
Bosbouwer zaagt mosselbakens en fuikenpalen in Drenthe
Een ontmoeting met ‘de Brabander’
EEXTERVEEN - Soms krijg je een bijzonder appje, bijvoorbeeld deze van een mosselschipper: ‘Hoi Nico, zou je eens een interview willen doen voor het Visserijnieuws met Peter van der Wouw die de perceelbakens voor ons zaagt in het bos. Dat wordt namelijk door de vele regeltjes steeds moeilijker’. En ja de bakens worden kapot gevaren door scheepvaart, breken door ouderdom of worden verwoest door ijsgang.
Nou ben ik niet zo’n ‘bos-man’, maar dit kan ik moeilijk weigeren en maak een afspraak met Peter alias de Brabander. Ik had verwacht een ritje naar Noord-Brabant te moeten maken, maar dat viel mee. Want ik ontmoet hem in een bos bij de Oude Veenkoloniën nabij Oude Pekela. Het gaat de komende uren over bakens voor de mosselkwekers en fuikenpalen voor de palingvissers.
Peter is 61 jaar, woont in Eexterveen en werkt sinds 1982 in de bosbouw. Hij begon in Brabant waar zijn vader boer was, maar die moest daar stoppen. Ze verhuisden in 1984 naar Drenthe, waar hij als zelfstandig ondernemer verder ging.
Hoewel Peter geen formele bosbouwopleiding heeft, volgde hij door de jaren heen diverse cursussen om zijn papieren en certificaten op orde te houden. In 1986 nam hij dit werk over van Bert en Leo Vogelaar, de oudere kwekers kennen deze namen nog wel.
Peter heeft een langdurige relatie met Staatsbosbeheer. Zijn reputatie is zo gevestigd dat hij bekendstaat als ‘de Brabander’. De goede connecties en wederzijds vertrouwen zijn essentieel om werk te verkrijgen, omdat opdrachtgevers willen weten met wie ze zakendoen.
Omdat hij de enige is in Nederland kennen alle vissers die bakens/palen gebruiken Peter van naam. Hij is als vaste lezer van het Visserijnieuws dan ook zeer betrokken bij de visserij en weet wat er speelt.
,,Nadat de bakens zijn gesorteerd breng ik ze met de vrachtwagen naar de havens waar ze nodig zijn. De fuikenpalen moet ik eerst nog schillen, zodat ze mooi glad zijn en ook die breng ik naar Den Oever of elders.''
Regelgeving
Peter heeft geen formeel contract, maar wel een ‘stilzwijgende afspraak’ met Staatsbosbeheer: zij laten het hem weten als er geschikt hout beschikbaar is. Dankzij wederzijds vertrouwen mag hij zelf de bomen selecteren (blessen) die hij nodig heeft voor zijn werk, zoals het maken van bakens voor de Wadden.
Natuurorganisaties verschillen in visie: Staatsbosbeheer hecht waarde aan houtproductie als middel om de natuur te onderhouden met de opbrengsten, terwijl Natuurmonumenten meer neigt naar het ‘laten gaan’ van het bos zonder actieve houtkap. Peter werkt voornamelijk in productiebossen, niet in Natura 2000-gebieden.
De regelgeving is de afgelopen 20–25 jaar aanzienlijk strenger geworden. Waar vroeger basisuitrusting volstond, zijn nu certificaten, connecties en naleving van strikte protocollen vereist. Er mag bijvoorbeeld geen gevaarlijk werk meer alleen worden uitgevoerd, en er geldt een werkverbod tijdens het broedseizoen vanaf 15 maart (en in sommige bossen al vanaf 15 februari). Half juli mag er weer worden opgestart in het bos.
Het interview schetst het beeld van een ervaren bosbouwvakman die zijn werk door de decennia heen drastisch heeft zien veranderen. Waar het vroeger draaide om vakmanschap en basisuitrusting, is het nu een sector gedomineerd door strenge (ecologische) regelgeving, bureaucratie en de noodzaak van certificaten en goede relaties.
Peter heeft zich succesvol aangepast aan deze veranderingen en onderhoudt een sterke, op vertrouwen gebaseerde, werkrelatie met Staatsbosbeheer, wat cruciaal is voor de continuïteit van zijn werk. ,,Ik ben de laatste tijd al zes keer gecontroleerd door BOA’s die opgeschaald zijn van drie naar zes man. Hiervoor ben ik drie keer gecontroleerd in 35 jaar! Het wordt steeds strenger.’’
Eikenhout en naaldbomen
Het verzamelen van eikenhouten bakens met uiteenlopende lengtes blijkt logistiek complex. Er is behoefte aan palen van 12, 14 of 16 meter, maar soms worden er door kwekers ook palen van 18 en 20 meter besteld. En die staan niet in dit bos, daarvoor moet ik 30 kilometer verderop in een aparte bosweide.
Voor proppenbakens van 9 en 10 meter moet je weer jongere bossen hebben. De kern: uiteenlopende lengtes vereisen versnipperde herkomstlocaties en steeds weer ecologische rapporten per perceel. Voor mosselkwekers is ‘vers’ gekapt hout essentieel. Als hout uitgedroogd is, zit er geen gewicht meer in. Dan willen ze niet meer zinken en zijn de bakens geneigd om als een dobber omhoog te schieten. Het zinkgedrag is sterk gelinkt aan het soortelijk gewicht: eikenhout weegt 1.000 kilo per kuub.
Fuikenpalen van circa 8 meter lang zijn allemaal Lariks en Douglas, allebei naaldbomen. Historisch waren fuikenpalen allemaal eiken, maar tegenwoordig is het dus meer naaldhout. Het is bewezen dat naaldhout beter bevalt voor het IJsselmeer dan de eiken. Eikenpalen hadden veel last van paalworm.
Het ruikt heerlijk naar gezaagd hout in het bos en ik zie Peter scharrelen met een oud beresterk Oost-Duits trekkertje, voorzien van een hydraulische grijper om de omgezaagde bomen te verslepen naar de rand van het bos. Want de vrachtwagen kan het bos niet in. Hij sorteert de bomen met een handig meetlintje en gooit ze op stapels. De ramen van het trekkertje zijn er door vandalen grotendeels uitgeslagen.
Peter is een gezellige prater met een Brabants accent en vertelt honderduit. Ik kan het niet allemaal opschrijven, want dan wordt het een te dikke pil. Wat ik wel weet, is dat ik te gast ben bij een keihard werkende ondernemer die een eerlijk product aflevert aan mosselkwekers op de Nederlandse -en Duitse Waddenzee en palingvissers op het IJsselmeer en andere grote wateren.
Ik neem nog wat foto’s en neem afscheid, want ik zie door de bomen het bos niet meer. Gauw weer terug naar de weidse kust!
Nico Laros
Verplicht ecologisch
onderzoek in kader
van Omgevingswet
Voordat er gezaagd mag worden, moet een ecoloog het perceel onderzoeken op beschermde flora en fauna (zoals dassenburchten, vossenholen, nestbomen). Deze locaties worden gemarkeerd en er moeten strikte afstanden worden aangehouden. Vroeger kon Peter met zijn ervaring zelf als deskundige optreden, nu is een ‘aantoonbaar deskundige’ verplicht.
In een particulier bos moet Peter zelf een ecoloog inhuren en betalen. Bij Staatsbosbeheer zijn deze kosten verrekend in de houtprijs, omdat zij eigen ecologen in dienst hebben. Voor complexe situaties, zoals bij de aanwezigheid van een dassenburcht, wordt een extern bureau ingehuurd om belangenverstrengeling te voorkomen.


