
Het Visserij Innovatie Netwerk op locatie
Innovatieprogramma tegen het licht
URK – Het Visserij Innovatie Netwerk komt naar u toe…. Vrijdagmiddag 8 mei organiseerde het Visserij Innovatie Netwerk (VIN) voor het eerst een themabijeenkomst en kennismarkt op locatie, de Maritieme Campus Firda op Urk. VIN-projectleider Arie Mol doet verslag.
,,Doel van het Visserij Innovatie Netwerk is nadrukkelijk niet innovatie om de innovatie zelf, maar het zoeken naar manieren om de visserijsector economisch sterker en rendabeler te maken. Daarbij speelt ook de vraag hoe de sector zijn positie in maatschappelijke en politieke discussies kan versterken. De middag stond in het teken van de thema’s digitalisering en automatisering enerzijds en innovaties in visserijtechnieken anderzijds.
De bijeenkomst begon met een gezamenlijke lunch voor de ongeveer dertig aanwezigen. Tijdens de lunch verzorgde prof. Johan van Leeuwen een presentatie over twee lopende onderzoeksprojecten van Wageningen University & Research: StimTech en Detect.
Stimuleren van platvis
Binnen het project StimTech wordt onderzocht hoe platvis, met name tong en schol, het meest effectief gestimuleerd kan worden zodat de vis het sediment verlaat. In de loop der jaren zijn daarvoor door veel partijen uiteenlopende technieken getest, waaronder licht- en geluidsstimuli. Uit onderzoek blijkt echter dat tong met name reageert wanneer de vis daadwerkelijk fysiek wordt geraakt of door elektrische pulsen gestimuleerd wordt...
Interessant onderdeel van het WUR-onderzoek is de zwemsnelheid van tong. Uit metingen van Hendrik du Toit blijkt dat tong en schol snelheden van ongeveer 3,5 knoop kunnen halen in een flowtank. Dit hangt mede af van de duur dat een platvis dit vol moet houden. Dat roept de vraag op waar het optimale evenwicht ligt tussen vaarsnelheid, bevist oppervlak en brandstofverbruik. Hoe sneller een schip vaart, hoe groter het bevist gebied per dag, maar tegelijkertijd neemt het brandstofverbruik sterk toe. Volgens Van Leeuwen is het belangrijk om te kijken waar het optimalisatiepunt ligt: het draait uiteindelijk om het nettoresultaat en niet alleen het aantal kilo’s gevangen vis.
Daarnaast wordt onderzocht hoeveel ‘wekkers’ er nu écht nodig zijn om de tong te wekken en te voorkomen dat hij zich opnieuw ingraaft. Als je de snelheid van de platvis, de snelheid van de kotter én de tijd weet die de tong nodig heeft om zich opnieuw in te graven, kun je grofweg berekenen hoeveel wekkers je op rij nodig hebt. Hiervoor heeft het gedragsonderzoek van Hendrik du Toit een basis gelegd. Mogelijk blijkt uit toekomstige testen dat met minder wekkers gevist kan worden dan momenteel gebruikelijk is, hetgeen zowel brandstof als materiaal kan besparen.
Meerkanaals visdetectie
werkt in het aquarium
Vervolgens ging Van Leeuwen in op het onderzoeksproject Detect, dat gericht is op het opsporen van vis die zich in de bodem bevindt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het verschil in elektrische weerstand tussen vis en bodem. Op die manier kan een vis in het sediment worden gedetecteerd. ‘Precisie-visserij’ komt daarmee dichterbij. Minder impact, een lager brandstofverbruik en hoge selectiviteit zijn daarbij de gewenste grote voordelen.
Van Leeuwen vertelde dat het projectteam erin geslaagd is om deze techniek met meerdere detectiekanalen werkend te krijgen in een aquarium-setting. Momenteel wordt gewerkt aan een wetenschappelijk artikel en publicaties in de vakpers, waaronder Visserijnieuws. Daarmee zullen de theorie en technische specificaties openbaar beschikbaar komen.
Daarnaast loopt nog een uitgebreide analyse van de proeven die zijn uitgevoerd in de sleeptank van het Visserij Innovatiecentrum in Stellendam. Ook wordt gewerkt aan verdere optimalisatie van het systeem. De resultaten en conclusies daarvan zullen op een later moment gedeeld worden binnen het Visserij Innovatie Netwerk en via publicaties.
