
Klimaatimpact en voedingswaarde van voedsel uit zee
Vaker vis eten: gezond en
ook goed voor het klimaat
ZOETERMEER – Vaker vis op het menu is niet alleen goed voor de gezondheid, maar ook voor het klimaat. Aldus het Nederlands Visbureau in reactie op het rapport ‘Klimaatimpact en voedingswaarde van voedsel uit zee’ van Wageningen UR en het RIVM dat deze maand met de Tweede Kamer werd gedeeld.
,,Onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) toont aan: veelgeconsumeerde vissoorten hebben een klimaatimpact vergelijkbaar met plantaardige eiwitbronnen én leveren voedingsstoffen die je nergens anders vindt. Toch haalt slechts 30% van de Nederlanders de aanbeveling om wekelijks vis te eten (Voedingscentrum). Een gemiste kans, voor gezondheid én klimaat. Vis, schaal- en schelpdieren zijn goed voor je, maar weinig Nederlanders eten genoeg.
Vis, schaal- en schelpdieren zijn een unieke bron van essentiële voedingsstoffen die in andere producten nauwelijks voorkomen: omega-3 vetzuren (EPA en DHA), jodium en selenium. Het Voedingscentrum adviseert om één keer per week vis te eten, bij voorkeur een vette vissoort zoals haring of zalm. Ondanks deze positieve eigenschappen is er momenteel een relatief kleine groep Nederlanders die regelmatig vis eet. Een gemiste kans, voor gezondheid én klimaat.
Het WUR-RIVM onderzoek brengt de klimaatimpact van voedselproducten uit zee in kaart en vergelijkt die met producten van land. De Nederlandse vissector draagt circa 0,1% bij aan de nationale broeikasgasuitstoot. Ook op productniveau scoort seafood gunstig:
• Pelagische soorten zoals haring en makreel hebben een klimaatimpact die vergelijkbaar is met plantaardige eiwitbronnen als noten en bonen.
• Mosselen en oesters hebben een lagere klimaatimpact dan de meeste dierlijke eiwitbronnen zoals kip en varken.
• Tong en schol hebben een hogere klimaatimpact, maar deze ligt nog altijd lager dan die van biefstuk van vleesvee.
De Gezondheidsraad onderschrijft een verschuiving naar meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten. Binnen dat dierlijke deel biedt seafood voor veel soorten een klimaatvriendelijke keuze, en dat vraagt om een actieve rol van supermarkten, cateraars en foodservicebedrijven. Denk aan assortimentkeuzes, seafood prominenter op de menukaart of in het schap, en communicatie die de consument helpt kiezen.
Kans voor beleid
Het WUR-RIVM onderzoek biedt een stevige basis voor voedselbeleid dat gezondheid en klimaat verbindt. Meer seafood op het menu - thuis, op school en in de horeca - is een concrete stap die beide doelen dient. Dat vraagt om samenwerking tussen overheid en sector: van voedingseducatie op scholen en concrete initiatieven zoals schoollunches met vis, vergelijkbaar met bestaande regelingen voor fruit en melk, tot het vergroten van kennis bij consumenten en de chefs van de toekomst. De sector neemt daarin zelf ook verantwoordelijkheid: via het project SeaNext wordt actief gewerkt aan kennisopbouw over de gezondheidswaarde van seafood, bij consumenten en de chefs van de toekomst.
De visserijsector zet in op het verder verlagen van de klimaatimpact, maar heeft daarvoor ruimte, investeringszekerheid en technologisch perspectief nodig. Bij de vissoorten met de hoogste klimaatimpact vormt brandstofverbruik veruit de grootste bijdrage aan de CO₂-uitstoot, en juist daar ligt het grootste verbeterpotentieel. De sector werkt concreet aan:
• Innovatie van vaartuigen, energiebronnen en vistechnieken: zo wordt actief gewerkt aan een emissieloze garnalenkotter én aan (her)introductie van steeds selectievere, brandstofbesparende visserijmethoden zoals pulsvisserij.
• Uitbreiding van mosselkweekgebieden en meer ruimte op zee voor de visserij: opschaling vraagt samenwerking met de overheid en verdere innovatie.
Dit onderzoek geeft ons een stevige basis om een gesprek te voeren dat al te lang wordt uitgesteld: seafood hoort een logisch onderdeel te zijn van een duurzamer voedingspatroon - voor je gezondheid én voor het klimaat. De sector is klaar om die stap te zetten, we nodigen beleidsmakers en de gehele voedselketen uit om daarin mee te bewegen’’, aldus Lisa Koopman van het Nederlands Visbureau.
Staatssecretaris: Potentie
om CO2-uitstoot te reduceren
DEN HAAG – De transitie in de zeevaart naar klimaatneutraal varen biedt ook voor de visserij een grote kans om de CO2-uitstoot te minimaliseren.
Aldus LVVN-staatssecretaris Erkens in een reactie op het WUR/RIVM-onderzoek over klimaatimpact van voedsel uit zee. De bodemvisserij scoort in dat onderzoek minder positief, maar Erkens vertrouwt erop dat het brandstofgebruik in de toekomst daalt. De overheid helpt mee met energie-efficiencyregelingen. Nu bestaat ongeveer 37 procent van de totale kosten van een boomkorkoter uit brandstofkosten. De grote verschillen in de CO2-voetafdruk van vis benadrukt het belang om stappen te zetten op het gebied van innovatie en verduurzaming, aldus de staatssecretaris.
,,De potentie om de CO2-uitstoot aanzienlijk te reduceren wil ik samen met de sector optimaal benutten, zodat de Nederlandse vissers in de toekomst met een nog duurzamer product bijdragen aan de voedselzekerheid van ons land. Want voedsel uit zee is van grote waarde voor een gezond dieet’’, schrijft Erkens aan de Tweede Kamer.
