
Sleuteljaar voor mosselkwekers
AlgemeenGOES – Schaarste en toch een achterblijvende afzet van de Nederlandse mosselen afgelopen jaar.
Op een goedgevulde beursvloer opent Edie Engels als voorzitter van de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur en namens de Nederlandse Mosselveiling de nieuwjaarsreceptie.
Naweeën
Ondanks wat achtergrondruis is de boodschap duidelijk. Vorig jaar was er veel goeds te melden over de fantastische groei van (jonge) mosselen, maar de sector kampt nog steeds met de naweeën van de uitzonderlijk heftige mosselsterfte in 2024. Die sterfte leidde tot beperkt volumes en een flinke financiële tik.
Gelukkig hebben buitenlandse mosselen afgelopen jaar continuïteit in de mosselketen kunnen garanderen, aldus Engels. Dat is de ene kant van de medaille. Maar toen laat in het seizoen pas Zeeuwse mosselen aan de beurt kwamen, bleek het lastig om die af te zetten en de hoge kostprijs volledig door te rekenen.
Engels spreekt over een rare spagaat: schaarste en toch achterblijvende afzet van de Nederlandse mossel. Hoewel van bedrijf tot bedrijf wisselend noemt Edie de tegenvallende resultaten voor de Nederlandse kwekers afgelopen jaar zorgelijk, zeker als je bedenkt dat ook 2024 een slecht jaar was. De grote zaadval geeft gelukkig hoop voor de toekomst.
De kweekvolumes consumptiemosselen zijn laag te noemen. In het seizoen 2024-2025 is die uitgekomen op een magere 21 miljoen kilo, in het lopende seizoen wordt een licht herstel verwacht (24 miljoen kilo mosselen).
Cultureel erfgoed
Het jaar 2026 wordt een sleuteljaar, zegt Engels. Zo is daar het mosselconvenant, waarbinnen nieuwe afspraken moeten worden gemaakt over (alternatieve) locaties voor mosselzaadinvanginstallaties en een volgende sluitingsstap van kansrijke wadbodems voor het ontstaan van mosselbanken. De stap naar 50 procent kon onverwacht nog niet worden bekrachtigd omdat er door de Omgevingsverordening van de gemeente Texel voor bescherming van archeologische bodemschatten in de Waddenzee onvoldoende ruimte beschikbaar was voor nieuwe mzi’s. Om beter zicht te krijgen op de economische impact en draagvlak van de afspraken zal Wageningen Economic Research (WeCR) in opdracht van het ministerie een economische prognose maken, zo werd vorige maand aan de Tweede Kamer bericht.
Maar er dreigen meer beperkingen. De stapeling van regelgeving vanuit de Europese Natuurherstelverordening en actualisatie van de Natura 2000-beheerplannen van Rijkswaterstaat wordt benauwend genoemd omdat ze de schelpdierkweek behoorlijk dwars kunnen zitten. Die dreigen als een storm over ons heen te komen, zegt Engels. Samen met een groot aantal organisaties in de primaire sector is vorige maand een brandbrief hieronder verzonden aan LVVN-staatssecretaris Jean Rummenie.
Energie-efficiëntie
Toch wil Engels met een optimistisch blik naar de toekomst kijken. Want de overheid toont gelukkig toenemend commitment voor marien eiwit, zoals blijkt uit de Blue deal en de Voedselvisie 2024 voor productie uit de Noordzee en grote wateren. Ook is er steun voor vlootverduurzaming - er wordt in de tweede helft van dit jaar een aparte subsidieregeling geopend voor energie-efficiëntie in de schelpdiersector - en voor onderzoek naar nieuwe productiegebieden op zee.
Staatsecretaris Jean Rummenie benadrukt ook het belang van ‘voedsel van dichtbij’, en de sector ziet dat hij zijn nek uitsteekt voor de visserij. Samen met LVVN is afgelopen jaar gewerkt aan een uitvoeringsprogramma om de promotie en afzet van schelpdieren en andere vissoorten een belangrijke impuls te geven.
Ik sluit positief af met een proost op 2026 en ik wens iedereen een gezond nieuwjaar toe en sluit af met een quote van een bekende mosselkweker: ‘Er is altijd hoop, kop in de wind en doorgaan!’
Nico Laros