Sessie visserijtechnieken
Tijdens de werksessie over visserijtechnieken gingen ongeveer vijftien vissers, onderzoekers en deskundigen met elkaar in gesprek over de vraag hoe innovaties sneller en effectiever ontwikkeld kunnen worden. De centrale vraag was hoe gekomen kan worden tot rendabele én toekomstbestendige visserijtechnieken. Tijdens de discussie kwamen verschillende structurele problemen naar voren.
Meer behoefte aan
programmatisch innoveren
Volgens de aanwezigen ontbreekt momenteel een duidelijke innovatiekoers. Bij openstelling van subsidieregelingen kunnen uiteenlopende projecten worden ingediend, waardoor veel verschillende richtingen tegelijk onderzocht worden. Hierdoor ontbreekt focus en samenhang.
De conclusie was dat er meer behoefte is aan programmatisch innoveren, waarbij vooraf duidelijke innovatieprioriteiten worden vastgesteld.
Gebrek aan kennisborging
Een tweede belangrijk punt was het ontbreken van een goed ‘geheugen’ binnen innovatieprojecten. Verslaglegging is vaak beperkt, rapporten zijn lastig terug te vinden en resultaten van uitgevoerde (subsidie)projecten zijn niet altijd openbaar beschikbaar. Daardoor ontstaat het gevoel dat steeds opnieuw aan dezelfde ideeën wordt begonnen. Afgesproken werd dat het VIN-bureau gaat onderzoeken hoe bestaande kennis, rapporten en ervaringen beter gebundeld en toegankelijk gemaakt kunnen worden via de VIN-website.
Ook werd vastgesteld dat er momenteel geen vaste werkwijze bestaat voor innovatieprojecten. Iedere projectgroep bepaalt zelf hoe een traject wordt ingericht. Dat leidt er volgens de deelnemers soms toe dat projecten te lang doorgaan terwijl de kans van slagen gering is, of dat er juist te snel wordt opgegeven na enkele tegenvallende resultaten.
De aanwezigen pleitten daarom voor een innovatieprotocol, opgesteld door wetenschappers en vissers samen. Een dergelijk protocol zou meer structuur en objectiviteit moeten brengen in innovatieonderzoek.
Innovatiecommissie
Vanuit de groep werd voorgesteld om te werken met een programmatische innovatiecommissie, bestaande uit vissers, onderzoekers, en overheidspartijen.
Deze commissie zou projectvoorstellen moeten beoordelen op inhoudelijke kwaliteit en moeten toetsen of projecten passen binnen een gezamenlijk innovatieprogramma.
Innovatiekotters en
vaste bemanningen
Een ander belangrijk onderwerp was de praktische uitvoering van innovatieprojecten. Innovatie vraagt veel van schippers en bemanningen: veel experimenteren, liggen drijven, tuigen verstellen, tegenvallende vangsten en extra werkzaamheden. Zelfs wanneer financiële compensatie beschikbaar is, víssen bemanningen vaak liever gewoon dan dat ze innovatiereizen maken. Daarom wordt voorgesteld om vaste schepen en bemanningen aan te wijzen als innovatieplatform. Voordelen daarvan zijn:
• een gemotiveerde schipper en bemanning;
• bemanning met ervaring in innovatieprocessen;
• efficiënter testen volgens een vaste methode;
• minder afhankelijkheid van wisselende praktijkomstandigheden;
• meer betrokkenheid van initiatiefnemers bij de uitvoering van hun projecten.
Vervolgafspraken
Aan het einde van de bijeenkomst zijn verschillende vervolgstappen afgesproken:
• Het VIN-bureau werkt aan een concept VIN-advies over innovatiebeleid en innovatieprotocollen.
• Er wordt onderzocht hoe bestaande kennis en rapportages beter ontsloten kunnen worden via de VIN-website.
• Tijdens een volgende bijeenkomst zal gekeken worden welke innovatietrajecten momenteel lopen, welke projecten kansrijk zijn en waar de sector gezamenlijk energie op moet inzetten.
