
Dagboek van een Visserman - Dirk Kraak - Week 10 - 2026
AlgemeenHet is woensdagavond 11 februari als ik samen met Brian richting IJmuiden rijd, waar de kotter rond middernacht binnen zal lopen om de vis te lossen en deels van bemanning te wisselen.
Deze visreis hebben wij een passagier mee, namelijk een onderzoeker van het Duitse Thünen Instituut: Eric Sulanke. Eric is al vaker met ons meegeweest. Hij doet al jaren onderzoek naar inktvis en dan met name de soorten die voorkomen op de Noordzee en in Het Kanaal. Er is nog weinig bekend over het paai- en leefgedrag van deze dieren. Omdat er steeds meer op gevist wordt, wordt er vanuit ICES druk uitgeoefend om de leemtes in de kennisdossiers in te vullen.
Rond 23 uur pik ik Eric op bij het station in Alkmaar en we rijden verder naar IJmuiden, waar we tegen twaalven aankomen. Op dat moment meert Weertjan aan, dus wij zijn precies op tijd. We lossen de vis en gaan rond 1 uur weer richting zee.
We zetten koers richting het Blauwe Ballengat, dat is een geul 60 mijl west van IJmuiden. Rond 9 uur zetten wij ons net uit. We liggen hier samen met de N 350 ‘Ingrid’. Op de brug daar zit Pieter, de jongere broer van Meijert Smid. We doen een trek zuid in. Als we voor de eerste keer halen zit er een 80 kilo inktvis in, de tweede trek noord-in is goed voor een 100 kilo. De visserij is wederom erg plekkerig; zo doet Pieter van de N 350 een leuk trekje, en de andere keer is het weer andersom.
Onze onderzoeker Eric is in zijn sas en ik zie dat hij elke trek weer geniet van de vangst en de natuur om hem heen. Begrijpelijk als je bijna al je dagen bezig bent met rapporten schrijven, vooral over de mysteries van de zee. Om dat te doen moet je de natuur ook begrijpen. Eric past zich ook snel aan het ritme aan boord aan en bovendien is hij niet zeeziek. Als eerste taak geef ik hem de opdracht om iedere trek koffie te zetten en de schipper iedere trek te voorzien van een verse kop met een koekje. Ik zie ook dat hij goed samenwerkt met de bemanning. Voor Eric is dit ook goed, want zo wordt zijn onderzoek ook een succes. Eric is ook hobbyfotograaf en schiet vooral plaatjes van de zee, de bemanning en de natuur rondom hem heen.
Truckgat
Inmiddels is het alweer vrijdag de 13e. Voor sommigen een ongeluksdatum, maar voor ons loopt deze dag in positieve zin. Ik besluit ‘s nachts om het maar een gaatje oostelijker te proberen: het Truckgat. Ik moest denken aan de korte periode dat wij met kettingmatten hebben gevist; het moet rond 2004 zijn geweest en ook in de winter. Er lagen toen aardig tongen in al die prutgaten over de Engelse kant. Wij hebben toen een goede maand met kettingmatten gevist, omdat je daar beter mee in de moeilijke en scherpe steenachtige grond kon vissen. Ik kwam er wel achter dat deze manier van vissen niet de onze is, gezien het vele herstelwerk van de vistuigen. Ik kijk dan ook altijd vol verwondering naar de vissers die deze vangsttechniek week in week uit beoefenen.
Rond 8 uur zetten wij ons net en doen een trekje zuid-in van 1,5 uur. Deze blijkt goed voor een 100 kilo. Niet verkeerd, en doen gelijk weer een trekje noord-in van 2 uur. Nu voor 180 kilo. Ik denk: dat lijkt er op! Ook onze onderzoeker loopt fluitend over dek. Omdat er een harde vloed loopt, stomen we een uurtje zuid-in naar het zuidpunt van de geul en zetten daar weer uit richting het noorden. We maken weer een trek noord in en na twee uur halen wij weer het net voor 160 kilo. Als laatste voor de zon ondergaat doen wij een trek zuid-in voor 140 kilo. Al met al een krappe 600 kilo deze dag en dat is niet verkeerd.
