
Scherp blijven op vangst oorlogstuig
AlgemeenDefensie meldde begin dit jaar zich zorgen te maken over de terugloop in het aantal meldingen. Na het verschrikkelijke ongeval met drie dodelijke slachtoffers op de OD 1 in april 2005 werden dat jaar vanaf de hevig geschrokken kottervloot maar liefst 333 explosieven gemeld. De piek van die meldingen zat in april en mei, en niet uitgesloten kan worden dat het hier ook gaat om eerder teruggegooid maar niet gerapporteerd oorlogstuig. het jaar daarvoor waren er slechts 31 meldingen van de kottervloot. In 2006 kwam het aantal meldingen uit op 193, vorig jaar daalde dat naar 138, en in het eerste kwartaal van dit jaar stond de teller op 29 meldingen.
DEN HELDER – Het aantal meldingen vanaf kotters over opgeviste explosieven mindert. Het Kustwachtcentrum wil de visserij scherp houden. De marine staat er klaar voor om de bommen en mijnen op zee te ruimen. Op basis van ervaringen wordt de onder de vloot verspreide explosievenkaart aangepast.De door defensie uitgesproken zorgen waren aanleiding tot kamervragen van de SGP. Minister Van Middelkoop wijst er op dat er veel factoren kunnen zijn voor de afname van het aantal meldingen, en stelt dat uit de kale cijfers niet echt conclusies getrokken kunnen worden. Maar gelet op de grote hoeveelheid oorlogstuig op de zeebodem blijven risico´s onverminderd groot, waarbij bedacht moet worden dat naarmate de tijd verstrijkt explosieven instabieler worden.
Om de meldingen van opgeviste explosieven weer stevig op agenda te plaatsen is afgelopen voorjaar overleg gevoerd met de visserijsector in de persoon van Ben Daalder (Federatie), Kees Sinke en Dirk Pijl (namens vissersvereniging Zuid-West). De wekelijkse update van de gemelde en nog niet-geruimde explosieven aan kaartleveranciers wordt gestroomlijnd. het bevoorraden van de Visserijcooperaties met sonarboeien voor bevestiging aan de opgeviste bommen en mijnen wordt geintensiveerd en de mogelijkheid tot voorlichting wordt opnieuw onder de aandacht gebracht. Vorige week gaf de Kustwacht samen met de Duik- en Demonteerschool van de Koninklijke Marine bijvoorbeeld een gastles op de Urker visserijschool.
Sinds de ramp met de OD 1 (toen een Amerikaanse 500-ponder in de stortbak explodeerde) zijn er 698 explosieven gemeld. Al die explosieven krijgen een nummer met BC. BC staat voor operatie Beneficial Coöperation. Op de website van het Kustwachtcentrum staat een lijst met gevonden en (nog) niet geruimde explosieven op Nederlands/Belgisch en op Engels grondgebied. De lijst wordt tweemaal per week geactualiseerd, en indien nodig vaker. Per 29 april stonden er 34 explosieven met de positie in WGS op, waarvan 32 op het Engelse plat. Kaartleveranciers als SAM Electronics en Chartworx gebruiken die lijst ook voor een update, en er zijn vissers die de gegevens zelf uitprinten. In de visserspraktijk wordt er terdege rekening mee gehouden, een van de redenen voor het minder opvissen van explosieven (die een collega eerder in de netten heeft gekregen).
Wekelijks is op de Noordzee minimaal één van de tien Nederlandse mijnenjagers actief met het ruimen van explosieven. De mijnenjager hr.Ms. Schiedam is net terug van een missie. De Friese commandant Sjoerd Feenstra vertelt dat ze vorige week vier mijnen hebben geruimd. Als in de mijnenjachtcentrale de sonarbeelden worden teruggespoeld is duidelijk te zien dat enkele gemelde bommen louter teruggevonden zijn dankzij de sonarboeitjes die sinds de zomer van 2005 via de visserijcoöperaties gratis op de kottervloot zijn verspreid. In korte tijd kan een explosief weer helemaal onder het zand verdwijnen. De reflectors aan de boeitjes worden direct opgepikt door de sonar.
,,Die reflectors zijn een uitkomst´´, zegt Bob Klein, stafofficier mijnenbestrijding bij de marine. Hij vertelt dat de mijnenjagers sterk afhankelijk zijn van het weer bij het ruimen van explosieven. hoewel het in uitzonderlijke gevallen wel eens een half jaar of nog langer kan duren eer gemeld oorlogstuig wordt geruimd, wordt het explosief meestal binnen één a twee weken vernietigd. En op gevaarlijke locaties, zoals de Nieuwe Waterweg, zelfs binnen een aantal uren. Maar niet alle gemelde explosieven worden teruggevonden. Van de 698 gemelde bommen en mijnen sinds april 2005 zijn er in totaal 476 geruimd. Vissers worden opgeroepen de boeitjes goed te gebruiken. Dat er coöperaties zijn die geen sonarboeitjes meer afnemen, noemt men op het kustwachtcentrum zorgelijk.
