UIT SCHEVENINGEN

Woensdag 4 maart was er ruim 18 ton vis van de SL 9. De vangst bestond onder andere uit 4,4 ton mul, 3,9 wijting en 2,5 ton rode poon. Verder was er een ingezonden partij van 110 kilo, vooral kabeljauw en stekelrog. Donderdag was er geen vis.

Ongeveer 33 ton vis ging er op vrijdag over de klok. De OD 1 verscheen met 120 kisten, waaronder ruim 2.000 kilo tong, en de SCH 63 loste 80 kisten vis. De beide bokkers zorgden in totaal voor 3.375 kilo tong, krap 25 kisten schol en 1,3 ton bot. De vier Scheveningse flyshooters waren goed voor 24,2 ton vis. Mul, wijting en rode poon domineerden de vangsten. Een partij wijting ging van 0,37 tot 0,66 euro per kilo van de hand. Een partij met grovere wijting bracht tussen de 1,73 en 1,93 euro per kilo op. Mul noteerde prijzen die uiteenliepen van 10,50 tot 17,47 euro per kilo. Aan pijlinktvis werd 1.800 kilo aangevoerd. Voor deze soort varieerden de prijzen van 12,23 tot 13,03 euro per kilo. Tot slot waren er nog drie inzendingen, waaronder een uit Stellendam met zoetwatervis die aan de buitenkant van de sluizen gevangen wordt.


Op maandag 9 maart ging er 200 kilo tong van de staandwantboot SCH 7 over de klok.


UIT URK

De UK 205 en kreeftjesvisser MDV 2 zorgden donderdag 5 maart voor krap 7 ton vis op Urk. Er was 2,5 ton langoustines, 2,5 ton wijting, 1,5 ton pijlinktvis en 290 kilo schar bij. Dagomzet: 38.163 euro.

Veertien Noordzeekotters plus de BRA 11 voorzagen de vrijdagmarkt van 81 ton vis. Vangsten gingen krap 12 ton; een dikke uitschieter van de LH 356. De hoogste besomming kwam uit op 60.000 euro. De handel had keuze uit: 7,7 ton bot, 334 kilo dorade, 448 kilo Engelse poon, 1,9 ton griet, 485 kilo horsmakreel, 1,1 ton kabeljauw, 520 kilo krab, 1,8 ton makreel, 3,6 ton mul, 6,75 ton pijlinktvis, 1,7 ton rode poon, 1,8 ton rog, 6,1 ton schar, 1,2 ton schelvis, 14 ton schol, 2 ton steenwijting, 4,8 ton tarbot, 12,1 ton tong (voor 231.845 euro), 110 kilo tongschar, 11,3 ton wijting en 308 kilo zeekat. Dagomzet: 563.573 euro.


De maandagmarkt van 9 maart werd voorzien van 96 ton vis. Voor dat dagaanbod waren twintig aanvoerders verantwoordelijk. De toppers besomden 48.000 euro. De belangrijkste soorten: 6,7 ton bot, 1 ton dorade, 937 kilo Engelse poon, 2,4 ton griet, 730 kilo haring, 1,2 ton kabeljauw, 260 kilo krab, 4,3 ton makreel, 4,8 ton mul, 4,3 ton pijlinktvis, 1,5 ton rode poon, 1,8 ton rog, 8,8 ton schar, 4,2 ton schelvis, 24 ton schol, 2,9 ton steenwijting, 5,3 ton tarbot, 8,1 ton tong (voor 148.991 euro), 263 kilo tongschar, 12,2 ton wijting, 518 kilo zeekat en 203 kilo zwarte poon. Dagomzet: 509.430 euro.

Dinsdag was de kreeftjesvisser BRA 2 de enige aanvoerder, met voornamelijk kreeftjes (bijna 3 ton). Voor de langoustines werd afhankelijk van de sortering 6,50 euro en 10,00 euro per kilo betaald.


De eerste week van maart noteerde de gemeentelijke IJsselmeervisafslag een aanbod van 35 ton zoetwatervis. Daar was 19 ton snoekbaars bij, met prijzen vanaf 5,27 tot 12,85 euro per kilo alles bij elkaar goed voor 118.094 euro. De rode baars bracht 17.592 euro op; daarvan werd 5.213 kilo aangeboden voor 5,60 tot 12,85 euro. Verder was er 1.289 kilo voorn (4,17 euro per kilo), 8.117 kilo brasem (0,15 tot 0,90 euro), 375 kilo wolhandkrab (6,99 euro) en 1.019 kilo bot ()1,58 tot 1,94 euro). Weekomzet: 148.045 euro.

Het nettenseizoen 2025/2026 op het IJsselmeer zit er per vrijdagmiddag 13 maart op. De IJsselmeervissers kijken dankbaar terug op een zeldzaam goed (snoekbaars)seizoen, waarin vangsten naar hun eigen zeggen de stoutste verwachtingen overtroffen. 

Vanaf maandag 13 april mag er weer met hoekwant en kisten op paling worden gevist, en vanaf 1 mei met de fuiken. En met ingang van juli weer met staande netten.


UIT HARLINGEN

Acht kotters losten in week 10 goed 11 ton garnalen op de afslag van Harlingen, vangsten varieerden van 700 kilo tot dik 3 ton.  De handel betaalde 6,52 tot 8,31 euro per kilo.  Weekomzet: 76.156 euro.


UIT DENEMARKEN

Er was in Thyborøn op woensdag 4 maart alleen vis van de R 231: 8,4 ton, waarvan de helft schol.

De donderdagmarkt kreeg alleen de vangst van de Duits gevlagde NC 322 voorgeschoteld. De kotter had in Haugesund in een vrachtwagen gelost, bijna 30 ton (rond)vis.

Vijf vaartuigen en twee lokale kustbootjes voorzagen de vrijdagmarkt van bijna 60 ton vis. Zo’n 26 ton was afkomstig van de L 56. Schelvis, koolvis en wijting vormden ruim de helft van de vangst. De vangst kwam per as vanuit Haugesund. De twee staandwantvissers L 66 en L 237 deden het met respectievelijk 13 en 10,7 ton vis ook niet slecht. De bokker L 510 vist onregelmatig en lost veelal relatief kleine partijtjes vis. Dit keer ging het om 2,3 ton vis, waarvan 1,6 ton schol.


Vier vaartuigen en drie kustbootjes zorgden voor bijna 59 ton vis op maandag 9 maart. De L 232 met ruim 20 ton en de L 820 met bijna 33 ton vis hadden een groot aandeel in het aanbod, dat bepaald werd door schelvis (27,2 ton). Overigens deden blonde rog en stekelrog het ook niet slecht met respectievelijk 4,2 en 4 ton. De L 625 loste wat staandwantkabeljauw.

De dinsdagmarkt kreeg de vangsten voorgeschoteld van de L 349 en de R 231. Eerstgenoemde loste 22 ton vis, waaronder 4.100 kilo zeeduivel. De R 231 kwam met ruim 15 ton vis. Tenslotte was er ongeveer 250 kilo schol van een kustbootje. In totaal ging er ruim 37 ton vis over de klok.