Om bruggen te slaan is vertrouwen cruciaal


Urk, 26 januari 2026

Ik reageer op de ingezonden brief van de gepensioneerde René Breukel van Rijkswaterstaat, van vorige week (Visserijnieuws nr. 4), met enkele persoonlijke reflecties naar aanleiding van het beëindigen van het gezamenlijke werk als toenmalige Garnalencommissie. 

Uit hun eigen persberichten van april 2025 blijkt onomstotelijk dat de natuur- en milieuorganisaties beslist zelf uit het overleg zijn gestapt. De heer Breukel heeft dus 'een stukje van deze film gemist'. 

Ik neem nogmaals de gelegenheid om te benadrukken hoe waardevol ons overleg is geweest, het belang van dialoog benadrukken, en aanzetten tot reflectie op hoe we in de toekomst — ook bij andere dossiers dan de garnalenvisserij — effectiever en constructiever te werk kunnen gaan.

We zijn ruim een jaar indringend met elkaar in gesprek geweest in de Garnalencommissie o.l.v. een onafhankelijk voorzitter, genaamd Tammo Bult, directeur WMR, mede geholpen door de wetenschappelijke rapportage van de commissie-Eijsackers (‘Beoordeling van ecologische effecten van garnalenvisserij op bodem en biota’). Dat rapport gaf de discussie focus door deze te structureren rond vier thema’s, die op zich een goede basis boden voor het ontwikkelen van passende maatregelen. De uitdaging bleek te liggen in het gezamenlijk formuleren van een totaalpakket: hoe ver zijn partijen bereid elkaar tegemoet te komen?

Dat bleek geen gemakkelijke opgave. De beleidskaders waren onvoldoende helder, zeker na het vervallen van de veelbesproken '30%-doelstelling' uit de Europese Natuurherstelverordening van 2024. Aanvankelijk werd dat uitgelegd als het sluiten van gebieden, maar dat is niet correct. Het gaat om beschermen met het oog op herstel van natuurwaarden. Dat legde de verantwoordelijkheid grotendeels bij sector en ngo’s, met als voornaamste houvast dat het totaalpakket van betekenis moest zijn en daadwerkelijk verschil moest maken.

De complexiteit nam toe doordat ogenschijnlijk overzichtelijke thema’s, zoals vogelverstoring of bodemberoering, in de uitwerking ingewikkeld bleken te zijn. Wetenschappelijke kennis beslaat een deel van de puzzel; draagvlak binnen de achterban is zeker zo belangrijk — en vaak minstens zo ingewikkeld. Dit soort overleg vraagt dan ook veel van maatschappelijke partijen: inhoudelijke kennis, tijd, overzicht en vooral ook bereidheid tot luisteren en samenwerken.

Die uitdaging is door sector en ngo's, in beginsel, op bewonderenswaardige wijze opgepakt. De discussies over bijvoorbeeld maatwerk in gebieden 'boven Ameland of in 'laagdynamische zones' zijn gevoerd met inzet van ook eigen expertise, onderling begrip en creativiteit. Er kwamen daardoor oplossingen in beeld die recht deden aan de complexiteit, maar niet zo gemakkelijk uitlegbaar waren. 

Garnalenvissers moeten begrijpen dat, ook bij verleende vergunningen, aanvullende maatregelen noodzakelijk kunnen zijn. Ngo's moeten begrijpen (en aan hun achterban uitleggen) waarom sommige voor de hand liggende maatregelen niet altijd uitvoerbaar of effectief zijn.

Om dan bruggen te slaan is vertrouwen essentieel. Dat vertrouwen floreert bij een beleid dat, ondanks verschillende verantwoordelijkheden of perspectieven binnen ministeries, ernaar streeft om gezamenlijk, consistent en transparant te communiceren.

Helaas moesten we na april 2025 constateren dat het ons, als Garnalencommissie, niet is gelukt om samen die brug te slaan.

Alles overziend beweer ik het volgende en wil de lezers van Visserijnieuws meegeven:

• Blijf openstaan voor hernieuwd overleg, wanneer zich daartoe de gelegenheid voordoet. Alleen via dialoog kunnen gedragen keuzes worden gemaakt en wordt voorkomen dat beslissingen uiteindelijk via de rechter moeten worden afgedwongen.

• Vertrouwen is cruciaal — tussen partijen onderling én in de overheid.

• Gecoördineerde inzet van ministeries vergroot dat vertrouwen en daarmee de kans op succesvolle uitkomsten. Daarvoor is het belangrijk dat ministeries eenduidig optrekken en communiceren over beheerprincipes en uitgangspunten, ook al ligt de uitvoering en vergunningverlening bij een enkel ministerie.

• Erken de hoge eisen die dit soort trajecten stelt aan maatschappelijke partijen, om zowel de inhoud van zaken als elkaars standpunten te kennen, te overzien en te begrijpen, en creëer de ruimte om die rol goed te kunnen vervullen, in tijd, voorbereiding en ondersteuning.

Ik hoop dat deze boodschap tot inspiratie kan dienen voor de toekomst.

Johan Nooitgedagt,

Nederlandse Vissersbond