Werksessie Digitalisering
Digitalisering is een thema dat met veel terughoudendheid wordt benaderd. Veel vissers zien de directe meerwaarde van digitalisering niet en staan wantrouwend tegenover het gebruik van hun gegevens.
De angst leeft dat data niet in hun voordeel, maar juist tegen hen gebruikt zal worden door de overheid of andere instanties. Hierdoor wordt data-inzameling eerder gezien als een risico dan als een kans.
Data voor eigen gebruik
Er zit ook een andere kant aan het verzamelen en benutten van data.
Systemen zoals VisTools van Pedro Rapppé in België of het systeem van Louwe en Niels Post van WeforSea, laten zien dat data ook in het voordeel van de visser kan werken, zonder dat deze direct gedeeld hoeft te worden. Het kan bijvoorbeeld schade door slijtage voorspellen, zodat je je onderhoud vooruit kunt plannen en niet onverwacht naar binnen hoeft en stil komt te liggen. Je kunt real-time inzicht krijgen in de waarde van je vangst en je brandstofverbruik optimaliseren door de beste koers en snelheid te kiezen.
Ook kan digitalisering helpen om je administratieve lasten verlichten: logboeken automatisch bijhouden, helpen bij aan- of afmelden, een waarschuwing geven als je een administratieve-fout dreigt te maken, dienen als bewijs bij verzekeringskwesties, etc. Op die manier maakt digitalisering het werk van de schipper juist eenvoudiger en efficiënter, en wordt het netto-resultaat beter.
Presentaties WUR en
Stichting Visser & Data
De sessie begon met een presentatie van Cor Verdouw over het onderzoek dat Wageningen University and Research samen met Stichting Visser & Data heeft uitgevoerd naar de digitalisering van de visserijsector. In dit onderzoek zijn de belangrijkste drijfveren, kansen en knelpunten rondom digitalisering in kaart gebracht.
Vervolgens lichtte Joep Tummers (ook van WUR) toe dat men verder wil bouwen op deze eerste onderzoeksresultaten. Daarbij wordt gedacht aan de ontwikkeling van een gezamenlijke dataruimte, afspraken over datastandaarden en beheerregels en het opzetten van concrete pilots samen met vissers.
Controle en vertrouwen
Een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomst was de vraag wie controle heeft over de gegevens die binnen digitaliseringsprojecten verzameld worden. Veel vissers zien data als bedrijfsgevoelige informatie en maken zich zorgen over het gebruik ervan. Daarnaast leeft er zorg over wat deelnemers omschreven als de ‘informatiehonger’ van de overheid.
Gegevens die in eerste instantie verzameld worden voor innovatie of optimalisatie zouden volgens sommige aanwezigen later ook gebruikt kunnen worden voor toezicht en handhaving. Vertrouwen en duidelijke afspraken over eigenaarschap en gebruik van data werden daarom gezien als essentiële voorwaarden voor verdere digitalisering.
Voordelen voor hele sector
Naast individuele voordelen voor ondernemers werd uitgebreid gesproken over de collectieve meerwaarde van digitalisering voor de sector als geheel. Voorbeelden die genoemd werden zijn:
• betere bestandsschattingen voor quotabepalingen;
• sterkere databasis in discussies over toegang tot visgronden;
• beter inzicht in duurzaamheid en visserijdruk;
• verbetering van het imago van de sector.
Volgens verschillende deelnemers kunnen deze voordelen alleen gerealiseerd worden wanneer vissers gezamenlijk optrekken en gegevens op een gestructureerde manier delen.
De uitkomsten van het onderzoek Roadmap Digitalisering Visserij zijn beschikbaar via het rapport Naar een duurzame, data-gedreven visserij. https://edepot.wur.nl/704612
Kennismarkt
Na afloop van de werksessies was er voor belangstellenden een kennismarkt georganiseerd, waarbij bedrijven en organisaties zichzelf en hun producten konden presenteren.
Ondanks het feit dat deze bijeenkomst op Urk gehouden werd op een voor vissers geschikt tijdstip, leidde dat er helaas niet toe dat de markt druk bezocht werd.
Innovatie lijkt voor veel ondernemers toch vaak nog iets te zijn dat door de ánder uitgevoerd MOET worden.
Jammer, want ook voor innovaties geldt: samen sterk!''
Arie Mol,
arie.mol@rvo.nl
