Benaming ´aal´ verdwijnt
AlgemeenDROTTNINGHOLM – De benaming ´aal´ is aan het verdwijnen in Nederland en er is geen geografisch verschil meer tussen ´aal´ en ´paling´. Dat zijn enkele belangrijke voorlopige conclusies van het onderzoek naar het gebruik van de woorden aal en paling door Willem Dekker.
Het Nederlands heeft twee woorden voor één en dezelfde vissoort: aal en paling. Maar of die twee benamingen hetzelfde betekenen en welk woord wanneer en waar in Nederland gebruikt wordt, daarover verschillen de meningen. Palingbioloog (of aalbioloog?) Willem Dekker wilde het fijne er van weten en zette een internet-enquête op (zie www.aalisgeenpaling.nl). Deze enquête kan nog steeds ingevuld worden, maar met ruim 500 reacties kan Dekker toch al enkele opvallende conclusies trekken.Dekker is niet de eerste die naar het onderscheid tussen aal en paling kijkt. In 1971 publiceerde Dr. Th. H. van Doorn een boek over de Terminologie van de Riviervissers. Daarin staat een kaart op basis van gegevens uit 1941 waaruit bleek dat Nederland in drie gebieden kon worden opgedeeld:
- Zeeland, een deel van Noord-Brabant en heel Vlaanderen zeggen ´paling´
- Limburg, de Veluwe/Achterhoek en alle gebieden ten noorden/oosten daarvan zeggen ´aal´
- Noord- en Zuid-Holland en het gebied van de Benedenrivieren gebruiken beide woorden, waarbij ´paling´ staat voor de schieraal (het geslachtsrijp-wordende stadium dat in het najaar naar zee trekt) en ´aal´ voor alle anderen
- In de overgangszones tussen deze gebieden worden beide woorden door elkaar heen gebruikt, of varieert de benaming van plaats tot plaats.
Uit de internet-enquête van Dekker blijkt dat de benaming ´aal´ grotendeels verdwenen is, en 90 procent van de mensen zegt het woord ´paling´ te gebruiken. Van de indeling van Van Doorn is helemaal niets meer terug te vinden! Maar vraag je naar het dier, dan zegt ruim de helft toch aal, en vraag je naar het visproduct dan is het weer vaker paling. Het spreekwoord luidt altijd ´Zo glad als een aal´ (dus niet als een paling). Andere spreekwoorden met aal en paling kent bijna niemand meer (Aal/paling bij de staart hebben; je weet nooit waar een aal/paling kruipt; zo mager als een aal/paling).
Dekker is er nog niet uit. Is ´aal´ het oude woord en ´paling´ het nieuwe? Is ´aal´ de naam van het dier en ´paling´ een woord voor het product (vergelijk pig en pork in het Engels)? En kiezen we simpelweg het woord dat het mooiste klinkt in een samenstelling?