
‘Met alleen ongerepte natuur heb je geen eten op je bord’
AlgemeenURK – Het zit erop voor Piet Adema (ChristenUnie). Bijna twee jaar lang was hij minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en behartigde hij ook de belangen van de Nederlandse visserijsector. Geen bloeiperiode als je kijkt naar de 51 schepen die noodgedwongen gesaneerd werden. ,,Wel een periode waarin landelijk resultaat geboekt is als het gaat om het meewegen van de belangen van de visserijsector. Europees moeten we die stap nog maken, en ik had die klus graag zelf afgemaakt”, zo geeft Adema aan, die met pijn in het hart de belangenbehartiging overdraagt aan zijn opvolgers minister Femke Wiersma (BBB) en staatssecretaris Jean Rummenie (BBB).
Piet Adema hoopt dat er vervolgstappen gezet worden om het stigma van de vissers af te krijgen als ‘vernielers van de natuur’. ,,We zijn terecht gekomen in een technocratische bubbel van wetenschappelijk rapporten en gestelde doelen. Het is makkelijk om vanachter de tekentafel besluiten te nemen, maar als je ook oog hebt voor de effecten op de mensen en hun bedrijf, dan wordt het toch anders. Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk in contact te zijn met de mensen in de praktijk, die vaak generaties lang hun familiebedrijf overeind proberen te houden. Dan zie je dat beleid hen raakt in hun bestaan, ervaar je de emoties en de zorgen. Aan die bewustwording en oog voor sociaaleconomische gevolgen van beleid heb ik zoveel mogelijk gewerkt in Den Haag.”
De door de Tweede Kamer aangenomen ‘Visie voedsel uit zee en grote wateren’ ziet hij dan ook als een behaald resultaat. ,,Visserij is niet meer het sluitstuk als het gaat om het gebruik van gebieden op zee, maar heeft een gelijkwaardige plek voor de duurzame winning van voedsel”, aldus Adema, die aangeeft dat dit ook een vervolg moet krijgen in Europa. ,,De Europese Commissie is bezig met het opstellen van een strategische visie voor de landbouw in het kader van voedselzekerheid in Europa. Ik heb aangegeven dat ook de visserij hierin opgenomen moet worden en dat vis uitgesloten moet worden van de verschuiving van dierlijk naar meer plantaardig voedsel. Vis is heel gezond en wordt duurzaam gevangen in zijn eigen natuurlijke omgeving. Elk alternatief heeft een grotere footprint dan wildgevangen vis, dus goede visgronden moeten in stand gehouden worden. Ook natuurorganisaties moeten beseffen dat je met alleen ongerepte natuur geen eten op het bord hebt. Vissen kan in goede balans met de natuur en de sector heeft zich ook altijd bereid getoond om dit te doen, want uiteindelijk heeft de visser het grootste belang bij gezonde visbestanden.”
Perspectief
Na de forse reducering van de vloot als gevolg van de Brexit vindt Adema dat de vloot de huidige omvang moet weten te behouden. In de ‘Visie voedsel uit zee en grote wateren’ is wel opgenomen dat hier vernieuwend ondernemerschap nodig is. ,,De visserij moet veel flexibeler kunnen opereren in het toepassen van visserijtechnieken en te vangen vissoorten. De voedselwinners van de toekomst kenmerken zich door het implementeren van innovaties en duurzame technieken”, schetst Adema het toekomstbeeld en geeft aan dat ook de regelgeving hierop aangepast moet worden. ,,Denk alleen al aan de vergunningverlening en het beheer van visbestanden. Er is in het verleden veel misgegaan met het beoordelen van visbestanden, met desastreuze gevolgen voor de visserijsector. In het voorzorgprincipe gaat natuurbescherming altijd voor en wordt visserij gezien als een aantasting van de natuur, dat eist ook zorgvuldigheid en flexibiliteit. We zien dat nu bij de bestandopnames van de tong, die blijkt opeens veel gunstiger te zijn dan eerder wetenschappelijk is vastgesteld. Dan moet je ook tussentijds kunnen bijstellen en ik hoop dat dit voor de tong nog dit jaar lukt. De Europese Commissie moet daarvoor namens Nederland naar het Verenigd Koninkrijk om de afspraken open te breken. Dat ziet er goed uit. Ik heb Eurocommissaris Sinkevicius een indringende brief geschreven over de situatie voor de Nederlandse tongvissers en bij de afgelopen Landbouw- en Visserijraad heeft hij mij toegezegd na de verkiezingen snel naar het Verenigd Koninkrijk te willen om opnieuw te onderhandelen over het tongquotum. Ik vind ook echt dat bij het vaststellen van de TAC’s ook de praktijkkennis van vissers beter moet worden meegewogen. Uiteindelijk zijn het bij beoordeling van visbestanden de vissers die hier dagelijks mee te maken hebben, zij zijn daarom de meest actuele bron”, aldus Adema, die aangeeft dat TAC’s en quota misschien beter voor meerdere jaren kunnen worden vastgesteld, met tussentijdse evaluatiemomenten. ,,In de praktijk zullen dat dan vooral bijstellingen naar boven zijn, want bij lage visbestanden zal de economische activiteit vanzelf afnemen. Als visserij niet meer rendabel is, stopt het vissen op die soort vanzelf. We moeten af van de bewering dat vissers de zee leeg kunnen vissen. Het herstellend vermogen van de natuur is groot en er zijn heel veel factoren die een rol spelen op visbestanden. Een zee leegvissen kan gewoon niet, zeker niet als je werkt met visquota. Dat leegvissen en dit beweren is een leugen die bijdraagt aan stigmatisering van de visserijsector als vernielers van de natuur. Dat doet mij pijn, want ik heb heel veel liefde voor deze sector gekregen.”