Zaterdag proberen wij wederom in het Truckgat. De N 350 besluit om nog een dagje in het Cementgat te proberen en dan tegen de avond naar IJmuiden te gaan om te lossen en ook te schuilen voor het weer, want de volgende dag wordt er windkracht 6-7 voorspeld. Maar de ene dag is de andere niet en met name de inktvisvisserij is wisselvalligheid, vooral de windrichting is van invloed op het vangstresultaat.
Inktvis lui
Ook zien wij dat de vangst met bries beter is dan met mooi weer. Eric vertelt dat inktvissen vooral lui zijn. Omdat ze weinig vetmassa hebben, verspillen ze het liefst niet veel energie aan zwemmen maar hoofdzakelijk aan jagen en eten. Kijk, zo leren wij ook weer wat en maak ik daar gebruik van.
De vangst is beduidend minder, zo doen wij wat trekken van 60 en 80 kilo die dag. Jammer, de buit is 280 kilo aan het eind van de dag. Gelukkig is het die nacht nog rustig op zee en genieten wij allemaal van een goede nachtrust. De volgende morgen begint de bries wat aan te trekken en doen wij een lange trek noord-in voor de wind, deze is goed voor een 140 kilo.
Omdat er een harde bries staat stomen we anderhalf uur zuid-in in de wind op en zetten daarna ons net weer uit. Er staat op dat moment al een zee van 2,5 m hoog. Dat is voor ons bijna de grens om te stoppen met vissen, toch besluit ik om nog een trekje te doen. Zo geschiedt. Na een uur of drie halen wij het net. De zeeën beginnen op dat moment al wat hoger te worden, dus breien we er een punt aan. We sjorren de netten en scheerborden en verwerken de vis van de laatste trek. Gelukkig neemt tegen middernacht de wind flink af en ligt de kotter weer lekker rustig.
Samen optrekken!
Aan de wal gebeurt ook van alles. Er is mondiaal veel onrust en ook in ons eigen landje komt er weer van alles in beweging. Ikzelf word benaderd door Marianne Zwagerman om samen met het nieuwe opgerichte burgerinitiatief ‘Vakbond van Plattelandsbewoners’ op te staan tegen het destructieve overheidsbeleid dat ons vanuit Brussel en Den Haag wordt opgelegd. Dit beleid raakt met name de agrariërs en vissers die in en rondom Natura 2000-gebieden werken. Het heeft weer een vlam doen ontspringen die motiveert om tegengas te gaan geven.
Waarom vraagt u zich af? Nu, dat heeft vooral te maken met de impact die het verdwijnen van de agrariërs heeft op de leefomgeving van alle bewoners van het platteland. Het is namelijk de sociale cohesie die de burgers en het landschap bindt, het is ook de verbinding tussen de burgers en de natuur die door nieuwe wetgeving stuk wordt gemaakt. Het is ook beleid dat telkens uit dezelfde hoek komt, namelijk van stedelingen die nooit met de poten in de klei hebben gestaan of een binding met een gemeenschap hebben gehad, laat staan iets voor een gemeenschap hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor onze visserijgemeenschappen, die nu een voor een worden gesloopt.
Dit beleid rammelt aan alle kanten en heeft maar één doel: de grond van boeren en vissers afnemen voor andere doeleinden. Dit beleid deugt niet. En omdat de grondslag vaak met feiten onderuit worden gehaald, krijgt deze aanval ook steeds een andere basis, denk aan: zure regen, overbevissing, mestoverschot, bodemberoering, biodiversiteit, waterkwaliteit of stikstof. Men heeft gewoon een doel en dat is ruimte, ruimte voor woningen en natuur voor de deugmens uit de grote steden. Wel, die ruimte willen wij houden voor de zo broodnodige voedselvoorziening.
Ondanks dat ik mij al dagen niet echt fit voel, begin ik in onze eigen sector ook een balletje op te gooien om aan te haken bij dit burgerinitiatief. Voor mij is dit de normaalste zaak van de wereld. Opkomen voor je huis en haard voelt voor een ieder normaal, maar opkomen voor je gemeenschap is iets anders. Dat moet in je zitten en je moet ook de noodzaak ervan zien. Ik zeg daarom: kijk verder en denk hoe het zou zijn als er in jouw gemeenschap geen visserijfeesten meer zijn of als saamhorigheid verdwijnt. Ik weet er alles van, want mijn visserijgemeenschap Den Helder bestaat niet meer, net zoals die van Texel en Breskens of Volendam en noem maar op.
