeg op de afslagen van Zoutkamp en Dokkumer Nieuwe Zijlen, maar bracht ook garnalen met z’n eigen personenauto naar het station van Grijpskerk voor transport naar Friesland en verder het land in. 

Schooljaren

Grootvader Thijs van der Ploeg reed iedere dinsdag door de provincie met een kofferbak vol garnalen om ze in de stad Groningen en de Ommelanden uit te venten. Kleine Matthijs ging al naar de kleuterschool en moest iedere dinsdag op een bepaald tijdstip naar de wc. In plaats van terug te keren naar de klas sloop de kleine schavuit naar buiten, waar opa al stond te wachten op z’n kleinzoon om mee te gaan om de kneepjes van de garnalenhandel in de praktijk te leren. 

Op de lagere school (Openbare Lagere School Wilhelmina) was het wel gedaan met de praktijklessen van opa tijdens schooltijd. Na schooltijd ging het leerproces echter wel door. Als het even kon was de jonge Matthijs op het bedrijventerrein te vinden om te helpen met het bedrijf van opa, vader en Heidema. Na het doorlopen van de lagere school volgde de Rijks HBS te Groningen, waarna de jonge Van der Ploeg op Nijenrode nog één jaar economie volgde.

Na de schooljaren begon Matthijs binnen Heidema & Van der Ploeg. Hij werd niet gelijk in de directie benoemd, maar werd in alle afdelingen te werk gezet en moest alle werkzaamheden aanpakken. Op deze manier leerde hij het bedrijf van top tot teen kennen en werd zoals we hem kennen: het manusje van alles die van alle markten thuis is. Wegens het bouwkundig en technisch inzicht van Matthijs liepen bouw- en verbouwplannen en installeren van nieuwe machines altijd via het bureau van hem. Het Heiploeggebouw zoals het er nu staat, kan mede op het conto van Matthijs geschreven worden.

Buitenland

Ook contacten met vissers in binnen- en buitenland was en is een van de sterke punten van Matthijs. Tijdens z’n Heiploegtijd werden de contacten met garnalenvissers van de Duitse Noordzeekust fors aangehaald , zodat iedere Duitse visser weet wat Heiploeg betekent en wie Matthijs van der Ploeg is. Ook nu nog is de Zoutkamper ondernemer met enige regelmaat in Ost-Friesland, Butjadingen, Dithmarschen of Nord-Friesland te vinden. 

In 1983 ging Matthijs naar Engeland om in King’s Lynn aan de Wash Bay (roze) steurgarnalen te kopen. Daar zag hij dat er ook gewone grijze garnalen tussen de aangevoerde roze zaten. Na enige proefvisreisjes werden lokale vissers gestimuleerd om grijze garnalen aan te voeren, wat een succes werd. Heiploeg kocht de ZK 2 ‘Portunus’ van Yske Nienhuis en liet deze met visserijnummer LN 91 vissen in the Wash op grijze garnalen en vestigde tevens een dependance in King’s Lynn, waar de garnalen gezeefd en verpakt werden voor transport naar Zoutkamp.

In de loop der jaren is er veel veranderd in de garnalenvisserij, garnalenverwerking en garnalenhandel. Er is zowel aan boord van de schepen als ook in de fabrieken sprake van een forse modernisering in machines, hygiëne en arbeidsomstandigheden. Ook regelgeving was en is aan verandering onderhevig. 

Zo werd in de zestiger jaren de aanvoer van pufgarnalen verboden. Deze kleine garnalen werden toentertijd gedroogd en als veevoer verkocht. De aanwezige drogerijen in Zoutkamp waren na het aanvoerverbod overbodig en werden gesloten of gesloopt. Garnalendoppen en ziftsel worden wel nog steeds gedroogd. Het merendeel gaat naar de drogerij van Looden in Greetsiel. Maar Goldshrimp, een van de bedrijven van Matthijs, heeft nog steeds een vergunning om garnalen te drogen. Dit gebeurt door middel van een droogtrommel. Het gedroogde product mag niet worden gebruikt voor menselijke consumptie. 