Steeds duurzamer
Adema noemt als voorbeeld de prachtige schepen die veel flexibeler en duurzamer zijn dan in het verleden. ,,Kijk maar naar de garnalenvissers. Door met name het gebruik van de katalysator heeft de garnalenvisserij 80 procent van de stikstofuitstoot weten te beperken. Als heel Nederland dat zou doen, dan zouden we geen stikstofprobleem meer hebben. Het is dan ook onaanvaardbaar als deze visserij per 1 januari 2025 geen natuurvergunning krijgt. De AERIUS Calculator blijkt niet geschikt om de stikstofdepositie van de vissersschepen te berekenen, dus daar moet een oplossing voor komen. Er zal wellicht een rapport moeten komen dat het effect van de resterende 20% stikstof verwaarloosbaar is als effect op de natuur, zodat de vergunning toch verleend kan worden. Deze sector mag na zoveel inspanning niet de dupe worden van starre regelgeving”, aldus Adema.
Als het gaat om duurzame visserij, maakt Adema zich wel zorgen over de boomkorvisserij. Natuurorganisaties oefenen druk uit om bodemberoering uit te bannen. ,,Bij Noorwegen is het al verboden en ook Denemarken beweegt die richting uit en zoekt in Europa steun om dit verder uit te breiden. Het is in dat kader heel pijnlijk dat Nederland een duurzaam alternatief had met de pulsvisserij, maar dat Europa dit heeft verboden. Ook nu wetenschappelijk is onderbouwd dat het duurzaam is, zie ik het nog niet makkelijk terugkomen. Frankrijk wil het gewoon niet en dat is misschien ook wel een leermoment voor de sector. We moeten in Europa ook meer als één blok opereren. Franse en Nederlandse vissers staan nu als concurrenten tegenover elkaar, dus we zullen meer bij elkaar op de koffie moeten. Kennis delen en elkaar zoveel mogelijk helpen. Elkaar kennen geeft ook meer begrip en wekt empathie op, zodat Franse vissers beseffen wat het pulsverbod heeft betekend voor Nederlandse vissers en hun gezinnen. Wat het gezamenlijk optrekken als sector betreft is er nog wel wat te winnen. Ik heb daarom gepleit voor een Europees innovatiecentrum, dat we in Normandië situeren. Daar brengen we innovaties in en delen we kennis en beslissen we of iets toegepast kan worden. Als het dan gaat om de puls hadden we Europees kunnen kijken of dit ook bij andere visserijen in Europa toegepast had kunnen worden. Zo houd je innovatie niet alleen voor jezelf, maar deel je kennis en creëer je draagvlak. Als het gaat om de pulskor is ook de Eurocommissaris het eens dat dit een duurzame vistechniek is, maar er moet eerst voldoende steun zijn om dit weer toe te staan. Ik zie dat op dit moment als meer iets van de lange termijn. We zullen daar als sector hard aan moeten werken.”
Het gebeurt in Europa
Afgelopen weekend was Adema op weg naar Luxemburg voor de Landbouw en Visserijraad. Uit de speakers klinkt de Muzikale Fruitmand en samen met chauffeur Bas zingt hij de bekende liederen mee. Opnieuw op weg naar een afscheid, en ook dit keer met weemoed in het hart.
,,Ik heb een heel fijn en sterk netwerk opgebouwd in Europa. Bijvoorbeeld met Eurocommissaris Sinkevicius. Ik ben ervan overtuigd dat dit heeft geholpen bij zijn toezegging om de tongquota met het Verenigd Koninkrijk opnieuw te willen bespreken. Ik heb ook contacten gelegd met collega-ministers van grote landen die van invloed zijn bij besluitvorming. Zo werkt het gewoon in Brussel. En dat zou ik mijn opvolgers ook op het hart willen drukken: investeer in Europa en zoek naar samenwerking en gedeelde belangen.
In Europa gebeurt het, is Adema’s overtuiging, en hij heeft het gevoel dat nu de periode van oogsten aanbrak, maar dat wordt nu afgekapt. ,,Het doet persoonlijk pijn dat ik dit moet loslaten. Gelukkig blijven de ambtenaren van de Permanente Vertegenwoordiging op hun post, zodat ingezet beleid zoveel mogelijk wordt voortgezet. Daarnaast hoop ik dat mijn opvolgers heel snel relaties leggen en strategische partners kiezen in Europa. De visserijsector is een hardwerkende gemeenschap, die cultureel verbonden is met ons land. Die mag nooit verloren gaan. En als je kiest voor voedselzekerheid, dan hoort visserij daar gewoon bij.”