Ik waarschuw daarom ook alle visserijgemeenschappen om elkaar vast te houden en de burgers te blijven betrekken bij hetgeen wat je doet. Blijf daarnaast vechten voor wat er nog is. Want anders zal ook jouw gemeenschap opgaan in een kille arme samenleving waar het ieder voor zich is, zoals ook in mijn stad is gebeurd. Ik zag het gebeuren tijdens de coronaperiode en na het pulsverbod. Onze gemeenschap heeft toen geen enkele steun gehad vanuit onze gemeente en dat neem ik ze erg kwalijk. Het verbaast mij dan ook dat al die werkgelegenheid en al die miljoenen die dankzij de visserij in onze gemeenschap zijn gepompt waardoor onze stad is gaan bloeien er nu opeens niet meer toe doen. Mijn broek zakt er vanaf.
Vissers, sta op! Voor jouw gemeenschap, zolang deze er nog is. Steun je broeders die er wel staan voor je sector, morgen, op zaterdag 7 maart bij Barneveld. Want dat is de dag dat wij van EMK laten zien dat onze sector er nog toe doet, en met jullie steun kunnen wij dat beeld alleen maar sterker maken. Dus kom, help, steun en ga in gesprek met de bezoekers van deze grote manifestatie. Er is voor de kinderen ook van alles te doen, dus kom eventueel met je gezin en steun zo jouw gemeenschap. Zie de website: samenoptrekken.nl.
Vissen, het is inmiddels maandag 16 februari. Het is mooi visweer en alles gaat z’n gangetje. Ik zie op de afslagen dat de inktvisprijzen goed zijn en dat geeft ons weer een steuntje in de rug, want de inktvisvangsten zijn over de hele linie erg zuinig, ook bij ons. De vangst is een 250 kilo per dag en dat is aan de schrale kant, maar het moet uit de lengte komen en het is winterdag en dan is voor ons alles meegenomen.
Gezien de weerberichten voor woensdag (NW 6-7) besluit ik dinsdag om de vis te lossen en te verkopen in IJmuiden en daarna door te varen naar Den Helder. En zo geschiedt. Woensdagmorgen om kwart voor 7 varen we door de Moormanbrug richting het Nieuwe Werk en meren aan bij onze oude Visserijcoöperatie.
We trekken het inktvisnet en onze kabels en vislijnen op de kade om deze na te kijken en na te meten. Er staat die dag een gure noordwestenwind met de daarbij behorende sneeuw en regenbuien. Rond een uur of twee in de middag zijn we klaar en gaan richting onze geliefden.
VCU
Eenmaal thuis merk ik dat ik het koud heb en moeier dan normaal ben. Ik neem een warme douche en ga na het avondeten en het innemen van een paar antigrippines gelijk naar bed. De volgende dag voel ik mij nog beroerder en dat zal de komende week met zware griep jammer genoeg ook zo blijven. Omdat ik de deur niet uit ga, heb ik zo wat tijd voor andere dingen. Voor thuis, het bedrijf en EMK.
In de loods zijn we druk bezig met nieuwe scholnetten. Daar de oude al meer dan 12 jaar oud zijn werd het tijd voor een paar nieuwe. De week voor ik naar zee ging hadden broer Fred en ik voor deze netten bij de VCU nog een paar rubberen pezen gemaakt. We hadden zelf nog wat spullen liggen die wij hierin hebben verwerkt. Het was wel even aanpakken, maar samen met de ervaren Erik Kaptijn van de VCU hebben we het klusje in een uur of vijf geklaard. Ik ben daarom blij dat wij nu lid zijn van de VCU en gebruik kunnen maken van de mensen, het machinepark en de kennis die de VCU heeft.
Alles gaat gelukkig zijn gangetje en op afstand probeer ik het een en ander nog aan te sturen zodat het werk en het bedrijf gewoon doordraait. Ook voor de actiedag in Barneveld regel ik het een en ander.
Gelukkig knap ik langzaam op, en met een antibioticakuurtje van de huisarts er bij ben ik maandag 2 maart weer voor honderd procent op de been. Zo zie je maar: gezondheid is een rijk goed.
Dirk Kraak, BRA 7
dirk.bra7@gmail.com


