
Geen extra natuurcompensatie Voordelta verplicht,maar er gaan wel meer visgebieden verloren
AlgemeenDEN HAAG/ROTTERDAM – Er is gedaan wat gedaan moest worden om natuurverlies in de Voordelta als gevolg van de aanleg van de Tweede Maasvlakte te compenseren. Extra maatregelen hoeven niet te worden genomen. Toch gaan vissers nog meer viswater in de Voordelta verliezen.
De Raad van State heeft vorige week uitgesproken dat het Havenbedrijf Rotterdam gedaan heeft wat het conform de natuurvergunning wettelijk moest doen vooraf aan de uitbreiding van de Tweede Maasvlakte in de Voordelta, namelijk wachten met de aanleg totdat een groot bodembeschermingsgebied met rustgebieden was ingesteld. Daarmee zet de Raad van State een streep door de uitspraak van de rechtbank in november 2022, een uitspraak die vervolgens extra beperkingen voor vissers in de regio tot gevolg had. De juridische procedure is hiermee geëindigd, aldus de Raad van State.
,,Dit is een rechtvaardige uitspraak en een goed resultaat voor onze vissers. Het voorkomt dat de sector de dupe wordt van extra beperkingen die juridisch niet onderbouwd konden worden’’, reageert Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt. Ondanks de positieve uitspraak schieten vissers in de Voordelta er praktisch gezien niets mee op, er gaat nog meer op slot (maar dat heet dan geen natuurcompensatie).
Voor alle duidelijkheid: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft inhoudelijk niet geoordeeld over de effecten van de compenserende maatregelen in de Voordelta.
Anders dan verwacht
April doet wat-ie wil. Hetzelfde geldt voor de natuur in de Voordelta na het instellen van een bodembeschermingsgebied in juni 2008. Daar waar de visserij toenam is de biomassa de afgelopen jaren ook toegenomen. En daar waar de visserijdruk is verminderd is de biomassa juist afgenomen. Tegengesteld aan de verwachtingen, zo bleek in 2020 uit het evaluatierapport ‘Inhoudelijke evaluatie onderzoek en monitoring NCV ’van ingenieursbureau Haskoning in opdracht van de Werkgroep Natuurcompensatie Voordelta (NCV).
Buiten de visserij stond echter niemand te juichen bij de toegenomen biomassa. Die toename wordt namelijk vooral veroorzaakt door mesheften die goed zouden gedijen in gebieden met intensieve visserij. Dus werd de biomassatoename in de Voordelta door natuurorganisaties niet als verbetering gezien, en daarmee als onvoldoende compensatie voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte.
Voorwaarden
In 2008 werd aan het Havenbedrijf Rotterdam ‘om dwingende redenen van groot openbaar belang’ een natuurvergunning verleend voor uitbreiding van de Tweede Maasvlakte in het Natura 2000-gebied Voordelta, onder voorwaarde dat er compenserende maatregelen worden getroffen gericht op verbetering van de kwaliteit van de zeebodem.
Het resultaat van die verplichting was de instelling van een bodembeschermingsgebied van 24.550 hectare in de Voordelta (met een verbod op visserij met wekkerkettingen met vaartuigen groter dan 260 pk en rustgebieden voor visserij en recreatie met het oog op vogelbescherming), tien keer zo groot als het areaal dat verloren ging door uitbreiding van het havengebied. Aangenomen werd dat met die beperking van de bodemberoerende visserij het natuurverlies met 100 procent zou worden gecompenseerd, gebaseerd op de ‘aanname’ dat ongeveer tien procent van het bodemleven in het spoor van een boomkor sterft.
Onvoldoende?
Omdat de natuurcompensatie tegenviel stapten zeven natuurorganisaties, waaronder Natuurmonumenten en Stichting De Noordzee, in 2022 naar de rechtbank, na een afwijzing van hun handhavingsverzoek door de minister. Hun beroep werd door de rechter gegrond verklaard en de minister werd opgedragen om een nieuw besluit te nemen en handhavend op te treden tegen het havenbedrijf als vergunninghouder.