Thuispelverbod

Sinds het thuispelverbod voor garnalen in 1990 worden garnalen in andere, buitenlandse locaties gepeld. Eerst werden in Polen, Wit-Rusland en de Baltische Staten enkele pelateliers opgericht, maar dit was niet van lange duur. Het passeren van de grens gaf altijd problemen, ook al waren alle benodigde documenten in orde. Ook het arbeidsethos was in Oost-Europa, na vele jaren onder Sovjetregime, niet echt geweldig, zodat er door de directie van Heiploeg gezocht werd naar alternatieven. 

Op een dag kwam er een Marokkaan bij Matthijs op kantoor in Zoutkamp. Deze man hield een goed verhaal om een pelatelier in te richten voor Heiploeg, zodat de Hollandse garnalen in het vervolg in Marokko gepeld konden worden. Om een plek te zoeken, grond te kopen en om enkele politici te overtuigen van dit project, had de man wel tienduizend gulden nodig (4.500 euro). Matthijs keek de man eens goed aan en wist dat het goed zat: deze man was te vertrouwen. Er lag nog wel wat geld ergens in een brandkast, zodat deze onbekende Marokkaan het pand van Heiploeg weer verliet met tienduizend gulden in z’n broekzak. Iedereen op kantoor verklaarde Matthijs voor gek: ‘Dat geld ben je kwijt. Die zien we nooit meer.’ Verder maakte hier niemand woorden aan vuil, wat wel aangaf dat de sfeer binnen het bedrijf goed was. 

Echter, tot bijna ieders verrassing (behalve van Matthijs), kwam de Marokkaan na enige maanden terug met de mededeling dat er via koning Hassan een locatie was gevonden in Tétouan, een stad in Noord-Marokko aan de Middellandse Zee. De bouw van het atelier werd in eigen beheer uitgevoerd, maar wel op afstand. Matthijs was projectleider, maar is tot op heden nog nooit in Marokko geweest. Net als het toenmalige Heiploeg werd het nieuwe pelcentrum, TK Fish genaamd, ook een sociaal bedrijf, met oog voor z’n werknemers. Bij ingebruikneming was er plek voor 800 tot 1.000 vrouwen die gebruik konden maken van kinderopvang en vervoer van en naar het bedrijf. Dit sociale aspect zorgde er wel voor dat de kostprijs van het pellen een dubbeltje hoger lag dan bij de concurrenten.

Grote rederij

Intussen waren de aandelen Heiploeg al eens verkocht aan het Britse Hazlewood (1988) en ook weer teruggekocht door de Zoutkamper oprichters. Door veranderingen in eigenaren, directie en bedrijfsvoering werd de sfeer bij Heiploeg steeds zakelijker, iets wat Matthijs steeds meer tegen de borst stootte. Uiteindelijk was dit ook een van de redenen dat hij stopte bij Heiploeg en z’n aandelen verkocht. Bij z’n vertrekregeling werd een concurrentiebeding opgenomen om de komende tien jaar geen garnalen te verhandelen.  

Financieel had Matthijs z’n schaapjes wel op het droge. Hij kon de rest van z’n leven wel krantlezend doorbrengen zonder in financiële nood te komen. Maar dat wilde hij niet. De visserij en de garnalen bleven trekken. Er werden wat oude garnalenschepen gekocht en onder de vlag van rederij Rousant gebracht. Tevens werd Scheepsreparatiebedrijf Rousant opgericht en samen met de rederij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De schepen werden door het eigen reparatiebedrijf opgeknapt en weer in de vaart gebracht en bemand door vissers uit alle delen van het land. Matthijs gaf iedereen die wilde vissen en niet de financiële middelen had de kans om toch zijn of haar droom waar te maken. De rederij groeide als kool en wat aantal betreft was het met enkele tientallen garnalenkotters al snel de grootste van Nederland. De afzet van de gevangen garnalen werd ook geregeld door middel van een afspraak met Evert Puul om de garnalen van de Rousantvloot te leveren aan Klaas Puul BV. 

Gold shrimp en garnalenzeef

Toen het concurrentiebeding was beëindigd, begon Matthijs ook weer met de handel in garnalen. In het begin liep de meeste handel via Heiploeg en Klaas Puul, maar na enige tijd werd er ook weer zelfstandig handel gedreven. In Marokko, bij Mar Seafood, laat Goldshrimp, het garnalenhandelsbedrijf van Matthijs,  garnalen pellen, die in bulkverpakking weer terugkomen om daarna naar de klanten te gaan. 

