Pulsvisserij terecht
ingetrokken,
besluit over
compensatie volgt
DEN HAAG – De Nederlandse overheid heeft de pulstoestemmingen tussen 2019 en 2021 terecht ingetrokken.
De Raad van State heeft dat definitief uitgesproken. Na eerdere uitspraken van de rechtbanken Den Haag en Rotterdam werden hoger beroepen van de zijde van de toenmalige pulsvissers allemaal ongegrond verklaard. Wel hebben vissers mogelijk recht op nadeelcompensatie.
Na lang debat binnen de Europese Unie werd Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en bescherming van marine ecosystemen door middel van technische maatregelen vastgesteld. In deze verordening staat dat pulsvisserij verboden is. Door Nederland werd de rechtmatigheid van deze verordening nog wel aangevochten bij het Hof van Justitie, maar bij arrest van 15 april 2021 werd dat beroep verworpen. Daardoor staat vast dat er sprake is van een Unierechtelijk verbod op het vissen door middel van pulsen.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de RvS heeft op de zitting vorig jaar juni met de gemachtigden van de minister verzoeken tot schadevergoeding besproken. De Afdeling hecht er aan te benadrukken dat namens de minister uitdrukkelijk is toegezegd dat de minister bereid is om na de uitspraak van de Raad van State in alle zaken inhoudelijk op de verzoeken tot nadeelcompensatie te beslissen. ,,Het ligt in de rede dat de minister, voordat hij dat doet, daarvoor een beleidsregel vaststelt en dat hij de beslissing op de verzoeken wegens de reeds verstreken tijd voortvarend in behandeling neemt’’,aldus de RvS. Wat dit concreet gaat betekenen is nog niet duidelijk en moet afgewacht worden.
Nederland kende drie groepen pulsvissers. De eerste 22 pulsvissers hadden een vergunning voor onbepaalde tijd. Groep 2 (20 kotters) had een vergunning voor bepaalde tijd met het oog op meerjarig onderzoek naar de effecten van pulsvisserij. Groep 3 (42 kotters) had een vergunning voor vijf jaar ten behoeve van onderzoek naar de aanlandplicht. Wegens het Unierechtelijk verbod trok de toenmalige minister van LNV de vergunningen voor groep 1 met ingang van 1 juli 2021 in. De vergunningen voor groep 2 werden verlengd tot eind 2019 en daarna niet meer, voor groep 3 was de einddatum 1 juni 2019.
Wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure wijst de Raad van State een verzoek tot het betalen van een vergoeding toe. Dat betreft een bedrag van 750 euro per bedrijf. De vissers werden in de lange procedure bijgestaan door de advocaatkantoren Wybenga (VisNed) en Dommerholt (Vissersbond).
BBB heeft deze week Kamervragen ingediend over schadecompensatie voor pulsvissers.