Volgens de rechtbank was duidelijk dat een beperking van de boomkorvisserij onvoldoende was voor ecologische winst, en moest er niet alleen gekeken worden naar de biomassa maar ook naar de soortdiversiteit. Tegen die uitspraak gingen de rijksoverheid, de PO-Mosselcultuur, de Nederlandse Vissersbond (allebei bijgestaan door advocatenkantoor LGL Legal) en het havenbedrijf in hoger beroep. In de langslepende procedure heeft de Raad van State vorige week uitspraak gedaan.
Maatregelenpakket
In de tussentijd zag de rijksoverheid zich genoodzaakt extra compensatiemaatregelen te treffen en heeft LVVN-staatssecretaris Jean Rummenie vorig jaar zomer de knoop doorgehakt.
Rummenie heeft voorstellen vanuit de visserij zwaar laten wegen, maar al met al verliezen de vissers voor de Zuid-Hollandse en Zeeuwse kust toch nog eens 24.000 hectare viswater.
Dat voorgenomen maatregelenpakket moet nog goedgekeurd worden door de Europese Commissie.
Die 24.000 hectare viswater telt mee in de gebiedssluiting zoals overeengekomen in het Noordzeeakkoord (totaal 15 procent van de Nederlandse Noordzee vrijwaren van bodemberoerende visserij), zo werd deze maand duidelijk uit een brief van Rummenie aan de Tweede Kamer.
Geen overtreding
De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het havenbedrijf de natuurvergunning niet heeft overtreden. In de natuurvergunning is bepaald dat het havenbedrijf moet wachten met de aanleg van de Tweede Maasvlakte totdat een bodembeschermingsgebied is ingesteld met een minimale omvang van 24.550 hectare. In dat gebied moeten vervolgens beperkingen worden opgelegd voor de zogenoemde bodemberoerende visserij. Daarnaast moeten er rustgebieden komen voor drie vogelsoorten. De minister van LNV heeft de besluiten die hiervoor nodig zijn ook genomen. Op de rechtszitting is door partijen bevestigd dat het havenbedrijf daarop heeft gewacht voordat het begon met de aanleg. Het voorschrift gaat naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet verder dan dat. Het voorschrift eist niet dat het havenbedrijf moest wachten met de aanleg van de Tweede Maasvlakte totdat uit onderzoek zou zijn gebleken dat de compenserende maatregelen ook echt het gewenste effect hebben bereikt.
Verbijsterd
Voor De Zeeuwse Mossel in Bruinisse – met de YE 118 - is de mesheftenvisserij in de Voordelta van levensbelang. Ramon van de Gruiter van DZM heeft zich daarom ook de laatste jaren vastgebeten in het dossier en een claim neergelegd bij de Schadecommissie Tweede Maasvlakte. Van de Gruiter vindt dat Rummenie vorig jaar goed geluisterd heeft naar de noden van de sector, die feitelijk geslachtofferd en dubbel gedupeerd wordt als gevolg van de uitbreiding van de Tweede Maasvlakte. ,,Met het door staatssecretaris Jean Rummenie gepresenteerde maatregelenpakket kunnen wij wel leven, gezien de omstandigheden op het moment dat deze vorig jaar tot stand zijn gekomen.’’
Maar met de uitspraak van de Raad van State in handen is Van de Gruiter naar eigen zeggen ronduit verbijsterd, ,Achteraf blijkt alle energie, alle emotie en damage-controle om nog meer visgebied in te leveren onnodig te zijn geweest. Wij vinden het ronduit triest dat collega-visserijbedrijven hebben besloten om te saneren omdat ze mede op basis van de druk welke uiteindelijk door het ministerie is opgelegd in het dossier ‘Voordelta’ geen toekomstperspectief meer zagen. Juridisch gezien waren de extra beperkingen absoluut niet nodig in onze regio.’’