
Vangstcapaciteit groeit mondiaal
AlgemeenROME – Wereldwijd blijft de visserijcapaciteit groeien. De natuurlijke productiviteit van de zeeën houdt daarmee volgens de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties (FAO) geen gelijke tred. Hernieuwde internationale aandacht voor visserijcapaciteitsbeheer is volgens de FAO dan ook dringend nodig, want met de huidige trends zal de vlootreductie in Europa weinig effect hebben op de duurzaamheid van de visserij op wereldschaal.
De Nederlandse visserijvloot krimpt, in Europa worden de visserijhavens steeds leger. De zorgen van de FAO over de groei van de visserijcapaciteit wereldwijd zullen de vissers hier dan ook vreemd in de oren klinken. Maar ondanks decennialange inspanningen om de visserijcapaciteit, of beter gezegd de vangstcapaciteit, te beheersen, hebben er wereldwijd weinig tot geen vlootreducties plaatsgevonden en worden vissersschepen steeds krachtiger en efficiënter. Dat blijkt uit een nieuw technisch rapport van de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties (FAO). De bij de FAO in Rome gestationeerde Nederlander Raymon van Anrooy (Fisheries and Aquaculture Division) is een van de drie hoofdauteurs.
Vlootbeheer wereldwijd is een grote en complexe uitdaging. In 2022 schatte de FAO het aantal vissersschepen in de wereld op 4,9 miljoen, een teruggang na de piek van 5,3 miljoen vissersschepen in 2022. Op alle continenten behalve Afrika werd het aantal schepen verminderd. Dat geeft echter geen goed beeld van de globale visserijcapaciteit, want die wordt vooral bepaald door de GT’s, de pk’s en de lengte van de schepen, en die parameters zijn allemaal groter worden. Sinds 1999 is het aantal gemotoriseerde vissersschepen met 34 procent toegenomen. Daarbij worden de schepen ook steeds beter uitgerust.
Meer dan 25 jaar na de invoering van het Internationale Actieplan voor het Beheer van de Visserijcapaciteit (IPOA-Capacity) blijft de totale vangstcapaciteit in verschillende regio’s dan ook toenemen. De gemiddeld steeds grotere, krachtigere en technologisch geavanceerdere schepen zijn efficiënter, waardoor zij met minder inspanning meer vis kunnen vangen.
Deze ontwikkeling staat volgens de FAO in schril contrast met de situatie van de visbestanden. De wereldwijde mariene visproductie is de afgelopen jaren afgevlakt, terwijl het aandeel overbeviste bestanden verder is toegenomen. Met andere woorden: de visvangcapaciteit groeit, maar de natuurlijke productiviteit van de zeeën houdt geen gelijke tred.
Het rapport laat ook de duidelijke regionale verschillen zien. In delen van Afrika en Azië blijft de visserijcapaciteit groeien, terwijl die in Europese Unie en Noord-Amerika afneemt.
Zwakke monitoring
De uitvoering van het IPOA-Capacity verschilt sterk per land en regio. Veel landen hebben inmiddels maatregelen genomen, zoals vergunningstelsels, vaartuigregisters, vangstbeperkingen, vistuigvoorschriften en uitkoopregelingen voor schepen. In de praktijk blijft effectief capaciteitsbeheer echter lastig. Beperkte en onvolledige gegevens, zwakke monitoring- en controlesystemen en economische prikkels die vlootuitbreiding stimuleren ondermijnen volgens de FAO het beleid.
Een blijvend probleem is het gebrek aan betrouwbare gegevens: slechts ongeveer 70 procent van de FAO-lidstaten rapporteert regelmatig cijfers over hun visserijvloot. Dat maakt het moeilijk om mondiale trends goed in beeld te krijgen.
De FAO concludeert dat hernieuwde internationale aandacht voor visserijcapaciteitsbeheer dringend nodig is. Investeren in betere datasystemen, het verbeteren van methoden om capaciteit te meten, intensievere regionale samenwerking en een betere afstemming tussen visserijbeleid, subsidieregelingen en duurzaamheidsdoelen zijn volgens de organisatie cruciaal. Uiteindelijk moet de omvang en kracht van de visserijvloot beter in balans worden gebracht met wat visbestanden op lange termijn kunnen dragen.
Op de agenda
Raymond van Anrooy: ,,Het is belangrijk voor de Nederlandse en Europese vissers om te weten dat in andere werelddelen er weinig tot geen vlootreductie heeft plaatsgevonden. Het zou goed zijn als Nederland en andere Europese landen binnen het FAO-comité duidelijk maken dat het nu tijd is voor de Aziatische landen om hun vloten beter te beheren, en dat met de huidige trends de reductie in vloten in Europa weinig effect zal hebben op de duurzaamheid van de visserij op wereldschaal.’’
Het onderwerp staat binnenkort hoog op de agenda van de tweede zitting van het FAO-Comité voor de Visserij – Subcomité Visserijbeheer, die van 23 tot en met 27 februari 2026 in Reykjavík, IJsland, plaatsvindt.
Davies, S., Durighello, A. and Van Anrooy, R. 2025. Implementation of the FAO International Plan of Action for the Management of Fishing Capacity (IPOA-Capacity). FAO Fisheries and Aquaculture Technical Paper, No. 723. Rome, FAO.
Het FAO-rapport (162 pagina’s, Engelstalig) kan gedownload worden via https://doi.org/10.4060/cd8015en