De meeste handel echter betreft ongepelde, op soort gezeefde garnalen. Na de oprichting van de rederij werden de door de Rousantvloot gevangen garnalen gezeefd in de diverse afslagen langs de kust en na het zeven opgehaald door vrachtwagens van de Rousant. Dit ophalen gebeurt nog steeds, maar nu meestal rechtsreeks van de kotter en het is nog steeds zonder vrachtkosten voor de visser van Scheveningen tot het Deense Havneby. Vaak zijn de chauffeurs ook technici die kleine reparaties aan boord van het vissersschip tijdens het lossen kunnen uitvoeren uit naam van Scheepsreparatiebedrijf Rousant.  

Al gauw kreeg Matthijs door dat er met handel meer te verdienen was dan met vissen en werd het accent van de bedrijfsvoering verplaatst van het rederijgedeelte naar het handelsdeel (Goldshrimp). Wie zelf een schip wilde kon van Matthijs een schip kopen, waarbij ook de financiering werd geregeld. In de bepalingen stond en staat dat de garnalenaanlandingen altijd via de Rousant moeten lopen. Sinds 2003 loopt dit via het eigen zeefstation in Zoutkamp, want in 2003 startte Matthijs een eigen zeefstation in Zoutkamp. Een garnalenzeef met zeefvergunning van het Productschap Vis werd gekocht van de afslag van Stellendam, waarna er na een forse verbouwing in een voormalig handelshuis in aardappelen en graan, een garnalenzeefstation kon worden gevestigd aan de Reitdiepskade: Garnalenafslag Zoutkamp. 

Op dit moment is dit zeefstation, na de visafslag van Harlingen, de plek waar de meeste garnalen worden gezeefd in Nederland. Naast het vervoer en het zeven van de garnalen, verzorgt Garnalenafslag Zoutkamp de afzet naar de diverse afnemers, betaling van gasolie, ijs en nog veel meer. Eigenlijk is alles mogelijk wat betreft service aan de vissers die zaken doen met de Garnalenafslag Zoutkamp, Goldshrimp, Rousant of een ander onderdeel van het familiebedrijf van Matthijs. Zelfs voor een (ongebakken) garnalenkroket kun je hier terecht.

In 2009/2010, tijdens de Vibeg-perikelen, werd duidelijk dat de belangenbehartiging en vertegenwoordiging van de noordelijke garnalenvissers onder de maat was. Het gevoel dat de noordelijke garnalenvissers en het sluiten van visgebied in de Noordzeekustzone als wisselgeld werd gebruikt voor uitbreiding van platvispulsontheffingen kon door de visserijbestuurders niet worden ontkrachtigd. Dat gevoel en de voorgenomen gebiedssluitingen zorgde voor erg veel onrust onder de garnalenvissers in Groningen en Friesland. Dat deed Matthijs besluiten tot oprichting van een eigen producentenorganisatie, de PO Rousant. 

De eigen PO Rousant zorgde ervoor dat Matthijs en met hem de noordelijke garnalenvissers bij alle overlegsituaties over de visserij aanwezig waren en nog steeds zijn. Door de aanwezigheid van de PO Rousant wordt de stem van de noordelijke garnalenvissers meer gehoord dan voorheen. De relatie met de andere PO’s was in het begin niet zo geweldig, maar de laatste jaren gaat men meer gezamenlijk de strijd aan. 

Deze PO activiteiten hebben er wel voor gezorgd dat de toch al volle agenda van Matthijs nog voller werd. Maar werk uit handen geven is iets wat niet past bij het karakter van Matthijs, als een spin in het web betrokken bij al z’n bedrijven en ook als een spin in het web betrokken bij z’n PO. Eigenlijk is er niet veel veranderd met de tijd dat hij begon bij Heiploeg, als manusje van alles en van alle markten thuis. Maar de jaren gaan wel tellen.

Nu, op 71-jarige leeftijd, is het ook voor Matthijs tijd om de teugels iets te laten vieren. Tijdens een vergadering van de PO Rousant werd besloten dat schoonzoon Jeroen Planken (secretaris) voorlopig de taken van de voorzitter waarneemt. De toekomst als zelfstandige producentenorganisatie stond de afgelopen tijd tijdens diverse ledenvergaderingen ter discussie, waarbij aansluiting bij de Nederlandse Vissersbond tot de mogelijkheden behoort.

