
Klaar met inhangen touwen en
netten voor mosselzaadinvang
HARLINGEN – Mosselkwekers werken op de Waddenzee, de Oosterschelde en ook een beetje buitengaats. In de natuur dus, en dat werkgebied is per definitie dynamisch. Geen jaar, geen seizoen is hetzelfde. Nico Laros volgt een willekeurig aantal Zeeuwse kwekers en doet periodiek verslag van hun veelzijdige activiteiten.
De laatste woensdag van april spreek ik even Serge Schot, de schipper van de ZZ 9. Met zes man sterk zijn ze wekenlang actief geweest om in 64 lijnen totaal 450 kilometer (450.000 meter!) invangtouw in het water te hangen. De ZZ 9 werkt hierbij over twee kanten tegelijk. Ik weet niet precies hoe het op dit mosselschip werkt, maar tijdens mijn visserijloopbaan was het altijd wel een competitie tussen stuurboord en bakboord om het eerste de kuil te legen, uit te schudden, weer dicht te knopen en over de muur te werken. Dat zal hier niet anders zijn. Het was erg mooi rustig weer, dus deze enorme klus was relatief snel geklaard, aldus een goed gemutste Serge.
Serge vertelt ook dat op sommige locaties de bodem verandert. Rijkswaterstaat heeft inmiddels het vaarwater ZM dan ook al verlegd. In de Zuidmeep gaat er door verandering van wadplaten meer stroom langs de mzi’s. Dat is niet ongunstig voor de mosselzaadinvang, maar maakt de invangtouwen wel kwetsbaar om kort na het inknopen tijdens een dikke bries in elkaar te draaien (wokkelen).
Op dit moment is de ZZ 9 samen met de collega’s ZZ 7 en ZZ 10 bezig om op verschillende percelen in de Meep (Gat van 12), Westkom en Omdraai halfwasmosselen te verzamelen en te verzaaien naar één van de top-percelen Oosterom 1B nabij de haven van Terschelling (Zwaailicht) in de hoop hier in augustus/september een mooie consumptiemossel van te kunnen leveren.
Mossellarven
De YE 72 is ook gereed met het inhangen van de mzi-touwen. Ik weet dat schipper Jos Steketee een jaar of vijf geleden vrij actief bezig was om de mossellarven te inventariseren om zo zijn kennis te vergroten. Want dit geldt voor alle huidige mosselkwekers. Ze kunnen het niet aan hun vaders, ooms of andere oudere kwekers vragen, want die kennis is er gewoon niet. Jos vertelt: ,,Wij beginnen op de Waddenzee niet voor half april en proberen, voor zover dit kan, de eerste grote larven-piek te vermijden. Daarna is er een mindere larven-val, maar daardoor hechten ze beter aan de touwen, er is gewoon wat meer ruimte.''
Die monitoring van de larven doen ze niet meer. ,,Maar’’, zo belooft Jos, ,,we kunnen dit nog wel weer een keer doen. Ik breng een stukje pluistouw naar WMR, en Jacob Capelle vindt het vast mooi om dit uit te laten zoeken.’’ Zelf vermoed ik dat de lezers van Visserijnieuws dit ook wel interesseert: Hoe komt een mossel nu aan een touwtje?
Jos kijkt uit naar de halfwasvisserij vanaf maandag 4 mei en is dankbaar voor dit extraatje van moeder natuur!
Zeeland
Zo aan het einde van het gereed maken van de mzi-installaties bel ik ook nog even met innovator Marinus Padmos, die samen met zijn neef Rinus en zijn zonen Johan en Maarten met hun crew op de BRU 8, 36 en 40 een groot mosselbedrijf runnen. Marinus meldt dat ze gereed zijn met de netten die ze aan lange buizen ophangen om mosselzaad in te vangen. Hij vertelt: ,,Met name het gereed maken van de mzi's in de Voordelta is een uitdaging. We mogen daar niet op 1 maart, maar pas op 1 april beginnen. Deze beperking is er vanwege vogels die half februari overigens al zijn vertrokken, maar de marge is wat ruim genomen. Voor ons is dit spannend of we op tijd zijn, want in Zeeland hebben we één piek in zaadval van mossellarven en daarna is er niets meer. Dus als je te laat bent, vis je letterlijk achter het net. Op de Waddenzee kennen we een grote piek, maar daarna nog wat kleinere piekjes.''
Omdat Marinus altijd bezig is met innoveren vraag ik hem naar de voortgang. ,,Nou in het begin, zo’n 19 jaar geleden, maakten we grote stappen, maar nu nog maar kleine stapjes. Bijvoorbeeld door de warmte van de zon gaan de zwarte plastic buizen draaien, waardoor het net dreigt op te draaien. Daar hebben we nu een modus voor gevonden om dat te voorkomen. Maar de grootste zorg is de morfologie van de zeebodem in de Voordelta, maar ook op de Waddenzee. Tjonge wat een veranderingen doordat zandbanken opschuiven en geulen ondieper worden en daardoor straks onbruikbaar worden voor mzi’s.’’
Tot slot meldt Marinus nog dat de mosselen er op de Oosterschelde heel mooi voor staan. ,,Ze glimmen tegen je op. Zo mooi en gezond heb ik het jaren niet gezien. Trouwens mijn neef Rinus (BRU 8) zegt dat de mosselen op de percelen in de Waddenzee er ook goed uitzien.''
Samenvatting: Optimistische geluiden uit de sector, maar er klinkt ook bezorgdheid over de verdroging van de huidige mzi-locaties en dat er weinig andere ruimte wordt geboden.
Ik bedank Marinus voor de info en ontfutsel hem nog een paar prachtige actiefoto’s van hun mzi-bedrijvigheid.
Nico Laros