Klein stuurt de operatie aan na een melding van een visserman aan het kustwachtcentrum. Hij stelt dat de Nederlandse mijnenjagers ook op het Engelse plat ruimen, waar bijvoorbeeld bewesten het wrak van de Wironkotter veel vliegtuigbommen zijn gedumpt. De Britten ruimen zelf ook, maar bepaald niet intensief. Ze stellen andere prioriteiten, heet het. Daarnaast wijst de marine er op dat het verantwoordelijkheidsgebied van hun collega´s aan de overkant vele malen groter is. Om de veiligheid te vergroten zal er nog tig jaren geruimd moeten worden. Volgens indicaties van de marine zijn er 100.000 tot 200.000 explosieven gedumpt.
Kustwachtwoordvoerder Peter Verburg wijst op de bijstands- en bijdrageregeling, die tot doel heeft de risico´s van explosieven op zee terug te dringen. De vergoeding is 181 euro voor een eerste melding in een visweek en 45 euro voor elke volgende melding in dezelfde visweek. Van de folder met de bijbehorende explosievenkaart zijn er in totaal 11.000 verspreid. Beiden worden nu aangepast. Zo komt er in de folder informatie over de sonarboeitjes, en zal voor de juiste herkenning op de explosievenkaart van de bijbehorende explosievenkaart zijn er in totaal 11.000 verspreid. Deze wordt nu aangepast. zo komt er informatie op te staan over de sonarboeitjes, en zal voor de juiste herkenning ook informatie worden verstrekt over de afmetingen van de bommen en mijnen. Alle partijen geven aan dat het eventueel mailen van een digitale foto van het opgeviste explosief naar het kustwachtcentrum grote voordelen met zich zal meebrengen voor het advies dat de schipper kan worden gegeven.
Het liefst ziet de marine dat een schipper het explosief aan boord houdt en verdere actie afwacht. In dat geval wordt de Explosieven en Opruimings Dienst (EOD) ingeschakeld. Voor de tussentijd krijgt de bemanning het letterlijke advies: pappen en nathouden. Voorkomen moet worden dat de springstof uitdroogt. Vorige maand kwam de EOD nog in actie voor een door de GO 55 opgeviste hoofdlading van een torpedo, vertelt Menno van der Eerden. Van der Eerden is hoofd nationale operaties van de EOD-noord. Hij reed toen met zijn team vanuit Den Helder naar Goedereede om dit explosief uit de Eerste Wereldoorlog buitengaats onschadelijk te maken.
Voor lezingen kan contact worden opgenomen met het Kenniscentrum van de Defensie Duikschool, tel. 0223-654643, e-mail: epc.venema@mindef.nl of met het Kustwachtcentrum, tel. 0223-658333, e-mail peter.verburg@kustwacht.nl
Het gevonden oorlogstuig wordt tot ontploffing gebracht.Op 7 april meldt de OD 6 een explosief aan het Kustwachtcentrum. het betreft nummer 30 van de explosievenkaart. Schipper Sperling zet het met een sonarboei weer overboord in de positie 51-31.7N 002-50.1E. Op het Kustwachtcentrum wordt de melding doorgegeven aan de Duiken Demonteer Groep en de afdeling Operaties van de Koninklijke Marine. Verder worden Rijkswaterstaat Noordzee en de firma’s Chartworx en SAM geïnformeerd. In het overzicht krijgt dit explosief het nummer BC692. Op 8 april al wordt door de Belgische mijnenjager BNS ´Primula´ de bewuste mijn tot ontploffing gebracht.
Het ruimen op het Nederlands continentale plat geschiedt voortvarend, maar laat op het Engelse plat te wensen over. Dat baart de visserijsector zorgen, en was mede een aanleiding tot een evaluatie met de marine. toen in februari een visserijdelegatie overleg voerde op het Kustwachtcentrumstondenerop het Engelse plat 57 explosieven open, waarvan 11 uit 2005, 18 uit 2006 en 28 uit 2007. Conclusie visserijsector: de Engelsen doen er (bijna) niets aan. Soms varen vissers daardoor met een projectiel naar het Nederlands plat omdat daar snel geruimd wordt. Dat is onwenselijk en gevaarlijk. Omdat het primair de Britse verantwoordelijkheid is om te ruimen op het eigen plat, heeft de Federatie met het ministerie van LNV contact opgenomen om dit aan te kaarten bij de Britse autoriteiten. Na het overleg is er in maart een grootscheepse internationale operatie geweest, waarbij op het Engelse plat 24 explosieven zijn geruimd en/of niet meer teruggevonden op de aangegeven positie.
Op de explosievenkaart als hulpmiddel voor herkenning staan 58 mijnen, bommen, torpedo´s, mortieren en granaten. De explosieven die het vaakst opgevist worden betreffen de invloedszeemijnen 19, 25 en 27, de contactzeemijnen 4, 5 en 6 en vooral de vliegtuigbommen 29 tot en met 33 op de explosievenkaart. Chef Ewald Venema van het Kenniscentrum van de Duik- en Demonteerschool licht toe: ,,De ronde contactmijnen hebben heel gevoelige hoorntjes. Deze mijnen drijven normaliter; beschadigde mijnen liggen op de zeebodem. De ovalen invloedsmijnen (grondmijnen) reageren op verschillen in druk, akoestiek of magnetisme en hebben een grote inhoud van wel 600-700 kilo springstof. Deze grondmijnen zijn 2-2,5 meter groot. Gevaarlijk zijn de dieptebommen 42, 43 en 44 in verband met de diepteafstelling wanneer deze weer overboord worden gezet.´´