Ook binnen het familiebedrijf wordt het iets rustiger voor Matthijs. Zoon Rienk Jan werkt zich een slag in de rondte binnen het garnalenbedrijf en heeft alles goed op de rails staan. Schoonzoon Jeroen Planken assisteert z’n zwager bij de vele, veelal administratieve werkzaamheden, en doet ook veel secretariaatwerk voor de PO. Het kantoor is inmiddels verplaatst van de Nittersweg naar de andere kant van het Reitdiep, naar de Reitdiepskade, waar ook de afslag en het reparatiebedrijf gevestigd zijn. Ook is het kladblok waar Mathijs z’n aantekeningen op maakte vervangen door de modernste computers en printers. De overgang van senior naar junior Van der Ploeg verloopt vlekkeloos en soepeltjes. Dat stemt Matthijs tot tevredenheid zodat hij zich met een gerust hart kan concentreren op de verbouw van Spoorzicht, een hotel-restaurant in Warffum, dat ook in het bezit is van de vastgoedtak van de familie Van der Ploeg. 

Hoogte en diepte

Zo lang als z’n gezondheid het toelaat wil Matthijs lekker doorgaan zoals het nu gaat. Hij voelt zich goed bij een actief bestaan, maar maakt zich wel zorgen over de toekomst van zaken waarvoor hij zich een levenlang heeft ingezet: garnalen- en schelpenvisserij en zandzuigen in de Waddenzee en de Noordzee. De mogelijkheden om deze activiteiten uit te blijven oefenen worden steeds meer ingeperkt door allerlei nieuwe regels en bepalingen en worden zo’n beetje tot een minimum beperkt. De eeuwenlange menselijke aanwezigheid en de economische en sociale betrokkenheid van de kustbewoners met de Waddenzee en de Noordzeekustzone delven het onderspit ten faveure van natuur, of wat daarvoor moet doorgaan.

Als ik Matthijs vraag naar de hoogtepunten in z’n leven hoeft hij niet lang na te denken. Het bedenken en ontwikkelen van de drietrapsgarnalenzeef in samenwerking met Machinefabriek Bosker & zonen uit Termunten in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw, ziet Matthijs als zijn hoogtepunt. Tot die tijd werden de garnalen in de afslagen gezeefd op 6,5 of 6,8 mm; net wat was afgesproken. De prijs werd bepaald door de handelaren die na lang kijken, ruiken, voelen en proeven via de veilingklok de door hen gewenste garnalen kochten. De verhouding A-, B- of C-garnalen was veelal een schatting. Na de introductie van de drietrapszeef werd het allemaal overzichtelijker en werd de daadwerkelijke samenstelling van de vangst van meer belang in de bepaling van de garnalenprijs voor de visserman.

Verrassend vind ik het dieptepunt dat Matthijs noemt. Niet het vergaan van de schelpenzuiger HA 38 (in 2010), waarbij de drie bemanningsleden om het leven kwamen, of het omslaan van de garnalenkotter N 28 ‘Mooie Meid’ in het Engelse Kanaal (in 2011), waarbij ook de gehele bemanning omkwam. Misschien gingen deze ernstige gebeurtenissen met zijn schepen wel door het hoofd van Matthijs, want ik zag emotie in z’n ogen toen hij na enig aarzelen de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 als het dieptepunt in zijn leven aangaf. Ik kan mij hier wel iets bij voorstellen, omdat ik deze gebeurtenis ook als een zwarte bladzijde in m’n leven zie, maar niet als mijn dieptepunt.

Zijn foto waarbij de vloed voor het laatst zout water tegen de Zoutkamper dijk laat stromen, hangt op een prominent plekje in het kantoor van Matthijs aan de overkant van het Reitdiep. Een foto die herinneringen oproept uit een tijd waarin hij als kind meevoer op de ZK 14 van oom Jan van Oosterom. Op de vraag van de kleine Matthijs aan oom Jan bij het uitvaren uit de buitenhaven van Zoutkamp: ‘Waar gaan we naar toe ome Jan?’, kwam steevast het antwoord: ‘Recht door zee is de kortste weg’. 

Een spreuk die Matthijs nog regelmatig uitspreekt en zeker op hem van toepassing is.

Henk Buitjes

henkbuitjeszk37@online.nl

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding